Achtergrond

Hard rijden blijft gemakkelijk, wie beheerst zich dan?

De verlaging van de maximumsnelheid riep woedende reacties op. Waarom is 130 per uur rijden zo belangrijk voor een groep mensen? ‘Langzamer rijden met een auto die steenhard kan, over wegen die gemaakt zijn voor gas geven, vergt enorm veel zelfbeheersing.’

In Assen worden nieuwe verkeersborden voor de maximale snelheid 100 km per uur beplakt. Door op de helft van de snelwegen de maximumsnelheid te beperken tot 100 kilometer per uur wordt de stikstofuitstoot beperkt. Beeld ANP/Vincent Jannink

Besta je eigenlijk nog wel als je als sportieve rijder al moet stoppen met het gaspedaal dieper indrukken als de teller pas net de 100 aantikt? Erwin Wijman, zelfverklaard autosocioloog en schrijver van een aantal autoboeken, heeft de heftige reacties af­gelopen week op het terugbrengen van de maximumsnelheid van 130 naar 100 kilometer per uur met bijzondere interesse gevolgd. “Er wordt een deel van autorijdend Nederland iets afgepakt. Een grondrecht wordt geschonden, dat gevoel krijg je.”

Grote woorden werden niet geschuwd toen de kabinetsplannen gedurende de week uitlekten. Een beknotting van vrijheden, was de meest gehoorde kritiek. Verworven rechten werden aangetast. Er was sprake van symboolpolitiek. Teleurgestelde doorrijders deden zelfs een oproep om, na de boeren en de bouwers, richting ­Malieveld te gaan.

Zelfdiscipline

Waar hebben we het nu helemaal over? Dertig kilometer minder per uur. De reistijd heeft er naar alle waarschijnlijkheid niet of nauwelijks onder te lijden. De stikstofdepositie, waar het allemaal om te doen is, zakt op veel plekken tot afgesproken waarden. De verkeersveiligheid is ­erbij gebaat.

Maar rationele argumenten hebben niet zoveel zin, zegt verkeerspsycholoog Gerard Tertoolen. “Het gaat niet om waarheden. Met gebrek aan zelfdiscipline, met wilskracht heeft dit niet veel te maken. Een groep mensen ziet simpelweg niet de noodzaak. Ze zien een auto die soms wel 200 kilometer per uur kan zonder dat het onveilig wordt. Ze zien ook wegen die gemaakt lijken te zijn om heel hard te rijden. En die stikstof zien ze niet.”

En, zegt Tertoolen: als je niet langzamer wil rijden, dan is er in dit geval meer dan voldoende munitie. Want in Duitsland mag onbeperkt gassen wel. Want er zijn mensen die zeggen dat het helemaal niet erg is om hard te rijden. Want de auto is maar verantwoordelijk voor een relatief klein deel van het stikstofprobleem.”

Transporthoogleraar Bert van Wee van de Technische Universiteit Delft kent alle argumenten. “Niet iedereen is overigens tegen de verlaging van de maximumsnelheid. En het is waar: vaak wordt naar Duitsland ­verwezen. Maar hard rijden mag ­zeker niet overal in Duitsland. Sterker: dat mag daar op steeds minder plekken.”

Waar komt die drang om hard te rijden vandaan? Van Wee kent de verklaring voor Duitsland. “Tijdens de Koude Oorlog voelden de West-Duitsers de hete adem uit het oosten in hun nek. Freie Fahrt für freie Bürger, klonk het toen. Ze zetten zich daarmee af tegen de DDR, waar iedereen in een keurslijf zat.”

Doekje voor het bloeden

Het Duitse wagenpark telt veel grote auto’s, zegt Wijman. “Een beetje van dat gevoel dat hard rijden een burgerrecht is, zit ook in Nederlanders met een dikke auto. Zij zien 130 per uur als het redelijke alternatief, ze denken erover na en zien in dat die snelheid de max is, niet dat truttige 100. Het is hun doekje voor het bloeden, ze mogen al zo weinig.”

Langzamer rijden vergt zelfbeheersing, zegt autosocioloog Wijman. “Een moderne auto kan veel harder rijden, zonder dat het onprettig wordt. Je ziet heel soms nog een oude Renault 4 of een Eend rijden: dat gaat zó langzaam. Maar die kan gewoon niet harder, dan wordt het doodeng.”

Ook liggen er uitdagingen voor Rijkswaterstaat, zegt Wijman. “Dat Nederlandse asfalt is zo comfortabel. Veel bochten in snelwegen zijn zo uitgedokterd dat je nauwelijks meer waarneembaar hoeft te sturen. Het gaat allemaal vanzelf. De inrichting van wegen nodigt uit tot hard rijden. Kijk eens op de A2 tussen Amsterdam en Utrecht buiten de spits. Voor provinciale wegen geldt dat je daar maatregelen kan nemen: bij wegversmallingen gaan mensen automatisch langzamer rijden.”

Tertoolen heeft een hard hoofd in de snelheidsbeperking. “Nu is 100 per uur rijden hinderlijk, maar je kunt je vasthouden aan de gedachte dat er verderop weer een stuk komt waar je lekker 130 kan, dan mag je het gas weer indrukken. Dit staat of valt met handhaving, met de pakkans. Maar zoveel snelheidscontroles zijn niet te realiseren. Dat is een veeg ­teken: wij zijn als mensen een meester in het kijken naar anderen. Als zij zich niet aan de snelheidsbeperkingen houden, waarom zouden wij dat dan wel doen?”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden