Plus

Gaat dit stalsysteem de stikstofcrisis oplossen?

Is de Lely Sphere dan het stalsysteem dat het stikstofprobleem oplost? De producent belooft tot 70 procent stikstofreductie, een record. De boerensector is dolenthousiast. Maar wat zijn de mooie woorden waard? Het ongemakkelijke antwoord: dat valt niet goed te controleren.

Chris van Mersbergen
De Lely Sphere belooft niet alleen mest en urine van elkaar te scheiden, maar zuigt ook ammoniak uit de lucht en zet uitwerpselen om in mest. Beeld Ernie Buts
De Lely Sphere belooft niet alleen mest en urine van elkaar te scheiden, maar zuigt ook ammoniak uit de lucht en zet uitwerpselen om in mest.Beeld Ernie Buts

Al twee jaar zoemt het rond in melkveehoudend Nederland: de Lely Sphere komt eraan. Een stalsysteem dat, volgens de producent, ons stikstofprobleem kan oplossen zonder dat er boeren moeten worden uitgekocht. Lely is een groot bedrijf uit Maassluis dat zich specialiseert in stalinnovaties als melkrobots. Nu is er dus de Sphere. Die kost een boer met 120 koeien zo’n 160.000 euro.

De Sphere belooft niet alleen mest en urine van elkaar te scheiden, zoals de stalvloeren die eerder deze maand door de Raad van State werden afgeschoten, maar zuigt bovendien de ammoniak uit de lucht én zet uitwerpselen om in waardevolle mest. Een circulair systeem dat volgens ‘rapporten’ goed is voor maximaal 70 procent stikstofreductie.

Mathé van den Bosch uit Oudenbosch (West-Brabant) is een van de weinige boeren die er al een heeft staan. Onder meer bij hem zijn de metingen uitgevoerd die later dit jaar definitief moeten bepalen hoeveel stikstof de Sphere bespaart. “Het begon als een moetje,” zegt Van den Bosch.

“In Brabant besloten ze een paar jaar geleden al dat boeren minder stikstof moesten uitstoten. Maar nu ben ik blij met de Sphere. Je rúíkt gewoon dat het werkt. Als ik van de melkvee- naar de jongveestal loop, waar ik het systeem niet heb, komt de ammoniakgeur me tegemoet. Zo rook het vroeger overal.”

De droge mest die overblijft, gebruikt Van den Bosch om over zijn gras uit te rijden. “Met de torenhoge kunstmestprijzen is dat een zegen. Het levert echt een mooie besparing op.”

Stikstofsleutel ligt in melkveehouderij

Op 5 oktober komt stikstofbemiddelaar Johan Remkes met zijn adviezen voor de oplossing van de stikstofcrisis. In de melkveehouderij ligt daarvoor een belangrijke sleutel. De landbouw is goed voor meer dan de helft van de Nederlandse uitstoot, de melkveehouderij neemt daar weer een belangrijk deel van voor haar rekening. Om boeren met veel koeien perspectief te bieden, zou het niet gek zijn als Remkes het kabinet adviseert te kijken naar stalsystemen als dat van Lely.

Door de Raad van State-uitspraak van 7 september staan dit soort systemen echter wel in een ander daglicht. De hoogste bestuursrechter oordeelde dat van twee stalvloeren hoogst onzeker is of ze wel zo stikstofbesparend zijn als wordt beloofd. Daardoor mogen ze niet dienen als basis voor een natuurvergunning.

Een streep door de rekening van melkveehouders met deze vloeren, maar eigenlijk van alle boeren die willen investeren in emissiebesparende staltechnieken, analyseerden juristen al snel. Elke boer die in de buurt van beschermde natuur woont en een stal heeft waarvan het precieze effect niet vaststaat, is nu potentieel aangeschoten wild.

Ook voor het kabinet is dat een lastige realiteit. Minister Christianne van der Wal gaf aan dat ze technische innovatie blijft zien als bouwsteen voor de stikstofoplossing. Maar wat heb je daaraan, als die innovatie zo kwetsbaar is voor de rechter?

Dubieus principe

Terug naar de Lely Sphere. Kunnen we de percentages die de fabrikant ons hierbij voorspiegelt wél vertrouwen? Critici reageren zuinigjes. Volgens milieujurist Ton van Hoof van Mobilisation for the Environment (MOB) is de Sphere voor de helft gebaseerd op ‘hetzelfde dubieuze principe’ als de twee vloeren die de Raad van State afschoot.

Dat er ook ammoniak uit de lucht wordt gezogen, is volgens Van Hoof ‘misschien’ een waardevolle toevoeging. “Maar als de vloer niet doet wat hij belooft, zal er toch meer stikstof ontsnappen dan men claimt.”

MOB-voorman Johan Vollenbroek, die met zijn juristen de zaak over de stalvloeren bij de Raad van State won, noemt de Lely Sphere ‘de meest recente fopspeen van de vee-industrie’. Áls die de stikstofuitstoot al vermindert, dan staan daar veel nadelen tegenover, stelt Vollenbroek. Hij wijst erop dat de Sphere niets doet aan andere nijpende problemen in de veehouderij, zoals de uitstoot van broeikasgassen en de import van soja uit Zuid-Amerika voor veevoer. Ook zorgt het systeem volgens Vollenbroek voor extra water- en elektriciteitsverbruik.

Jan Willem Erisman, milieuhoogleraar in Leiden, noemde een investering in de Sphere eerder in NRC ‘levensgevaarlijk’. “De reden waarom ik terughoudend ben, is dat de boer nog niet weet hoeveel stikstof hij moet reduceren, en ook niet wat er nog op hem afkomt aan klimaat- en waterkwaliteitsmaatregelen,” verklaart hij desgevraagd. “Daardoor is het raadzaam om nu geen hoge kosten te maken.”

[Tekst loopt verder onder foto]

De Lely Sphere, hier gedemonsteerd in Bleskensgraaf. Beeld Lely Industries/Ernie Buts
De Lely Sphere, hier gedemonsteerd in Bleskensgraaf.Beeld Lely Industries/Ernie Buts

Veel steun uit de sector

Lely laat zich door de scepsis niet afleiden. Het bedrijf krijgt dan ook nogal wat steun. John van der Ent, algemeen directeur van Spar, stelde bij de opening van het vernieuwde Lelyhoofdkwartier in juni dat het kabinet elke melkveehouder een Sphere moest geven: veel goedkoper dan uitkopen. Onder de toehoorders waren koning Willem-Alexander en Henk Staghouwer, toen nog minister van Landbouw. Die sprak van een ‘goed idee’ en noemde Lely een voorbeeldbedrijf.

Ook de agrarische sector staat achter de Sphere. LTO-baas Sjaak van der Tak prijst het systeem vaak aan. Zuivelproducent FrieslandCampina en de Rabobank gingen zelfs een officiële samenwerking aan met Lely. Een boer die investeert in de Sphere krijgt korting op de aanschaf, een vergoeding via het melkgeld en rentekorting.

Voor een pilot is veel belangstelling. Meer dan zeshonderd melkveehouders meldden zich, terwijl er maar 96 Spheres te ‘vergeven’ zijn. De gesprekken lopen, meldt Lelywoordvoerder Inge Baars. De bedoeling is dat elke provincie acht Spheres krijgt.

Het vonnis van de Raad van State bereikte vanzelfsprekend ook Maassluis. Lely vindt het vervelend dat hun Sphere op één hoop wordt gegooid met twee slecht werkende stalvloeren. “Dat zijn geen complete systemen zoals de Lely Sphere.” Volgens Lely is het essentieel ‘dat er met meer nuance gekeken’ wordt en dat ‘de verschillen’ duidelijk zijn.

Schimmige praktijken

De overheid heeft een overzicht van alle stikstofreducerende stalsystemen, de zogeheten RAV-lijst. De ‘emissiefactoren’ die daar voor elk systeem genoteerd staan, worden gebruikt bij vergunningverlening aan boeren.

De Sphere staat op de RAV-lijst met een ‘voorlopige emissiefactor’ van 3,6 kilo stikstofuitstoot per dier per jaar. Een lager cijfer dan elk ander systeem op de RAV-lijst. Een normale koeienstal komt uit op 13 kilo. Het gevolg: een boer met een Sphere mag qua stikstofuitstoot veel meer koeien houden dan een collega met een gewone stal.

De voorlopige emissiefactor van 3,6 voor de Sphere is niet gebaseerd op metingen, maar op gegevens die Lely aanleverde en het oordeel dat een adviescommissie van de overheid, de Technische Adviespool (TAP), daar vervolgens over velde. Volgens criticasters een wat ondoorzichtig proces, maar van schimmige praktijken is geen sprake, bezweert André van Boheemen, TAP-lid en specialist op het gebied van luchtemissies.

Proefstallen

Hij wil niet specifiek ingaan op het Lelysysteem, maar kan in het algemeen wel wat zeggen over de beoordeling van stalsystemen. “Een heel lage waarde,” zegt Van Boheemen, “daar worden boer, producent en overheid natuurlijk blij van. Maar het moet wél kloppen. Daar komt de TAP om de hoek kijken. We hebben specialisten op het gebied van techniek, meten, enzovoorts. We zijn uiterst kritisch, kijken naar elk cijfertje, nemen ieder rapport van A tot Z door. Álles moet kloppen.”

Het rapport waarin de score van 3,6 voor de Sphere wordt onderbouwd, is niet openbaar. Belangstellenden kunnen het opvragen bij Lely, maar het bedrijf wil het desgevraagd niet verstrekken. “Dat komt omdat het definitieve rapport een lager getal gaat geven; dat rapport willen we delen,” stelt Lelywoordvoerder Baars.

Om tot een definitieve emissiefactor te komen, zijn metingen verricht in vier proefstallen, onder meer in die van Mathé van den Bosch. “Ze zijn geloof ik zes keer langs geweest, en meten dan 24 uur lang met allerlei sensoren.” Meerdere betrokkenen bevestigen dat de metingen gunstig uitpakken. Voor het einde van het jaar wordt de definitieve factor verwacht, die daardoor uit lijkt te komen op een recordscore ónder de 3,6.

Geen verschil

Eind goed, al goed? Zo simpel is het dus niet. De Raad van State velde begin september een principieel oordeel. Een emissiefactor is leuk en aardig, maar als er twijfel over bestaat, kan een vergunning worden aangevochten, is de strekking.

In de proefstallen zijn de resultaten van de Sphere misschien geweldig. Maar hoe pakken die uit als een boer met het systeem werkt in een niet-gecontroleerde omgeving, als onderdelen vies worden, rubbertjes slijten, de boel ouder wordt? Melkveehouder Van den Bosch heeft er alle vertrouwen in. “De techniek wordt beter, dit systeem is minder slijtagegevoelig dan zijn voorgangers. En er zitten sensoren op die aangeven of het goed functioneert.”

Bij een van de twee door de rechter afgeschoten stalvloeren bleek de praktijk juist tegen te vallen. Wat heet: het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zag bij een mestanalyse – een experimentele meetmethode – niet eens verschil met een normale vloer, terwijl een stikstofhalvering was beloofd.

TAP-lid Van Boheemen noemt het frappant dat er verschil zit tussen het theoretische verhaal en de door de CBS aangetroffen praktijk. “Er lijkt een puzzelstuk te missen. Maar ook het CBS vond daar geen sluitende verklaring voor.” Volgens Van Boheemen is het dan ook nog geen feit dat systemen in de praktijk minder werken dan tijdens de metingen van de TAP, maar een ‘hypothese’.

Ongemakkelijke waarheid

Het probleem: een echt antwoord is zo moeilijk te vinden. Ja, in de proefstallen wordt met geavanceerde apparatuur gemeten om tot een definitieve emissiefactor te komen. Die metingen geven een ‘representatief’ beeld van het stalsysteem in kwestie, vindt Van Boheemen. Maar: “Metingen zijn slechts een weergave van de werkelijkheid, er is altijd enige onzekerheid.”

Die onzekerheid neemt daarna, als een systeem definitief de markt op gaat, eigenlijk alleen maar toe. Elk systeem krijgt van de TAP een ‘leaflet’ mee, waarin staat hoe het gebruikt moet worden om tot de beste resultaten te komen. De Omgevingsdienst kan bij controles checken of een boer volgens die handleiding werkt. Maar ammoniakuitstoot meten, dat gebeurt niet.

“Een betaalbaar systeem waarmee je bij boeren continu meet hoeveel ammoniak er uitgestoten wordt, is er nog niet,” zegt Van Boheemen. Volgens verschillende experts gaat het sowieso nog jaren duren voor die meetapparatuur er komt.

De ongemakkelijke waarheid is dat niet te controleren valt of een emissiearme stal in de praktijk écht doet wat hij belooft. En daar zit volgens deskundigen nou net de crux. Accepteer je die onzekerheid en gun je boeren stappen op het innovatieve pad? Of trek je de lijn van de Raad van State door: dat er concrete twijfel is over het effect van emissiearme stallen op kwetsbare natuur, en dat die twijfel er niet mag zijn?

Wetenschappers denken na over tussenoplossingen. Gerard Migchels, onderzoeker aan Wageningen University & Research (WUR), pleit voor een ‘stallen-apk’. “Zodat een boer moet aantonen dat hij een systeem op de juiste manier gebruikt. Idealiter zou je dat combineren met metingen. Maar ja: onbetaalbaar.”

Heel glad ijs

Lely zegt voorstander te zijn van een ‘periodieke meetsystematiek’. De landbouwinnovator uit Maassluis laat zich door het vonnis van de rechter niet van de leg brengen. Ook de Rabobank gaat door met de pilot. Daardoor investeren binnenkort bijna honderd melkveehouders een paar ton in een systeem dat veel belooft, maar waarvan het effect in de praktijk niet te bewijzen is. Ze zullen hoogstwaarschijnlijk niet de laatsten zijn.

De vraag is wat Remkes het kabinet zal adviseren over de nieuwe staltechnieken. MOB-jurist Van Hoof noemt het ‘heel glad ijs’, mocht dit pad verder worden bewandeld. “Maar het is een levensgroot risico dat het wel gaat gebeuren.”

WUR-onderzoek Migchels pleit voor een genuanceerde discussie. “Stalinnovaties zijn niet de enige oplossing, maar ook niet waardeloos. Ze komen van pas in een mix van maatregelen. Sommige boeren stoppen, sommigen gaan minder intensief werken, sommigen kiezen ander voer, sommigen stalinnovaties. En ja, het systeem van Lely heeft in die categorie zeker een bepaalde charme.”

Dat is Mathé van den Bosch met hem eens. Hij is blij dat hij de kans kreeg te investeren in de Sphere. “Maar of ik nu safe zit? Dat weet je in dit land tegenwoordig nooit meer.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden