PlusInterview

Eric Wiebes en Mona Keijzer: ‘We moeten ons aanpassen’

Minister van Economische Zaken Eric Wiebes en staatssecretaris Mona Keijzer roepen ondernemers op in te spelen op de onvermijdelijke veranderingen.Beeld Pim Ras Fotografie

Massaontslagen en faillissementen dreigen. Elke werknemer en ondernemer kijkt uit naar het nieuwe steunpakket. Het duo Wiebes en Keijzer vraagt nog even geduld. ‘Dingen gaan fundamenteel veranderen ten opzichte van wat we nu kennen.’

Minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat kan het niet genoeg benadrukken: “Er is echt iets serieus aan de hand, 15 tot 20 procent van de bevolking zit aan de een of andere vorm van overheidssteun. Dat is niet eerder voorgekomen buiten oorlogstijd.”

Wiebes en staatssecretaris Mona Keijzer zitten meermaals per dag met bedrijven en andere ministers om tafel om te kijken wat er nodig is en wat er kan. Het kabinet sleutelt aan een nieuw steunpakket. Hoe veel erger de crisis nog wordt? Bij die vraag blijven beide bewindslieden liever even weg. “Maar het kan historisch slecht worden,” vreest Keijzer.

Wiebes: “Er zijn zo veel onzekerheden, wij doen even niet mee aan voorspellingen. We zijn nu bezig om bedrijven te redden en banen te behouden. Het is al ingewikkeld genoeg om de schade beperkt te houden.”

Waarom is het nieuwe steunpakket er nog niet? Eind mei loopt het huidige al af.

Wiebes: “Het eerste noodpakket was een soort bazooka. Er is in twee weken iets uit de grond gestampt waar je normaal een jaar de tijd voor neemt. De belangrijkste voorwaarde was dat bedrijven snel geld konden krijgen. Nu zijn er allerlei wensen van het parlement en onder­nemers om meer rekening te houden met ieders problemen. Tegelijkertijd kunnen we niet met een regeling komen die zó ingewikkeld is dat bedrijven maanden moeten wachten op hun geld. Dat is een zoektocht. Niet alles kan.”

Gaat de overheid straks nog elke koffietent proberen te redden?

Wiebes: “Dat is een dilemma. We hebben dat in de eerste fase geprobeerd. En het kabinet gaat nu niet ineens een hele sector opgeven. Maar we moeten niet alleen zorgen dat bedrijven door deze periode heenkomen. We moeten ook zorgen dat ondernemers leniger worden. De economie van morgen zal niet meer die van gisteren zijn. De winkelstraten, ons reisgedrag, het woon-werkverkeer, het zal allemaal niet meer terugkeren naar hoe het was.”

Hoe kunnen cafés en restaurants rendabel ­blijven als ze straks maar een derde van hun omzet kunnen halen door de coronaregels?

Wiebes: “Het kabinet kan niet alles verzinnen. Dat is ook de verantwoordelijkheid van de ondernemers zelf. Kun je andere openingstijden nemen? Je terras uitbreiden? Onderschat hen niet. Ik zie met tranen van geluk hoe zij zich aanpassen. Ik ken een standbouwer die zonder werk zat en nu werkplekken verbouwt.” 

Keijzer: “We moeten anders gaan denken. In de VS is het bijvoorbeeld heel gewoon dat je na je eten direct de rekening krijgt omdat er wordt gedineerd in twee shifts.”

Er staan nu al veel horecabedrijven en winkels op omvallen. Kunnen we die nog redden?

Keijzer: “Onder normale economische omstandigheden zijn er ook bedrijven die het niet redden. Dat is nu niet anders. We kunnen niet iedereen redden. We willen een noodpakket voor in essentie gezonde bedrijven.”

Wiebes: “En niet elk bedrijf dat in de problemen zit, zal omvallen. Hier gelden ook economische wetten. Wie minder omzet heeft, kan geen hoge huur blijven betalen. Verhuurders hebben er geen baat bij hoge prijzen te blijven vragen. Want dit kan je laatste huurder zijn.”

Waarom regelt het kabinet dan niet dat er wat aan die huurprijzen gebeurt?

Keijzer: “Daar kijken we naar. Maar als je dat per wet regelt, geldt het voor iedereen. Moet een supermarkt die, zeker in het begin van de crisis, wekelijks kerstomzetten draaide ook minder huur gaan betalen dan?”

Is het schrappen van de ontslagboete wel ­verstandig als we juist werkloosheid willen voorkomen?

Wiebes: “Het pakket is nog niet af. Maar wat we willen, is dat we én zo veel mogelijk banen behouden én ondernemers de kans geven zich in te stellen op de nieuwe realiteit. Hoe dat moet, dat blijft een zoektocht.”

Keijzer: “Ik hoor in de reacties op dat idee dat tegenstanders het vooral hebben over multinationals met aandeelhouders. Maar de meeste mensen werken in kleine bedrijven met maximaal dertig mensen. Die leven in een andere werkelijkheid. Die kijken naar hun kosten en vragen zich af hoe ze overeind kunnen blijven. Het is in het belang van de werkgelegenheid dat die bedrijven het redden.”

Welke bedrijven gaan het niet redden?

Keijzer: “Laten we eerlijk zijn: het gaat van au. Ondernemers liggen wakker omdat hun levenswerk uit hun handen valt. Dingen gaan fundamenteel veranderen ten opzichte van wat we nu kennen. Wij zijn ingehuurd om te kijken hoe we nieuwe verdienmodellen kunnen faciliteren.”

Wiebes: “Ik wil niet somberen. We moeten ons aanpassen. Wordt de internationale reisbranche weer wat hij was? Ik vermoed van niet. Ik spreek directies die nu zeggen: was het wel nodig om elke twee weken naar Kuala Lumpur te vliegen voor een boardmeeting? De winkelstraat zal ook niet hetzelfde blijven. En discotheken hebben het lastiger dan horeca met een terras. Het is de uitdaging om nieuwe manieren te verzinnen om onze boterham te verdienen.”

Het aantal horecazaken is in korte tijd enorm gegroeid. Het is toch te verwachten dat daar nu een kaalslag komt?

Keijzer: “In veel straten zijn winkelpanden de laatste jaren opgevuld met horeca. Daarvan was de grens langzamerhand wel bereikt. Maar voor deze crisis zat al die horeca wel vol! Tot nu toe kwamen er in deze branche niet meer faillissementen voor dan in andere. Ik maak me nu wel zorgen. Binnen wat verantwoord is wil het kabinet zo snel mogelijk meer toestaan.”

Hoe lang gaat deze crisis nog duren?

Wiebes: “We zitten zelf aan het stuur. De ­verspreiding van het virus hangt af van ons eigen gedrag. Als we streng zijn voor onszelf, kan er straks weer heel veel.”

Is er bij het afkondigen van de intelligente lockdown wel voldoende rekening gehouden met de gevolgen voor de economie?

Keijzer: “Als er brand is, kun je niet eerst even afwegen of je wel het juiste bluswater gebruikt.”

Wiebes: “We komen uit een situatie waarin we vreesden mensen te moeten weigeren op de intensive care omdat er geen plek meer was. Ik moet er niet aan denken. Dat ging voor alles. Nu is het zoeken naar een weg waarbij we én met elkaar proberen aan de gang te blijven én het ook nog gezond kan.”

Welke zwakke kanten van de economie zijn nu boven komen drijven?

Wiebes: “We hadden al een probleem met onze economische groei. De groei was te laag om al onze wensen en de kosten van de vergrijzing te betalen. Dat ging ten koste van ons inkomen, voor een heleboel huishoudens een stilstand in koopkracht. De noodzaak om te investeren in dingen waar we meer geld mee verdienen is alleen maar toegenomen: innovatie, toponderwijs. Daar moeten we een been bijtrekken. De beste manier om al dat banenverlies en die oplopende staatsschuld op te vangen, is nieuwe manieren zoeken om geld te verdienen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden