Een kabinet voor de zomer? Dan moet alles meezitten

In Den Haag is het hollen of stilstaan. In de verkiezingscampagne wilden politici een flitsformatie. Na het sluiten van de stembussen was er ruzie en stilstand. Nu moet er weer gas worden gegeven, zodat de formatie voor de zomer klaar is. Maar kan dat?

Demissionair premier Mark Rutte. Beeld ANP
Demissionair premier Mark Rutte.Beeld ANP

Een kabinet voor de zomer. Het zou mooi zijn als dat lukt, zei VVD-leider Mark Rutte. Daarmee was hij net iets voorzichtiger dan zijn D66-kompaan Sigrid Kaag, die die ambitie eerder die dag had uitgesproken. ‘‘Het land wil dat we vaart maken, dat we voor de zomer een nieuw kabinet hebben,” zei ze na haar gesprek met informateur Mariëtte Hamer.

De vraag is hoe reëel dat streven is. Het is vandaag 65 dagen geleden dat de stembussen sloten. En de formatie is eigenlijk pas deze week begonnen. “Iedereen weet dat dit volstrekt onrealistisch is,” zegt een geïrriteerde coalitiebron. “Kaag wil alleen maar daadkracht uitstralen.”

Trauma

Toch wil niemand aan het Binnenhof een herhaling van het trauma van de langstdurende kabinetsformatie aller tijden: 225 dagen. Zeven maanden formeren in een periode van crisis is niet uit te leggen, vinden de leiders van alle politieke partijen. Maar voor de zomer klaar? Dan zou de formatie binnen een maand moeten worden afgerond. Of binnen zeven weken, als we het begin van de zomer oprekken tot de dag dat de Tweede Kamer met zomerreces gaat (9 juli).

Het is ambitieus, maar het kan, geloven ze binnen D66. De democraten willen dat er een regeerakkoord op hoofdlijnen wordt geschreven, net zoals de vorige informateur Herman Tjeenk Willink adviseerde in zijn eindverslag op 30 april. Dan kan een nieuw kabinet dat coalitieakkoord in de zomermaanden uitwerken en met voorstellen komen.

Dichtgetimmerd

Het klinkt simpel. Niet alleen kan er zo na twee maanden van politieke surplace aan het Binnenhof eindelijk haast worden gemaakt met het oplossen van allerlei problemen die wachten, maar het past ook bij de door de Tweede Kamer gewenste ‘nieuwe bestuurscultuur’, waarin meer debat plaatsvindt en beleid minder vooraf wordt dichtgetimmerd. Bijkomend voordeel van een snelle formatie is dat een nieuw kabinet dan al zijn stempel kan drukken op de begroting voor volgend jaar, die deze zomer moet worden gemaakt.

Maar voordat een kabinet kan aantreden dat zo’n door Tjeenk Willink voorgesteld coalitieakkoord gaat uitwerken, moeten partijen het toch echt eerst eens worden over wie met elkaar gaan regeren. Kaag wil het liefst een coalitie van VVD, D66, CDA, PvdA en GroenLinks. De VVD er echter nog steeds niet happig op om met zowel PvdA als GroenLinks in het bootje te stappen. En CDA-leider Wopke Hoekstra heeft weliswaar een opening geboden door te zeggen dat ‘hij zich kan voorstellen dat zijn partij in een kabinet gaat zitten’, maar onder welke voorwaarden is nog volstrekt onduidelijk.

Verschillen

En zelfs al worden partijen het erover eens dat ze het met elkaar aandurven voor de komende vier jaar, dan nog zijn de onderlinge verschillen te groot om daar niet eerst gedetailleerde afspraken over te maken. Over verlening van de coronasteun aan bedrijven deze crisis zijn partijen het op hoofdlijnen al eens. Maar hoe zit het bijvoorbeeld met het aanpakken van de woningnood? Daarvoor moet de stikstofcrisis worden opgelost. En de oplossing die links daarvoor heeft (het mes in de veestapel) is niet de oplossing van VVD en CDA.

Als nieuwe ministers deze zomer plannen gaan uitwerken waar in de coalitie direct ruzie over uitbreekt, zal een nieuw kabinet geen lang leven beschoren zijn, hoe hoog iedereen nu ook opgeeft van een nieuwe bestuurscultuur. Veertig jaar geleden gebeurde dat al bij het kabinet Van Agt-II. Nog voor de regeringsverklaring was uitgesproken vlogen de coalitiepartijen CDA en PvdA elkaar al in de haren over de financiering van een afgesproken banenplan. Nog geen zeven maanden hield dat kabinet het vol.

Prinsjesdag

Wie zijn oor bij andere partijen te luister legt, hoort dan ook heel wat minder optimistische verwachtingen over de snelheid van de formatie. ‘‘Als alles meezit, zou het in het meest gunstige geval kunnen,” zegt een bron. “Maar de kans is beduidend groter dat het niet gaat lukken.”

Aan de huidige demissionaire ministers zal het in elk geval niet liggen. Die snakken naar vakantie en zij hopen dat hun opvolgers zo snel mogelijk op het bordes staan. Maar ChristenUnie-voorman Gert-Jan Segers zei al dat de demissionaire ministersploeg moet beginnen met het voorbereiden van de begroting voor 2022 om te voorkomen dat de boel te lang stil ligt. Mocht er dan voor Prinsjesdag een nieuw kabinet zijn, dan kunnen de nieuwe bewindslieden het altijd nog overnemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden