PlusDe Klapstoel

Fotograaf Jan Dirk van der Burg: ‘Nederland lijkt eenvormig, maar vormt een eindeloze inspiratiebron’

Jan Dirk van der Burg. Beeld Marc Driessen
Jan Dirk van der Burg.Beeld Marc Driessen

Jan Dirk van der Burg (1978) is fotograaf des vaderlands. Deze zomer stond hij met een fotocomedyshow op De Parade, die tot zijn grote leedwezen in Amsterdam opnieuw werd afgelast.

Voorburg

“Ik ben er geboren in het Diaconessenziekenhuis. Acht pond, met een keizersnee. Omdat ik wat anesthesievloeistof binnen had gekregen werd ik in de couveuse gelegd. Kwam mijn vader binnen en zag daar tussen al die kleine baby’tjes een soort potvis in een aquarium liggen. Hij was varkensboer in een poldertje bij Pijnacker. Een heerlijke jeugd op een modeltractor in een overalletje. Op de basisschool in Zoetermeer wilde iedereen bij ons spelen. Later, op het Haagse Montessori Lyceum, was mijn vader bij mijn vegetarische klasgenoten ineens de varkensmoordenaar.”

Wietplantage

“De enige keer dat ik het agrarisch potentieel van mijn vader heb benut. In 5 havo begon ik te blowen. Op school zat een jongen, Thomas Erdbrink, die tijdens de aardrijkskundeles goede buitenwiet verkocht voor een heel aantrekkelijk prijsje. Ik raakte met hem bevriend en hij gaf me wat zaadjes. Die planten werden drie meter hoog. Mijn vader spande in mijn kinderkamer keurig netjes ijzerdraad om ze aan te drogen. Op zondag gingen ik eerst even een uurtje toppen knippen met mijn moeder in haar badjas. Ze vond het allang mooi dat ik een hobby had. Ik ging naar Lowlands met een kilo wiet op zak. Ik gaf alles weg. Heel gek: in die tijd had ik enorm veel vrienden.”

De Parade

“Ik baal enorm dat het in Amsterdam niet doorgaat. Zondag had ik in Utrecht de laatste voorstelling. Het was precies hoe ik hem wilde hebben. Ken je het stendhalsyndroom? Het is een psychische aandoening waarvan toeristen in Florence last hebben als ze onwel worden van de schoonheid om hen heen. Maar wat kunnen die Florentijnse deegslierten nou wat wij niet kunnen? Wij hebben ook schoonheid, als je maar goed kijkt. Dan laat ik bijvoorbeeld een close-up zien van de net iets te dikke vingers van vergaderende varkensboeren die hun handen in hun zakken willen houden, maar alleen de eerste twee vingers kwijt kunnen. Op een gegeven moment kwam de zaalwacht naar mij toe: ik krijg allemaal vragen van mensen die willen weten of jij echt fotograaf bent. Die mensen denken dat ik het speel.”

Het kantoor

“Twee maanden voor ik afstudeerde aan de kunstacademie had ik nog geen project. Ik ben maar kantoren in de buurt gaan fotograferen: mensen die met mappen aan het zeulen zijn en zo. Dingen die mensen de hele dag zien, maar nooit goed hebben bekeken. Het was een schot in de roos. Mijn niche. Toen ik stage liep bij Het Parool werd ik naar een inspraakavond op de Stopera gestuurd. Een klassieke kutklus voor de stagiair. Kwam ik in die zaal: vier mensen. De wethouder, de architect, een ambtenaar en één burger met één vraag. Ik ben voor zijn neus gaan staan: flats. Hebben ze hem op de voorpagina gezet: de laatste der insprekers. Het is een wereld die aan het verdwijnen is. Hoe onbenulliger vaak de situatie die je fotografeert, kijk er tien jaar later naar en je hebt een prachtig tijdsbeeld in handen. Zo’n kantoor uit 2004. Alsof je een andere eeuw binnenstapt.”

Olifantenpaadjes

“Ik moet altijd lachen als een stedenbouwkundige denkt dat hij iets esthetisch verantwoord heeft aangelegd en de burger besluit: ik neem gewoon de kortste weg. Ik verveelde me op een vakantie in Tsjechië en had drie van die paadjes gefotografeerd. Ik googelde op ‘elephant path’. Niets. In het Engels heet het namelijk ‘desire path’, maar ik dacht: ik heb iets unieks in handen. Toen ik een boek vol had, werd het opgepikt door de managementwereld, die er een ideale metafoor in zag hoe je buiten de gebaande paden kon denken. Ik dacht: als Hans van Breukelen 5000 euro kan vragen voor een half uur gebabbel over teamspirit, kan ik wel 1200 euro krijgen voor een half uurtje praten over mijn eigen foto’s. Helaas droogde de bron na een jaar alweer op.”

Bassie en Adriaan

“Voordat hij correspondent werd in Iran heb ik met Thomas Erdbrink acht jaar in een studentenhuis gewoond. We hadden alle VHS-banden van Bassie en Adriaan. Er staat nog een afspraak om naar het Bassie en Adriaanmuseum in Vlaardingen te gaan. Dat bestaat, ja. Mensen in Vlaardingen weten ook: Bassie haat kinderen. En ze hebben altijd ruzie, die twee. Schrijven ze een biografie, dan kondigen ze aan er allebei een te schrijven. Op zo’n bericht kan ik een week teren.”

Fotograaf des Vaderlands

Toen ik werd gevraagd besloot ik om mezelf te zien als de Prins Carnaval van de fotografie. Ik heb een sjerp gekocht bij drafenrensportprijzen.nl en heb een intocht georganiseerd met een fanfare en een dansende showpony. Ik ben goed in downplayen. Dan zei ik: het zijn ook maar drie mensen die bij een museum werken en onder een systeemplafond drie cappuccino drinken en dan iemand moeten bellen of hij het wil worden. Maar het is heel eervol. Als je ‘des vaderlands’ achter je beroep zet, geloven mensen ook meteen dat je heel wat voorstelt. Ik ben het nu drie jaar. De grande finale wordt de Fotoclub des Vaderlands, een vijfdelige webserie met elke week een live inspraakavond over het fotografieonderwerp van die week. ”

Esperanto

“Yes! Dat is het leuke van Fotograaf des Vaderlands zijn. Je wordt op plekken uitgenodigd waar je anders nooit komt. Ik sprak op het jaarcongres van Wikipedia Nederland. Daar heb ik meteen even gevraagd waarom er nog geen Wikipediapagina van mij bestond – en van mijn voorgangers wel. Weer thuis bleek iemand er in de trein terug al één gemaakt te hebben. In het Nederlands én in het Esperanto.”

Sociale media

“Ik ben verslaafd. Er gaat geen stoelgang voorbij of ik ben wel naar mensen aan het kijken op hun eigen propagandakanaal. Ik vind het fascinerend. Sociale media zijn een oneindige bron van vermaak en verwondering. Je kunt er alles vinden. Wil ik winnende biljarters fotograferen, blijken die mannen het zelf al te hebben gedaan. Wat moet ik dan nog met mijn Hasselblad en mooie lichtje. Ik zie niet veel verschil meer tussen lopen door een buitenwijk in Nieuwegein en lopen door sociale media.”

Nederland

“Je kent het wel: de symmetrische voortuinen, de caravan voor de deur, het boeddhabeeld in de kamer en een bordje met ‘Home’ achter het raam. Nederland lijkt eenvormig, of je nou in Nieuwegein, Zoetermeer of Purmerend bent, maar voor mij vormt het een eindeloze inspiratiebron. Waarom vinden mensen het zo belangrijk om al het onkruid tussen de tegels van hun oprit vandaan te halen? Aan de ene kant zie je de drang van mensen om zich te onderscheiden, aan de andere kant willen ze ook graag ergens bij horen. Dat spanningsveld, heerlijk. Ik denk ook dat ik er heel goed in ben om mijn eigen leven vorm te geven, maar ik heb net zo goed van die vegetarische schoenen, zo’n haar­tje-baardje en een Swapfiets voor de deur. Denk nooit dat je erboven staat.”

Pandist

“Mijn vader belde midden in de nacht op. Hij had van mijn moeder gehoord dat ik een Fiat Panda ging kopen. Bood hij aan om bij te springen zodat ik een Peugeot 106 kon kopen. Ik vind het wel mooi: zo’n koekblik. De underground op wielen. Het is een soort karten. Met wind mee gaat hij heuvel af 160. Leuk om dan een BMW in te halen. Mijn droom is nog om ooit een Fiat Panda 4x4 te kopen. Daar rijden de postbodes in de Italiaanse Dolomieten mee. Hij staat iets hoger op zijn bandjes. Mijn vader? Ja, die rijdt een Porsche. En nee, hij vindt het niet erg als ik mijn Panda ernaast parkeer.”

Voortanden

“Na een reis naar Rusland dacht ik dat ik goed wodka kon drinken. Zo ook op een avond in Leiden. De volgende dag werd ik wakker zonder voortanden. In het Leidsch Dagblad stond een berichtje. ‘Gevonden op de Nieuwe Rijn in een plas bloed: twee voortanden en een mountainbike. Wil degene die deze zaken mist zich melden bij het hoofdbureau?’ De tandarts in Zoetermeer heeft er een prima wintersportvakantie aan overgehouden. Van mijn boek Nederland onder het systeemplafond, dat ik maakte met Marcel van Roosmalen, heb ik implantaten kunnen kopen om mijn brug te vervangen. Ook prettig voor de eerste rij in het theater: ik praat nu veel minder met consumptie.”

Oekraïne

“In mijn omgeving durf ik er nauwelijks meer over te beginnen, maar ik werk al tien jaar aan een verhaal over de opkomst en ondergang van de beroemdste tas van Oekraïne. Een plastic tas met Hugo Boss erop. Voor de val van de Sovjet-Unie waren er geen plastic tassen in Oekraïne, nu worden ze verkocht op markten en in speciale winkels. Iemand kwam op het idee om er grote westerse merken op te zetten. Hugo Boss won het van Calvin Klein en Gordon Gin. Een zwarte tas met gouden letters. In elke regio is hij anders. De ene keer is het Bozz, de andere keer Bo$$, maar je ziet ze overal. De een doet er boodschappen mee, maar ik heb ook een foto van een boerin, die de stront van haar enige koe erin vervoert.”

Kyteman

“De trompettist. Ik heb met mijn vriendin Eefje Suijkerbuijk een medley gemaakt van Nederlandse volkszangers die Wesley heten. Maar als ik zelf iets niet ben, is het muzikaal. Ik maak mijn voorstelling met componist Flavia Faas. Die zegt dan: op de derde tel moet je op het knopje drukken. Denk ik: derde tel?”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden