PlusAchtergrond

Een rommelige tuin, dat is perfect: bijen houden niet van netjes

De lockdown deed een hoop groene vingers wapperen en daar profiteren ook insecten van. Pak niet meteen de vliegenmepper, sommige beestjes zijn juist een waardevolle toevoeging.

In Nederland komen ongeveer 360 soorten bijen voor. In 11 Amsterdamse parken werden vorig jaar 72 soorten geteld.Beeld Floor Rieder

De vleugels zijn bijna niet te zien, zo hard fladderen ze. Twee bijen, zwart-geel met een langwerpig lichaam. Wolbijen, zegt Google. Ze hangen stil voor de bloembak aan de balkonreling en inspecteren de rode geranium, om vervolgens neer te strijken op een margriet. Een hommel heeft intussen een plekje gevonden op een gele viool. Zoals een kat zijn oren wast, zo haalt hij, dikker en hariger dan de bij, de poten over de ogen en antennes. Even het verkeerd terecht ­gekomen stuifmeel verplaatsen.

De wilde bij, waar ook de hommel onder valt, is het minder bekende broertje van de honingbij, en een belangrijke bestuiver die in elke stadstuin een graag geziene gast zou moeten zijn, zegt bijenexpert Menno Reemer. Hij onderzoekt voor een tweede achtereenvolgende zomer de bijenpopulatie in Amsterdamse parken, in opdracht van de gemeente. Met een netje en loep in de aanslag loopt hij vaste routes waar hij speurt naar verschillende wilde bijensoorten. Het onderzoek moet de ontwikkeling van de wilde bij in kaart brengen, zodat de parknatuur daarop kan worden ingericht.

Van de 360 soorten bijen in Nederland staat meer dan de helft op de Rode Lijst, omdat ze worden bedreigd door het sterk veranderende, meer op de mens ingerichte, landschap. “Maar ze horen er gewoon bij, en dat zou eigenlijk al ­genoeg moeten zijn om parken en tuinen aantrekkelijker voor ze te maken,” zegt Reemer.

Ook niet onbelangrijk: ze zorgen voor het in stand houden van de variatie aan planten in de natuur, ze dragen bij aan de voedselproductie, bijvoorbeeld door het bestuiven en bevruchten van aardbeienplanten en appelbomen, én ze zorgen ervoor dat veel planten en bloemen in de tuin zich kunnen ontwikkelen. Nog meer redenen om het beestje niet te schuwen, maar juist naar je dakterras te lokken.

Geen trek in exotische planten

Ze vliegen van bloem naar bloem, van bloeiende wilg naar kattenstaart of witte klavers, waar ze tegen de stamper aan schurken om zoveel mogelijk stuifmeel in hun haren op te vangen. Of ze friemelen die los met hun poten, om vervolgens mee te nemen naar hun nest, ergens in een donker, maar warm gangetje of in een gat in de grond. Wat ze onderweg verliezen, vangt een andere bloem of plant op om zelf te gebruiken voor de bevruchting.

Een geel met zwart gestreepte harige dikkerd of een kleine zwarte bij met een geel masker; ­allemaal hebben ze hun eigen verhaal en een ­eigen dieet, zegt Reemer. Veel van hen zijn geen fijnproevers, andere zijn juist kieskeurig als het gaat om planten en bloemen, maar voor allemaal geldt: ze houden niet van netjes.

Voor wie het geluk heeft van een tuin: een beetje rommelig is perfect. Geen strikt maai­beleid? Prima. Lekker zelfs, die madeliefjes en paardenbloemen. Oude braamstengels snoeien hoeft niet, die holle takjes, daar zijn ze dol op. En heb je een beetje kale grond over, liefst wat beschut en op een zonnige plek, dan is dat een ideale plek om een nestje te maken. Maar lijkt je tuin op het Damrak? “Dan gebeurt er ­sowieso niet veel.” Lozen dus, die tegels.

Exotische planten laten bijen vaak links liggen, zegt Reemer. “Die hebben niet veel stuifmeel, of de Nederlandse bijen weten gewoon niet goed wat ze ermee moeten.” Zijn bloemen erg door­gekweekt, zoals vaak het geval bij ­viooltjes, dan hebben ze voor een bij vaak niet veel meer te bieden. “Bij het doorkweken letten ze meestal niet op de ecologische waarde van de plant.”

De wilde bij is te zien van het vroege voorjaar tot laat in de herfst, zegt Marjolein Moeijes van The Pollinators, dat zich inzet voor de bestuivers. “Dus zorg ervoor dat er voortdurend wat bloeit, zodat de bijen steeds voldoende nectar hebben om te kunnen blijven vliegen.” Kies voor verschillende drachtplanten, planten die nectar en pollen leveren, die afwisselend uit­komen. Van een paarse herfstaster naar de winterkamperfoelie, judaskruid in de lente en zomerse lavendel.

Behangersbij bouwt een muurtje

The Pollinators deelde tijdens de Nationale Zaaidag in april via ‘Voedselbanken voor Bijen’ een zadenmix uit met bijen­favorieten als de alexandrijnse klaver en korenbloem. Voordeel van deze zaden is dat ze ­biologisch zijn: onbewerkt, zonder gif en ­onschadelijk voor de bij; iets wat zeker niet ­vanzelfsprekend is bij planten van reguliere tuincentra, aldus Moeijes.

Is je balkon of tuin bijklaar, dan is het een kwestie van achterover zitten. Heb je een roos staan, let eens op de behangersbij, die met haar kaken stukjes uit de bladeren knipt om daar vervolgens mee naar haar nest te vliegen en een muurtje tussen de broedcellen te bouwen. Zie je een wolbij rondhangen bij ezelsoor? Grote kans dat hij op zoek is naar een vrouwtje, dat de haar­tjes van de plant gebruikt om een nestjes mee te bouwen. Andere mannetjes kunnen dan maar beter niet in de buurt komen.

Zit de zomer erop, doe dan even zo min mogelijk aan je tuin en wacht met schoffelen, graven en spitten, zegt Reemer. De kans is groot dat je bijennesten beschadigt. “Dicht laten groeien hoeft echt niet, maar een compleet betegelde tuin met alleen een buxushaagje doet niets voor de natuur.”

Hotel voor wilde bestuivers

Zonder bijen geen bestuiving en zonder bestuiving kun je bijvoorbeeld een volle moestuin wel vergeten. Om bijen aan te trekken raadt EIS Kenniscentrum Insecten een bijenhotel in de tuin of op het balkon aan.

Zo’n hotel, een groot stuk hard hout (eik, esdoorn, beuk) met gaten, gangen en gebundelde holle stengels waar wilde bijen hun eitjes in kunnen leggen, kun je kant-en-klaar kopen, maar zelf maken is net zo makkelijk. Zorg ervoor dat de gaten die je boort een diameter hebben tussen de drie en acht millimeter. Hetzelfde geldt voor de holte van de stengels. Natuurlijk materialen, zoals riet, bamboe of braam zijn hiervoor geschikt. Kunststof niet, dat kan van binnen gaan schimmelen.

De diepte van het gat maakt niet veel uit, maar hoe dieper de gang, hoe meer nestcellen de bij kan leggen. Ook moet het gat aan één kant dicht zijn. Boor de gaten dwars op de vezelrichting van het hout, zodat er niet zo snel scheuren in de gangen ontstaan.

En tot slot: hang het hotel op een plek waar het groen en zonnig is en zorg ervoor dat regenwater niet naar binnen kan stromen. Zo weten de bijen hem vanzelf te vinden.

Zomerserie

In deze reeks kijken we naar veelvoor­komende beest­jes in tuin of op balkon en waar zij goed voor zijn.

1.Wilde bij

2. Lieveheersbeestje

3.Mier

4. Spin

5.Regenworm

6.Libel

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden