Grote veiligheidsproblemen met vliegtuigen die aan de grond zijn blijven staan

De Onderzoeksraad voor Veiligheid slaat alarm over de veiligheid van vliegtuigen die in coronatijd aan de grond hebben gestaan. Al twee keer hebben fouten bij het weer vliegklaar maken van toestellen geleid tot grote problemen, eind april nog met een toestel van TUI fly bij Schiphol.

null Beeld ANP
Beeld ANP

Tijdens de laatste vliegverboden hebben maatschappijen hun toestellen massaal op vliegvelden geparkeerd. Zo bracht KLM een aantal Boeings 737 over naar Groningen Airport Eelde. Dat gebeurde tijdens de eerste vlieglockdown vorig jaar ook. Toen werden op Schiphol zelfs toestellen op de Aalsmeerbaan geparkeerd.

Nu blijkt dat bij het weer in de lucht brengen van vliegtuigen grote fouten worden gemaakt die tot een ramp hadden kunnen leiden. In een geval ging het om een vliegtuig van Transavia op 24 april van dit jaar na de start vanaf Rotterdam Airport, in het andere om een toestel van TUIfly op 3 oktober 2020 bij Schiphol. Beide gevallen betreffen volgens de Raad ‘ernstige incidenten’.

Bij één toestel bleek de afdekking van de buisjes voor de hoogtemeter op de neus van het toestel niet te zijn verwijderd. Die afdekking wordt normaliter aangebracht als een toestel enige tijd aan de grond staat om te voorkomen dat er troep of insecten inkomen die de werking verstoren van een van de cruciale systemen die hoogte en snelheid meet.

Hoogtemeter

Bij het andere toestel waren leidingen, die bij het parkeren waren afgekoppeld, bij het weer vliegklaar maken van het toestel niet goed vastgemaakt. De fouten bleken pas toen de vliegtuigen in de lucht waren; de bemanning kan aan de grond niet zien of het werkt of niet.

In beide gevallen kregen de vliegers na de start onjuiste informatie over de vlieghoogte en snelheid en kregen de captain en co-piloot verschillende gegevens te zien. In het verleden hebben vergelijkbare fouten in andere omstandigheden geleid tot luchtrampen. Zowel het toestel van Transavia als dat van TUIfly moest direct terugkeren naar de luchthaven. Dat lukte doordat het weer goed was en de piloten op zicht konden terugvliegen. Bij slecht weer of in het donker was die situatie anders geweest.

Zowel fabrikant Boeing als de Europese Luchtvaartautoriteit Easa heeft de afgelopen maanden gewaarschuwd dat bij het weer vliegklaar maken van toestellen de juiste handelingen moeten worden uitgevoerd, naar aanleiding van een eerder vergelijkbaar incident met een Boeing 777.

Volgens minister Cora van Nieuwenhuizen (Luchtvaart) heeft ook luchtvaartinspectie ILT de maatschappijen eerder gewezen op Europese richtlijnen over het herstarten van vliegtuigen die lang aan de grond hebben gestaan. “ILT heeft de risico’s die deze situatie met zich meebrengt erkend en nadrukkelijk aandacht voor gevraagd in haar toezicht op de onderhoudsbedrijven en luchtvaartmaatschappijen,” schrijft de minister aan de Kamer.

Nogmaals controleren

De Onderzoeksraad maakt zich nu zorgen dat zulke fouten ondanks al die waarschuwingen meer voorkomen nu luchtvaartmaatschappijen vrijwel alle toestellen weer hebben ‘uitgepakt’. “Vanwege de te verwachte toename van het aantal vluchten door versoepelingen van coronamaatregelen in binnen- en buitenland, worden de komende maanden veel vliegtuigen weer vliegklaar gemaakt. Dit zal leiden tot een toenemend aantal niet standaard onderhoudsactiviteiten.”

Daarom waarschuwt de Raad donderdagavond – nog voordat het onderzoek naar beide incidenten is afgerond – luchtvaartmaatschappijen en onderhoudsbedrijven nogmaals toestellen te controleren die de afgelopen maanden aan de grond hebben gestaan. Normaliter wordt tijdens de onderzoeksperiode geen mededeling gedaan.

De ‘dwingende aanbeveling’ geldt in ieder geval Nederlandse maatschappijen KLM, Transavia, TUIfly en Corendon Dutch Airlines. “We zijn direct na het incident een eigen onderzoek gestart,” zegt een woordvoerder van Transavia, “en er zijn maatregelen genomen om dit te voorkomen. De processen zijn aangepast en bij alle toestellen die langdurig geparkeerd hebben gestaan is een extra inspectie uitgevoerd. We bestuderen daarnaast de aanbevelingen van de OVV.”

Verstopt

Verstopte hoogte- en snelheidsmeters hebben in het verleden tot vliegrampen geleid. In 1996 storten twee vliegtuigen neer omdat de zogeheten pitotbuisjes, die de luchtdruk meten voor een van de systemen die hoogte en snelheid meten, nog waren afgedekt.

In februari van dat jaar stortte een toestel van de Duitse vakantievlieger Birgenair met 189 inzittenden in zee bij de Dominicaanse republiek. De vliegers raakten in het donker de controle over het toestel kwijt omdat de veiligheidssystemen conflicterende verkeerde informatie gaven.

Het toestel had 25 dagen aan de grond gestaan waarna een nest wespen zich in de hoogtemeter hadden genesteld. In oktober 1996 kwamen zeventig inzittend om toen een toestel van Aeroperu na de start in zee stortte. Na een wasbeurt was vergeten de afdekking van de hoogtemeterbuisjes weg te halen.

Waarschijnlijk hebben verstopte hoogtemeters ook de luchtramp met een Airbus van Air France in 2009 veroorzaakt. Dat toestel verdween boven de Atlantische Oceaan nadat de hoogtemeters zouden zijn dichtgevroren, mogelijk na ene verkeerde ontijsbeurt.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden