Genezen coronapatiënt blijft kort immuun, aldus Engelse studie

Antistoffen verdwijnen heel snel uit het bloed, aldus de Engelse studie. Beeld ANP

Het onschadelijk maken van het corona­virus is een lastiger klus dan gedacht. Antistoffen die ex-patiënten tegen een nieuwe infectie beschermen, lijken snel hun kracht te verliezen.

Wie het coronavirus heeft gehad, raakt de aangemaakte neutraliserende antistoffen zo snel kwijt dat de bescherming tegen een nieuwe corona­besmetting slechts enkele maanden duurt. Het gevolg is dat een mogelijk vaccin met antistoffen – dat er nog niet is – dan jaarlijks of vaker moet worden toegediend. Dit blijkt uit een Engelse studie, die nog niet in een wetenschappelijk tijdschrift is verschenen. Andere wetenschappers moeten er nog op reageren.

Uitschakelen

Het onderzoek volgde 90 mensen die het coronavirus opliepen. Vooral mensen die ernstig ziek werden, maakten grote hoeveelheden neutraliserende antistoffen aan, die het virus bij een nieuwe infectie direct uitschakelen. Wie voldoende antistoffen heeft, is immuun.

Die antistoffen verdwijnen echter heel snel uit het bloed, aldus de Engelse studie. Bij 83 procent van de ex-patiënten waren ze na drie maanden alweer weggezakt met een factor 23. Bij sommige ex-patiënten waren ze na drie maanden zelfs niet meer te vinden.

Die resultaten zouden heel slecht nieuws zijn voor ex-patiënten, omdat ze net zo kwetsbaar zijn als mensen die geen Covid-19 hebben gehad. Ook voor groepsimmuniteit en vaccin­ontwikkeling lijkt het een slecht teken. Een mogelijk vaccin moet dan herhaaldelijk – bijvoorbeeld halfjaarlijks – worden toegediend.

Viroloog Menno de Jong (Amsterdam UMC) nuanceert de bevindingen echter. “De studie toont weliswaar dat de hoeveelheid neutraliserende antilichamen snel daalt, maar we weten nog niet in hoeverre zich dit vertaalt in hernieuwde vatbaarheid voor het virus en het risico op een nieuwe infectie. We weten niet precies welke antilichamen in welke hoeveelheid her-infectie voorkomen.”

Zo toont de Engelse studie bijvoorbeeld dat andere virusspecifieke antilichamen (IgG) minder snel verdwijnen dan de neutraliserende antilichamen. “Het is onvoldoende bekend of deze IgG-antilichamen wellicht toch ook een rol spelen bij bescherming. Ik acht dat mogelijk.”

Gevaarlijke binnendringers

Het onderzoek heeft ook de zogenoemde T-cel-immuniteit buiten beschouwing gelaten: een geheugen van het immuunsysteem voor gevaarlijke binnendringers. Die respons voorkomt niet direct dat een covidpatiënt een tweede infectie oploopt, maar zorgt er mogelijk wel voor dat de ziekte milder verloopt. “T-cel-immuniteit is moeilijker te onderzoeken dan immuniteit op grond van neutraliserende antistoffen,” zegt Huub Savelkoul, immunoloog van de Universiteit Wageningen.

Ex-patiënten die een nieuwe infectie met bijvoorbeeld IgG’s of een T-celreactie bevechten, merken waarschijnlijk minder van die nieuwe coronabesmetting. “Dan is het een verkoudheid met een dagje koorts, en soms zelfs dat niet,” aldus De Jong.

De Jong – die in samenwerking met de GGD onderzoek doet naar immuniteit voor Covid-19 – denkt dat veel ex-covidpatiënten langer dan drie maanden beschermd zullen zijn ­tegen een tweede infectie, zeker na een ernstig ziekteverloop. “Ik verwacht dat die periode rond minimaal een jaar ligt. Dat is ook het geval bij andere coronavirussen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden