PlusAchtergrond

Gedragsverandering blijkt moeilijk: ‘Er is nu geen acuut gevaar, zoals tijdens de eerste golf’

Ook in het Rijksmuseum is het dragen van mondkapjes voorlopig verplicht als coronamaatregel.Beeld EPA

Als de besmettingscijfers niet dalen, dreigen striktere maatregelen. Gedragsverandering kan de virus-transmissie afremmen, maar blijkt moeilijk voor elkaar te krijgen. ‘Met een beroep op het gezonde verstand bereik je maar de helft van de bevolking.’

Nagenoeg iedereen hield anderhalve meter afstand, mensen wasten driftig hun handen en er waren nauwelijks drukke plaatsen om te mijden. Zo zag Nederland er in maart en april uit. Zo’n disciplinair coronagedrag wil de overheid opnieuw in het leven roepen, maar met goedbedoelde of dringende adviezen lukt dat maar moeizaam.

“Er is nu geen acuut gevaar, zoals tijdens de eerste golf,” zegt Frank Koerselman, emeritus-hoogleraar psychiatrie en psychotherapie. “We zien geen beelden van mensen op hun buik op de ic, we zien geen stapels grafkisten en er is gewoon plek in de ziekenhuizen. De angst ontbreekt. Angst is de belangrijkste motor van gedrag. Zonder angst is er geen urgentie om aan de coronamaatregelen te voldoen.”

Wat ook niet helpt, is dat over die urgentie wordt getwist, ook bij overheidsinstanties. Het Outbreak Management Team (OMT) adviseerde het kabinet maandag de groeifactor (het reproductiegetal) van het virus te laten slinken tot ten minste 0,9, maar lager was beter. Het kabinet vond 0,9 acceptabel en gaf bijpassende regionale adviezen over mondkapjes. Tot de Tweede Kamer woensdag ineens aanstuurde op een landelijk en ‘dringend advies’ voor mondkapjes. Toen bewoog premier Mark Rutte mee.

Het eindeloze, typisch Nederlandse gediscussieer en gepolder over coronamaatregelen zorgt ervoor dat burgers zich minder goed aan de regels houden, zegt Andreas Voss, hoogleraar infectiepreventie en lid van het Outbreak Management Team (OMT).

Voss, in Duitsland geboren en opgegroeid, zei dat Duitsers gezagsgetrouwer zijn. “Als er in een hotel een scherm van plexiglas voor de receptie staat en klanten moeten ook een mondkapje dragen, dan doet een Duitser dat gewoon. Een Nederlander zal zeggen: waarom moet ik met een mondkapje voor een glaswand gaan staan?”

Die permanente waaromvraag speelt ook in het maatschappelijke debat, aldus Voss. In Nederland mag iedereen daarbij aanschuiven. “Het zorgt ervoor dat mensen massaal argumenten hebben tegen álles. En dat ze zich altijd wel gesteund voelen door een van de partijen die aan tafel zitten in een talkshow, of een opiniemaker in de sociale media. Hier discussiëren we maar door.”

Contra-intuïtief

Dat het virus om zich heen grijpt, lijkt niet goed tot mensen door te dringen. Echt snappen hoe hard het virus groeit, is ook lastig, zegt Bert Slagter namens het RedTeam, kritisch volger van het overheidsbeleid. “Want het gaat om exponen­tiële groei, en dat voelt contra-intuïtief. We zijn gewend dat iets lineair groeit: 2-4-6-8-10. Maar een virusverspreiding groeit exponentieel: 2-4-8-16-32. Op enig moment wordt de enorme groei moeilijk te bevatten.”

Slagter is ict-ondernemer en expert in complexe systemen en beslissen in onzekerheid; dat laatste komt allemaal samen in de coronapandemie. Waar lokale overheden pas sinds half september maatregelen nemen om het reproductiegetal onder de 1 te brengen, hamert Slagter er al maanden op. Woensdag briefte hij Kamerleden over de virusgroei.

In Amsterdam is te lang gewacht met ingrijpen, vindt Slagter. Er is een grens waarbij je het zicht en de controle op het virus kwijtraakt, zegt hij, en die ligt bij zo’n 50 positieve tests per 100.000 mensen in 7 dagen. Als een Duitse regio die grens overschrijdt, neemt de lokale overheid meteen maatregelen. In Amsterdam werd die grens begin augustus al overschreden, maar er gebeurde niets, terwijl het aantal virusbesmettingen exponentieel groeide.

Hoe kleiner de virusuitbraak, hoe verfijnder de maatregelen, aldus Slagter. Hoe groter de uitbraak, hoe botter de bijl, met grote economische schade en stevige inperking van de vrijheden tot gevolg. “Dus iedereen heeft er belang bij het aantal besmettingen heel klein te houden,” zegt Slagter. Als iedereen dat inziet, zouden meer mensen zich aan de coronaregels houden.

Premier Rutte heeft betutteling zo veel mogelijk willen voorkomen. “We gaan in Nederland als volwassenen met elkaar om,” zei hij herhaaldelijk. “We hameren op eigen verantwoordelijkheid, we zijn geen kleine kinderen.”

Gezien de gestage groei van het aantal infecties werkt die benadering niet. “Met een beroep op het gezonde verstand bereik je de helft van de bevolking,” zegt psychiater Koerselman. “Voor die andere helft blijven persoonlijke behoeften en emoties leidend voor gedrag. Ook voor het coronagedrag. Die mensen krijg je dus niet mee.”

Coronagedrag

Hoogleraar gezondheidspsychologie Andrea Evers (Universiteit Leiden) erkent dat het een helse klus is om 17 miljoen Nederlanders nieuw gedrag aan te leren en vol te laten houden. “Coronagedrag is geen leuk gedrag. Afstand houden, feestjes mijden, je sociale leven inperken, dat wil bijna niemand.”

Bovendien ligt de beloning voor ‘goed coronagedrag’ vaak buiten de persoon zelf, zeker bij jongeren. Voor mensen die op dieet gaan, is die beloning persoonlijker, maar ook die gedragsverandering volhouden, blijkt moeilijk. Evers: “Van de tien die aan een dieet beginnen, haken er meer dan vijf voortijdig af.”

Evers kan echter ook een succesvoller perspectief schetsen: tandenpoetsen. “Dat is niet echt leuk en de beloning ligt jaren verder, maar bijna iedereen doet het. Omdat er al jarenlang aandacht voor is en kinderen het van hun ouders en vriendjes leren.”

Wat ook helpt bij het creëren van gedragsverandering: sociale waardering. Wie een bedankje krijgt omdat hij op 1,5 meter van een ander blijft, zal dat vaker doen. Ook geldt: hoe meer mensen het nieuwe coronagedrag vertonen – bijvoorbeeld een mondkapje dragen in de openbare binnenruimte – hoe groter de kans dat er een nieuwe norm ontstaat. Mensen zonder mondkapje vormen dan de uitzondering en worden erop aangekeken. Iets soortgelijks vond plaats bij roken. Hoewel nog ruim 20 procent van de volwassenen rookt, is dat niet meer de norm, zoals pakweg veertig jaar geleden.

Aandacht verslapt

Evers is lid van de wetenschappelijke adviesraad van de corona-gedragsunit van het RIVM. Die adviseert het kabinet over hoe je de inwoners van Nederland de gedragsregels kunt aanleren. 

Los van het feit dat het al zo goed als onmogelijk is álle Nederlanders tot nieuw gedrag aan te zetten, zijn er ook de nodige praktische uitdagingen, zegt Evers. Zo verslapte de aandacht voor de maatregelen door de zomerstop van het kabinet. “Als het belang non-stop was benadrukt, hadden zich er zeer waarschijnlijk nu meer mensen aan gehouden.”

De mondkapjesdiscussie droeg evenmin bij aan het overtuigen van ‘Nederland’. OMT-voorman Jaap van Dissel zag er geen medische voordelen in en was van mening dat de kapjes ‘schijnveiligheid’ bieden. Evers wijst op recent onderzoek dat aantoont dat mensen enkele gedragsregels juist iets beter naleven als ze anderen met mondkapjes zien; het is een ‘cue’ voor coronagedrag. “De mondkapjesdiscussie is medisch én gedragsmatig,” aldus Evers. “Je kunt beide argumenten eerlijk benoemen. Mensen snappen best dat het allebei waar kan zijn.”

Studie naar gratis mondkapjes voor minima

Het kabinet wil kijken hoe mensen met lage inkomens kunnen worden voorzien van gezichtsbescherming, bijvoorbeeld via voedselbanken. Dat staat in de uitwerking van het dringende advies rond het dragen van mondkapjes.

De uitwerking van het plan om minima tegemoet te komen met gratis mondmaskers ligt bij gemeenten en aangesloten partners, benadrukt het kabinet. De komende weken moet daarover meer duidelijk worden.

Tijdens het Kamerdebat van afgelopen woensdag kwam premier Rutte met een landelijk, dringend advies voor het dragen van mondkapjes in publieke binnenruimtes. Het gaat om alle mensen vanaf 13 jaar en om niet-medische gezichtsbescherming.

Publieke binnenruimtes zijn winkels, musea, gemeentehuizen, stations, vliegvelden, parkeer­garages, benzinestations, ­restaurants, cafés, theaters en concertzalen.

Bezoekers van een publiek toegankelijke binnenruimte moeten zelf zorgen voor een mondkapje. Beheerders van de locatie bepalen of het advies onderdeel wordt van de huisregels. Bij grove schending van de huisregels omtrent het gebruik van mondkapjes kan een beheerder van een winkel, restaurant of café de politie of boa’s inschakelen. Dit terwijl het kabinet het dragen van gezichtsbescherming slechts adviseert.

Jaap van Dissel blijft ondertussen bij zijn eerdere standpunt dat het dragen van niet-medische mondkapjes niet nodig is. De directeur van het Centrum Infectieziektebestrijding van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) herhaalde in gesprek met de NOS dat mondkapjes ‘een buitengewoon gering effect’ hebben op de verspreiding van het coronavirus.

Volgens Van Dissel gaat het om een politiek besluit. Het is volgens hem niet duidelijk of niet-medische mondkapjes nut hebben bij het voorkomen van nieuwe coronabesmettingen. De OMT-voorzitter verwacht dat het dragen van mondkapjes weinig effect heeft in een ruimte waar de coronamaatregelen worden nageleefd en mensen onderling voldoende afstand kunnen houden. In andere situaties zouden mondkapjes een toegevoegde waarde kunnen hebben. Daarom geldt in het openbaar vervoer wel een mondkapjesplicht.

De basisregels zijn volgens Van Dissel effectiever dan het vermeende effect van niet-medische mondkapjes, zegt hij. Hij denkt ook dat het dragen van mondkapjes kan leiden tot schijnveiligheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden