PlusAchtergrond

Het ziekenhuis zal na corona nooit meer hetzelfde zijn

Zo’n 5 tot 10 procent van ­alle zorg is bewezen niet-zinnig, ongeveer 40 procent is bewezen zinnig.Beeld Van Santen & Bolleurs

De gewone ziekenhuiszorg komt weer op gang, maar het ziekenhuis zal nooit meer hetzelfde zijn. Veel consulten zullen digitaal worden en niet alle behandelingen zijn meer vanzelfsprekend. 

Een van de nieuwste snufjes in de ziekenhuiszorg is de slimme pleister. Plak ’m op en hij meet de hartslag en ademhalingsfrequentie van de patiënt en slaat die automatisch op. Het scheelt de verpleegkundige een bak administratie, maar toch lag die slimme pleister al een tijdje in de spreekwoordelijke lade bij het OLVG te wachten op toestemming en wat handtekeningen.

Maar toen kwam Covid-19. Het ziekenhuis moest zich klaarstomen voor een hausse aan ­coronapatiënten. Een covidpatiënt moet minimaal drie keer per dag door de verpleegkundige worden gecontroleerd. Dat kost tijd – 15 minuten per sessie – én schaarse beschermingsmiddelen als mondkapjes. De vernuftige pleister werd dus onmiddellijk uit de lade getrokken, opgeplakt en was al vrij snel onmisbaar.

“Druk maakt alles vloeibaar,” zegt intensivist en voorzitter van de medische staf, Ilse van Stijn. Het OLVG stampte in amper tien dagen tijd een ‘screening unit’ uit de grond, lanceerde binnen een week een app waarop mensen met klachten kunnen checken of ze het virus dragen én voerde die pleister in. “In crisistijd hebben we gezegd: dit helpt. Waar zitten de risico’s? Kunnen we die borgen? Ja! Nou dan gaan we het gewoon doen.”

En wat blijkt? Het ziekenhuis draait gewoon door, ook zonder uitputtend besluitvormingsproces.

Inmiddels zitten de ziekenhuizen in een heel andere fase. Op de ic’s en de verpleegafdelingen liggen nagenoeg geen covidpatiënten meer. De ‘gewone’ zorg is weer op gang gekomen en moet verder worden opgetakeld, maar de corona­crisis heeft de knop voor altijd omgezet. Uw ­ziekenhuis zal nooit meer hetzelfde zijn.

Digitale consulten

“Als het digitaal kan, doen we het digitaal. We hebben echt niet de ambitie om de wacht­kamers weer zo vol te krijgen als ze ooit waren,” zegt Van Stijn. Patiënten kunnen online hun medische vragenlijst invullen en 600 COPD-­patiënten worden nu op afstand gemonitord. Ook werd voor Covid ongeveer 5 procent van de afspraken in de polikliniek met (beeld)bellen gedaan, nu is dat 66 procent. “Dit willen we graag vasthouden, met behoud van kwaliteit.”

Veel keuze heeft het OLVG daarin overigens niet, want door de 1,5 metermaatregel kan simpelweg niet elke patiënt meer naar het ziekenhuis komen. Nog maar 30 tot 40 procent van de patiënten kan op de poli verschijnen.

De omslag is niet uniek voor het OLVG. In ­Amsterdam UMC werd het digitale consult er in drie dagen doorheen gejast. Het voorstel lag al jaren te wachten. In andere Nederlandse ziekenhuizen is het niet anders.

Hoe je schaarse middelen in de zorg beter kunt inzetten, dat is de specialiteit van Sjoerd Repping. Als voorzitter van het landelijke programma Zorgevaluatie en Gepast Gebruik (ZE&GG) probeert hij de medisch specialistische zorg zinniger te maken.

Rughernia

Zinnige zorg, daarvan is de toegevoegde waarde voor de patiënt wetenschappelijk aangetoond, zegt Repping. “We noemen dat liever ‘gepast gebruik’: welke zorg is voor welke patiënt op welk moment gepast? Dat is geen zwart-wit verhaal. Behandelingen werken vaak voor een beperkt deel van de patiënten, zeker niet voor alle ­patiënten.”

Er is ook niet-zinnige zorg: daarvan is aangetoond dat die zorg geen toegevoegde waarde heeft voor de patiënt. Een lagerughernia in een vroeg stadium opereren leidt bijvoorbeeld niet tot minder klachten. Zo’n 5 tot 10 procent van ­alle zorg is bewezen niet-zinnig, ongeveer 40 procent is bewezen zinnig. Van de helft is de toegevoegde waarde nooit goed onderzocht.

Met die kennis en de door corona veroorzaakte beperkte zorgcapaciteit moeten zorgverleners kiezen welke patiënten ze hoe gaan behandelen. Of dat tot schade voor de volksgezondheid leidt, zal pas over jaren blijken.

Repping denkt dat de schade zal meevallen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld verontruste ­cardiologen verwacht hij geen hausse aan extra doden onder de niet-coronapatiënten. Tijdens de coronacrisis ging de zorg voor verkeersslachtoffers of acute hartinfarcten gewoon door. Artsen maakten scherpe keuzes tussen wat meteen moest en wat kon wachten. Ook is lucht geschapen in het systeem: niet vier controles na een hartoperatie, maar twee teleconsulten, bijvoorbeeld.

Overbodige scans

Niet alleen artsen, ook patiënten moeten de nieuwe werkwijze accepteren. De vier controle­scans bij een vrouw die is hersteld van borstkanker hebben misschien geen toegevoegde medische waarde, maar het geruststellende effect dan? Repping denkt dat de patiënten meebewegen als je goed uitlegt waarom iets niet helpt en extra belastend is. “Wat je zag toen de reguliere zorg stillag, was dat mensen zelfred­zamer werden. Als er geen enkele barrière is, komen ze voor bijna alles naar de dokter of zelfs het ziekenhuis. Maar ineens werd men strenger voor zichzelf. Veel dingen gaan immers gelukkig vanzelf over.”

Ook de zorgverzekeraars zijn cruciaal bij de transitie, vindt Repping. Zij betalen ziekenhuizen voor geplande behandelingen, maar tijdens de coronapiek kwamen die te vervallen, terwijl de ongeplande coronazorg erbij kwam. Als zorgverzekeraars hun betaling aan ziekenhuizen niet aanpassen, gaat een aantal failliet. Maar die financiële herijking is ook een goed moment om bijvoorbeeld overbodige scans of jarenlange herhaalbezoeken te schrappen.

Ook de Amsterdamse huisarts Bart Meijman, initiatiefnemer van de beweging Optimale zorg – Dappere dokters, ziet een belangrijke taak voor de zorgverzekeraars, want: “Als het ­financieel helemaal geen voordeel zou opleveren, dan denk ik dat er veel eerder kritischer naar gekeken was.”

Volgens Meijman is het een ‘ingesleten reflex’ van ziekenhuizen: kom maar terug. “Patiënten vinden dat ook prettig, want die hebben het gevoel: ik word gecontroleerd. Maar er moet wel zorgvuldig naar gekeken worden: Welke controles zijn zinvol en welke niet?”

Bovendien is de patiënt lang niet altijd beter af in het ziekenhuis, zegt Meijman. “Onnodig spreekuurbezoek is niet ongevaarlijk.” Als je door de huisarts te snel of naar het verkeerde specialisme wordt doorgestuurd, dreigt demolen van scans en onderzoeken. “Voor je het weet, heb je een scan met een verdacht plekje, waarvan later blijkt dat het niks voorstelt, maar waar je wel veel stress van hebt.”

Knobbeltjes en verdachte plekjes

Veel medische klachten gaan vanzelf over, ­benadrukt ook Meijman. “Iets wat wij als huisartsen heel veel in de praktijk zien. Natuurlijk zijn er patiënten die in coronatijd geen medische hulp hebben ingeroepen, terwijl dat beter voor ze zou zijn geweest. Dan denk ik aan mensen met knobbeltjes en verdachte plekjes of symptomen van hart- en vaatziekten. Maar er is ook een grote groep van wie je kan zeggen: misschien heeft de crisis hen ook wat bespaard. Misschien had je, als je wél naar de dokter was gegaan, een diagnose opgeplakt gekregen die je vooral veel onrust had bezorgd.”

Ondertussen maken ze in de Nederlandse ziekenhuizen misschien wel de grootste puzzel ooit. Er was al een lange wachtlijst voor ingrepen bij de meeste specialismen, maar die is in coronatijd opgelopen tot wat in de zorg al onheilspellend ‘het stuwmeer’ heet. Binnen die wachtlijsten moet per specialisme gekeken worden welke patiënt voorrang heeft.

Midden in die enorme transformatie houdt Van Stijn een nieuw verworven motto voor ogen: als je iets nieuws invoert, hoeft het niet meteen perfect te zijn. “Beter goed beginnen, bijsturen en eindigen in perfectie, dan zo lang nadenken hoe je iets perfect kan invoeren, dat je het nooit gaat doen. Dat is een van de belangrijkste lessen die ik in coronatijd heb geleerd.”

‘Soms is fysieke afspraak beter’

Een persoonlijke afspraak, face to face, met de specialist, zorgt voor een belangrijke bijvangst: geruststelling van de patiënt. Nu in ziekenhuizen poliklinisch (beeld)bellen de norm wordt, gaat dat ten koste van een groep patiënten die in onzekerheid blijft, vreest directeur Dianda Veldman van Patiëntenfederatie Nederland.

“Er zijn heus veel patiënten die het fijn vinden om te bellen met de dokter. Het scheelt reistijd en je hoeft niet in de wachtkamer te zitten. Maar er is ook een groep patiënten die juist dat persoonlijke contact wil. Die haalt geruststelling uit zo’n bezoek aan de specialist. Zeker patiënten met een ernstige ziekte moeten hun dokter kunnen blijven zien, ook als ze niet komen voor een ingreep of een controle.” Ook kan Veldman zich voorstellen dat artsen bepaalde patiënten graag fysiek willen ontvangen, bijvoorbeeld wanneer de patiënt onvoldoende discipline of intellectuele vermogens heeft om de boodschap snel op te vol­gen of te begrijpen.

Volgens Veldman is het belangrijk om de zinnigezorgdiscussie nu te voeren, omdat de zorg in de ziekenhuizen na de eerste coronapiek, nu op­nieuw wordt opgestart. “Daar valt ook echt winst te halen.” Ze juicht initiatieven, zoals bijvoorbeeld het monitoren van patiënten op afstand, toe, maar merkt daarbij op dat de initiatieven nog in de kinderschoenen staan. “Het is op veel fronten een uitdaging, ook op het gebied van de bescherming van privacy.”

De Patiëntenfederatie publiceerde vorige week een onderzoek onder 7000 mensen, waaruit bleek dat 20 procent van de patiënten nog steeds een bezoek aan de huisarts uitstelt omdat ze niet durven of omdat ze de dokter niet willen lastigvallen. 60 procent van de mensen die wacht op een afspraak in het ziekenhuis, wacht daar al langer dan anderhalve maand op. Een derde van hen maakt zich grote zorgen over hun gezondheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden