PlusInterview

Deze sporters kozen de kant van de bezetter: ‘Hoe kun je zo diep zinken?’

Wat hebben atleet Tinus Osendarp, Oranjedoelman Gejus van der Meulen en wielrenner Cor Wals met elkaar gemeen? Ze waren allemaal topsporters die tijdens de Tweede Wereld Oorlog de kant van de Duitsers kozen. Paul van de Water schreef een boek over hen: Langs de lijn, over sporters die de kant van de bezetter kozen.

 Olympisch bokser en brute Jodenjager Sam Olij, geflankeerd door zijn soons Jan (links) en Kees, beide in hun SS-uniform. Beeld NIOD / BeeldbankWO2
Olympisch bokser en brute Jodenjager Sam Olij, geflankeerd door zijn soons Jan (links) en Kees, beide in hun SS-uniform.Beeld NIOD / BeeldbankWO2

Paul van de Water vergaart voor zijn promotieonderzoek bij het Niod Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies kennis en inzicht over gewelddadige collaborateurs tijdens de bezetting van Nederland. Zijn boek In dienst van de nazi’s (2020) handelde over ‘gewone mensen’ die zich bekeerden tot het nationaalsocialisme en zich vervolgens ontwikkelden tot extremisten. Zijn nieuwe boek bevat 37 portretten van bekende Nederlandse en Vlaamse sporters die tijdens de bezetting lid waren van de NSB of de SS.

“Waarom ging voormalig Ajaxspeler Joop Pelser bij een roofbank van de nazi’s werken en waarom ging de beroemde wielrenner Cor Wals naar het Oostfront om daar tegen de communisten te vechten? Waarom werd een man als Sam Olij een beruchte Jodenjager die honderden Joden oppakte en zich daarbij ook schuldig maakte aan afpersing, diefstal en tal van geweldsplegingen,” antwoordt Van de Water op de vraag waar de fascinatie voor dit onderwerp vandaan komt. “Ik ben sowieso zeer geïnteresseerd in de vraag op grond van welke factoren mensen keuzes maken die zeer schadelijk uitpakken voor anderen en in retrospectief ook voor henzelf. Welke omstandigheden en welke niet-situationele factoren spelen daarbij een rol? Wat zijn de gevolgen geweest van hun keuzes?”

Uw eerste boek handelt over ‘gewone’ Nederlanders die de kant van de Duitsers kozen en nu portretteert u sporters. Waarom?

“Tijdens het schrijven van In dienst van de nazi’s kwam ik op het spoor van een aantal sporters die ik niet meenam in dat boek, maar die ik wel bijzonder boeiend vond. De overeenkomst was dat ze zich ook schuldig hadden gemaakt aan ernstige vormen van collaboratie en soms ook geweldpleging. Ik wilde uitzoeken waarom sporters de kant van de Duitsers kozen en wat hun motieven waren.”

Wat was uw vooraanname?

“Mijn vermoeden was dat ze partij voor de nazi’s kozen omdat sport in het nationaalsocialisme zeer belangrijk is. Hitler zag sport niet alleen als een uitstekend propagandamiddel maar ook als een manier om jonge mensen voor te bereiden op hun toekomstige rol als soldaat of moeder. Sporten die goed waren voor de fysieke weerbaarheid zoals atletiek, turnen, worstelen en boksen stonden hoog aangeschreven.”

Ziet u verschillen tussen ‘de normale’ mensen die u in uw eerste boek beschreef en deze topsporters?

“Uiteindelijk niet. Ik had verwacht dat sporters als worstelaars, boksers en atleten kozen voor het nationaalsocialisme omdat ze dan ruimhartig gefaciliteerd werden om te sporten. Dat klopte niet. Bij de meesten ging het om een combinatie van verschillende factoren. Je werd er zelf beter van, je steeg op de maatschappelijk ladder in bepaalde ogen, je kon carrière maken zonder enige vorm van opleiding en het was een bevrediging van de zucht naar avontuur. Er zijn trouwens maar heel weinig sporters die op grond van ideologische overwegingen voor de nazi’s kozen.”

Paul van de Water: Langs de lijn, foute sporters in de Tweede Wereldoorlog. Omniboek, €25.  Beeld
Paul van de Water: Langs de lijn, foute sporters in de Tweede Wereldoorlog. Omniboek, €25.

Ging het sporten tijdens de oorlog gewoon door?

“Zeker. Het lag even stil pal na de inval maar in no time werd er weer volop gesport. De sportwedstrijden werden ook beter bezocht dan ervoor omdat mensen op zoek waren naar een uitlaatklep voor alle misère. De Duitsers gebruiken sport ook om mensen rustig te houden. Uit die tijd komt ook de uitspraak: ‘Wer Sport treibt, sündigt nicht’. Joden mochten uiteraard van de Duitsers helemaal niet sporten en ook geen sportwedstrijden bezoeken. Ook daar besteed ik in mijn boek aandacht aan.”

In het boek staan 37 mensen. Hoe bent u tot die selectie gekomen?

“Ik heb veel archieven doorgespit en oude kranten gelezen over sport in de periode van voor de oorlog tot 1945. Ik keek wie er prominent was en vervolgens onderzocht ik wat ze tijdens de oorlog hadden gedaan. Neem bijvoorbeeld Tinus Osendarp, de Nederlandse sprinter die derde werd op de Olympische Spelen in Berlijn. Hij kon heel hard rennen, maar was ook vrij dom. Toch werd hij aangesteld bij de politie en daar kreeg hij macht over anderen. Macht in combinatie met domheid is dodelijk.”

Een van de opvallendste personen uit uw boek is Sam Olij, een beroemde bokser die ook als politieagent werkte.

“Sam Olij is een van de boeiendste en tevens een van de slechtste mensen die ik heb beschreven. Net als Osendarp was hij niet gezegend met grote intellectuele capaciteiten, maar hij kon wel heel goed boksen. Hij deed mee met de Olympische Spelen en was in 1928 zelfs vlaggendrager. Later kwam hij bij de politie terecht en mocht daar bokstrainingen geven. Een van zijn hobby’s was het in elkaar meppen van communisten. Tijdens de bezetting ontwikkelde hij zich tot een uiterst gewelddadige Jodenjager die vrijwel alleen maar afschuwelijke dingen heeft gedaan. Toen ik over hem aan het lezen was, vroeg ik me oprecht af wat er in je leven gebeurd moet zijn om zo diep te zinken als Sam Olij.”

In 1944 werd er een aanslag op hem gepleegd.

“Hij woonde in Tuindorp Oostzaan, samen met zijn vrouw Willempje Hottentot en zijn zonen Jan en Kees die beiden bij de SS zaten. Op 15 februari 1944 zat Sam met Willempje en Kees in de huiskamer toen er opeens achttien kogels op hun huis werden afgevuurd. Het waren tamelijk impulsieve mensen, dus ze pakten meteen hun pistolen en gingen naar buiten. De dader was er echter al vandoor en opgelucht gingen ze weer naar binnen omdat ze de aanslag overleefd hadden. Maar Willempje lag daar zwaar gewond in de kamer omdat ze in haar long was geraakt. Hoewel er een beloning van 10.000 gulden was uitgeloofd, zijn de daders nooit gepakt.”

Wat hoopt u met uw boek over te brengen?

“Dat mensen in extreme omstandigheden tot extreme keuzes en handelingen in staat zijn, maar dat die omstandigheden daar op zich geen volledige verklaring voor geven.”

Volgend jaar weer een nieuw boek?

“Zeer zeker. Dat zal gaan over Nederlandse en Vlaamse vrouwen die die de kant van de Duitsers kozen en zicht aan misdrijven schuldig hebben gemaakt.”

Paul van de Water (Amsterdam, 1953) is auteur en promovendus aan de Universiteit van Amsterdam en het Niod Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. In 2020 verscheen In dienst van de nazi’s. Langs de lijn is zijn tweede boek over ‘gewone’ Nederlanders die collaboreerden met de Duitsers. Eerder was Van de Water docent, trendwatcher, IT-consultant en hoofd studentenzaken bij de Hogeschool van Amsterdam. Beeld
Paul van de Water (Amsterdam, 1953) is auteur en promovendus aan de Universiteit van Amsterdam en het Niod Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. In 2020 verscheen In dienst van de nazi’s. Langs de lijn is zijn tweede boek over ‘gewone’ Nederlanders die collaboreerden met de Duitsers. Eerder was Van de Water docent, trendwatcher, IT-consultant en hoofd studentenzaken bij de Hogeschool van Amsterdam.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden