Plus Uitleg

Een minimumloon voor zzp’ers: klinkt sympathiek, maar...

Ook maaltijdbezorgers zullen profiteren van het bodemtarief. Beeld ANP

Wie als zzp’er aan de slag gaat, mag vanaf 2021 nooit minder dan 16 euro per uur betaald worden. Met dit minimumtarief wil het kabinet armoede onder zelfstandigen tegengaan. Klinkt sympathiek, maar er zitten wel nog tal van haken en ogen aan.

1. Waarom bemoeit de overheid zich met zzp’ers?

Niets doen is geen optie. Het aantal Nederlanders dat als zelfstandige zonder personeel werkt, zzp’ers dus, is in de afgelopen 15 jaar verdubbeld naar 1,1 miljoen. Vooral in de bouw en de ict zijn veel voormalige werknemers voor zichzelf begonnen. Daarmee verdienen velen overigens een goede boterham. Want behalve dat eigen baas zijn vrijheid btekent, is het zzp-schap vaak ook lucratief, zowel voor de persoon die het werk verricht als voor degene die de zzp’er inhuurt. Opdrachtgevers hoeven bijvoorbeeld geen werkgeverspremies te betalen en opdrachtnemers profiteren van fiscale voor­delen, zoals de zelfstandigenaftrek, omdat zij niet als werknemers maar als ondernemers worden gezien.

En daar wringt de schoen: niet alle zzp’ers zijn echte ondernemers. Soms is in de praktijk gewoon sprake van een verkapt dienstverband. Schijnzelfstandigheid dus. De overheid loopt daardoor belastingen en premies mis, die wel door ‘echte’ werknemers moeten worden opgebracht. Het stelsel van sociale zekerheid loopt door die ‘onbedoelde concurrentie’ gevaar.

Tegelijkertijd is het zzp-schap niet voor iedereen een vrije keuze: om kosten te besparen worden mensen door bedrijven soms gedwongen om ondernemer te worden, waarbij de risico’s op bijvoorbeeld ziekte volledig bij de zzp’er worden neergelegd. Ook zijn de tarieven die worden betaald soms te laag om van rond te komen. Zo had 8,6 procent van de zzp-huishoudens in 2017 een inkomen onder het bestaansminimum.

2. Wat kan een minimumtarief uitrichten?

Het kabinet wilde aanvankelijk opdrachtgevers dwingen om laagbetaalde zzp’ers als gewone werknemer in dienst te nemen. Maar dat voorstel botste met Europese regelgeving. In plaats daarvan wil het kabinet daarom per 2021 een wettelijk zzp-tarief opleggen. Net zoals bij het minimumloon mag er dan niet onder dat tarief worden betaald. “We leggen een vloer neer waar men niet onder mag komen,” zegt minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken.

Vooral schoonmakers, pakketkoeriers en maaltijdbezorgers zullen volgens Koolmees profiteren van het bodemtarief. Deze groep zzp’ers is vaak afhankelijk van één opdracht­gever en staat niet sterk in onderhandelingen over de vergoeding. “Ik geloof dat deze mensen echt geholpen zullen zijn,” zegt Koolmees.

Minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Beeld ANP

Toch zijn er nog wel vraagtekens. Bezorgers worden bijvoorbeeld vaak in stukloon en niet per uur betaald. Ook hebben zij te maken met wachttijd tussen bestellingen. Koolmees zegt dat daar rekening mee wordt gehouden: “Mensen zijn aan het werk als ze aan het wachten zijn,” aldus de minister, al ontkent hij niet dat de uitwerking in bepaalde sectoren ‘ingewikkeld’ zal zijn.

3. Waarom is gekozen voor een tarief van 16 euro per uur?

Ambtenaren hebben uitgerekend dat zelfstandigen minstens 16 euro per uur moeten verdienen om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien én een verzekering te kunnen betalen (of geld opzij te zetten) om inkomensverlies door bijvoorbeeld ziekte of werkloosheid op te kunnen vangen. Daarbij is uitgegaan van een fulltime werkweek; 40 uur per week gedurende 46 weken per jaar. Maandelijks komt dit neer op circa 1650 euro bruto, inclusief vakantiegeld.

Het minimumtarief van 16 euro ligt fors boven het wettelijk minimumuurloon, dat bij een 40-urige werkweek 9,44 euro bedraagt. Zzp’ers kunnen echter niet elk gewerkt uur in rekening brengen: uit onderzoek blijkt dat slechts 67 procent van de gemaakte uren declarabel is: de rest van de tijd gaat op aan bijvoorbeeld administratie en de verwerving van nieuwe opdrachten. Ook maken zzp’ers kosten die niet direct aan de opdracht gekoppeld kunnen worden, zoals voor internet en telefonie. Daarom wordt rekening gehouden met een opslag van 15 procent.

4. Is 16 euro wel genoeg?

Daar is meteen al discussie over. Volgens de vakbonden krijgen slechts 85.000 zzp’ers nu minder dan 16 euro per uur betaald, terwijl een veel grotere groep, 400.000, in financiële nood zit. Volgens vakcentrale CNV moet het minimumtarief daarom minstens 25 euro bedragen en zou dat in bepaalde sectoren, zoals de bouw, zelfs hoger moeten kunnen liggen. Ook linkse oppositiepartijen, waarmee het kabinet straks zaken zal moeten doen, dringen al langer aan op een hoger tarief.

Toch is die ambitie makkelijker uitgesproken dan in de praktijk gebracht, waarschuwt Koolmees alvast. Nederland mag alleen inbreuk op Europese wet- en regelgeving maken als aan drie eisen wordt voldaan. Zo moet een maat­regel noodzakelijk zijn, moet die voor iedereen gelden en mag die niet doorschieten om het doel te bereiken. Het minimumtarief kan daarom ‘niet hoger worden vastgesteld dan noodzakelijk is om armoede te voorkomen’, ­aldus Koolmees. Vandaar de koppeling aan het bestaansminimum. Ofwel: bij een hoger ­tarief is de kans groot dat Brussel bezwaar maakt.

5. Wat betekent dit voor zzp’ers die nu al meer dan 16 euro verdienen?

In principe kunnen zij gewoon het tarief blijven vragen wat zij al vroegen. Toch sluit Koolmees niet uit dat er risico’s kleven aan het kabinetsplan. Zo zou het kunnen gebeuren dat zzp’ers die nu nog meer dan 16 euro per uur verdienen, straks het minimumtarief uitbetaald krijgen. Ook houdt hij er rekening mee dat laagbetaalde zelfstandigen minder opdrachten krijgen. Koolmees gaat deze effecten daarom onderzoeken.

Daarnaast neemt voor alle betrokkenen, zowel zzp’ers als hun opdrachtgevers, de papierwinkel toe. Zelfstandigen moeten voor zij aan een klus beginnen, een inschatting maken van de directe kosten en uren die zij denken te maken. Dit uren-en kostenoverzicht wordt vervolgens overlegd aan de opdrachtgever, zodat die kan inschatten of er voldaan zal worden aan het minimumtarief.

Blijken er achteraf meer uren of kosten te zijn gemaakt, waardoor de vergoeding onder het minimumuurtarief uitkomt, dan moet de opdrachtgever bijbetalen. Een uitzondering wordt gemaakt voor particuliere opdracht­gevers, zoals bijvoorbeeld een huiseigenaar die zijn badkamer laat verbouwen door een zelfstandige. Koolmees vindt dat in deze situaties de zzp’er zelf moet opdraaien voor een verkeerde inschatting.

6. Waar moeten opdrachtgevers op letten voor zij een zzp’er inhuren?

In sectoren waarin veel met freelancers wordt gewerkt, zoals media, zal nog scherper worden gelet op de vraag of deze inhuurkrachten eigenlijk niet gewoon in dienst moeten zijn. Tot 1 januari 2021 zal de Belastingdienst alleen ingrij­pen bij opdrachtgevers die duidelijk ‘kwaad­wil­lend’ zijn, of die aanbevelingen van de fiscus negeren. Vanaf 2021 wordt de hand­having aangescherpt. Opdrachtgevers die dan twijfelen over de vraag of er sprake is van een dienstverband, kunnen dan online een vragenlijst invullen om vooraf zekerheid te krijgen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden