PlusTuingriezels

Het lieveheersbeestje: deze nuttige rover kan wel stinken

De lockdown bracht een hoop groene vingers in beweging en daar profiteren ook insecten van. Pak niet meteen de vliegenmepper, sommige beestjes zijn juist een waardevolle toevoeging aan het leven in de tuin of op het balkon.

Beeld Floor Rieder

Dat het aantal stippen iets zegt over de leeftijd van het lieveheersbeestje is een fabel, zegt Anne Krediet van de Nederlandse Entomolo­gische Vereniging en promotieonderzoeker aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. “Het aantal stippen is namelijk afhankelijk van de soort.”

Er zijn bijvoorbeeld soorten met altijd twee of altijd zeven stippen. Aan dat karakteristieke aantal hebben deze soorten ook hun naam te danken: het tweestippelige lieveheersbeestje (Adalia bipunctata) en het zevenstippige lieveheersbeestje (Cocinella septempunctata). Volgens het Instituut voor natuureducatie en duurzaamheid (IVN) zijn er wereldwijd rond de vijfduizend soorten lieveheersbeestjes. Daar zitten ook soorten bij die een ­variabel aantal zwarte markeringen op het schild hebben. Krediet: “Variabel betekent hier niet dat het aantal continu verandert, maar dat ze een willekeurig aantal stippen hebben.”

Het idyllische insect met zijn aaibare imago wordt gerekend tot de kevers. De Coccinellidae, zoals de wetenschappelijke naam van de soort luidt, jaagt op larven, schimmels en bladluizen. Lieveheersbeestjes worden niet voor niets steeds vaker ingezet in de tuinbouw, legt Bastiaan Meerburg, directeur van de Stichting Kennis- en Adviescentrum Dier­plagen in Wageningen uit. “Het zijn biologische bestrijders van plaaginsecten, zoals bladluizen, die blad- en bloemknoppen aanvreten, wat tot een mislukte oogst kan leiden omdat de getroffen plant geen zaad meer kan produceren.”

Lichtgeel schild

Lieveheersbeestjes zijn daarom ook in de tuin of op het balkon van waarde bij de bestrijding van luizen, die net als andere plaaginsecten sappen uit ­bladeren zuigen om zich mee te voeden. Hoe meer en langer zij daar de kans voor krijgen, hoe zwakker de planten worden en hoe meer de gezondheid van al het groen achteruitgaat. En het oog wil natuurlijk ook wat. Die kaalvraat is geen fraai gezicht.

Net als bij andere insecten gebeurt er nogal wat voordat lieveheersbeestjes hun definitieve uiterlijk krijgen. Krediet: “Ze doorlopen vier ­levensstadia nadat volwassen lieveheersbeestjes hebben gepaard en de eitjes zijn gelegd.”

Uit de eitjes komen in het voorjaar larven die zich vooral voeden met bladluizen. Als de larven vier keer zijn verveld en ze zich vol hebben gegeten, krullen ze zich op tot bolletjes en hechten ze zich aan een ondergrond. Daar blijven ze tot hun huid barst en het volgende stadium aanbreekt: de pop. Daaruit komt na ongeveer een week een kevertje tevoorschijn met een lichtgeel schild dat binnen enkele uren van kleur verandert. Het lieveheersbeestje is dan klaar om zelf te paren.

Stinkende lokstoffen

Aan het eind van het seizoen zoeken lieveheersbeestjes een warme plek om te overwinteren. “Dat doen ze soms bij mensen thuis,” zegt Meerburg. “In het najaar clusteren ze samen. Soms zitten er wel 250 beesten in een groep.” Meerburg benadrukt dat deze keversoort geen schade aanbrengt aan huizen. “Ze tasten geen materiaal aan en vreten niet aan houtwerk. Wat ze wel doen is feromonen afscheiden.”

Een feromoon is een natuurlijke lokstof die door onder andere insecten wordt geproduceerd om hun territorium af te baken. Wie als kind – of als volwassene – weleens een lieveheersbeestjes over zijn hand heeft laten lopen, kan zich wellicht de donkergele vloeistof herinneren die het beest achterliet. Meerburg: “Als je in de lente grote hoeveel­heden bij je thuis vindt, kun je ervan uit gaan dat ze de winter bij jou hebben doorgebracht. Het kan geen kwaad, maar ik kan ook begrijpen dat mensen in huis niet zitten te wachten op 250 kevers en hun feromonen.”

Een diervriendelijke manier om ze te verdrijven is er volgens de kenners eigenlijk niet. In een potje stoppen en buitenzetten is in de winterperiode funest voor de dieren. Opzuigen met de stofzuiger doet de beestjes ook geen goed.

Volgens Meerburg wordt vaak gevraagd hoe lieveheersbeestjes naar de tuin of het balkon gelokt kunnen worden. Brandnetels kunnen daarbij helpen, al is ook biodiversiteit van belang. “Als je verschillende planten in je tuin of op je balkon hebt, voelen verschillende beesten zich er thuis en kunnen de soorten elkaar in balans houden.”

Inheemse soorten­

Wie er niet op kan wachten tot de bladluis­bestrijder uit zichzelf verschijnt, kan online larven van de lieveheersbeestjes kopen. Honderd stuks gaan voor zo’n 20 euro over de digitale toonbank.

Zowel Meerburg als Krediet ziet het liefst dat mensen dan inheemse soorten kopen. Twintig jaar geleden ging het namelijk mis toen er een exotische soort uit Zuidoost-Azië werd geïmporteerd: het veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje (Harmonia axyridis). Aanvankelijk werd gedacht dat deze exoot de Hollandse winter niet zou overleven, zodat de populatie vanzelf beheersbaar zou blijven, maar dat liep anders.

Het tropische kevertje bleek wintervast en toonde zijn ware aard al snel. “Ze zijn vrij agressief en dominant,” zegt Meerburg.

Behalve bladluis lust deze variant ook planten die hij juist zou moeten beschermen én verdrijft hij inheemse soortgenoten. “Het is daarom een win-winsituatie om voor een kever uit eigen land te kiezen.”

Slijmerige veelvraat

Behalve bladluizen en schimmels kunnen ook slakken schade aanbrengen aan planten. Zogeheten slakkenvraat kan funest zijn voor een moestuin. Lieveheersbeestjes, hoe nuttig ook, kunnen daar weinig aan doen.

Wat wel helpt is een zo schoon mogelijke ondergrond. Haal daarom plantenresten en ander bladafval zo snel mogelijk weg. Zo moeten de dieren meer moeite doen om aan hun eten te komen. Een schone tuin is doorgaans minder aantrekkelijk dan een locatie waar alles voor het oprapen ligt. Door het schoonhouden van de bodem wordt ook het aantal schuilplaatsen voor de dieren verminderd. Losse blaadjes op een vochtige plaats zijn voor slakken namelijk een ideale plek om te nestelen.

En ook hier geldt weer: biodiversiteit zorgt dat alles in balans blijft. Spinnen, egels, merels, kikkers, loopkevers en kraaien zijn allemaal slakken­eters. Een gevarieerde tuin met een gevarieerd aanbod trekt ook deze beesten aan. Je kunt ook een handje helpen door bijvoorbeeld nestkastjes op te hangen waardoor vogels, de natuurlijke vijanden van slakken, naar de tuin worden gelokt.

En als laatste tip: regelmatig schoffelen helpt tegen slakken. Op droge grond kunnen deze weekdieren zich immers minder goed verplaatsen. Daarnaast wordt met schoffelen ook onkruid bestreden, wat ook voer is voor slakken. Dat de tuin er daardoor extra strak bij ligt, is mooi mee­genomen.

Zomerserie

In deze reeks kijken we naar veelvoor­komende beest­jes in tuin of op balkon en waar zij goed voor zijn.

1. Wilde bij
2. Lieveheersbeestje
3.Mier
4. Spin
5.Regenworm
6.Libel

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden