Plus75 jaar vrijheid

Geen vrij land zonder discussie over vrijheid

Verschillende opvattingen over vrijheid leiden vaak tot frictie. Denk alleen maar zwarte piet. De felle discussies die dat oplevert moeten we niet uit de weg gaan, ze zijn juist noodzakelijk.

Beeld Lizette Schaap

Toen Wondimu Gebre Woldeaarggiye (1993) in 2014 Nederland uit Ethiopië naar Nederland vluchtte, zag hij in zijn nieuwe land vooral groene weilanden en schone straten. “In het asielzoekerscentrum in Flevoland kwamen nieuwe landgenoten op bezoek. Ze vroegen hoe het ging, namen appeltaart mee, toonden interesse. Ik dacht meteen: dit is dus vrijheid. Dat je kan zeggen wat je wilt en dat anderen met jou bezig zijn.”

Gebre Woldeaarggiye woont inmiddels enkele jaren in Amsterdam. Hij slaagde vorige maand voor zijn inburgeringscursus en voelt zich ‘al best een Nederlander’, vooral als hij door de straten van Amsterdam en Eindhoven slentert, waar hij studeert. “Nederlanders zijn nuchter, hoor ik hier altijd maar weer. Die nuchterheid ervaar ik niet zo. Ik zie op straat en in cafés mensen die open en vrij zijn, altijd in voor een gesprek. Tijdens Koningsdag, 5 mei, carnaval en bij grote voetbalwedstrijden verandert dit land in één groot feest. Het mooie is: iedereen mag meedoen. Dat kende ik helemaal niet. In mijn moederland is vrijheid beperkt tot de etnische groep waar je uit voortkomt. Alles daarbuiten wekt argwaan op, of moet worden gezien als gevaar.”

Uit het recent gepubliceerde onderzoek De stand van vrijheid - Vrijheid in Nederland 75 jaar na de bevrijding van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) blijkt dat Nederlanders sinds 2008 het woord ‘vrijheid’ het meest gebruiken als antwoord op de vraag waar ze positief of blij over zijn. Directeur Kim Putters (1973): “Vrijheid behoort tot de kern van wat Nederlanders onder hun identiteit verstaan. Het is iets waar ze trots op zijn. Persoonlijke autonomie en mogelijkheden om zich te ontwikkelen, in een veilige omgeving die bestaanszekerheid en afwezigheid van terreur garandeert, liggen daar als ankerpunten achter.”

Gemene deler

Vrijheid geldt als grote gemene deler voor veel Nederlanders, ongeacht ze nou wel of niet bij elkaar op de koffie komen. Maar de invulling van dat begrip ‘vrijheid’ verschilt in soms tegengestelde richtingen. Putters: “Voor de één betekent ‘vrijheid’ dat je vrij bent om vast te houden aan bepaalde tradities, en voor de ander is ‘vrijheid’ juist de mogelijkheid daartegen te demonstreren.” Individuele vrijheid wordt belangrijk gevonden, en tegelijk ergeren veel Nederlanders zich aan onfatsoenlijk of respectloos gedrag. “Zij hechten aan de vrijheid van meningsuiting, maar stellen daar ook grenzen aan. Anderen zijn daarentegen van mening dat het niet scherp genoeg mag, omdat je ‘in dit land toch al niets meer mag zeggen’.”

Nederland is een welvarend en goed georganiseerd land. Die verworvenheden betekenen niet automatisch dat Nederlanders zich allemaal ‘vrij’ voelen, stelt Denker des Vaderlands Daan Roovers (1970). “In onze ervaring is vrijheid vanzelfsprekend geworden. Het gaat niet meer om het gevoel onderdrukt te worden of niet – wat filosofen negatieve vrijheid zijn gaan noemen –, maar veel meer om positieve vrijheid, oftewel de vrijheid jezelf te kunnen manifesteren en ontwikkelen.” 

Vrijheid is in 2020 voor de meeste mensen het gevoel heer en meester te kunnen zijn over het eigen leven. Roovers: “Dat klinkt als een luxe. Toch wordt deze vorm van vrijheid niet altijd zo ervaren. Vooral onder jongeren zien we een stijgend aantal burn out-klachten en geworstel met angsten. De vrijheid lijkt een zware opdracht geworden: alles kan, maar wat kan ik ermee?”

Met rust gelaten worden

Oorlog is een ervaring die vanzelfsprekend niemand wordt gegund. Het is alleen wel zo, zegt Roovers, dat de Tweede Wereldoorlog voor de generaties na 1945 lang als een contrapunt functioneerde – we voelden ons vrij omdat we ons land op de bezetter hadden terugveroverd. In de loop der jaren nam de kracht van dat contrast af. “We zijn op een punt dat de bezetting niet meer in de systemen van de Nederlanders zit. Dan blijkt: als de wrijving in een maatschappij minder hevig wordt, raken mensen stuurloos.”

In vrijheid zit de belofte opgesloten dat het beter zal worden. Maar vrijheid kan ook koud zijn. Toen Gebre Woldeaarggiye in het asielzoekerscentrum belandde, midden in de door hem bewonderde groene weilanden, moest hij maanden wachten voordat hij iets mocht ondernemen. “Ik had in Ethiopische gevangenissen een afgrijselijke tijd doorgemaakt – psychisch moest ik van die trauma’s herstellen. Alleen was hulp niet zomaar te krijgen. Ik sprak de taal niet, mocht nog niet werken, kende amper mensen. In die periode besefte ik dat alleen een vrije ruimte niet genoeg is om vrij te zijn. Wat betekent vrijheid als je geen middelen hebt om er gebruik van te maken?”

Daan Roovers legt tijdens lezingen haar publiek drie definities van vrijheid voor. De versie van premier Mark Rutte (vrijheid is kunnen kiezen wat je wil doen), één van haar zoon (vrijheid is met rust gelaten worden) en één van de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau (1712-1778). Hij ziet vrijheid als gehoorzamen aan een algemene wet die je jezelf hebt opgelegd – pas dan raakt de mens volgens Rousseau vrij van de willekeur. Roovers: “Ik laat na uitleg van deze definities iedereen kiezen welke de beste is. Je raadt het al… Rutte wint, soms ook de omschrijving van mijn zoon, maar nooit Rousseau. In deze tijd wordt zijn idee dat vrijheid bestaat uit het opvolgen van een algemene regel, ook al ben je het ermee eens, als betutteling gezien, als iemand de wet voorschrijven. Daar zijn we, als individuen die baas over hun eigen bestaan willen zijn, niet meer van gediend.”

Geen éénrichtingsverkeer

De essentie van vrijheid is dat vrijheid ook haar grenzen heeft. Die bepalen voor een belangrijk deel hoe we onze vrijheid ervaren, stelt Putters. “Bij grote kwesties ontstaat geregeld een spanning tussen mensen die zich verbonden voelen met Nederland op basis van symbolen en tradities, en mensen die juist binding met Nederland ervaren op basis van de burgerlijke vrijheden. Wat de één als vooruitgang ziet – denk aan de gelaagde discussie over zwarte Piet –, ziet de ander als een verlies, als een vrijheid die wordt afgenomen.”

Het is voor een vrij land noodzakelijk dat dergelijke discussies worden gevoerd. Putters: “Vrijheid is geen éénrichtingsverkeer. Wat jij als een verworvenheid beschouwt, zit een ander wellicht dwars. Daarover moet je in gesprek.” Zo gaan de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van religie niet altijd zonder fricties samen. “In ons land ligt dat zelfs nog wat gevoeliger, omdat religie los is komen te staan van het openbare leven.” Het recente rumoer over gebedsoproepen van moskeeën is daar een voorbeeld van. “Dergelijke kwesties zorgen voor tumult. Zo’n dialoog is juist goed. Dat hoort bij een open, vrije samenleving.”

“Nederlanders gaan altijd in discussie,” ondervindt Gebre Woldeaarggiye vrijwel dagelijks. Of het nou om geloof gaat, om voetbal of om politiek. “Ik was in het eerste jaar van mijn studie stomverbaasd dat studenten na een college de docent allerlei vragen stelden omdat ze de les niet hadden begrepen. In mijn moederland is dat ondenkbaar. Bij twijfel stel je geen vragen aan een docent, of aan je vader.” 

Het kostte de Ethiopische Nederlander zeker twee jaar om die schroom van zich af te gooien. “Ik durf nu ook op mijn docenten af te lopen en vragen te stellen over de lesstof. Net zoals ik in cafés nu met mensen in gesprek ga zonder dat ik me eerst afvraag aan welke kant ze staan en of ik wel mijn mening kan geven. Voor geboren Nederlanders is dat allemaal doodnormaal. Voor mij betekent die openheid een ongekend groot geluk.”

Ronald Ockhuysen is hoofdredacteur van Het Parool. Het dagblad begon op 25 juli 1940 als gestencilde, illegale verzetskrant.

Voor en na corona

Door de crisis rondom corona hebben Nederlanders geruime tijd een deel van hun vrijheid moeten afstaan. Heeft die beperking geleid tot een grotere waardering van vrijheid? Kim Putters zou persoonlijk niet snel een parallel trekken tussen de Tweede Wereldoorlog en het leed dat Covid-19 veroorzaakt. “Alleen al omdat oorlog het resultaat is van een gewetenloos opererend regime op basis van terreur en bezetting, terwijl een virus over een ongrijpbare kracht gaat. Daarbij is er een groot verschil tussen beperkte vrijheden hebben in een verder vrij land, of onderdrukt worden door een kwaadaardig en moordzuchtig regime.”

Niettemin hoopt Putters dat de coronacrisis het besef doet toenemen dat het niet gewoon is altijd maar te gaan en staan waar we willen. “Vrijheid is nooit af. We moeten ervoor blijven vechten. Zeker nu de generatie die de oorlog aan den lijve heeft meegemaakt ons langzaam ontvalt, en de oorlog daarmee niet langer een onderdeel van het communicatieve geheugen is, maar overgaat in het culturele geheugen.”

Voor mensen die zelf geen herinnering aan de Tweede Wereldoorlog hebben, is de betekenis van vrijheid vaak onomstreden. Putters: “Die vanzelfsprekendheid is verraderlijk, want vrijheid is geen gegeven. Het vergt continu onderhoud; je moet het niet alleen genieten maar er ook iets voor doen (of laten).”

De jaarlijkse viering van 4 en 5 mei is voor veel Nederlanders een belangrijk ijkpunt. Putters: “Uit onderzoek blijkt dat 4 en 5 mei voor verbondenheid zorgen, voor een gevoel dat we bij elkaar horen. In Nederland hebben we maar een paar van die momenten en die moeten we koesteren. Want het blijft een belangrijke vraag - dat was voor corona zo en dat zal ook zo blijven - hoe we in zo groot mogelijke vrijheid kunnen leven en tegelijk de waarde ervan blijven inzien.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden