Achtergrond

Een ijsje eten zat er niet in op de warmste dag ooit in Nederland

Voor woensdag viel de warmste dag ooit in Nederland in de zomer van 1944: 38,6 graden wees de thermometer in Warnsveld (bij Zutphen) aan. Hoe beleefde bezet Nederland die zomerse hitte?

Beeld ANP XTRA

Afkoelen in zee zat er in elk geval niet in: de Nederlandse stranden waren afgesloten. Als onderdeel van de Atlantikwall, de Duitse verdedigingslinie tegen een geallieerde invasie, lagen ze bezaaid met mijnen en anti-tankobstakels. 

De duinen waren volgebouwd met bunkers, loopgraven en prikkeldraadversperringen. Wie wilde gaan zwemmen, moest zijn toevlucht dus zoeken in een vaart of meertje, zegt Erik Schumacher, historicus en schrijver van het recent verschenen boek 1944: Verstoorde verwachtingen.

In de Tweede Wereldoorlog waren ook andere banale dingen die wij doen op hete dagen allerminst vanzelfsprekend. Een ijsje eten, bijvoorbeeld. Of na een zweterige dag je kleren - en jezelf - wassen. “Er was bijna geen zeep meer verkrijgbaar. Ik kan me voorstellen dat er tijdens die hete dagen overal wel een zweetlucht hing,” zegt Schumacher. “Ook aan zuivel en veel andere etenswaren was niet makkelijk te komen. Veel producten waren op de bon. Hongersnood was er in de zomer van 1944 nog niet, maar er heerste wel een crisisgevoel: alles raakt op, waar gaat dit heen? Het moet nu wel snel afgelopen zijn.”

D-day

Het einde van de oorlog hing in de zomer van 1944 in de lucht. Op 6 juni waren de geallieerden op de stranden van Normandië door de Duitse verdedigingslinie gebroken. Maar hun opmars ging veel langzamer dan gedacht. Schumacher: “D-day had mensen veel hoop gegeven. En de Duitsers kregen het benauwd. Ze begonnen steeds harder en intimiderender op te treden. Meer mensen werden opgepakt en gefusilleerd. Toen de bevrijding uitbleef, werden mensen naarmate de zomer vorderde angstiger en moedelozer.”

In augustus begon het aan het front eindelijk weer een beetje op te schieten. Op 23 augustus, toen in Warnsveld de temperatuur naar recordhoogte steeg, was de bevrijding van Parijs in volle gang. Dat gaf nieuwe hoop dat de oorlog nu echt snel voorbij zou zijn, zegt Schumacher. Welke rol de hitte bij de geallieerde opmars speelde? “Eerlijk gezegd wist ik niet dat het toen zo heet was,” zegt de historicus. “In dagboeken en andere documenten uit die tijd ben ik daar weinig over tegengekomen.”

Tamelijk koel

Dat is niet zo verwonderlijk: de zomer van 1944 was qua weer eigenlijk helemaal niet bijzonder, weet weerstatisticus Klaas Ybema. “Alleen in augustus was er een hele warme periode van negen dagen, met de befaamde uitschieter op de 23e. Overigens was het vooral in het oosten en zuiden van het land snikheet. In de rest van het land was de hitte niet uitzonderlijk. In De Bilt kwam de temperatuur die dag niet verder dan 32,8 graden.”

De zomer van 1944 als geheel zou in het licht van de huidige opwarming zelfs tamelijk koel gevonden worden, zegt Ybema. Over juni tot en met augustus kwam de gemiddelde temperatuur uit op een magere 16,3 graden. De maand juni begon uitermate slecht. Een diepe depressie boven de Shetlandeilanden leidde ertoe dat de invasie van Normandië een dag moest worden uitgesteld. Ook na D-day bleef het wisselvallig, koel en somber. De maand juli brak met drie zomerse dagen (+25 graden) ook bepaald geen weerrecords.

Augustus dus wel. Behalve heet was het ook kurkdroog. In Veenhuizen viel de hele maand maar 3 millimeter regen, weet Ybema. “Dat mag je gerust uitzonderlijk noemen.”

Hongerwinter

De hongerwinter die daarop volgde, had daar overigens niks mee te maken. Het is niet zo dat mislukte oogsten daar een oorzaak van waren, zegt Ad van Liempt, schrijver van diverse boeken over de oorlog. “De hongerwinter was het gevolg van de mislukte slag om Arnhem, in september. De Nederlandse regering in Londen riep op tot een spoorwegstaking om te verhinderen dat de Duitsers hun soldaten over het spoor zouden vervoeren. Als wraak kondigden de Nazi’s een voedselblokkade af. Die leidde tot extreme schaarste aan voedsel en brandstof in het nog niet bevrijde deel van Nederland; met name de grote steden in het westen.”

De hongerwinter mag bekend staan als uitermate bar, statistisch viel dat wel mee. Ybema: “Ja, tijdens het Ardennenoffensief lag er sneeuw, maar dat is vrij normaal. De winters van 1941 en 1942 waren kouder. Dat de laatste oorlogswinter in het collectieve geheugen gegrift staat, is vanwege de vreselijke omstandigheden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden