PlusDe Klapstoel

Dichter Ellen Deckwitz: ‘Mijn streekroman? Verwacht ’m over twintig jaar’

Ellen Deckwitz: 'Op een gegeven moment bereik je een punt in je leven waarop je weet wat voor jou werkt.' Beeld Harmen de Jong
Ellen Deckwitz: 'Op een gegeven moment bereik je een punt in je leven waarop je weet wat voor jou werkt.'Beeld Harmen de Jong

Ellen Deckwitz (1982) is dichter, theatermaker en columnist. In 2009 won ze het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam, en vorige maand kreeg ze De Johnny, een oeuvreprijs voor podiumpoëzie.

Vera Spaans

Deventer

“De koekstad! Mijn optimistische ouders dachten: we kunnen nog wel een autoritje maken. Plens, daar gingen de vliezen! Ze woonden in Enschede, twee weken na mijn geboorte zat ik in Twente. Deventer is altijd mijn liefde gebleven. Prachtige stad met prachtige boekhandels. Als er geen pandemie is, is er een heel mooi Dickensfestival. En het Tuinfeest, een poëziefestival met dichters die voorlezen in de middeleeuwse binnenstad.”

“Ik kom uit een lerarenfamilie. Mijn grootmoeder, die naast ons woonde, was basisschooldocent en haar ouders waren dat ook geweest. Die waren naar Indië gegaan om de lokale bevolking les te geven. Mijn moeder heeft toen ik negen of tien was de lerarenopleiding Nederlands gedaan, in de avonduren. Voor haar tentamens ging ze vaak in bad, en dan mocht ik haar overhoren. Dat was magisch. Ik heb toen zo veel geleerd over letteren en poëzie. Stromingen, literatuurgeschiedenis, de rederijkers! Ik weet nog dat ze me vertelde dat een alinea in een gedicht een strofe heet, en dat dat Italiaans is voor ‘kamer’. Oh my god, dacht ik, een gedicht is een huis! Mind-blown was ik.”

Hilarius Broekhuis

“Ik was even gestopt met studeren, ik vond dat ik het allemaal veel beter wist, dus wilde alleen nog maar werken. Ik ben naar die boekhandel, Hilarius Broekhuis, gegaan en heb gezegd: ik heb alles gelezen wat hier staat! Beetje bluf natuurlijk, maar ik werd wel aangenomen. Geweldig was het. Het was in de tijd dat Harry Potter deel 4 uitkwam, dus los van het feit dat je verkleed in een winkel mocht staan, was het ook fysiek zwaar. Die boeken waren bakstenen. Statenbijbels. Ik had behoorlijk wat babyvet toen ik er kwam werken en na twee maanden was het weg.”

“Op de bestelafdeling kwam ik boeken tegen waarvan ik nog nooit had gehoord. Ik kende van Tolstoj alleen Anna Karenina en Oorlog en vrede, en opeens kwam er een boekje binnen, Mijn biecht, waarin hij vertelde waarom hij zo’n lul is geweest zijn leven lang. Dat las ik met rooie oortjes.”

Leesuur

“Elke avond van zeven tot acht. Ik zette als kind mijn wekker en ging lezen-lezen-lezen. Ik heb altijd het gevoel gehad dat iedereen de instructie van het leven had gekregen behalve ik. En in boeken zitten toch ideeën en voorbeelden van hoe je het niet moet doen. Of wat moraal is. Mijn ouders hebben echt moeten leren praten. Het ging bij hen thuis, in hun gezinnen, altijd om overleven. Mijn moeder had twee ouders met een kamptrauma, mijn vader verloor zijn vader toen hij 14 was aan tbc. Zijn moeder was economisch vluchteling uit Duitsland. Mijn ouders zijn beiden van hun geloof gevallen. Ze liepen ook maar een beetje rond: wat moeten we met ons leven, hoe werkt dit?”

Indonesië

“Het land dat ik van mijn oma overgeleverd heb gekregen. Toen Indië Indonesië werd, zei mijn oma altijd, ging alles mis. Zij en mijn opa hebben daar beiden in een kamp gezeten. Ze zijn er gemarteld, zijn er hun broers verloren, hebben troostmeisjes geronseld zien worden. Mijn oma heeft een vriendinnetje teruggevonden met de darmen uit het lijf getrokken. Ze heeft weleens gesuggereerd dat mijn opa verkracht is in het kamp. Dat is ook een taboe: gevangenen deden elkaar van alles aan. Ik heb het hem nooit kunnen vragen, hij is gestorven toen mijn moeder 16 was.”

“Mijn grootouders praatten er nooit over. Mijn overgrootvader had ook het kamp overleefd, en af en toen gingen hij en mijn opa in een aparte kamer zitten, met een fles jenever. Mijn oma vermoedde dat het op zulke momenten over het kamp ging, maar ze mocht er nooit bij.”

9/11

“Door mijn oma heb ik altijd het gevoel gehad dat er een grote oorlog zou komen. Dus met de aanslagen van 11 september dacht ik: zie je wel! Waar iedereen in paniek was, was ik gerustgesteld. Toen ik ging studeren, verschenen er al snel boeken over 9/11. Dat vond ik interessant, want je hebt een tijdsafstand nodig: de meeste romans en gedichten over wereldgebeurtenissen die meer doen dan het sentimentele herhalen van de feiten verschenen pas dertig of veertig jaar later. Ik vond het zo heerlijk hoogmoedig van die auteurs om het meteen te doen. Maar het zijn, enkele uitzonderingen daargelaten, hele slechte boeken. Larmoyant, en vooral: ze beweren allemaal dat 9/11 een soort Tweede Wereldoorlog is, en dat is het natuurlijk niet.”

Poetryslam

“Ik was 24 toen ik voor het eerst meedeed. Zo leuk: je hebt contact met het publiek en krijgt feedback van iemand anders dan je ouders of je vrienden, waardoor je er meteen mee aan het werk kunt. Bij poetryslam draag je in wedstrijdverband gedichten voor die je zelf moet hebben geschreven. Al slammende kwam ik op het Nederlands kampioenschap terecht, en dat won ik, dus toen mocht ik opeens met uitgevers gaan praten. Dat was mijn doorbraak. Je kwalificeert je ook meteen voor het wereldkampioenschap. Op het WK wordt alle poëzie boventiteld. Heel vet. Met de Duitse en de nationale kampioen van Singapore heb ik altijd contact gehouden.”

Songfestival

“Topsport! Overtuig maar eens heel Europa, Australië en een stuk van het Midden-Oosten er in drie minuten van dat ze op jou moeten stemmen! Het is een barometer van de stemming in Europa. De top 3 van dit jaar waren niet-Engelstalige nummers. Ik kan me indenken dat men na Trump en de brexit wel een beetje klaar was met die taal. Als je Twitter bijhoudt over het Songfestival zie je: de xenofobie spat ervan af. Zo snap je ook meteen waarom de EU nooit echt van de grond zal komen.”

Johnny the selfkicker

“Een van de eindbazen van de poëzie. Niet alleen om wat hij maakte, maar ook om de bizarre geestdrift waarmee hij dat voordroeg. Hij stond op een gegeven moment in Carré toen hij werd uitgejouwd. Hij bleef staan, en op een gegeven moment sloeg de stemming om. I wish dat ik erbij had kunnen zijn, maar dit was in 1966. Toen ik hoorde dat ik genomineerd was voor De Johnny ging het dak eraf. Die man is een legende.”

Poule des doods

“Daar heb ik dit jaar mijn debuut gemaakt. Het is een groepje dichters die een gedicht schrijven bij een eenzame uitvaart. Ik werd gevraagd voor meneer Meijer, een kluizenaar van Indische komaf. Zijn dochter was overleden toen ze een jaar of twintig was en zijn hele huis hing vol met foto’s van haar. Zo zielig. Hij had een kampverleden, hij had littekens op zijn rug. In zijn huis werden sporttassen vol opgerolde bankbiljetten gevonden. Dat herken ik van mijn familie. Altijd voorbereid, want het gaat een keer mis en dan moet je rennen.”

“Ik word nog emotioneel als ik aan hem denk. Dat je je dochter hebt verloren als ze net haar vleugels heeft uitgeslagen. Hij leefde in een arbeiderswoninkje terwijl hij bakken met geld had maar niet meer de moeite wilde nemen iets van het leven te maken. Ik geloof dat er in die tassen wel 14.000 euro zat. Normaal gesproken betaalt de gemeente zo’n eenzame uitvaart, maar nu hoefde dat dus niet. Ze hebben het mooi aangepakt, hij heeft een plekje op Zorgvlied, maar dan sta je daar dus, bij die uitvaart, met iemand van de gemeente, met een buurman die weleens hoi tegen hem zei en iemand – ik – die hem bij leven nog nooit ontmoet had.”

Cavia’s

“Op een gegeven moment bereik je een punt in je leven waarop je weet wat voor jou werkt. Welke tandpasta, welke conditioner je niet in je haar moet doen, wat voor type mannen je niet mee moet daten. Ik ontdekte dat ik toch bij mijn oude huisdierliefde de cavia ben gebleven. De beste huisgenoot aller tijden. Ze piepen, ze zijn heel goed zindelijk te maken, het zijn schootkatten maar dan niet met de cold shoulder die katten je af en toe kunnen geven.”

Depressie

“We hebben een gezegde in de familie: baard in de keel, steen in de kop. De puberteit breekt aan en daar ga je. Ik had er als kind al wel last van. Zo’n kamptrauma, dat wordt doorgegeven. En als de hormonen doorkomen krijg je een instabiele serotoninespiegel. Ik wilde als tiener opeens dood. Ik maakte op mijn veertiende voor het eerst plannen, maar gelukkig kantelde dat op het laatste moment.”

“Het is nog steeds een gevecht. Je probeert er te zijn voor de mensen om je heen, maar het is af en toe wel moeilijk om in leven te blijven, om die lol te hebben, om uit bed te komen. Tegelijk: toen ik 13 was, pleegde iemand die dicht bij me stond zelfmoord, en ik zag wat dat met haar familie deed. Dat ontwrichtte totaal. Je bent als mens een systeem met elkaar. Met zelfdoding veroordeel je de rest tot levenslang. Ik begrijp mensen die het doen, heel goed zelfs, maar je blijft soms ook in leven voor elkaar.”

De slimste mens

“Dat was heftig. Ik heb bakken met stront over me heen gekregen. Mensen vonden me te bijdehand, vonden mijn hoofd niet leuk. De laatste winnaar, Lisa Loeb, werd verrot gescholden omdat mensen vonden dat ze een beugel moest nemen. Tegelijk heb ik er hele leuke contacten aan overgehouden. En ik was verrast dat ik zo ver kon komen, ik heb de finaleweek gehaald. Maar ik was wel enorm geschrokken van de haatberichten. Jullie kennen mij helemaal niet! En bovendien: wie is er leuk tijdens een quiz? Ik word enorm fanatiek, een soort Monica uit Friends. Maar ik heb daarna toch op elke quizuitnodiging ja gezegd. Terug in het zadel. Ik vind het leuk, en ook belangrijk om af en toe op tv te zijn om de poëzie erin te kunnen fietsen.”

Streekroman

“Daar ben ik al sinds mijn twintigste mee bezig en ik verwacht dat ie over twintig jaar klaar is. Hij gaat over een familie in Twente en hoe Twente verandert. Het is mijn hobbyproject. Wat papa met zijn microvliegtuigjes heeft in de garage, heb ik met dit verhaal. Ik heb al wel een uitgever, maar er komen steeds verhaallijnen bij. Het komt nooit af!”

Pieter-Rim de Kroon

“Van de film Hollands licht? Daar heb ik over gelezen. Ik vind het bijzonder dat iemand over licht en lichtval een film maakt. Kom er maar eens om, er zijn zo veel films waarbij het om het narratief draait, en niet waarbij het beeld an sich de hoofdrol speelt. Bewonderenswaardig.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden