PlusInterview

Deze Iraanse Amsterdammer wil de stem zijn van onderdrukten in Iran

De Amsterdamse Iraniër Pejman Akbarzadeh wil als journalist en pianist de stem zijn van onderdrukte kunstenaars in Iran. Dreigementen laten hem koud. ‘Als je je zelfs in Amsterdam monddood laat maken, is de strijd verloren.’

Pejman Akbarzadeh: ‘Het is bizar hoever het regime van de ayatollahs bereid is te gaan.’Beeld Marc Driessen

Tijdens het interview in café De Tropen kijkt Amsterdammer Pejman Akbarzadeh telkens op zijn smartphone. Hij volgt het nieuws uit Iran – dat hij ­Perzië noemt – op de voet en krijgt input van Iraniërs op sociale media, van wie sommigen hun profielfoto hebben veranderd in die van passagiers van het door het regime neergeschoten Oekraïense verkeersvliegtuig.

Uit alle hoeken komen signalen van groeiend verzet, zegt hij. Ook de culturele sector roert zich sinds het neerhalen van het vliegtuig. “In Teheran zijn concerten afgelast vanwege de leugens over die ramp. Op sociale media circuleert een lijst van theater- en filmmakers, van acteurs, musici en andere kunstenaars die hun producties terugtrokken van het Fajrfestival.”

Sinds 1982 wordt dat festival, dat onder toezicht staat van de minister van Cultuur en Islamitische Begeleiding, in februari gehouden ter ere van de Islamitische Revolutie. Akbarzadeh: “Er zijn elk jaar wel kunstenaars die zich terugtrekken, omdat er censuurproblemen zijn met de staat. En sommige klassieke musici boycotten het festival al vanaf het begin. Maar de weigering deel te nemen is nog nooit zo omvangrijk geweest. Die afzeggingen vanuit de film- en theaterhoek zijn veelzeggend. Voor hen is het Fajrfestival het enige nationale podium waar zij hun werken kunnen tonen.”

“Ook bij de staatstelevisie zijn nieuwslezers opgestapt. Eentje heeft op Instagram haar excuses aangeboden omdat ze 13 jaar voor het regime heeft gelogen.”

Faux pas van Trump

Akbarzadeh, geboren in 1980 in Shiraz, is uit Iran vertrokken vanwege ‘het verstikkende politieke en sociale klimaat’. Er zijn zoveel culturele ­taboes. Musici, film- en theatermakers, cartoonisten, ze moeten voortdurend over hun schouder kijken, uit angst dat ze door informanten van het regime worden verraden als ze zich buiten de smalle culturele paden wagen.

Als kind kreeg Akbarzadeh pianoles. Later interviewde hij in het geheim musici die glorieerden in de tijd voor de Islamitische Revolutie van 1979. Muziekinstrumenten mochten niet meer op de Iraanse staatstelevisie worden getoond. Hij snakte naar ‘volledige culturele vrijheid’.

In 2006 vestigde hij zich in Amsterdam. Daar ging hij werken als journalist voor de Perzischtalige radiozender Zamaneh, die met subsidie van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken is opgericht. De programma’s van Zamaneh, te volgen via de korte golf, satelliet en internet, zijn bedoeld als onafhankelijk alternatief voor de Iraanse staatsmedia.

Hij werkte er tot 2014. Sindsdien heeft Akbarzadeh een pluriform bestaan: hij is journalist (voornamelijk voor de Perzische afdeling van de BBC), maakt documentaires en probeert met zijn Persian Dutch Network ‘Nederlanders en Perzen dichter bij elkaar te krijgen’. En treedt af en toe nog op als pianist. In 2012 gaf hij een Perzisch pianorecital in Het Concertgebouw. Vorig jaar nam hij deel aan Expeditie Poetry, georganiseerd door De Nieuwe Liefde. 

Hij speelde piano en vertelde over Perzische poëzie in muziek:

‘Verhef je woorden, niet je stem. 
Het is regen die bloemen doet groeien, 
niet de donder.’

Hij was, zegt hij, even ‘witheet’ toen hij begin januari dreigementen van de Amerikaanse president Trump op Twitter onder ogen kreeg. Ook Iraanse culturele doelen stonden op Trumps vergeldingslijst. Juist het beschermen en onder de aandacht brengen van de ‘rijke Perzische cultuur’ is zijn levensmissie. 

Toch liet hij al snel tot zich doordringen dat ‘Trump lang niet altijd beseft wat hij zegt’. “Hij is zo wispelturig. Niet alleen Perzische, maar ook Amerikaanse geleerden ontstaken in woede. Daarna heb ik er gelukkig niets meer over gehoord.” Frustrerend vindt hij dat in de westerse berichtgeving over Trumps faux pas ondergesneeuwd is geraakt dat de grootste vijand van de Perzische cultuur het bewind in Teheran is.

Akbarzadeh wil de stem zijn van kunstenaars in Iran die altijd spitsroeden moeten lopen. “Ik wil laten zien dat mijn land zoveel meer te bieden heeft dan onderdrukkend, islamitisch fundamentalisme.” Hij heeft een cd uitgebracht met verloren gewaande Perzische volksliederen, uitgevoerd door het Farah Koor (vernoemd naar Farah Diba, de vrouw van de in 1979 verdreven sjah Reza Pahlavi).

Hij maakte een documentaire over een Perzisch paleis, een ‘wonder van architectuur’, in Irak. “De ruïne nabij Bagdad dreigde te worden vernietigd door IS, maar staat er gelukkig nog.”

In maart reist hij naar Dagestan. “Om een Perzisch fort te filmen dat op de Unesco-wereld­erfgoedlijst staat. Het ligt in een gebied waar ­salafi’s en IS actief zijn. Het regime bekommert zich niet om dergelijke schatten die dateren van vóór het islamitisch tijdperk.”

Argwaan

Op de ochtend van het interview is Akbarzadeh net terug komen vliegen uit Israël, waar hij zeven dagen was. Meteen na de landing in Tel Aviv werd hij apart genomen en vijf uur ondervraagd. “Ik heb een Nederlands paspoort, maar een Perzische naam. Logisch die argwaan en dat ze wilden weten wat ik kwam doen.”

Hij haast zich te zeggen dat hij verre wil blijven van de Israëlische politiek. “Ik ging erheen voor een unieke Perzische kunstcollectie in het Israel Museum in Jeruzalem. Het gaat om kunstschatten vanaf 3000 voor Christus tot de twintigste eeuw. Er hangt een gigantische Thorarol, gemaakt door Joods-Perzische kunstenaars uit de 19de eeuw. En ze hebben het originele manuscript in het Hebreeuws van het boek

Musa-Nameh, het boek van Mozes, uit 1686 van de beroemde Joods-Perzische dichter Shahin Shirazi. Ik wil deze kennis verspreiden. Vrijwel geen Iraniër weet hiervan. In Iran is het verboden over Israël te praten. Slechts uitingen van vijandschap zijn toegestaan. Een Pers in Israël kan wel vrijuit praten over Iran, heb ik ervaren.”

Vanuit Iran krijgt hij steeds meer signalen dat veel mensen hun buik vol hebben van het opgelegde vijandsbeeld van Israël en Amerika. 

“Al decennia lang moeten ze van de overheid roepen: ‘Dood aan Amerika, dood aan Israël.’ Ze moeten over Amerikaanse en Israëlische vlaggen lopen. Het is bizar hoever het regime van de ayatollahs bereid is te gaan. Vorige zomer kreeg een Iraanse judoka tijdens het WK van de vice-minister van Sport de opdracht een wedstrijd moedwillig te verliezen, om te voorkomen dat hij in de finale zou moeten uitkomen tegen een Israëliër. De judoka was in bloedvorm. Hij is de mat op gegaan en heeft verloren. Er waren dreigementen binnengekomen bij zijn familie. Topsporters willen de winst niet moedwillig uit handen geven. Ze willen winnen. De judoka is gevlucht, heeft asiel aangevraagd in Duitsland.”

Om vlaggen heen lopen

Tekenend voor de sfeer in Iran vindt hij dat op sociale media filmpjes worden verspreid van Iraanse demonstranten die weigeren de vlaggen van Amerika en Israël te besmeuren. Die vlaggen worden geschilderd op trappen, neergelegd in smalle doorgangen of uitgespreid voor de ingang van moskeeën. Veel mensen lopen om de vlaggen heen en stallen hun schoenen elders. Akbarzadeh: “De mensen willen vrede met de hele wereld, inclusief Israël en de Verenigde Staten. Ze zijn de conflicten spuugzat.”

Aan voorspellingen over hoe groot het verzet is tegen het ayatollahregime waagt Akbarzadeh zich niet. “Moeilijk te zeggen. De staatsmedia tonen beelden van grote mensenmassa’s die naar de begrafenis van Soleimani gaan. Maar als mensen vrij krijgen van school en werk om te gaan demonstreren en antiregimebetogers worden neergeschoten of belanden in de gevangenis, dan is het ondoenlijk om de ware gevoelens van mensen te peilen.”

Aangevallen door staatsmedia

Na het gesprek in De Tropen blijft Akbarzadeh appjes sturen met brokjes informatie over de ontwikkelingen in Iran. Hij laat weten dat de kunstenaars die het Fajrfestival boycotten tot de orde zijn geroepen door een woordvoerder van de culturele commissie van het Iraanse parlement. ‘Die heeft de boycotters gedreigd met een levenslang werkverbod. Hun werken zullen nooit meer in Iran mogen worden vertoond.’

Hij meldt verder dat de vooraanstaande filmmaker Rakhshan Bani-Etemad, die kunstenaars had opgeroepen zich massaal te verzamelen op het Vrijheidsplein in Teheran om de slachtoffers van de vliegtuigramp te herdenken, de bijeenkomst heeft moeten afblazen. ‘Ze had serieuze signalen van inlichtingendiensten gekregen dat zij de veiligheid van demonstranten op het spel zet.’

Akbarzadeh zelf wekt ook soms de toorn van het regime. Toen hij zijn documentaire van de in ballingschap gestorven diva Hayedeh online zette, werd hij aangevallen door de staatsmedia. Hoe durfde hij eer te betuigen aan een ‘corrupte, monarchistische zangeres’?

Zijn inspanningen voor het Farah Koor zijn ook niet onopgemerkt gebleven. Akbarzadeh is niet bang. “Als je je zelfs in Amsterdam monddood laat maken, is de strijd verloren. Op een gegeven moment heb ik een besluit genomen: ik zet geen voet meer in Iran zolang daar de ayatollahs aan de macht zijn en kan daar dus ook niet worden opgepakt.”

Akbarzadeh spreekt bewust over Perzië en Perzen en niet over Iran en Iraniërs om zijn band met de ­geschiedenis te benadrukken.

Protest in Teheran

Het bewind van de ayatollahs staat onder toenemende druk van Amerika, dat Iran zware economische sancties heeft opgelegd. Vanwege de slechte economische situatie is het al maanden onrustig in Iran.

Volgens westerse bronnen hebben veiligheidstroepen in november tussen de 1200 en 1500 demonstranten gedood bij betogingen tegen verhoogde brandstofprijzen.

Het regime gaf in december toe dat er doden zijn gevallen, maar legde de schuld bij ‘relschoppers’ en ‘gijzelnemers’. Op 3 januari liquideerde Amerika de leider van de Revolutionaire Garde, Qassem Soleimani, tijdens diens bezoek aan Bagdad. Daarna liepen de spanningen verder op. Teheran vuurde raketten af op Amerikaanse doelen in Irak. Daarbij vielen 34 Amerikaanse gewonden, gaf Washington later toe.

Op 9 januari schoten de Iraniërs een Oekraïens passagierstoestel uit de lucht, waarbij alle 176 passagiers om het leven kwamen. Teheran ontkende aanvankelijk de crash te hebben veroorzaakt. Pas toen de bewijzen zich opstapelden, gaf het regime toe een ‘inschattingsfout’ te hebben gemaakt. 

Het toestel was aangezien voor een vijandige kruisraket. Toen dat bekend werd, gingen Iraniërs dagenlang de straat op. Niet alleen uit solidariteit met de slachtoffers, maar vooral ook uit protest tegen het ‘leugenachtige’ bewind.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden