Fout op fout gestapeld in zaak vermoorde Hümeyra

Hulpinstanties zijn ‘ernstig tekortgeschoten’ bij de bescherming van de Rotterdamse Hümeyra Ergincanli (16). De scholier werd in december 2018 na een langdurige stalking doodgeschoten door haar ex-vriend Bekir E.

Familie en vrienden van de vermoorde Hümeyra Ergincanli bij aankomst bij de rechtbank voor de pro-formazitting tegen de 31-jarige Bekir E. Beeld ANP

Uit een rapport van de Inspectie Justitie en Veiligheid blijkt dat er ‘onvoldoende aandacht’ was voor Hümeyra’s bescherming. Organisaties werkten langs elkaar heen en informatie over hoe E. haar lastig viel, werd ‘zeer beperkt gedeeld’.

Volgens de inspectiedienst hebben politie, het Openbaar Ministerie, Veilig Thuis en het Veiligheidshuis steken laten vallen. “De organisaties hebben informatie zeer beperkt gedeeld met elkaar en niet goed samengewerkt. Daardoor was er geen volledig beeld van de risico’s en schoot de risico-inschatting voor Hümeyra’s veiligheid tekort.”

Niemand had ‘overzicht’ of ‘regie’, blijkt uit het rapport. Zo stond de veiligheid van de Rotterdamse ‘niet voorop’. “Als dat wel was gebeurd, was duidelijk geworden dat het risico voor Hümeyra’s veiligheid zeer hoog was.”

Weggekeken

Minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) erkent de fout. “We moeten dit veel beter gaan doen. Betere risicotaxatie en herkenning van stalking. We moeten echt zorgen dat bij instanties één iemand aanspreekpunt is voor zo’n meisje. Dat was nu schrijnend genoeg niet het geval. De regels zijn er op zichzelf. Maar het is hier heel verdrietig misgegaan. De reclassering moet en kan bij zware gevallen ook met enkelbanden gaan werken.”

Volgens PvdA-Kamerlid Attje Kuiken had de moord voorkomen kunnen worden. “Die conclusie is hard en tegelijk ontzettend verdrietig. Voor de familie lijkt me dat moeilijk te verteren. Daarnaast moeten we zorgen dat het niet opnieuw zo mis kan gaan. Bij stalken en bedreiging moet de eerste prioriteit altijd zijn de vrouw te beschermen. In deze zaak is er afgewacht en weggekeken. Niemand had de duidelijke regie. De minister moet nu maatregelen nemen om het niet alleen op papier, maar ook in de praktijk te verbeteren. De veiligheid van de vrouw moet voorop staan.” De partij heeft een debat aangevraagd.

Fietsenstalling

Hümeyra werd uiteindelijk op dinsdag 18 december 2018 doodgeschoten in de fietsenstalling van haar school in Rotterdam. Zij bleek maandenlang voor haar dood te hebben gewaarschuwd voor Bekir E., die de moord overigens na zijn arrestatie bekende.

E. bleek eerder dat jaar, op 16 augustus 2018, veroordeeld te zijn geweest tot een gevangenisstraf van zes weken waarvan drie weken voorwaardelijk voor mishandeling en bedreiging van Hümeyra. E. werd onder toezicht gesteld van de Reclassering en kreeg een contactverbod voor twee jaar. Toch bleef hij haar opzoeken en bedreigen.

Toen Hümeyra daar melding van deed, pakten instanties de zaak op als ‘eergerelateerd geweld’, in plaats van als een stalkingszaak. “Hierdoor krijgt de zaak vanaf het eerste moment niet de juiste aandacht.’’

Honderd keer per dag

Zelfs toen in Hümeyra aan agenten liet zien dat ze veertig tot zelfs wel honderd keer per dag door E. werd gebeld, registreerde de politie dit niet als stalking, waardoor te weinig werd nagedacht over hoeveel gevaar zij eigenlijk liep.

De organisatie Veilig Thuis ziet de bescherming van het meisje vanaf het begin als een politiezaak, maar daar is nu juist weer ‘niemand’ die voor ‘de aanpak in deze zaak verantwoordelijk is gemaakt en de regie voert’.

De inspectie ontdekte dat in de periode tussen 8 mei (toen Hümeyra aangifte deed van mishandeling) en haar dood op 18 december maar liefst ‘ruim 50 politiemedewerkers een rol hebben gehad in deze zaak’. “Dit leidt tot een versnipperde aanpak van de stalking waarbij de risico’s voor Hümeyra onvoldoende in beeld komen.’’

‘Tegenstrijdige adviezen’

De betrokken instanties deelden bovendien informatie niet met elkaar. Dat heeft ‘tot gevolg dat Hümeyra haar verhaal steeds opnieuw moest vertellen’ en zelfs ‘tegenstrijdige adviezen kreeg’.

Uit de reconstructie die de inspectiedienst opmaakte blijkt dat de Rotterdamse ettelijke malen om hulp vroeg en zei zich onveilig te voelen, maar dat er vooral willekeurig naar werd gehandeld.

Wrang is wel dat zeven dagen voor de moord op Hümeyra nog is overwogen om E. te laten aanhouden door een arrestatieteam, omdat er foto’s van hem waren opgedoken met een vuurwapen. Onder andere omdat die foto’s niet recent genoeg waren en omdat E. juist toen het meisje minder lastig viel, zag de politie er toch vanaf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden