PlusInterview

Een portret van een gezin in coronastand: ‘Voor hen was het nog erger’

Vlnr.: Jan-Jaap, Suzette (dochter), Emilie (dochter), Brooke (buurmeisje) en Leontien (partner). Beeld Marc Driessen
Vlnr.: Jan-Jaap, Suzette (dochter), Emilie (dochter), Brooke (buurmeisje) en Leontien (partner).Beeld Marc Driessen

Tot dusver belandden 30.000 covidpatiënten in het ziekenhuis. Het thuisfront blijft achter met kopzorgen, quarantaineregels, bezorgboodschappen en digitaal onderwijs. Een portret van een gezin in de coronastand.

Als de meisjes maar niet wakker worden, spookt het door haar hoofd.

Leontien de Graauw (45) laat rond middernacht de ambulancemedewerker binnen, een lieve vrouw in een maanmannetjespak. Ze herinnert zich de grote bergschoenen. De Graauw loopt er op haar blote voeten achteraan. Ze komen langs de slaapkamers waar Suzette (10) en Emilie (12) liggen te slapen. “Laat ze alsjeblieft niet wakker worden. Dat is zo’n eng beeld: als je net ontwaakt en je ziet zo’n pak voorbijkomen.”

De bergschoenen gaan de trap naar de zolder op. Daar zit Jan-Jaap In der Maur (55) op de rand van zijn bed, een doorgaans energieke man, maar nu uitgeblust, moe, wit weggetrokken, koortsig en zo blijkt na meting: met een zorgwekkend laag percentage zuurstof in zijn bloed (saturatie 86).

“Ik ga je meenemen,” zegt de ambulancemedewerker. “Want dit is niet goed.” In der Maur heeft net genoeg kracht om zelf naar beneden te lopen. Stil, want de meisjes. Buiten leggen ze hem op een brancard. Hij heeft het koud, ziet De Graauw. “VUmc is vol we gaan naar AMC,” hoort ze de ene ambulancemedewerker tegen de andere zeggen. Ze krabbelt haar telefoonnummer op een papiertje, geeft een tas kleding mee, hoort hoe de deuren van de ambulance dichtslaan en kijkt, terwijl ze met blote voeten op de koude klinkers staat, hoe haar zieke man de straat uit rijdt.

“Daar sta je dan. Midden in de nacht. In je eentje. Ik voelde me zo alleen, want ik kon niet mee, maar er kon ook niemand naar ons toekomen, omdat ik zelf ook covid had.”

Een rollator?

“Poeh, dit is best wel heftig,” zegt ze niet onaangedaan. Het is zes weken later en De Graauw zit in haar woonkamer in Aalsmeer als ze dit verhaal vertelt. De zon schijnt naar binnen. Op tafel ligt een puzzel, ernaast staat een kop thee en door de kier van de deur loopt een transparant slangetje dat op de bovenverdieping vastzit aan een zuurstofapparaat en beneden in de woonkamer uitmondt in de neus van In der Maur. Hij zit op de bank in een joggingbroek en praat met de fysiotherapeut, eentje die gespecialiseerd is in longrevalidatie. Ze hebben net samen de trap op- en afgelopen en In der Maur zit daar nu van bij te komen. Dat slangetje is best handig, zegt De Graauw. “Je hoeft het maar te volgen en je weet waar hij is.”

Dan richt In der Maur zich tot zijn vriendin en zegt, veel neutraler dan de vraag aan gewicht in zich draagt: “Kunnen we een rollator regelen?” De Graauw proest het uit. “Een rollator!” Een week later, zo zal blijken, staat die rollator er en blijkt hij bovendien een welkome aanvulling op de revalidatie-uitrusting.

Welkom bij de familie In der Maur, normaal een niks-aan-de-hand-gezin, midden in de nasleep van een infectie.

In de ziekenhuizen werden circa 30.000 mensen opgenomen, waarvan bijna 6000 op de ic. Allemaal nummertjes, met daarachter, (gezins)levens die uit het lood zijn getrokken. Ook dit huishouden raakte door Covid-19 totaal ontregeld. Nou ontregelt een ernstige ziekte een huishouden altijd, maar bij het coronavirus komen er nog een paar verstorende elementen bij. Besmettelijkheid in de eerste plaats. Een troostende arm, hulp bij het stofzuigen of oppassen op de kinderen, het kan allemaal niet vanwege het risico op besmetting. En omdat het een nieuwe ziekte is, leven patiënten en hun naasten in onzekerheid over de gevolgen voor de gezondheid op de lange termijn.

In der Maur lag op de covidverpleegafdeling in Amsterdam UMC en werd doodziek na twee bacteriële infecties. Meerdere malen was het randje ic. Na elke stap vooruit zette hij er gevoelsmatig twee terug, vertelde hij in een reportage die Het Parool begin november maakte op de covidafdeling. In der Maur lag in bed met vet haar en een zuurstofmasker om zijn mond in lenig taalgebruik te vertellen dat hij er bij vlagen mentaal helemaal doorheen zat.

“Ik kon alleen maar huilen. Ik dacht: Dit komt nooit meer goed.” Hij lag er al vier weken en miste zijn gezin. Met de oudste had hij een dag eerder zwijgend op bed gezeten. Tegen elkaar aan. “Heerlijk was dat.”

Naast zijn bed hing tussen de beterschapskaartjes een briefje met een vers verworven handschrift: ‘Lieve pap, ik mis je echt heel erg! En je moet heel snel terugkomen, want mam en Suus zijn heel vervelend. Haha. Emilie. Xxx’.

Spierpijn en bloedneuzen

Hij vertelde hoe zijn vrouw – die behalve bezorgd over hem, ook herstellende was van covid ­– alles thuis moest zien te rooien met kopzorgen, thuisschool en het huishouden. Hij vertelde hoe zijn dochters zelf leerden koken, hoe dat uiteraard ook misging – “De jongste heeft haar vegetarische worst in de azijn gebakken” – en hoe hij zich machteloos en nutteloos voelde: “Het is voor hen zwaarder dan voor mij. Ik doe het makkelijke werk: in een ziekenhuisbed liggen en slapen.” Een paar dagen later appte hij uw verslaggever de suggestie om ook eens te belichten hoe ontwrichtend een ziekenhuisopname en quarantaine voor de naasten is.

Dat leidt 2,5 week later tot onze ontmoeting in de woonkamer in Aalsmeer. Als de fysiotherapeut weer weg is, komt In der Maur aan tafel zitten. Hij heeft een actieradius van twaalf meter, afgegrensd door de lengte van de zuurstofslang. “Ik haal net de tuinstoel. Als de zon schijnt, zit ik als een soort bejaarde op het dek van een cruiseschip met een dekentje op mijn schoot weg te soezen.”

Nu hij, na vier weken ziekenhuisbed, weer beweegt, heeft hij continu spierpijn. Hij krijgt om de haverklap een bloedneus, omdat de zuurstof zijn neus droog en gevoelig maakt. Vandaag heeft hij voor het eerst staand gedoucht. “Kort. En daarna moet ik tien minuten op bed bijkomen.” Mentaal is het ook zwaar. “Er zijn momenten dat ik me heel oud, ziek en nutteloos voel.”

Wat meespeelt is de leeftijd – 55 jaar. “De midlifecrisisfase. Ik kom op de leeftijd dat het toch een beetje een aflopende zaak is. Mijn fysieke hoogtepunt is geweest.” Deze vaststelling zat hem al niet lekker, en Covid-19 doet daar een schep bovenop. “Er is geen enkele garantie dat mijn longcapaciteit 100 procent terugkomt. Ik voel me zwakker en kleiner dan dat ik me wil voelen op deze leeftijd.”

‘Lukt dat straks nog?’

Wat hem ook zorgen baart, is zijn werk. Kan hij nog als dagvoorzitter van congressen en debatten het podium op? “Dan moet je 150 procent energie kunnen geven. Lukt mij dat straks nog? Die vraag maakt me angstig.”

Financieel is het ook een grote klap. Hij had een aardige buffer, en vanaf januari gaat zijn arbeidsongeschiktheidsverzekering uitkeren dus dat scheelt, maar In der Maur houdt rekening met een halve jaaromzet minder. Dan de hamvraag: wordt hij ooit nog de oude?

De Graauw (communicatiemedewerker bij een aantal bibliotheken) valt hem bij: “Jij ziet het somberder dan ik. Jij hebt ook te veel haast, denk ik.”

In der Maur: Het is een beetje alsof je zit te kijken naar het groeien van gras. Het gaat tergend langzaam. Als de fysiotherapeut zegt: ‘Het kan wel maart of april worden voordat je bent hersteld, dan denk ik: oké, deze twee weken na ontslag uit het ziekenhuis voelen als een eeuwigheid, wat moet ik dan nog tyfuslang voordat ik er ben.”

De covidafdeling in het AMC. Verpleegkundige Nick Luchtmeijer bij covidpatiënt Jan-Jaap In der Maur (55). Beeld Marc Driessen
De covidafdeling in het AMC. Verpleegkundige Nick Luchtmeijer bij covidpatiënt Jan-Jaap In der Maur (55).Beeld Marc Driessen

Kijk maar op YouTube

En dan nog iets: coronaherstel, hoe doe je dat? Toen de zuurstoftank (zeer brandgevaarlijk) werd thuisgebracht, zei de bezorger dat ze de gebruiksaanwijzing op YouTube konden vinden. Succes en de groeten. Maar ook medisch inhoudelijk zijn er vragen. Hoe bouw je de zuurstof af? In der Maur weet het niet. Zijn huisarts komt elke week op visite, maar bij dit soort vragen blijkt covid toch nog een hele nieuwe ziekte.

Aan de betrokkenheid en inzet van de zorgmedewerkers in het ziekenhuis lag het niet, maar ook daar merkte De Graauw dat zo’n covidunit een geïmproviseerde afdeling met veel personeelswisselingen is.

“Ik heb tientallen artsen gesproken en was bang dat niemand een compleet beeld van zijn situatie had. Gaat er geen informatie verloren tijdens de overdrachten? Ik had het idee dat ik er bovenop moest zitten, terwijl ik thuis ook alles moest regelen.” Tegelijkertijd zijn ze vol lof over het zorgpersoneel. “Zij worden ook maar in deze situatie gestort en moeten, met veel improviseren, er het beste van maken,” zegt In der Maur. “Voor hen is het ook overleven, net als voor ons.”

Constant aanpassen

De meiden moeten zich constant aanpassen, gaat hij verder. Als het over de kinderen in coronatijd gaat, zijn de tranen nooit ver weg. Begin jij ook al? zegt De Graauw. “Ik ben ook zo trots op die kinderen,” antwoordt hij. De oudste miste tijdens de quarantaine het paardrijden, de jongste haar vriendinnetjes. Buurmeisje ‘Brooke van om de hoek’ stond regelmatig voor het raam, zodat er toch iets van contact was.

De jongste, Suzette, komt aan tafel zitten om erover te vertellen. In der Maur begint over de tijd in het ziekenhuis. “Hoe vond je het dat ik ziek was?” Suzette: “Niet leuk.” Hij: “Hoe was ik dan?” Zij: “Moe. En je haar was ontploft.”

Een tijdje was ze boos, zegt ze. “Ook op pappa. Terwijl ik niet écht boos op hem was.” Nu is ze niet meer boos. Ja, soms op haar zus Emilie. Volgens Emilie was er ook vaak ruzie tussen de zussen.

“Iedereen was een beetje bang, je hebt niks te doen, je bent gestrest, je kan niet in slaap vallen en van dat alles bij elkaar word je makkelijk boos op elkaar.”

Lieve mensen

Hulp kwam van alle kanten. Opa zette boodschappen voor de deur, de andere opa en oma kwamen sushi brengen en een buurvrouw zette een pan soep voor de drempel. Tip van In der Maur: “Stuur lieve berichtjes, maar stel niet te veel vragen. Ook op het dieptepunt van mijn ellende kreeg ik per dag soms tientallen appjes met vragen als: hoe is het nu met je?”

Toch, zodra hij er enigszins de puf voor had, zat hij op sociale media. Hij postte onlangs een wonderlijk bericht: ‘Wat een fantastisch jaar’.

Dat was geen verstandsverbijstering maar een ode aan de bijvangst van corona, zegt hij. “In mijn werk moesten we in een noodtempo de omslag maken naar online. Het is heel lang geleden dat ik in zo’n korte tijd zó veel heb bijgeleerd. Maar zelfs aan het ziekteproces kleven mooie dingen: ik heb gezien hoeveel lieve mensen we om ons heen hebben, hoe fantastisch mijn dochters zijn, ik heb een herbevestiging dat ik de allerleukste, -liefste en -intelligentste vrouw ter wereld heb.”

“Als je mij voor de keuze stelt: Jan-Jaap, zou je het nog een keer doen, zo zwaar corona krijgen, dan zeg ik: nee. Maar ik ben wel wakker geschud. Waar sommige mannen op hun 55ste een snelle auto kopen en een hele jonge vriendin nemen, ben ik me er extra van bewust dat ik een leuk leven heb. Het is een hard antwoord op de midlife, maar het lijkt een goede investering.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden