PlusAchtergrond

Drie redenen waarom niemand Rutte kon laten gaan

Wie dacht dat Rutte zou sneuvelen na zijn zoveelste loopje met de waarheid, is bedrogen uitgekomen. Waarom blijft hij aan? En: waarom kan hij toch niet helemaal gerust het paasweekeinde in?

De handen van Mark Rutte. Beeld Mike Roelofs/Lumen
De handen van Mark Rutte.Beeld Mike Roelofs/Lumen

Drie redenen waarom de premier het Torentje houdt, maar in de formatie het initiatief kwijt is:

1. Rutte is een maatje te groot

Het is een zinnetje dat we de komende dagen vaker zullen horen: “Ik heb 1,9 miljoen kiezers gekregen,” zei een opvallend frisse Mark Rutte gisteren, amper tien uur nadat zijn premierschap bijna was geëindigd. “Het zou gek zijn als ik twee weken na de verkiezingen een stap opzij doe.” Het signaal aan de buitenwacht is duidelijk: ik blijf.

Het tekent de machtspoliticus die Rutte is. Achter de ontspannen grijns en de joviale gebaartjes schuilt een man die verder dan zijn collega’s wil gaan om de lakens te kunnen uitdelen. “Ik zou zelf niet doorgaan, maar ik ben een ander mens,” zei D66-leider Sigrid Kaag afgemeten na afloop van het marathondebat. Dertig meter verderop stond Rutte alweer opgewekt te verkondigen dat hij zijn ‘stinkende best’ gaat doen om ‘het vertrouwen terug te winnen’.

Gêne is Rutte vreemd. Als het nodig is om kruipend door het stof te gaan, doet hij dat. Excuses maken, geen probleem. En o zo flexibel: wat hij eerst nog ‘in al zijn vezels’ nodig acht - weg met de dividendbelasting - noemt hij later even gemakkelijk een fout. Wat daarbij helpt: Ruttes woord is wet in de VVD. Hij ís in veel opzichten de partij geworden. Vele VVD’ers weten dat ze hun politieke carrière grotendeels te danken hebben aan de man die vier keer op rij de verkiezingen wist te winnen. Die trotseer je niet even. En dus zit hij er nog.

2. Coronacrisis houdt Rutte in het zadel

Zonder coronacrisis had de wereld er voor Mark Rutte totaal anders uitgezien. Het was een voor Rutte vertrouwd loopje met de waarheid - ‘ik ben het vergeten’ - dat hem zonder pandemie waarschijnlijk de kop had gekost. Voor de ChristenUnie was corona de doorslaggevende factor om geen ‘rode kaart’ te trekken en alleen de motie van afkeuring te steunen.

‘Dat weegt voor mijn fractie heel zwaar,’ schreef Segers in een verantwoording op de partijwebsite. ‘We zitten midden in een enorme, ongekende crisis, één van de grootste sinds de Tweede Wereldoorlog. Dat weegt zwaar in de afweging of we het ons kunnen veroorloven om zo’n stap te zetten.’ Het antwoord was voor Segers dus: nee.

Overigens tot chagrijn van de jongerenvereniging van de partij die dit ‘een fout’ noemde. ‘Het vertrouwen in Mark Rutte is volgens ons weg. Regeren met de VVD kan nog wel, maar zonder Rutte,’ schreef de voorzitter in een kritische brief.

Maar het crisisargument speelde bij meer fracties mee, zo bleek gisteren in de wandelgangen van de Tweede Kamer. Het vertrouwen opzeggen in de VVD-leider zou ongetwijfeld het einde betekend hebben voor de demissionair premier en had het land in een regeringsvacuüm geduwd, terwijl we net in een breekbare fase van de coronacrisis zitten. Dagelijks komen er gemiddeld nog 7400 nieuwe infecties bij, 2300 coronapatiënten zijn opgenomen in ziekenhuizen en de vaccinatiecampagne biedt nog geen zicht op snelle versoepelingen. “Je weet dat mensen ook denken: ga die crisis eens aanpakken in plaats van urenlang debatteren,” zegt een ingewijde. “Je kunt vandaag een premier naar huis sturen en morgen concluderen dat je weer in een gigantische naoorlogse crisis zit.”

3. Iedereen weet: je moet ‘samen’ door

Wie een motie van wantrouwen steunt tegen de VVD-leider zegt eigenlijk: met jou kunnen we niet verder. Nu niet, maar ook in de voortgezette formatie niet. En dat is gewaagd, zeker voor D66 en het CDA.

Als zij wel de rode kaart hadden getrokken - en dus Ruttes VVD buiten de deur willen houden - moeten ze in verkenningspoging nummer drie een recordaantal andere partijen op één lijn zien te krijgen. In Den Haag wordt dit spottend wel ‘de zeven-dwergenvariant’ genoemd: D66, CDA met bijvoorbeeld PvdA, SP, GL, CU en PvdD (nipte meerderheid van 77 zetels).

Maar de partijleiders hadden waarschijnlijk meer dan alleen die coalitiecalculator op het bureau toen ze voor de keuze stonden of ze Rutte echt naar huis wilden sturen: politiek is mensenwerk, warme relaties onderhouden, goede contacten hebben.

En precies op dat punt is premier Rutte haast onovertroffen. De VVD-leider is zo iemand die oppositieleden in het Torentje uitnodigt voor een kop koffie, die soms een vorkje prikt met een fractieleider waar-ie in debatten hoogst oplopende conflicten mee uitvecht. Dat is functioneel uiteraard, maar het levert ook krediet op. Krediet dat hij in zijn moeilijkste debat ooit donderdag bijna helemaal moest opsouperen met de ultieme vertrouwensvraag: “Ik heb u toch nooit belazerd?”

Waarna diverse politici van binnen moesten erkennen: dat klopt wel. En dat is de kracht van Rutte, weet een ingewijde van een andere partij: “Die man doet alles op de relatie, daar kun je echt enorm lang heel erg ver mee komen, dat bewijst hij. Zeker als je inhoudelijk flexibel bent.”

Maar: waarom hij zich toch zorgen moet maken

Het zoemde meteen na ‘de nacht van Omtzigt’ al rond: Rutte moet vooral niet denken dat hij gebutst en wel zijn vierde kabinet in elkaar kan timmeren. Veel partijen zien in hem een sta-in-de-weg voor de volgende coalitie. De motie van wantrouwen mag hij dan ternauwernood hebben overleefd, het zal slechts uitstel van executie blijken, klonk het dreigend.

De kloof tussen Rutte en de beoogde coalitiepartners is groter geworden. D66-leider Kaag plaatste zich gisteren moreel boven de VVD’er door te zeggen dat zij wél opgestapt zou zijn na zo’n tik op de vingers, Hoekstra bleef milder maar heeft met fractiegenoot Pieter Omtzigt in Enschede één van de meest Rutte-kritische Kamerleden van het parlement in huis. Omtzigt zelf liet zich nog niet horen na Ruttes debat, maar zijn vrouw Ayfer Koç - ook CDA-raadslid - is op Twitter helder: “Deze premier kan toch nooit meer het vertrouwen in de rechtsstaat herstellen? Deze tijd vraagt om dienend leiderschap.”

Binnen het CDA wordt wel gesteld dat zij ‘niet in de fractie’ zit, maar het is wel degelijk een waarschuwing voor Rutte. Het is overigens nog altijd onduidelijk in hoeverre Omtzigt zelf betrokken was bij de afwegingen van de CDA-fractie donderdagnacht.

En zo ontvouwt zich een voor Rutte ongemakkelijk scenario: partijen zullen bij de nieuwe informateur opnieuw moeten zeggen hoe de formatie verder moet. Alles zal hetzelfde zijn afgezien van één nieuw feit: het geschonden of zelfs verloren vertrouwen in de leider van de VVD. Met hém formeren gaat niet gebeuren.

Een impasse dreigt, en dus is het aan de informateur om Rutte de spiegel voor te houden. Hij is het obstakel. Is het dan niet beter om plaats te maken, uit landsbelang? Een partijgenoot kan dan het stokje overnemen. De Rexit is dan alsnog een feit.

In de VVD zetten ze zich al schrap. Een wissel van leider gaat niet gebeuren, klinkt het daar, als er partijleiders zijn die niet met Rutte willen formeren dan moeten die zelf maar plaatsmaken. Ná de verkiezingen de grote winnaar willen lozen, zou niets minder zijn dan een ‘schoffering van de kiezer’.

Tegelijkertijd is het maar de vraag hoe een zó beschadigde Rutte nog succesvol punten voor zijn partij kan scoren. Wie deemoedig wil zijn, kan moeilijk het maximale eisen. Als het ‘vertrouwen herwinnen’ gepaard gaat met het overboord gooien van het hele VVD-programma, komen de liberalen van een koude kermis thuis. Hoeveel is het de club waard om Rutte zijn droom van langstzittende premier allertijden waar te laten maken?

Veel, taxeren D66 en CDA. Door Rutte politiek in leven te laten, versterken zij hun positie aan de onderhandelingstafel.

Jongeren D66, CDA en CU willen alleen verder zonder Rutte

De jongerenorganisaties van de ChristenUnie, D66 en het CDA vinden dat er geen plek is voor VVD-leider Mark Rutte aan de formatietafel. Volgens PerspectieF (CU), de Jonge Democraten (D66) en het CDJA (CDA) is het vertrouwen in hem weg en kunnen hun moederpartijen niet meer met hem regeren.

PerspectieF vindt bovendien dat de ChristenUnie de motie van wantrouwen tegen Rutte had moeten steunen. “Het vertrouwen in Mark Rutte is volgens ons weg,” zegt PerspectieF-voorzitter Bina Chirino. “Regeren met de VVD kan nog wel, maar zonder Mark Rutte.” Dat de motie van wantrouwen niet werd gesteund, noemt Chirino ‘een fout’.

De Jonge Democraten vinden dat de motie van wantrouwen ‘absoluut een optie was om te overwegen,’ maar hebben er ook begrip voor dat partijleider Sigrid Kaag uiteindelijk koos voor een motie van afkeuring. Ze vinden het vooral ‘belangrijk dat er wordt doorgepakt’. “Mark Rutte mag geen premier meer worden en zich niet meer met de formatie bemoeien,” aldus een woordvoerder.

Het CDJA vindt de motie van afkeuring die D66-leider Sigrid Kaag samen met CDA-voorman Wopke Hoekstra tegen Rutte indiende voldoende. “De boodschap van de motie was duidelijk. Het is niet denkbaar dat het CDA met Rutte om tafel gaat,” laat een woordvoerder weten. Een motie van wantrouwen was volgens het CDJA niet gepast. “Die is bedoeld tegen bewindspersonen en de motie van afkeuring richtte zich op Rutte als VVD-leider.”

Onder de leden van PerspectieF gaat overigens ook een brief rond aan CU-leider Gert-Jan Segers, die nog een stuk feller van toon is dan de verklaring van het bestuur. “Het vertrouwen is in u gelegd door mensen die geloven in handelen vanuit integriteit, vanuit onze gezamenlijke normen en waarden,” staat in de brief. “En u hebt ons diep teleurgesteld. U hebt gehandeld vanuit angst, niet vanuit hoop. Dit is ons blijken van sterke afkeuring.” Chirino zegt in de verklaring dat het bestuur niet achter de brief staat. (ANP)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden