PlusAchtergrond

Geen corona meer: ‘Ik ben genezen, maar mensen zijn bang’

Binnen een uur kwam een zeer begaan telefoontje. 'Het spijt me, maar u heeft het zeer waarschijnlijk.'Beeld Ted Struwer

Waarschijnlijk corona gehad en genezen verklaard, dan blijven de mensen toch bang van je. Dat ondervond Parool-journalist Marjolijn de Cocq.

Ze deinst nog een extra meter achteruit, de overbuurvrouw, als ik haar op straat vertel dat ik ‘het’ heb gehad. Althans, nou ja, zeer waarschijnlijk. Het is een vaste reactie nu ik na drie weken thuisquarantaine weer op straat kom. “Hoe gaat het met jullie, iedereen nog een beetje gezond?” “Ha, ha, nou, gelukkig nu weer wel, maar ik ben wel ziek geweest.” Schrik.

Genezen ben ik, maar mensen zijn bang. Al is er volgens de deskundigen geen besmettings­gevaar meer. Want ja, wat weten de deskundigen? Toen ik me een maand geleden afvroeg hoe vies en dus gevaarlijk de beurtbalkjes en handvatten van mandjes en karretjes in de supermarkt waren, liet ik me ook nog geruststellen door de site van het RIVM: het virus was alleen ‘van mens op mens’ overdraagbaar.

En nu rijden we met gedesinfecteerde winkelkarren. Nu weten we dat anderhalve meter veel verder uit elkaar is dan die laffe metertjes die de meeste mensen op straat en in de winkels aanhouden. Nu schrikken we van iemand die hoest op straat. En nu vinden we mensen die corona hebben gehad – ook die van nou ja, zeer waarschijnlijk – eng.

Benauwde nachten

De tweede week van maart begon ik te niezen en te hoesten. Niet naar de redactie gaan was toen – met de kennis van nu ongelooflijk – nog geen overweging. Koorts had ik niet (althans, voor zover ik wist, want onze thermometer was stuk), ik voelde me goed genoeg, en de krant moest toch worden gemaakt. Maar die donderdag kantelde alles, met de eerste persconferentie van Mark Rutte.

Ik mocht dus echt niet meer naar de redactie. En ik werd echt ziek. Toen ik na benauwde nachten van hoesten en druk op de borst de huisarts belde, vond ik die een coronatest niet nodig. Ik was niet in risicogebied geweest, er was geen direct contact geweest van iemand met een coronadiagnose. Ik was wel op een groot feest geweest waar met veel drank weinig voorzichtigheid werd betracht – maar dat was ook geen overweging.

Overdag ging het wel; dan kon ik hoestend en proestend best achter mijn laptop om verhalen te schrijven. Of ik koorts had, wist ik niet zeker want geen thermometer en ook nergens meer te krijgen. De oververhitting in lijf en leden kon, hield ik me nog voor, evengoed de overgang zijn. Maar de nachten waren eindeloos en het voelde of ik de longen uit mijn lijf hoestte; mijn borst brandde, mijn longen deden pijn.

Pas toen eindelijk de online bestelde nieuwe thermometer arriveerde, kon ik me aanmelden bij de corona-app van het OLVG . Want ja, ik had koorts en flink ook. Vijf waarden moest ik aangeven: keelpijn ja/nee, neusverkoudheid ja/nee, hoesten 0-10, kortademigheid 0-10, temperatuur. ‘Als daar aanleiding voor is, neemt een zorgverlener binnen 24 uur contact met u op.’

Binnen een uur kwam een zeer begaan telefoontje. “Het spijt me, maar u heeft zeer waarschijnlijk corona.” Ook in de dagen die volgden, was het contact uiterst meelevend als de benauwdheid groter was of het hoesten verergerde. Geruststellende woorden ook: “U kunt nog in volzinnen antwoorden, dus wat ons betreft is er geen reden voor grote bezorgdheid.”

Was dat eerste applaus voor de zorgverleners op 17 maart me nog zo wezensvreemd geweest, nu had ik ze persoonlijk willen platknuffelen (maar dat mag natuurlijk niet, dus mensen van het OLVG: bij deze). En lang verhaal kort: het duurde en duurde, er kwam een terugval, maar ik werd beter. En genezen verklaard, als een van de ‘officieuze coronagevallen’ van het OLVG. Al mag ik me niet rijk rekenen met immuniteit, daarvoor is nog te veel onzeker.

Besmettingsgevaar

Drie weken alleen in een slaapkamer, gescheiden van het gezin, met aan de overkant van de straat van zeven tot drie dakdekkers en hun radio – daar word je geen leuker mens van. Dus even was ik opgetogen toen ik weer op straat mocht in onze vreemde nieuwe wereld. Mensen! Praatjes! Leven! Maar toen deinsde de overbuurvrouw terug. Zeiden mijn ouders dat ze niet willen dat ik langskom, want ze kunnen dat wel zeggen van geen besmettingsgevaar, maar…

In de supermarkt liep een caissière rakelings langs me heen. Ik wees haar op de anderhalve meter, rekenend op een ‘oeps, sorry’. Maar ik kreeg een laatdunkende blik en een snauw: “Ik heb heus geen corona, hoor.” Dat weet je niet, antwoordde ik, beduusd. Wat ik had moeten antwoorden, dan had ik zelf tenminste nog lol gehad van mijn huidige staat van coronaparia: “Maar ik wel!”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden