Sigrun Scheve: ‘Nederlanders hebben eerder de neiging om racisme buiten zichzelf te plaatsen: de racist is de ander.’

Plus Achtergrond

Heeft Nederland een blinde vlek voor racisme?

Sigrun Scheve: ‘Nederlanders hebben eerder de neiging om racisme buiten zichzelf te plaatsen: de racist is de ander.’ Beeld Suzanne Ranzijn

Het moeizame zwartepietendebat roept de vraag op: hebben wij een onrealistisch zelfbeeld? ‘Nederlanders zien zichzelf als verdraagzaam en tolerant. Dat maakt het gesprek over racisme ingewikkeld.’

Het was een relletje in de marge van het racismedebat. Het ging de afgelopen weken in alle hevigheid over Zwarte Piet, het ging over spreekkoren op de voetbaltribunes, maar er was dus ook nog iets met Marga Bult. Iets wat feitelijk vrij onbeduidend was, maar tegelijkertijd exemplarisch voor de stand van het debat over racisme in Nederland.

Toen Bult zondagavond in het televisie­programma Café Hendriks & Genee gevraagd werd wie het Songfestival moest presenteren, antwoordde ze dat wat haar betreft Humberto Tan een prima kandidaat was. “Ook om het kleurtje,” voegde ze daaraan toe, “omdat we het net nog over Zwarte Piet hadden.” Lomp en ongelukkig, op z’n minst, maar de online scheldkanonnades die Bult te verduren kreeg, stonden qua heftigheid nauwelijks in verhouding tot haar opmerking. Ze was, kort samengevat, een gore racist, zo werd haar door honderden briesende twitteraars te verstaan gegeven.

Akkefietje met BN’er

Haar reactie was zoals die zo vaak klinkt als iemand wordt aangesproken op racistische uitspraken: “Je kunt tegenwoordig echt niets meer zeggen. Ik ben absoluut niet racistisch!” verklaarde Bult. Later voegde ze daar op Twitter nog aan toe: ‘Ik ben GEEN racist.’

Ziehier het grote racismedebat, teruggebracht tot een akkefietje met een BN’er. Enerzijds is er het snoeiharde oordeel dat iedereen ten deel valt die zich ook maar enigszins politiek incorrect uitlaat. Onlangs nam Barack Obama stelling tegen de tendens om elkaar voortdurend de maat te nemen. “Ik kan tweeten over hoe jij iets verkeerd deed of het verkeerde woord gebruikt en dan zelfgenoegzaam achteroverleunen: ‘Zag je hoe ‘woke’ ik was, ik wees je terecht!’ Maar dat is geen activisme, dat heeft niks te maken met het bewerkstelligen van verandering.”

Anderzijds is er de cirkelredenering van Bult, die de discussie ook direct op slot zet: wat ik zei was niet racistisch, want ik ben geen racist. Nu denkt ook niemand dat Bult (trigger warning, hier volgt een hyperbool!) met een witte puntmuts op in haar achtertuin kruizen in de fik steekt, maar mensen die niet racist zijn, kunnen wel degelijk opmerkingen maken die in meer of mindere zin racistisch zijn.

In de spiegel kijken

Dat onderscheid tussen racisten en racistische gedragingen is belangrijk, vindt Sigrun Scheve, die bij antidiscriminatiebureau Radar werkt. “Racisme is een structureel machtsmechanisme, een systeem waarin bepaalde groepen in de maatschappij minder kansen hebben. Ik vind het lastig om een persoon of een uitspraak te isoleren en te zeggen: hij of zij is een racist, of die uitspraak is racistisch. Daarmee ga je voorbij aan de grote problemen die voortvloeien uit de racistische elementen die in ons systeem zitten, zoals discriminatie op de arbeidsmarkt en op de woningmarkt. Om een systeem te veranderen zijn veel grotere inspanningen nodig dan op persoonlijk niveau elkaar aanvallen.”

Publicist Stephan Sanders vindt het riskant om te snel de racismekaart te trekken. Hij waarschuwt voor uitholling van het begrip. “De beschuldiging van racisme is zwaar geschut. Als iemand tegen mij zegt: ‘Goh, wat spreek jij goed Nederlands,’ is dat eerder microagressie dan racisme. Door alles onder racisme te scharen, verwatert het begrip. Dat is gevaarlijk, want er is niets micro’s aan racisme. Ik zou graag terug willen naar de definitie die weergeeft wat racisme is: discriminatie op basis van ras.”

Scheve, die 22 jaar geleden vanuit Duitsland naar Nederland kwam, vindt dat Nederlanders een onrealistisch zelfbeeld hebben, dat hen belemmert om kritisch naar zichzelf te kijken. Een blinde vlek voor het eigen racisme. “Nederlanders zien zichzelf graag als verdraagzaam en tolerant. Dat maakt een open gesprek over racisme ingewikkeld.”

De reactie van Bult (‘Ik ben geen racist’) is die van veel Nederlanders als ze worden aangesproken op racisme. In Duitsland is dat anders, weet Scheve. “Daar gaan de alarmbellen veel eerder af. Door het verleden zijn Duitsers zich veel meer bewust dat mensen racistisch kunnen zijn, inclusief zijzelf. Na de Tweede Oorlog werden de Duitsers gedwongen om in de spiegel te kijken, maar voor Nederland kwam het kwaad van buitenaf. Nederlanders hebben eerder de neiging om racisme buiten zichzelf te plaatsen: de racist is de ander.”

Zelfonderzoek is nodig, maar dat vereist een lange adem. Het heeft decennia geduurd voor Nederlanders er klaar voor waren om te erkennen dat veel landgenoten zich in de Tweede ­Wereldoorlog minder heroïsch hadden gedragen dan werd aangenomen. En een brede discussie over het slavernijverleden is eigenlijk nu pas op gang aan het komen.

Toch ziet Sanders een langzame kentering. “Blanke Nederlanders hebben heel lang gedacht dat zij geen kleur hadden. Dat ze als neutrale toeschouwers buiten de discussie over huidskleur stonden. Dat is, met name in de Randstad, aan het veranderen.” Hij gebruikt altijd het woord blank, licht hij desgevraagd toe. “Zoals andere mensen nu wit zeggen.”

Superioriteitsgevoel

Historicus Tayfun Balçık ziet parallellen tussen de Nederlandse en de Turkse reflex als racisme ter sprake wordt gebracht. “Beide landen waren ooit imperialistische grootmachten. Dat superioriteitsgevoel zit er nog steeds in.”

Balçık is programmacoördinator van de Armeens-Koerdisch-Turkse werkgroep bij The Hague Peace Projects, een dialoogproject dat erop gericht is om spanningen tussen deze groepen te verminderen. “In Turkije krijgen Armenen of Koerden die kritisch zijn vaak te horen dat ze maar moeten ‘opdonderen als het ze niet bevalt’. Precies wat de burgemeester van Rotterdam, Ahmed Aboutaleb, zei.”

Racisme speelt overal, maar hoe daarmee wordt omgegaan, verschilt per land, ziet ook Scheve. “In de Verenigde Staten is de Burger­oorlog en de Civil Rights Movement heel bepalend geweest. Daar worden zaken veel eerder racis­tisch genoemd. Dat Amerikaanse discours is overgewaaid naar Groot-Brittannië. Maar in Frankrijk is de blinde vlek ten aanzien van racisme groter. Daar redeneren ze vanuit het principe van ‘égalité’. Er is hier geen racisme, maakt de Fransman zich op die manier wijs.”

Kim Kardashian

Volgens Balçık worden mensen, zonder dat ze dat beseffen, in een racistische traditie geboren. Tegelijkertijd is de beschuldiging van racisme een heel heftige. “De antiracismebeweging moet rekening houden met de verschillende vertrekpunten van mensen. Niet iedereen die van Zwarte Piet houdt, is een racist. Ik snap dat als zij als zodanig worden aangesproken, dit hard aan kan komen.”

Sanders twijfelde lang over de effectiviteit van de slogan ‘Zwarte Piet is racisme’. “Ik vond die altijd wat ongelukkig gekozen. De figuur Zwarte Piet is een stereotypering, een aanstootgevende karikatuur, maar na wat vorig weekend gebeurde bij FC Den Bosch, waarbij een speler met een donkere huidskleur voor Zwarte Piet werd uitgescholden, valt de koppeling met racisme niet meer te ontkennen.”

In datzelfde weekend was het realityster Kim Kardashian die het debat in een versnelling bracht. Ze tweette dat ze Zwarte Piet ‘disturbing’ vond, en kreeg vanuit Nederland, naast bijval, dezelfde reacties als VN-gezant Tendayi Achiume en rapper Waka Flocka Flame toen zij de traditie bekritiseerden: waar bemoei je je mee?

Geen sterke respons, vindt Sanders. “Je kunt je afvragen of Kim Kardashian het morele baken bij uitstek is, maar ze legt de vinger wel op de ­zere plek. Niet voor niets zijn op Schiphol en in de Bijenkorf al jaren geen Zwarte Pieten meer te zien. Daar begrijpen ze prima dat daar in het buitenland vreemd naar gekeken wordt.”

Sanders ziet het historisch bewustzijn over slavernij en het koloniale verleden van Nederland toenemen. “De antiracismebeweging zou haar zegeningen moeten tellen. In de polemiek dreigt weleens verloren te gaan dat de welwillendheid bij veel blanke Nederlanders groot is. Het helpt dan niet om alleen maar te zeggen: wij zijn de slachtoffers, jullie hebben white privilege, dus los het maar op. Je moet mensen de mogelijkheid geven om tot een vergelijk te komen.”

Witte overgevoeligheid

Betekent dit dat – vanwege dat wat activisten white fragility (witte overgevoeligheid) noemen – het racistische beestje niet meer bij zijn naam genoemd mag worden? Absoluut niet, zegt Scheve. “Racisme begint in het klein, met vooroordelen. Het is belangrijk dat we het gesprek blijven voeren, ook over andere onderdrukte groepen in de samenleving. Maar het is belangrijk om onderscheid te maken tussen racisme op structureel en op persoonlijk niveau.”

Terug naar Marga Bultgate. Terwijl die op Twitter dagenlang bezig was om bij hoog en bij laag te ontkennen dat ze een racist was, reageerde ook Humberto Tan op het mediarelletje. ‘Ik zie en voel het ongemakkelijke pijnpunt in haar uitspraak, maar ik zie ook dat Marga het niet verkeerd bedoeld heeft. (...) Hard tegenover elkaar blijven staan is het makkelijkst, maar daar schieten we helemaal niks mee op,’ schreef hij op Facebook. ‘Laten we rekening met elkaar houden omdat woorden pijn kunnen doen en laten we elkaar duidelijk maken wélke woorden pijn doen. Maar laten we ook onze goede bedoelingen niet uit het oog verliezen, zelfs als ze rottig verwoord worden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden