PlusAchtergrond

Een topsporter is steeds vaker ook een activist: ‘Fans volgen ze niet alleen om te zien hoe ze pizza eten’

Max Verstappen kreeg van sommige mensen kritiek nadat hij niet knielde als protest tegen racisme , zoals Formule 1-coureur Lewis Hamilton wel doet. Beeld REUTERS
Max Verstappen kreeg van sommige mensen kritiek nadat hij niet knielde als protest tegen racisme , zoals Formule 1-coureur Lewis Hamilton wel doet.Beeld REUTERS

In de aanloop naar de EK-wedstrijd zondag in Hongarije kost het Oranjeaanvoerder Georginio Wijnaldum hoofdbrekens: wat te doen bij racisme? Want wat een speler doet, telt. Meer dan ooit. En hoe beroemder de speler, hoe groter de druk van buitenaf.

Op 5 september 1972, toen de Olympische Spelen in München al ruim een week waren begonnen, drongen rond 04.30 uur acht Palestijnse terroristen het verblijf van de Israëlische atleten binnen. Twee atleten werden direct dood­geschoten; negen werden gegijzeld en kwamen later, net als vijf gijzelnemers, om het leven.

IOC-voorzitter Avery Brundage zei toen: ‘the Games must go on’, en zo geschiedde. Aanleiding voor de toen 22-jarige hardloper Jos Hermens om zich terug te trekken, samen met twee andere Nederlanders. Het was geen statement in het Israël/Palestinaconflict, benadrukt hij. “Als er op een verjaardag een paar mensen worden doodgeschoten, ga je toch ook niet door met die verjaardag?”

Hermens is niet overgehaald om te blijven, zegt hij, al werd zijn vertrek ook niet breed uitgemeten. “Of het wereldnieuws was, betwijfel ik.” Wel werd hij overspoeld door positieve reacties toen hij thuiskwam. “Ik heb toen één interview gegeven en me daarna even teruggetrokken.”

Racistische spreekkoren

Nu ligt de wereld er heel anders bij. “Vroeger zat je als topsporter enkel in je bubbel, met een ritme van slapen, eten en presteren. Je kon je onttrekken aan wat er verder in de wereld gebeurde. Met alle Twitters en Instagrams in de wereld is dat tegenwoordig amper meer te doen.”

De enorme worsteling die dat voor sporters met zich meebrengt, was donderdag nog zichtbaar tijdens de persconferentie in aanloop naar de achtste finale van Oranje tegen Tsjechië in Hongarije morgen. Aanvoerder Georginio Wijnaldum gaf een inkijk in de afwegingen bij hemzelf en bij het hele elftal, mochten er morgen ­racistische spreekkoren te horen zijn.

“Ik heb daar heel goed over nagedacht,” zei Wijnaldum. “Eerder heb ik aangegeven dat ik van het veld zou stappen. Maar ik ben ook tot de conclusie gekomen dat geluiden vanaf de tribune gebruikt kunnen worden. Stel dat de mensen daar denken: Oranje is beter, laten we ze racistisch bejegenen, dan stappen ze van het veld en verliezen zij de wedstrijd.” Hij vindt dat de verantwoordelijkheid voor optreden bij de Uefa moet liggen, niet bij de spelers.

Maar ook de sportbonden worstelen met hun rol. De Uefa viel aanvankelijk over de regenboogband die Duitslandaanvoerder Manuel Neuer droeg, en deze week bleek ook een regenboogstadion in München een brug te ver. Hoogleraar sport en recht Marjan Olfers van de Vrije Universiteit: “We doen wel alsof de sportbonden politiek neutrale organisaties zijn, maar dat is niet zo.” Ze wijst op de uitsluiting van Zuid-Afrika van de Spelen tijdens het apartheidsregime tussen 1964 en 1988.

Met regelmaat mengen sporters zich in het ­publieke debat. De Amerikaanse voetballer ­Megan Rapinoe pleit al jaren voor gelijke behandeling – en vooral: gelijke betaling – voor vrouwen en mannen. De Britse Formule 1-coureur Lewis Hamilton knielt, in navolging van de Amerikaanse footballspeler Colin Kaepernick, sinds 2020 voorafgaand aan elke race uit protest tegen racisme. In juli dit jaar volgden andere coureurs zijn voorbeeld, maar Max Verstappen en vijf anderen niet.

“Er was een groep mensen die vond dat Verstappen wel moest knielen,” zegt Olfers. “Dat vind ik ingewikkeld: je wordt meteen in een kamp geplaatst omdat je iets niet doet.” Daarover voelde Verstappen – die wel een shirt droeg met de opdruk ‘end racism’ – zich verplicht uitleg te geven op Twitter.

Coronavaccin

Iets soortgelijks overkwam stervoetballer Matthijs de Ligt toen hij eind mei in een interview zei nog geen trek te hebben in een coronavaccin. Na ophef kondigde hij een dag later op Twitter aan ‘absoluut voorstander’ te zijn van het vaccin. Tegen Trouw zei de speler dat hij eerder nog niet ‘klaar was om erover te beslissen’. Tophandballer Yvette Broch besloot deze maand af te zien van deelname aan de Spelen: ze wil zich niet laten vaccineren. Die beslissing lichte ze uitgebreid toe in NRC. Ze zei: “Waarschijnlijk gaat mijn imago eraan.”

Tekst gaat verder onder tweet

Olfers: “Een aantal sporters zegt: ik heb hier gewoon geen zin in. Ik wil mijn werk doen, en gewoon sporten.” Maar ook sporters leven niet in een vacuüm, zeker nu niet. “Je staat niet los van de samenleving, dus je zult moeten omgaan met die druk.”

Of ze zich geroepen voelen of niet, sporters ontkomen er eigenlijk niet meer aan om zich uit te spreken. Soms gebeurt dat in groepsverband, maar steeds vaker ook individueel. Sociale ­media spelen daarin een belangrijke rol, ziet hoogleraar sportmarketing Wim Lagae van de KU Leuven. “Sporters hebben een eigen digitale voetafdruk, de som van hun volgers.”

Hoe groter het aantal volgers, hoe groter de druk op de topatleet. “Machtige sporters zijn de nieuwe helden, nieuwe goden van deze wereld,” zegt Olfers. In de woorden van Lagae: “Hun fans volgen ze niet alleen om te zien hoe ze pizza eten. Volgers dichten ze ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid toe.”

Lagae ziet ook een andere verklaring voor de toenemende druk op sporters om zich uit te spreken: het hoge salaris, zeker van topvoetballers. “Sommige sporters voelen daarom de ­morele plicht iets terug te doen voor de samenleving.”

Ronaldo en Coca-Cola

Maar niet ieder maatschappelijk doel past bij ­iedere sporter. Het moet wel authentiek zijn, zegt Lagae. Denk aan de EK-persconferentie waarin Cristiano Ronaldo twee flesjes Coca-­Cola uit beeld verwijdert. “Mijn reflex was: is dit geen selectieve verontwaardiging? Bij Juventus wordt Ronaldo ook gesponsord door Coca-Cola. Vanwaar nu de ophef?”

Ook hardloper Jos Hermens – die vindt dat er ‘nooit genoeg activisme’ is – raadt elke sporter aan een eigen stem te vinden. “Dat Verstappen niet knielde, maar ervoor koos enkel een shirt te dragen, was ook prima. Al noem je het kort op een persconferentie.”

Bepalen wat je belangrijk vindt, is nog niet zo eenvoudig: topsporters zijn vaak jong. “Zie dan maar eens te bepalen waar je voor staat en er ook nog authentiek en geloofwaardig over te communiceren,” zegt Lagae. “Zoals topvoetballers worden geholpen bij transfers, kunnen ze ook hierin begeleiding gebruiken.”

Wie toch onverhoopt in het oog van een mediastorm terechtkomt, hoeft daar niet per se iets mee, zegt Hermens, die tegenwoordig atleten begeleidt. “Een sterke persoonlijkheid helpt daarbij, maar je moet op een gegeven moment ook denken: fuck it, dit is wat ik vind.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden