Nieuws

‘Diepste excuses’ kabinet aan nabestaanden genocide Srebrenica

Het kabinet biedt de nabestaanden en overlevenden van de massamoord in Srebrenica de ‘diepste excuses aan’. Dat deed minister Kajsa Ollongren (Defensie) bij de jaarlijkse herdenking van de genocide.

Hanneke Keultjes
Minister van Defensie Kajsa Ollongren bezoekt Srebrenica. Beeld Ahmedin Dozic
Minister van Defensie Kajsa Ollongren bezoekt Srebrenica.Beeld Ahmedin Dozic

De internationale gemeenschap faalde bij de bescherming van de enclave Srebrenica, stelde Ollongren. Nederland is, als onderdeel van die internationale gemeenschap, politiek medeverantwoordelijk ‘voor de situatie waarin dit kon gebeuren’. “Daarvoor bieden wij onze diepste excuses aan.”

Na de val van Srebrenica, op 11 juli 1995, werden meer dan achtduizend mensen vermoord door Bosnisch-Servische troepen. Nederlandse VN-troepen, Dutchbat III, waren op dat moment verantwoordelijk voor de bescherming van de enclave.

De internationale gemeenschap deed ‘de belofte’ dat het ‘u zou beschermen’, zei Ollongren, die als eerste Nederlandse minister van Defensie bij het Memorial Center in Potocari sprak. “Ook Nederland deed daaraan mee, met de beste intenties. Desondanks is Srebrenica nietsontziend onder de voet gelopen.” De genocide was, benadrukt Ollongren, ‘de schuld van slechts één partij’: “Het Bosnisch-Servische leger.”

Dutchbatters

Ondanks de ‘diepste excuses’ bleef Ollongren ook pal voor de Dutchbatters staan: “Onze militairen bleven doen wat ze konden, om hun taak zo goed mogelijk uit te voeren en weerloze mensen te beschermen.”

Ollongrens woorden liggen gevoelig – details in de speech werden kort voor het uitspreken nog aangepast – want vorige maand bood premier Mark Rutte tijdens een speciale ceremonie in Schaarsbergen nog excuses aan aan de veteranen van Dutchbat III. Zij voelden zich na terugkeer in Nederland vaak verguisd, in de steek gelaten door Defensie, hun eigen werkgever, en door de politiek, die hen op een onmogelijke missie zou hebben gestuurd.

In de regio rond Srebrenica vielen de excuses aan Dutchbat niet goed, vooral omdat de militairen die destijds in voormalig Joegoslavië op missie waren ook een onderscheiding kregen. Zij vonden dat excuses door Nederland eerst híér moesten worden gemaakt, aan de nabestaanden en degenen die de genocide wisten te overleven.

Juridische claims

Aan die kritiek komt Ollongren nu – deels – tegemoet, in een formulering waarvan bronnen rond het kabinet hopen dat die niet leidt tot juridische claims.

Volgens Ollongren verbindt juli 1995 Bosnië en Nederland ‘voor altijd’. “Samen maakten we de donkerste dagen van deze plek mee.” Dat herinnert aan ‘diepe angst en onzekerheid’. “Bij al die mensen die hier in juli 1995 wanhopig naar bescherming zochten.” Maar ook, zegt ze, een herinnering aan ‘grote machteloosheid’. “Bij de VN-soldaten die hen zo graag hadden willen beschermen.”

Die ervaring heeft Nederland en Bosnië ‘een gezamenlijke stem gegeven’, aldus Ollongren. “Een stem die we moeten laten horen als ándere stemmen de genocide ontkennen – óf doelbewust polarisatie in onze samenlevingen aanwakkeren. Deze plek leert ons waartoe dat kan leiden.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden