Geen verdrag tekenen met Canada? ‘Ze hebben ons nota bene bevrijd!’

Het lot van het vrijhandelsverdrag tussen de Europese Unie en Canada ligt woensdag in handen van het Nederlandse parlement. Als het strandt, zal dat enorme gevolgen hebben voor toekomstige handelsverdragen.

Minister Sigrid Kaag voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingsamenwerking is verantwoordelijk voor Ceta.Beeld ANP

Minister-president Mark Rutte sloeg afgelopen maandag tijdens het coalitieoverleg met de vuist op tafel: we gaan als Nederland niet voor aap staan door het handelsverdrag met Canada te torpederen – de Canadezen zijn nota bene onze bevrijders, zou Rutte hebben geroepen.

Zijn boodschap was gericht aan de ChristenUnie. Die partij sputtert nog tegen. Kamerlid Joël Voordewind heeft ‘serieuze vragen’ over het handelsverdrag tussen de EU en Canada, bijvoorbeeld over het gevolg voor Nederlandse boeren. De drie andere coalitiepartijen twijfelen er geen moment over dat de ChristenUnie voor de bühne mort, maar uiteindelijk zal instemmen met het verdrag.

Zeven jaar

De belangen zijn groot. Zeven jaar werd er over Ceta – Comprehensive Economic and Trade Agreement – onderhandeld. In 2016 werd het verdrag door de EU en Canada ondertekend, een jaar later trad het al grotendeels in werking. Toen klonk er opvallend genoeg nauwelijks kritiek. Sterker: het werd gezien als lichtend voorbeeld voor alle toekomstige handelsovereenkomsten. “Tussen eind 2017 en nu is er duidelijk een andere wind gaan waaien,” zegt hoogleraar internationale economie Harry Garretsen. “Tegen globalisering en tegen vrijhandel.”

Hij koppelt de gewijzigde stemming aan de tegenstand tegen het Oekraïneverdrag, de weerstand tegen TTIP – het inmiddels opgeschorte handelsakkoord tussen de EU en de VS – het brexitreferendum in het Verenigd Koninkrijk en het daaruit voortkomende pleidooi voor een nexit. Maar ook de opkomst van de Amerikaanse president Donald Trump speelde mee. “Hij heeft een duidelijke anti-vrijhandelsagenda.”

In die nieuwe wind draaide ook de PvdA. Waren de sociaaldemocraten in het kabinet-Rutte II nog warm voorstander van Ceta – als minister onderhandelde partijkopstuk Lilianne Ploumen nog mee over het verdrag – nu hebben zij zich er tegen gekeerd. Daarmee staat parlementaire steun in de Eerste Kamer op losse schroeven. Minister voor Buitenlandse Handel Sigrid Kaag, nu verantwoordelijk voor Ceta, zal daar steun bij elkaar moeten sprokkelen.

Dat is geen gelopen race. Kaag neemt het op tegen een zeer actieve lobby van tegenstanders. Deze week nog stuurden zeventig organisaties uit de hele wereld een open brief naar het Nederlandse parlement. Zij waarschuwen vooral tegen de speciale rechtbank die in het leven wordt geroepen om onenigheid tussen bedrijven en overheden te beslechten. Stel dat Nederland een wet maakt die een Canadese multinational niet zint, dan kan zij via dit Investment Court System (ICS) een schadevergoeding afdwingen omdat het beleid de belangen van het bedrijf schaadt. Gewone burgers, belangenorganisaties en vakbonden hebben geen toegang tot deze rechter. Juist dat is tegen het zere been van de PvdA.

Klimaatwetgeving

De natuur- en mensenrechtenorganisaties vinden die bepaling onacceptabel. Zij zijn bang dat bijvoorbeeld democratisch tot stand gekomen klimaatwetgeving op die manier wordt doorkruist. Zij wijzen daarbij op ervaringen in het buitenland: Mexico kreeg al eens een rechtszaak aan de broek toen het besloot een suikertaks in te voeren. Ook werd Indonesië gedwongen een Amerikaanse bedrijf ontheffing te geven van bepaalde vereisten uit de eigen Mijnbouwwet.

Garretsen vindt de kritiek van de belangenorganisaties legitiem. “Waarom een instelling in het leven roepen die zich aan publieke controle onttrekt terwijl er al genoeg gerechtelijke instanties zijn waar bedrijven aan kunnen kloppen?,” vraagt hij zich af.

Tegelijkertijd vinden Nederlandse milieuclubs en vakbonden FNV en CNV dat Ceta door de tijd is ingehaald. “Wat begon als onderhandelingen over een ‘modern’ handelsverdrag, is geëindigd in een verdrag dat een oude, ongelijke en onduurzame economie versterkt,” schrijven zij in een brief die dinsdag naar de Kamer ging.

Ook boerenorganisaties roeren zich. Zij zeggen te maken te krijgen met oneerlijke concurrentie, omdat de Canadese standaarden voor dierwelzijn en voedselveiligheid lager zijn dan die in Europa.

Protectionisme

“De vraag is wanneer gerechtvaardigde bezorgdheid eindigt en protectionisme begint,” stelt hoogleraar Garretsen. “De kritiek komt immers uit de hoek die het meest te verliezen heeft omdat de concurrentie toeneemt, de agrarische sector. Maar bij handelsverdragen wordt gekeken naar wat er per saldo goed is voor de economie en niet naar individuele bedrijven. Dan worden handelsverdragen überhaupt lastig.”

Kaag benadrukte het dinsdag in een interview met NRC nog maar een keer: “Het perfecte verdrag bestaat niet.” Volgens Garretsen zijn er ‘genoeg landen’ waarvan op basis van dierwelzijn of hoe met werknemers wordt omgesprongen duidelijk is dat Nederland daar géén handelsverdrag mee moet sluiten. “Maar Canada lijkt zó op ons.”

Die vrees valt ook al te beluisteren bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Want als het met Canada, een vergelijkbaar land met vergelijkbare normen en waarden, al niet lukt, met welk land valt dan nog wél een akkoord te sluiten? Juist nu de EU zich opmaakt om binnen het jaar een handelsakkoord te sluiten met het Verenigd Koninkrijk is dat geen bemoedigende gedachte. Vooral omdat de Britse premier Boris Johnson duidelijk was: zijn gedroomde deal is Canada-style.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden