Geen extra onderzoek in ‘minder minder’-proces Wilders

Er komt geen extra onderzoek in de strafzaak tegen Geert Wilders rond zijn minder-Marokkanenuitspraken. Dat heeft het gerechtshof woensdagmorgen besloten. 4 september volgt de uitspraak, waarmee er na zes jaar een einde komt aan de zaak. De PVV-leider kreeg het laatste woord. 

PVV-leider Geert Wilders en advocaat Geert-Jan Knoops in het gerechtshof, waar het minder-Marokkanen-proces verder gaat Beeld ANP
PVV-leider Geert Wilders en advocaat Geert-Jan Knoops in het gerechtshof, waar het minder-Marokkanen-proces verder gaatBeeld ANP

De rechtbank oordeelde dat de stukken die Wilders graag in het dossier had willen hebben, niet nodig zijn voor het behandelen van de zaak. Alle verzoeken zijn daarom afgewezen. Het ging onder meer om ongelakte versies van documenten die al deels in het dossier waren opgenomen.

Wilders kreeg daarop het laatste woord, en gebruikte dat om opnieuw langdurig te benadrukken ‘hoe onwerkelijk’ het is om in de rechtszaal te staan. “In hetzelfde gebouw als waar de mocromaffia moest verschijnen. Maffiabazen en terroristen.’’ 

Hij vindt dat justitie zich de afgelopen jaren met ‘echte criminelen’ had moeten bezighouden. “Wat heb ik gedaan? Ik heb een vraag gesteld. Ik heb mijn vak als volksvertegenwoordiger uitgeoefend. Dit is een politiek proces over politieke uitspraken.’’

Wilders: “Als het moet geef ik mijn leven voor de vrijheid van dit land. Dit is mijn laatste woord. Maar ik zal nooit zwijgen.’’ Zijn laatste oproep aan het hof: “Laat u niet lenen voor een politiek proces.’’

Bemoeienis

Wilders meent dat er politieke bemoeienis is geweest bij zijn proces. Toenmalig minister Ivo Opstelten (Justitie) zou intern hebben aangedrongen op vervolging. E-mails zouden dat bewijzen. Hij vroeg al meermaals om nader onderzoek naar de kwestie. Wilders: “Het is een ware hetze geweest om aangifte tegen mij te doen. Alle pogingen om verder onderzoek te doen naar politieke bemoeienis is gestaakt. Terwijl we weten dat er bewijzen waren.’’

Het Openbaar Ministerie meent dat dit onzin is. Volgens de aanklagers is er ‘nooit, nooit, nooit’ druk gevoeld bij de officieren van justitie. Hooguit e-mailden ambtenaren van het ministerie met elkaar over hoe de strafzaak aangepakt zou moeten worden, maar die berichten bereikten de OM’ers niet, stellen zij.

“De verwijten die de verdediging aan het adres van het OM heeft gemaakt zijn zeer kwalijk. Het gaat om ongefundeerde en ernstige verwijten,” zei de advocaat-generaal afgelopen vrijdag nog. 

Minder

Wilders staat terecht voor uitspraken die hij in maart 2014 deed. Tijdens een verkiezingsbijeenkomst in maart van dat jaar stelde de politicus zijn publiek drie vragen: of ze meer of minder Europese Unie, Partij van de Arbeid en ten slotte Marokkanen wilden. Het publiek scandeerde steeds harder “Minder! Minder!” als antwoord.

Daarmee zette de PVV’er volgens het Openbaar Ministerie aan tot haat. In hoger beroep heeft het OM net als in eerste aanleg een geldboete van 5000 euro geëist. De rechtbank veroordeelde Wilders in 2016 voor groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie, maar legde geen straf op. Zowel het OM als de politicus ging in beroep.

Nu de rechters hebben besloten dat extra onderzoek niet nodig is, volgt op 4 september om 13.30 uur uitspraak van de rechter. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden