PlusAchtergrond

Drones, lichtflitsen en klappende vrijwilligers: waarom wild afschieten als je het ook kunt verjagen?

Kunnen drones, lichtflitsen en klappende vrijwilligers de plaats innemen van het jachtgeweer? Ja, zegt ecoloog Tom Bade, die pleit voor het verjagen van wild als alternatief voor het schieten van honderdduizenden dieren.

null Beeld Rowin Ubink
Beeld Rowin Ubink

Meer dan een miljoen wilde dieren worden jaarlijks in ons land gedood omdat zij schade, hinder of gevaar veroorzaken. Honderdduizenden ganzen, duiven en kraaien, maar ook meer dan tienduizend reeën en vossen. Daar moet een einde aan komen, vindt Tom Bade van ecologisch onderzoeksbureau Triple E die in het net verschenen rapport Met de schrik vrij pleit voor een zoektocht naar creatieve oplossingen in het beheer van wilde dieren. “Er zijn allerlei alternatieven voor de jacht en toch wordt vrijwel automatisch gekozen voor het doden van dieren.”

Bade schreef het rapport samen met dochter Dagmar in opdracht van de Dierenbescherming, die al langer aandacht vraagt voor de grote aantallen slachtoffers van de jacht. “Ik had eerder een analyse gemaakt van de kosten en de baten van de ganzenjacht in Flevoland,” vertelt Bade. “Daar was een methode met verjagen in plaats van jagen wegbezuinigd. Dat bleek de kosten alleen maar hoger te maken en de overlast niet kleiner. Dat zette mij aan het denken: moeten we niet eens in het hele land kijken naar de voordelen van het verjagen boven de jacht?”

De ecoloog ontwikkelde een concept waarbij de jager wordt vervangen door een verjager. Dat kan een drone zijn, een robotvogel, harde knallen of lichtflitsen, maar ook een professional met een getrainde hond of een groep klappende vrijwilligers. “Het uitgangspunt is dat verjagen een volwaardige optie wordt in het beheer van wilde dieren. Soms zal het nodig zijn om een dier te schieten dat agressief of gevaarlijk is. Maar dat moet dan de uitkomst zijn van een ­serieuze afweging waarbij alle alternatieven zijn bekeken.”

Toch om het geld

Belangrijk is dat het verjagen op een slimme ­manier gebeurt. Daarvoor zijn ervaren verjagers nodig. Bade: “Elk probleem heeft zijn eigen oplossing. Bij Schiphol zijn in de afgelopen jaren honderdduizenden ganzen geschoten. Er wordt nu geëxperimenteerd met olifantsgras dat wel vier meter hoog wordt en het grasland onaantrekkelijk maakt voor ganzen.”

Verplaatst verjagen dan niet alleen een probleem? Dat hoeft niet. Voor ganzen zijn bijvoorbeeld al bepaalde gebieden ingericht waar ze kunnen foerageren. Bade: “In combinatie met verjagen kunnen de vogels naar de aangewezen foerageergebieden worden geleid. Het kan nodig zijn om een paar ganzen te schieten voor het leereffect. Dat kan onderdeel zijn van het plan.”

Bade levert zijn voorstel compleet met een ­financiële paragraaf. “Er is een moreel standpunt om dierenlevens te willen sparen, maar uiteindelijk draait het toch om geld. Jij en ik worden op het einde van de maand ook niet uitbetaald in complimenten. Grondeigenaren verdienen nu aan de jacht. Dat kan in ons model zo blijven. Net zoals de jager betaalt voor het recht om te doden, betaalt straks de verjager voor het in leven houden van een dier. Dat geld kan bij voorbeeld weer door sympathisanten in een landelijk fonds worden gestort.”

Anders ligt het met de miljoenen euro’s die nu jaarlijks via het Faunafonds door de provincies worden uitgekeerd aan boeren en kwekers die in hun bedrijfsvoering schade ondervinden van beschermde diersoorten. In 2019 ging dat om een bedrag van 25 miljoen euro. Bade spreekt van een perverse prikkel. “Landbouwschade is lonend geworden. De ondernemers halen hun schouders op, ze weten dat ze hun geld toch wel krijgen. Het systeem nodigt absoluut niet uit om te zoeken naar een creatieve oplossing om de schade tegen te gaan.”

Wat vindt de jager?

De Dierenbescherming heeft het rapport opgestuurd naar alle provincies om steun te vinden voor de nieuwe aanpak. Bade hoopt op een proef, bij voorkeur in de regio Amsterdam. “De meeuwen in Zandvoort, de damherten in de ­Waterleidingduinen, de ganzen bij Schiphol: er is een concentratie van interessante beheersproblemen. Laat daar nou eens een aantal slimme mensen naar kijken en met een samenhangend plan komen. En neem dan ook de tijd voor de uitvoering, toch zeker een jaar of tien. Dit zijn ingewikkelde dossiers die om een lange adem vragen.”

Dierenvrienden zullen het rapport met instemming lezen, maar hoe zit het met de jagers? Bade denkt dat dat weleens zou kunnen meevallen. “Ik ben geen voorstander van de jacht, maar dat is niet van belang. Ik weet dat veel jagers het helemaal niet leuk vinden om maar wat ganzen uit de lucht te knallen om de overlast tegen te gaan. Mijn voorstel zou zijn: jaag voor de sport, voor de consumptie en voor het plezier, maar niet om schade te voorkomen. Kijk daar met andere ogen naar en het scheelt elk jaar honderdduizenden dierenlevens.”

Aantal wilde dieren dat jaarlijks wordt gedood in Nederland

Ganzen 330.000

Duiven 200.000

Kraaien 100.000

Eenden 100.000

Hazen 86.000

Kauwen 80.000

Konijnen 26.000

Fazanten 17.000

Reeën 16.000

Vossen 12.000

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden