PlusAchtergrond

Hoe antiradicalisering uitmondde in een strafzaak: ‘Wat doen die moslims op de Stopera?’

Donderdag staan de voormalige Amsterdamse antiradicaliseringsambtenaar Saadia Ait-Taleb en haar opdrachtnemer Saïd J. voor de rechter. De beschuldiging van omkoping en corruptie is na ruim drie jaar onderzoek teruggebracht tot gerommel met drie facturen. Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

Saadia Ait-Taleb.Beeld Sjoukje Bierma

1.

In april 2015 komt in de ambtswoning van ­burgemeester Eberhard van der Laan op de Heren­gracht een klein gezelschap samen om te praten over het radicaliseringsbeleid van de ­gemeente Amsterdam. Aanwezig zijn, naast de burgemeester, Karin van Walsum en Laura Vissenberg, leden van zijn kabinet, Nicky Jansen-Schoonhoven en Ruud IJzelendoorn van de afdeling Openbare Orde en Veiligheid (OOV), woordvoerder Tessel Schouten en hoofdcommissaris Pieter-Jaap Aalbersberg.

Ze zijn gekomen om te luisteren naar David Kenning, een antiradicaliseringsdeskundige uit Ierland met praktijkervaring in Irak en Syrië. Een jaar eerder is het Kalifaat uitgeroepen door IS en steeds meer jongeren, ook uit Amsterdam, kiezen ervoor zich bij de strijdtroepen in het Midden-Oosten aan te sluiten.

Kenning is een mysterieuze, maar uiterst innemende figuur, die zo uit de negentiende eeuw lijkt te zijn weggelopen met zijn zwarte kleding, zilvergrijze manen en grote bakkebaarden. Hij spreekt ruim een uur over het dna van Amsterdam, over de manier waarop hier de dominee en de koopman hand in hand gaan. Wie leert ­onderhandelen, zegt hij, leert zich ook verplaatsen in de ander.

De radicale islam, houdt hij zijn gehoor voor, is niet de oorzaak van radicalisering, maar een excuus. Het draait om de islamisering van radicalen en niet om radicalisering van moslims. Wie iets tegen de uitreizigers wil doen, moet zich dus niet focussen op de islam, maar op wat er voorafgaat aan het soms razendsnelle proces van ­radicalisering. De jihad, zegt hij, ‘is een ­adolescentenoplossing voor een adolescentenbrein’.

Tegengif toedienen

In de marge van de bijeenkomst stelt hij voor naast een ‘witte campagne’ ook een ‘grijze campagne’ te beginnen, zoals hij die elders heeft toegepast. Een campagne onder de radar, waarin een getroebleerde jongeman de argeloze ­kijker via vlogs deelgenoot maakt van zijn worsteling met het leven, van de conflicten met zijn vader en de autoriteiten en uiteindelijk van de manier waarop hij hiermee in het reine komt. De aantrekkingskracht van de jihad, vervangen door ‘een nobele, interne psychologische strijd’.

Tegengif toedienen noemde hij dat later in Het Parool. “Wij waren als de goede dokter, op zoek naar manieren om jonge mensen af te houden van het plegen van aanslagen. Wij stopten een ander bericht in hun hoofd, zonder dat ze wisten waar het vandaan kwam. Niet door ze aan te spreken met de taal van ideologie, niet door propaganda te bedrijven, niet door ze te vertellen dat ze van ons moeten houden, maar door ze in een andere gemoedstoestand te brengen.”

Van der Laan vindt het idee van een grijze campagne briljant; IJzelendoorn, directeur van OOV, zwijgt, terwijl politiecommissaris Aalbersberg dan al zijn zorgen uit over het feit dat de campagne niet transparant zal zijn. Onduidelijk moet blijven waar de boodschap vandaan komt. Anders heeft die geen effect.

Van der Laan en Kenning kunnen het uitstekend vinden. Ze hebben elkaar gevonden in hun onvoorwaardelijke liefde voor de Amsterdamse filosoof Spinoza, wiens beeltenis voor de deur van het stadhuis staat, en herkennen in elkaar de mentaliteit van niet lullen maar poetsen. Eind juni wordt Kenning aangesteld als strategisch adviseur van de gemeente. Hij krijgt ook expliciet de opdracht zijn grijze campagne verder te ontwikkelen, waarbij wordt aangetekend dat ‘op geen enkel moment de jihad, het uitreizen of zelfs de islam worden genoemd’.

2.

Pas een half jaar later hoort Kenning opnieuw over de plannen van het stadhuis met zijn grijze campagne. Twee ambtenaren van het programma Radicalisering en polarisatie van de afdeling OOV zijn aangewezen om de zaak te begeleiden: Saadia Ait-Taleb en Mounir Dadi.

Ait-Taleb werkt al sinds 2006 op het stadhuis. In de nasleep van de moord op Theo van Gogh werd de toen 23-jarige moslima als ‘bruggenbouwer’ ingezet door burgemeester Job Cohen. In 2015 is het rustig geworden. In de loop der ­jaren heeft het idee postgevat dat het afgelopen is met de radicale islam en beheert Ait-Taleb het dossier radicalisering in haar eentje.

Door de opkomst van IS trekt de Amsterdamse gemeenteraad toch weer extra geld uit. In ­september 2015 wordt Ait-Taleb aangesteld als programmamanager en groeit de afdeling naar negen ambtenaren, onder wie Dadi, een Amsterdammer van Algerijns-Marokkaanse komaf. Hij is getrouwd met PvdA-politica Fatima Elatik en geldt op het stadhuis als een rustige jongen. Met het geloof heeft hij weinig op.

Ait-Taleb is geboren in een migrantengezin in de Amsterdamse Kolenkitbuurt en groeide op in Osdorp. In haar leven speelt religie wél een grote rol, al benadrukt ze zelf graag dat ze thuis van de gematigde soort waren. “Het vormde ons moreel kompas,” zegt ze in Het Parool. “Het ging over de vraag hoe je jezelf kon verbeteren, hoe je zorgt dat je een goed mens bent.”

Geheimzinnigheid

Op het stadhuis staat Ait-Taleb bekend als een wat hoekige ambtenaar, die tegenspraak slecht kan verdragen. Geen intellectuele hoogvlieger, maar met één groot voordeel: te midden van een zee aan hoogopgeleide, overwegend religieloze, witte ambtenaren is zij degene die weet wat er speelt binnen de islamitische gemeenschappen in de stad. Ze is ook niet bang om af te stappen op salafisten en potentiële uitreizigers.

Ait-Taleb is vooral een hardwerkende, nogal monomane ambtenaar die veel begeleiding ­nodig heeft om de taak waar te kunnen maken waarvoor ze is aangesteld. Haar leidinggevende, domeinmanager Lisa Scheerder, ziet haar echter op de eerste plaats als vriendin en niet als een worstelende ambtenaar die een strakke, sturende hand nodig heeft.

Kenning, ondertussen, is vooral verbaasd: hij had voor zijn campagne een extern bureau ­willen inhuren, zodat de geheimzinnigheid zo ver mogelijk bij het stadhuis en de politiek vandaan kan blijven. Nu krijgt hij te horen dat de ­gemeente alles zelf wil regelen. Het betekent dat er één man moet worden gevonden die de verantwoordelijkheid krijgt voor alles: van het schrijven van de scripts tot het opnemen van de filmpjes. Normaal, verklaart hij later voor de rechter-commissaris, organiseert hij dit soort campagnes met minimaal vijftien mensen.

Toch zet hij door. Ait-Taleb en Dadi lijken een kandidaat te hebben gevonden, die voldoet aan de profielschets van Kenning: Saïd J. Hij is een goede bekende. Via het bureau Scholten & Partners doet hij voor de afdeling al ict-klussen voor de digitale aanpak van radicalisering en een nog te ontwikkelen app.

Samen met Ait-Taleb is hij die zomer op ­vakantie geweest in Turkije, waar ook Dadi en zijn vrouw waren. Ait-Taleb en J. hebben een klik: hun families komen uit hetzelfde gebied in Marokko. Zij is serieus en een beetje stijf, hij een charmante fladderaar. Ait-Taleb, 32 jaar en dringend op zoek naar een partner, wordt verliefd.

Bij de selectie voor de grijze campagne voert één criterium de boventoon: kunnen we deze persoon vertrouwen? J. zelf twijfelde of hij mee wilde doen, zegt Kenning later tegen de rechter-commissaris. Hij vreesde voor zijn veiligheid als bekend zou worden wat hij deed. Met salafisten en jihadisten maak je nu eenmaal geen grappen. Ook Dadi aarzelt. Is J. met zijn 34 jaar niet al een beetje te oud? Even overweegt hij zelf het project te draaien, maar daarvoor ontbeert hij een belangrijke eigenschap: street credibility.

Rebellenclub

Daarvan heeft J. meer dan genoeg. Hij is opgegroeid in De Pijp. Zijn vader, altijd aan het werk, zag hij niet veel, zijn moeder voerde een dagelijkse strijd om de eindjes aan elkaar te knopen. Bij de politie is de familie bekend: zijn broer Khalid is in december 2014 in Panama-Stad doodgeschoten voor club Le Palace, terwijl hij in het gezelschap verkeerde van beruchte Amsterdamse criminelen. Zijn broer Jamal was erbij, bevestigen goed ingevoerde bronnen.

De dood van zijn broer heeft hem enorm aangegrepen, zeggen bekenden van hem. Het zou voor J. een extra motivatie zijn geweest om zich wel in te zetten voor de maatschappij. Op het stadhuis wordt de link met zijn broers niet ­gelegd. Hij wordt niet gescreend. Sterker nog: het is burgemeester Van der Laan zelf die hem over de streep trekt. J. wordt ‘de schaduwman’, zo genoemd omdat hij in beeld altijd in het halfdonker te zien zal zijn. Maar mocht ooit uitkomen wie hij is, dan staat hij er helemaal alleen voor en zal de gemeente elke betrokkenheid ontkennen.

3.

De eerste filmpjes zijn verschrikkelijk. J. lijkt meer op een zwaarbewapende terrorist dan op een weifelende jongeman aan de vooravond van een mogelijke radicalisering. In het team worden grappen gemaakt: als ze in de winkels waar J. zijn rekwisieten haalt hadden gedacht dat het een goed idee was om de politie te alarmeren, was hij op basis van zijn boodschappenlijstje onmiddellijk opgepakt.

Op het stadhuis ontbreekt het ook aan enige kennis over geheime projecten. Niemand heeft ooit bedacht hoe je een campagne organiseert waarvan de wethouders en de gemeenteraad niet eens op de hoogte mogen worden gesteld. Offertes worden opgesteld in vage bewoordingen, de financiering loopt via een speciaal daartoe opgericht bedrijfje: Protrax International, gevestigd op J.’s huisadres. Afgesproken wordt dat stukken na gebruik worden vernietigd. Een wens van Kenning om te werken met aparte ­telefoons wordt niet gehonoreerd.

Voor de rechter-commissaris verzucht Scheerder in januari 2019: “Achteraf vraag ik me af waarom we dit hebben gedaan en waarom we niet hebben gezorgd dat de opdracht van tafel ging.”

J. heeft nauwelijks ervaring met offertes en het uitschrijven van facturen. Ait-Taleb helpt hem daarbij, een gang van zaken die volgens Scheerder heel gebruikelijk is op het stadhuis. Rekeningen van J. werden door Ait-Taleb bekeken en door haar ‘doorgeklikt’, waarna ze werden betaald. Als domeinmanager was ze verantwoordelijk voor een budget van 72 miljoen euro, waarvan in 2016 1,2 miljoen euro wordt uitgetrokken voor het tegengaan van radicalisering.

De geheimzinnigheid heeft nog een ander effect: het kleine groepje dat zich bezighoudt met de grijze campagne krijgt het karakter van een rebellenclub. Ze staan met hun rug naar de rest van het stadhuis. Andere ambtenaren vragen zich af wat er toch de hele tijd gaande is achter de gesloten deuren van Ait-Taleb. Er ontstaat wantrouwen en wrevel, zelfs jaloezie. Wie is ­eigenlijk die onbekende jongen die er de hele tijd naar binnen gaat en tot ’s avonds laat blijft? De norsige houding waar Ait-Taleb en ook Scheerder op het stadhuis om bekendstaan, helpt ook al niet.

Met Dadi en Kenning werkt J. aan betere filmpjes, ‘een reis’ door zijn hoofd in twintig korte afleveringen. Kenning noemt het resultaat van de herkansing ‘beangstigend goed’. In april worden de eerste filmpjes vertoond aan Van der Laan. Die is tevreden, maar als op 30 mei een presentatie voor de Amsterdamse driehoek van burgemeester, hoofdcommissaris van politie en hoofdofficier van justitie volgt, komt er een kink in de kabel. Men vraagt zich af hoe Van der Laan het in vredesnaam in zijn hoofd heeft gehaald een campagne te starten zonder daarbij duidelijk te maken wie de afzender is.

Verbijsterd

Een maand later, op 11 juli, laat Van der Laan ­weten dat hij filmpjes wil waarin duidelijk wordt dat ze zijn gemaakt onder verantwoordelijkheid van de gemeente. Nog geen vijf minuten duurt de bijeenkomst. Kenning blijft verbijsterd achter. “Het werd mij duidelijk dat Van der Laan nooit helemaal heeft begrepen waar de cam­pagne over ging,” verklaart hij voor de rechter-­commissaris.

In december 2016 barst de bom. Van der Laan krijgt een compilatie van nieuwe filmpjes voorgeschoteld. Opeens begint hij over religie. In ­november is in de Al Ummahmoskee in Nieuw-West de tachtigjarige muaddin (gebedsoproeper) tegen de grond gewerkt door de salafistische broer van de imam. Daar is Van der Laan erg van geschrokken.

In een verklaring voor de rechtbank zegt Ait-Taleb later dat Van der Laan ‘woest uithaalde’ naar Dadi. ‘Hebben wij de opdracht wel goed ­begrepen? Hoe kunnen we religie negeren, ­zeker gezien de huidige ontwikkelingen rondom ­moskeeën?’ Als Dadi betoogt dat het vanaf dag 1 de bedoeling is geweest religie buiten de campagne te houden, staat Van der Laan op en zegt hij: ‘Heeft het niet met je achtergrond te maken omdat je zelf moslim bent en de islam niet ­bespreekbaar durft te maken?’

Kenning verklaart voor de rechter-commissaris: “Het was nogal schokkend. Waar we mee te maken hadden, waren criminele jongeren. Ik wilde ervan af. Het was een ramp.”

Na afloop worden Ait-Taleb en Dadi bij Bas Bruijn geroepen, de woordvoerder van Van der Laan. Hij wil dat het duo excuses aanbiedt aan de burgemeester. Dat weigeren ze. “Het was een van de minst prettige overleggen die ik in mijn leven heb gehad,” zegt Dadi in zijn getuigenis voor de rechter-commissaris.

Ait-Taleb schrijft in september 2017 in een ­verklaring voor de rechtbank: ‘Ondanks onze adviezen in dossiers als Hizb ut-Tahrir, Sharia for Holland, de Blauwe moskee en Koeweit, ­ronselaars en de zwembadgroep in Noord, stelt de burgemeester in toenemende mate de loyaliteitsvraag. Dat varieerde van ‘Ik laat mij door jou geen probleem aanpraten’, ‘Hebben jullie gelekt?’ tot ‘Durf je de islam niet bespreekbaar te maken aangezien je zelf een moslim bent?’

4.

Op het stadhuis kennen ze Van der Laan als een achterdochtig man. Van de soort: wie niet voor mij is, is tegen mij. Hij kan ongeduldig en driftig zijn. In januari 2017 maakt hij bekend dat bij hem uitgezaaide longkanker is geconstateerd. Hij wil sterven in het harnas. Het doet zijn populariteit in de stad tot ongekende hoogte stijgen.

Van der Laan is opgegroeid in een gereformeerd gezin. ‘Bekend is,’ schrijft de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid in maart 2018 in een analyse van de peri­kelen, ‘dat burgemeester Van der Laan religie in het algemeen en het salafisme in het bijzonder een moeilijk onderwerp vond.’

Op 18 januari spreekt Van der Laan met de staf van OOV. Hij wil dat Ait-Taleb en Dadi van het dossier radicalisering worden afgehaald. Tegen directeur IJzelendoorn en Scheerder zegt hij, volgens de verklaring van Scheerder: ‘Ik heb er geen vertrouwen in dat mensen met een moslimachtergrond dit op een goede wijze kunnen beheren.’

Niet te vertrouwen

Tegen Ait-Taleb zegt Scheerder: “Hij was woedend over het gesprek in december. Hij denkt dat hij zou moeten opstappen als de filmpjes uit zouden lekken. Dat jullie zijn gezag ondermijnen en niet te vertrouwen zijn.”

De bijeenkomst blijkt voor Scheerder de allerlaatste in haar functie van domeinmanager. Op verzoek van Van der Laan en haar directeur treft ze een ontslagregeling. Vanaf dat moment wordt het heft in handen genomen door IJzelendoorn zelf, een oud-militair van de Koninklijke Marechaussee, die Van der Laan nog kent uit de tijd dat die minister was.

Een ‘uitvoeringsboer’ noemen mensen op het stadhuis hem, ook degenen die zeggen dat ze uitstekend met hem overweg kunnen. Een man die met de auto uit Zeeland komt om orders in ontvangst te nemen en ’s avonds weer terug rijdt. En die zich niet erg op zijn gemak voelt met moslims.

In november blijken er bij het gemeentelijk Bureau Integriteit twee meldingen binnen te zijn gekomen over Ait-Taleb. Eén telefonisch, van een vrouw, en één per mail van ‘een bezorgde burger’. Zij wordt ervan beschuldigd opdrachten aan vrienden te gunnen en met één van hen een relatie te hebben, Saïd, maar niet de Saïd uit haar team, meldt de kennelijk goed geïnformeerde vrouw er voor de zekerheid bij. Zelf zou Ait-Taleb ook geld ontvangen. Ook de bezorgde burger blijkt goed op de hoogte van ­interne conversaties.

Ontslag

IJzelendoorn verzoekt Bureau Integriteit nader onderzoek te doen en roept eind februari Ait-Taleb op het matje. Die ontkent categorisch dat er een relatie is tussen haar en J. En al helemaal dat zij samen gemene zaak maken.

Op 11 april verschijnt het rapport van voor­lopige bevindingen van het Bureau Integriteit ­onder de naam ‘onderzoek Hyacinth’. Onderzoekers Reinder Jeuring en Wilfred Brom zijn verdachte, of in elk geval onduidelijke, offertes en facturen op het spoor van het hun onbekende bedrijfje Protrax International van J. Meer ­weten ze niet. ‘Er bestaat nog onduidelijkheid over hoe mevrouw Ait-Taleb en de heer J. elkaar kennen en of hun relatie een ander dan een ­zakelijk karakter heeft.’

Dan gaat het snel. Op 12 april wordt het team ­Finec van de Dienst Regionale Recherche ingeschakeld, een afdeling die zich normaal gesproken bezighoudt met zware criminaliteit. Daar krabt men zich achter de oren als de naam van J. valt. Bij de politie doet die familienaam wel alarmbellen afgaan.

Eind juni, op de dag van haar verjaardag, wil Ait-Taleb ontslag nemen, omdat ze zich niet meer veilig voelt bij de gemeente. Dat wordt haar niet verleend, in plaats daarvan wordt ze op 11 juli geschorst en wordt haar de toegang tot haar werkplek ontzegd.

Bureau Integriteit en de recherche doen in­vallen bij de afdeling OOV en huiszoekingen op woonadressen van Ait-Taleb en J. Computers en telefoons worden in beslag genomen, bij de bank worden financiële gegevens nagetrokken en er worden in het geheim gesprekken afgeluisterd, tot op het stadhuis aan toe. Alles wordt uit de kast gehaald om aan te tonen dat sprake is van ernstige ambtelijke corruptie.

Op 20 juli weet De Telegraaf al te melden dat Ait-Taleb is geschorst. De krant schrijft dat ‘de burgemeester blind vaart op haar kennis’.

Vanaf 31 juli wordt het salaris van Ait-Taleb ingehouden, op 31 augustus gevolgd door een formeel strafontslag. Op 14 september verschijnt de doodzieke Van der Laan voor het laatst in de gemeenteraad, ondersteund door zijn woordvoerder Bas Bruijn. Voorzichtig wordt hij door enkele raadsleden aan de tand gevoeld hoe het komt dat zijn afdeling Radicalisering volledig

in elkaar is geklapt. “Ik zat in discussies op het punt dat ik me afvroeg: wordt de islam hier niet te veel weggepoetst?” zegt hij. “Dat heb ik te lang laten gebeuren.” En: “Ik ben 25 jaar advocaat ­geweest. Als ik iemand voor strafontslag aandraag, heb ik daar redenen voor.”

Dubai

Ait-Taleb vecht haar strafontslag aan. Gedesillusioneerd laat ze in juni 2019 de bestuursrechter weten dat ze zich jarenlang drie slagen in de rondte heeft gewerkt voor de gemeenschap en nu als dank op straat wordt gezet. Ze vraagt zich af: wat heb ik fout gedaan?

Dat kan de rechter haar bijna twee jaar na haar ontslag haarfijn uitleggen. Er was niet alleen de gezamenlijke vakantie in Turkije, maar ook een feestje dat zij en J. samen bezochten. Er is een foto waarop ze elkaar op de mond kussen en er zijn foto’s van een vakantie in Dubai in de zomer van 2016. Op één ervan is te zien dat J. samen met zijn omstreden broer Jamal en Ait-Taleb poseert voor de uiterst luxueuze Cavalli Club.

Er zijn ook mails en appberichten, waarin Ait-Taleb schrijft dat zij al die jaren de steun en toeverlaat van J. is geweest, dat zij ­verder moet met haar leven en dat haar leven ­eigenlijk altijd om zijn welzijn draaide. “Deze verstrengeling geeft geen blijk van een professionele distantie,” stelt de bestuursrechter droogjes vast.

Of er wel of niet sprake was van een liefdesrelatie doet er helemaal niet toe. “Het gaat erom dat een ambtenaar die medeverantwoordelijk is voor het verstrekken van opdrachten voor grote bedragen en voor een lange periode, zichzelf niet in een positie manoeuvreert waarin twijfel kan ontstaan of zij nog zakelijk en zuiver over die opdrachten oordeelt.”

Kortom: hier is jarenlang een ambtenaar aan het werk geweest die haar integriteitskompas niet helemaal scherp had staan. Blijft de vraag: was sprake van kwade opzet? Hebben Ait-Taleb en J. de gemeente misbruikt om samen geld te ­verdienen aan werkzaamheden die nooit zijn verricht? Dat is in elk geval de verdenking waarvoor ze donderdag voor de strafrechter moeten verschijnen.

Gezichtsverlies

In het onderzoeksrapport van de recherche is te zien hoe de financiële huishouding van beiden grondig overhoop is gehaald, met speciale ­belangstelling voor geldbedragen die J. heeft overgemaakt naar familieleden, waaronder zijn broer Jamal. Maar van de oorspronkelijke beschuldiging dat ze de boel voor drie ton hebben opgelicht, zijn na drie jaar onderzoek nog maar drie facturen over van elk 18.000 euro. Ze zijn van de laatste maanden van 2016, toen het werk voor de grijze campagne op volle toeren draaide.

Voor de rechter-commissaris verklaarde Kenning dat het ‘wel duidelijk’ is dat J. veel werk heeft verricht. “Ik heb deze campagne in twintig andere landen gedaan. In deze landen werden creatieve bureaus ingeschakeld en zij kostten dan minimaal vijf keer zoveel. Saïd heeft alle werkzaamheden alleen moeten doen.”

Waarom zet Justitie dan toch met alle kracht door? Wil men gezichtsverlies voorkomen? Alsnog het gelijk van Van der Laan bewijzen? De hoofdrolspelers zijn in elk geval vrijwel allemaal verdwenen. Van der Laan is overleden, IJzelen­doorn en Scheerder zijn vertrokken. Kenning heeft zijn advieswerk voor de gemeente na de deceptie met de grijze campagne gestaakt. Dadi is overgeplaatst naar de afdeling Sport en Bas Bruijn is tegenwoordig manager voor de ­gemeente op de Zuidas.

Ondertussen zitten Ait-Taleb en J. thuis. Ze durven zich nauwelijks meer te vertonen in hun oude buurt en zijn nog altijd niet in staat te werken. Volgens vrienden en bekenden zijn ze geen schim meer van zichzelf.

Dit artikel is tot stand gekomen op basis van ver­horen voor de rechter-commissaris en verslagen van Bureau Integriteit en de recherche. Daarnaast zijn vertrouwelijke gesprekken gevoerd met twaalf betrokkenen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden