Plus Achtergrond

Het zou dit keer weleens menens kunnen zijn bij Tata Steel

Beeld EPA

Tata Steel is de levensader van gemeenten als Heemskerk en Beverwijk. Door de aangekondigde ontslagen bij het bedrijf dreigt de regio haar identiteit te verliezen. ‘Velsen zonder Tata, dat kan gewoon niet.’

’Dat hebben ze wel vaker gezegd,’ dacht Anneke Hartenhof (69) vorige maand toen Tata Steel meldde dat een flinke reorganisatie op komst is. Meestal valt het uiteindelijk mee. Toch bekroop haar het gevoel dat het nu wél menens is. De ontslagronde is in IJmuiden het gesprek van de dag, zegt ze in de winkelstraat van de stad, van oudsher een vissersdorp. “Het is een ramp. Er werken hele families bij Tata, die straks misschien op straat staan.”

Het nieuws komt hard aan in IJmuiden in de gemeente Velsen, waar een groot deel van de 11.000 Tatamedewerkers woont. Al weken horen ze geruchten over de massale ontslagronde, die hun boven het hoofd hangt. Tijdens een bijeenkomst in Cardiff vorige week bevestigde Tata Steel dat het zeker 3000 medewerkers in de Europese staalproductiefabrieken de laan uit stuurt, waarvan 1600 in Nederland. Vooral kantoorpersoneel moet vrezen voor zijn toekomst bij het bedrijf.

Het woord Tata ligt nu gevoelig. Enkele dorpelingen lopen haastig door, anderen willen er weinig over kwijt. “Iedereen hier heeft wel familie of vrienden die bij Tata werken,” zegt Jurgen Kalkhoff (75) met een bedrukt gezicht. Zelf werkte hij decennia in de fabriek, evenals zijn vader.

Kalkhoff maakt zich zorgen om zijn oud-collega’s, die hij nog geregeld ziet in de supermarkt of het café. “We vrezen vooral dat de fabriek helemaal sluit. Zoveel ontslagen kan een bedrijf niet overleven. En de mensen hier zijn afhankelijk van het geld van Tata. Daar leven we van. Velsen zonder Tata, dat kan gewoon niet.”

Innovatief

De burgemeester van Velsen, Frank Dales, vergelijkt het belang van Tata Steel met wat de mijnen ooit voor Limburg waren. Mensen in deze regio ontlenen hun identiteit aan de staalproductie, zegt Dales. “Het is hier een beetje Rotterdams: niet lullen maar poetsen. Helemaal gaan voor je vak.”

In de fabriek produceren de hoogovens jaarlijks meer dan zeven miljoen ton staal. Dat wordt voor van alles gebruikt: de productie van auto’s, koelkasten, fornuizen en blikjes. Het is de trots en de levensader van de gemeenten Velsen, Beverwijk en Heemskerk – de regio IJmond.

Feesten kunnen ze in IJmond ook goed, zag Dales vorig jaar tijdens de viering van het honderdjarig bestaan van Tata Steel. Bijzonder was dat het dansfeest, de lichtshow en het vuurwerk allemaal door het eigen personeel werden georganiseerd. Dales ontdekte het Tatabloed dat door de aderen van de werknemers stroomt.

Het maakt het massaontslag nu extra wrang, zegt hij. “Tata is juist heel innovatief en vooruitstrevend in de staalindustrie. Het nieuws komt als een donderslag bij heldere hemel.”

Om te redden wat er te redden valt houden ­gemeentelijke en provinciale politici de komende tijd nauw contact met de leiding van Tata, zegt Dales. Hij wil nog niet denken aan hulp voor de honderden aankomende werklozen in zijn gemeente. Daarvoor is het nog te vroeg en te onduidelijk. “Natuurlijk begrijpen we dat bedrijven ook moeten overleven en daar horen nou eenmaal ontslagen bij, maar zo drastisch en op zo’n korte termijn, dat vinden we allemaal niet te geloven.”

Vader Bert, rechts, en zoon Jim Zonneveld, links. Beeld Patrick Post

‘Zijn wij er nog over dertig, veertig jaar?’

Vader en zoon Zonneveld zijn trotse medewerkers van Tata Steel. Ze vrezen voor de toekomst van het bedrijf.

Bert Zonneveld (57) staat letterlijk op met Tata Steel. Als hij ’s ochtends wakker wordt en uit zijn raam kijkt, ziet hij een van de hoogovens van de staalfabrikant. Alleen is het niet een echte, maar een replica, in de vorm van een tekening die de complete schutting in zijn achtertuin versiert.

“Die heeft mijn nicht ooit voor me gemaakt,” zegt Zonneveld lachend. “Het symboliseert de dagelijkse rit naar mijn werk. Je ziet een fietspad langs Wijk aan Zee, tot je aankomt bij de poort van Tata,” wijst hij vanachter het raam in zijn woonkamer naar de metersbrede beschildering.

Al bijna veertig jaar werkt hij bij het bedrijf, in allerlei functies, het liefst zo dicht mogelijk bij de grote ovens op het terrein van de staalproducent. Zonneveld was onder meer al staal­smelter, bedieningsman van de installaties en roostermaker van de ploegendiensten. Een manusje van alles, die veel voor zijn collega’s organiseert, zegt hij.

Zo regelde Zonneveld jarenlang een zaalvoetbaltoernooi voor de fabrieksarbeiders. Van tenues tot een flinke borrel achteraf. “Allemaal op kosten van de zaak, voor wel 10.000 euro per jaar,” zegt Zonneveld. “Tata Steel is heel goed voor zijn personeel.”

De laatste jaren is hij secretaris van de ondernemingsraad. “Als ik zie wat mijn vader heeft bereikt, dat maakt me trots. Dat heeft hij allemaal te danken aan Tata,” zegt Jim Zonneveld (31), de zoon van Bert, aan de keukentafel bij vader thuis in een hoekwoning in Castricum.

Overleven

Zelf werkt Jim ook bij Tata Steel, in januari vier jaar. Momenteel draait hij mee in de storingsdienst van de hoogovens. Vader en zoon zijn opvallend positief over hun werkgever. Dat het bedrijf flink in het personeels­bestand gaat snijden doet daar niets aan af.

“Maar begrijp me goed, voor de mensen is het verschrikkelijk,” benadrukt Bert. “Dan denk ik ook aan Jim en zijn twee dochters.”

Het machinewerk is zijn lust en zijn leven, maar Jim twijfelt aan de houdbaarheid. “Mijn vader en ik overleven de ontslagronde denk ik wel. Maar de vraag is of Tata in IJmuiden wel toekomstbestendig is. Zijn wij er nog over dertig of veertig jaar? Dat vraag ik me vaak af,” zegt Jim rustig, in zijn ouderlijk huis.

De aanstaande ontslagronde van zestienhonderd medewerkers houdt de gemoederen in Castricum en omstreken bezig, merkt hij. Zijn vader, maar ook zijn oom, neef, schoonvader, zwager en vrienden werken bij het bedrijf. “Altijd als we elkaar zien, gaat het ook over Tata. Maar de laatste tijd helemaal,” zegt Jim.

‘Sluit de tent maar’

Iedere maandag zit Jim in de schoolbanken in een opleidingscentrum van Tata. Daar ontwikkelt hij zich verder tot werktuigbouwkundige. “De leraar begint niet met het huiswerk, maar met het laatste nieuws. Hij vraagt wat we van de ontslagen vinden en dan begint iedereen te brullen. Sommigen vinden dat het kantoorpersoneel moet vertrekken, anderen begrijpen er helemaal niets van,” zegt Jim.

Vader Bert behoort tot die laatste categorie. Tata investeert momenteel honderden miljoenen euro’s in bijvoorbeeld nieuwe installatietechnieken voor de hoogovens in het dorp aan de Noordzee. “Dan gooi je er toch niet zoveel medewerkers uit? Dan kun je misschien beter zeggen: sluit de tent maar,” zegt Bert, terwijl hij een slok thee neemt.

Maar dat Tata iets moet doen, begrijpen de medewerkers, zegt Bert. De tanende Duitse auto-industrie en problemen met belangrijke grondstoffen in Brazilië waren het afgelopen jaar fnuikend voor de Europese staalmarkt. En dan is er nog de concurrentie uit China, waar staalfabrieken juist groeien. “Wij zien ook dat we afhankelijk zijn en dat het soms tegenzit. Dan ben je aan de beurt,” constateert hij droogjes. “Maar zo groot als dit ken ik ook niet.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden