Plus Analyse

Het geld laten rollen, dat lukt het kabinet nog niet zo goed

Het kabinet zal dinsdag, op Prinsjesdag, weer een lading plannen onthullen en investeringen toezeggen. Geld uitgeven is voor de overheid echter niet zo makkelijk.

Premier Rutte en de ministers Hoekstra en Ollongren tijdens het Verantwoor­dingsdebat in juni. Beeld Remko de Waal/ANP

Het zijn van die berichten die ons rond Prinsjesdag om de oren vliegen: het kabinet trekt extra geld uit voor van alles en nog wat. Aan ambitie is in Den Haag zelden gebrek. Wat minder aan de grote klok wordt gehangen, is dat lang niet al die beloofde extra euro’s werkelijk worden uitgegeven. Niet omdat het kabinet niet wíl, maar omdat het domweg niet lukt.

Voor dit fenomeen gebruikt het Binnenhof bewoordingen die alle met een ‘o’ beginnen: onderbesteding, onderschrijding of onderuitputting.

Bij zijn aantreden ontvouwde dit kabinet een ambitieuze investeringsagenda: in 2018 zou bijna 5 miljard euro extra worden gespendeerd, oplopend tot 14,5 miljard in 2021. Het extra geld was bedoeld voor ‘voorzieningen die van ons allemaal zijn’. “Daarom investeren we in defensie, politie, zorg en onderwijs,” beloofden VVD, CDA, D66 en ChristenUnie in het regeerakkoord. In mei kwam de Algemene Rekenkamer echter met ontnuchterende cijfers. Van de 5 miljard aan extra investeringen uit het eerste regeringsjaar bleek liefst 1 miljard op de plank te liggen.

Behalve dat het ‘ontbrak aan zichtbare resul­taten’ kwam het geld ‘moeilijk aan het rollen’, luidde het oordeel van Rekenkamerpresident Arno Visser. Tekenend: bij het ministerie van Defensie bleef aan het eind van het jaar meer geld over dan er aan het begin was bijgekomen.

Economische meewind

De economische meewind is zowel een zegen als een vloek. Het belastinggeld klotst weliswaar tegen de plinten – vorig jaar 6 miljard euro meer dan was verwacht – maar de economische voorspoed leidt ook tot een krappe arbeidsmarkt. Die omstandigheid wreekt zich: het blijkt bijvoorbeeld heel lastig om extra agenten de straat op te sturen als de gehele BV Nederland om personeel verlegen zit. Sterker nog, de Rekenkamer waarschuwt dat het de vraag is of het benodigde extra personeel überhaupt zal worden gevonden. Nu al is er een schrijnend tekort aan bijvoorbeeld leraren, agenten en verpleegkundigen.

Het geld dat het kabinet niet weet uit te geven, gaat niet per se rechtstreeks naar aflossing van de staatsschuld. Sommige ministeries, zoals Defensie en Infrastructuur en Waterstaat, kunnen budgetten doorschuiven naar latere jaren. Het kost immers tijd om onderzeeboten aan te schaffen of een nieuwe weg aan te leggen.

Daarnaast mogen ministeries maximaal 1 procent van het budget meenemen naar het volgende jaar. Deze regel is ingevoerd om te voorkomen dat ministeries tegen het eind van het jaar het geld nog even snel ‘opmaken’ om te voorkomen dat zij het jaar erop met minder moeten doen.

€2.500.000.000

Het Centraal Planbureau gaat ervan uit dat 2,5 miljard euro van de door het kabinet toegezegde ‘intensiveringen’ niet wordt uitgegeven. 

Desondanks blijft minister van Financiën Wopke Hoekstra goed boeren. In zijn eerste volle begrotingsjaar hield hij 11,4 miljard euro over. Het begrotingsoverschot in 2018 kwam daardoor met 1,5 procent fors hoger uit dan de 0,5 procent waarop in zijn begroting was gerekend.

Hoekstra ontkent dat hij het stiekem wel best vindt dat zijn collega’s het geld niet weten op te krijgen. De CDA’er wijst op de krappe arbeidsmarkt. Ook stelt hij steevast dat er altijd aanlooptijd nodig is om investeringsplannen ten uitvoer te brengen en dat veel van het niet bestede geld gewoon beschikbaar blijft. Tegelijkertijd zei hij begin dit jaar in NRC: “Het geld hóéft niet op. En de staatsschuld moet óók verder omlaag.”

Die uitspraken wekken wrevel bij de oppositie. Zo meent PvdA-Kamerlid Henk Nijboer dat Hoekstra zich ten onrechte verschuilt achter het feit dat het momenteel lastig is personeel te vinden. “Als je hogere lonen betaalt, komen er meer mensen voor je werken,” zegt Nijboer.

“Leraren wachten echter nog steeds op een nieuwe cao. Dat is nu op te lossen, maar deze minister stort het geld dat blijft liggen liever af in de staatsschuld. Met de nadruk op zuinig zijn en buffers bouwen gedraagt Hoekstra zich als de Colijn van de 21ste eeuw.”

Beloofde investeringen

Het is de vraag of de beloofde investeringen later alsnog ingehaald zullen worden. Nijboer heeft er een hard hoofd in. Hij heeft uitgerekend dat bijvoorbeeld Defensie dit jaar 19 procent meer moet uitgeven dan in 2018. Onmogelijk, denkt de PvdA’er.

Ook het Centraal Planbureau (CPB) is sceptisch over het vermogen van de overheid om extra investeringen te doen. Tot chagrijn van het kabinet gaat de rekenmeester ervan uit dat dit jaar 2,5 miljard euro van de zogeheten ‘intensiveringen’ in de portemonnee van Hoekstra blijft. Voor 2020 houdt het planbureau het op

1 miljard euro die ‘niet gerealiseerd’ zal worden. De onderbesteding kent een prijs: de Nederlandse economie wordt door die achterblijvende uitgaven minder gestimuleerd ‘dan bij het regeerakkoord werd verondersteld’, stelt het CPB. Concreter: als het kabinet de 2,5 miljard euro dit jaar tegen de verwachting in tóch weet weg te zetten, valt het groeicijfer in 2019 0,3 procentpunt hoger uit, aldus het CPB. Nu de economie afkoelt en de angst voor een recessie de kop opsteekt, is er dus des te meer reden voor het kabinet om te proberen die beloofde miljarden alsnog uit te geven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden