Plus Reportage

Den Ilp heeft de beste fanfare van Nederland: ‘Het moet wel gezellig blijven’

Jarenlang was de uitbundige kerstversiering dé attractie van Den Ilp, nu is dat De Eendracht (1891). Drie keer op rij de beste fanfare van Nederland. ‘In mijn tijd speelden we alleen marsmuziek.’

Fanfare De Eendracht Beeld Dingena Mol

Vraag van dirigent Marcel Visser aan de bassen: “Kan dat middenstuk heel legato blijven? De lucht lekker door laten gaan zodat de noten vloeiend met elkaar worden verbonden?”

In het sportzaaltje van het dorpshuis in Den Ilp brengen de blazers hun instrumenten naar de lippen om Consolation nog eens te spelen. Wanneer de laatste klanken van het troostlied hebben geklonken, neemt bugelist Richard Huis het woord: “Wil iedereen thuis nog eens zoeken naar een leuke prijs voor de tombola van aanstaande zaterdag? Er kan nog wel wat bij.”

Het is maandagavond, en de leden van fanfare De Eendracht repeteren in dorpshuis De Wije Ilp. Veertig mannen en vrouwen vullen de gymzaal met muziek. Het zijn repetities, dus dirigent Visser steekt geregeld zijn hand op als een passage niet naar zijn zin wordt gespeeld. Dan valt het orkest stil en geeft hij aanwijzingen. Of hij loopt met zijn elektronische stemvork in de hand naar het probleemgebied om de oorzaak op te sporen, voor de buitenstaander een tamelijk dreigende aanblik.

‘Wil iedereen thuis nog zoeken naar een leuke prijs voor de tombola van zaterdag?’ Beeld Dingena Mol

Visser wordt binnen de fanfare bewonderd en gevreesd om zijn streven naar perfectie, had concertmeester Tim Jongewaard eerder al verteld. De dirigent komt nooit naar een repetitie zonder een kladblok vol met aantekeningen over hoe het nog beter kan. Dat fanatisme werpt zijn vruchten af: De Eendracht mag zich de beste fanfare van het land noemen, sinds het orkest in april met Visser op de bok voor de derde keer de Open Nederlandse Fanfare Kampioenschappen op zijn naam schreef.

Een prestatie van formaat voor een dorp met duizend inwoners dat voorheen vooral de aandacht trok als woonplaats van kunstenaar Anton Heyboer en zijn bruiden, en de gewoonte van veel inwoners om hun huizen rond de kerst zo uitbundig te verlichten dat The Strip in Las Vegas er bleek bij afsteekt. Een hoogtepunt ook voor de vereniging die sinds de oprichting in 1891 geregeld prijzen won op regionale concoursen, maar zich de laatste jaren ook op landelijk niveau met de beste fanfares kan meten.

Pietepeuteren over details

Daar is hard voor gewerkt. Het kampioenschap was de beloning voor de muzikaliteit van het orkest, maar ook voor de inzet van de leden. Alle deelnemers aan het kampioenschap spelen dezelfde compositie, altijd een werk met valkuilen en hindernissen. Er wordt drie maanden lang elke week geoefend, gepoetst en geschaafd om dat stuk onder de knie te krijgen. “Dat vraagt veel van de leden,” legt Jongewaard uit. “Er zijn mensen die houden van pietepeuteren over details. Maar we hebben ook leden die het liefst gewoon een lekkere mars spelen. Het is de kunst om die twee stromingen bij elkaar te houden.”

Jongewaard behoort tot de eerste groep. De 41-jarige concertmeester gaf in de jaren negentig de aanzet voor de huidige bloeiperiode van de fanfare. Als jonge trompettist stroomde hij van de dorpsvereniging door naar het Nationaal Jeugdorkest, gevolgd door een opleiding aan het conservatorium. “De Eendracht bestond op dat moment uit een kleine groep grijze mannen en had een niet bijster hoog niveau. Ik nam een aantal medestudenten mee. Het was een cultuuromslag, maar die was nodig om een volgende stap te kunnen zetten.”

Fanfare De Eendracht repeteert in het sportzaaltje van het dorpshuis De Wije Ilp. Beeld Dingena Mol

De komst van Marcel Visser was de sluitsteen van het bouwwerk. In 2006, toen de dirigent al een paar jaar voor het orkest stond, promoveerde De Eendracht onder zijn leiding van de derde naar de tweede divisie. Daarna nam Visser afscheid om zich volledig op zijn werk te kunnen richten als muzikaal directeur bij Stage Entertainment, het musicalbedrijf van Joop van den Ende.

Visser tekende onder meer voor de muzikale uitvoering van grote producties als My Fair Lady, Evita, Mary Poppins en Sunset Boulevard.

Sinds 2013 is Visser weer terug bij De Eendracht. Momenteel staat hij met The Lion King in Hamburg, en komt elke week over voor een weekeinde met zijn gezin en de repetitie op maandagavond met zijn fanfare. Het pendelen tussen de professionele musici van zijn orkest en de amateurs van de fanfare kost hem geen moeite, vertelt de dirigent. “Het zijn twee verschillende werelden. Ik doe de fanfare in mijn vrije tijd. We leggen de lat samen behoorlijk hoog, maar het moet wel gezellig blijven, ook voor de leden die hard moeten werken om mee te kunnen komen.” Dat is voortdurend zoeken naar de balans.

Ode aan het trilveen

In 2017 deed De Eendracht voor het eerst mee aan het Wereld Muziek Concours in Kerkrade, een vierjaarlijks evenement dat duizenden muzikanten en een half miljoen bezoekers trekt. Visser: “Dat gaat er serieus aan toe. Er zijn Limburgse orkesten die gerust een halve ton uittrekken voor het laten schrijven van een nieuw stuk.” De Eendracht heeft dat geld niet, maar kwam toch met een eigen compositie: Terra Tremens van de Belgische componist Kevin Houben, een ode aan het trilveen van het Ilperveld.

De doden-herdenking vindt plaats op de plek waar in 1941 een Engelse bommerwerper crashte. Beeld Dingena Mol

Het optreden leverde De Eendracht een vijfde plek op in de strijd met veertien orkesten: een voortreffelijk resultaat. Visser: “We kwamen opgetogen terug in Den Ilp. De stemming was: en nu doorpakken! Tot een paar leden aan de bel trokken. Zij hadden verschrikkelijk hard moeten werken om dit hoge niveau te halen. Die leden keken er naar uit om weer eens wat lichte kost te spelen. Ze hadden natuurlijk gelijk. We zijn dezelfde avond op zolder op zoek gegaan naar een paar stukken die iedereen voor zijn plezier speelt.”

Wat ook belangrijk is: de fanfare is nog steeds een dorpsvereniging, zelfs al komt tegenwoordig een derde van de leden van buiten. De artistieke ambities staan de band met de gemeenschap niet in de weg. Dat betekent onder meer dat De Eendracht op hoogtijdagen zorgt voor de muzikale omlijsting. Zo trekt de fanfare op kerstavond van de kerk in Purmerland naar het plein in Landsmeer om kerstliederen te spelen, compleet met vuurpot en glühwein. Veerig jaar geleden ging de tocht per paardentram, tegenwoordig met een open vrachtwagen.

De tradities worden gekoesterd. Bij wijze van geheugensteuntje hangt in de foyer een foto van meer dan honderd jaar geleden. Twintig mannen kijken met ernstige gezichten naar de fotograaf, de instrumenten in de aanslag. Heel veel hoeden, petten en snorren. Den Ilp was in die tijd nog een dorp met achthonderd inwoners met achter elk huis een schuur met eenden en kippen voor de eieren. Wie lid wilde worden van een vereniging, kon kiezen uit de voetbalclub of de fanfare.

Klaas Lelie, nu zeventig jaar, koos in 1952 voor De Eendracht. Hij kwam in een klasje met zes andere kinderen van de dorpsschool en kreeg een trompet in zijn handen gedrukt. Het ging niet vanzelf om daar geluid uit te krijgen. Lelie omschrijft zichzelf bescheiden als een harde werker. De eisen waren niet hoog: een leerling die bij de eerste kennismaking met zijn instrument de goede kant aan de mond plaatste, werd onmiddellijk verdacht van aanleg.

Dirigent Marcel Visser Beeld Dingena Mol

Dat roeien met de beschikbare riemen kenmerkt de geschiedenis van De Eendracht. Een talentvolle lichting zorgde meteen voor een muzikale opleving, maar soms was het ook jaren aan een stuk niet veel soeps. Gerepeteerd werd toen nog in café De Drie Zwanen, met z’n allen rond het biljart. Lelie: “We hadden een voorzitter die in Amsterdam bij Shell werkte. Toen daar de bedrijfsharmonie nieuwe uniformen kreeg, konden wij de oude pakken overnemen. Korenblauw, het zag er nog prima uit en wij waren er wat blij mee.”

Trompet aan de wilgen

Vanwege een kwakkelende gezondheid heeft Lelie zijn trompet aan de wilgen moeten hangen, maar lid van de vereniging is hij gebleven. In 2017 maakte hij de zes decennia vol, een wapenfeit dat werd beloond met het erelidmaatschap. En nog steeds gaat er geen optreden voorbij, of Lelie is van de partij. Hij geeft hoog op over het muzikale kunnen van het huidige orkest. “Er wordt een breed repertoire gespeeld, en alles op hoog niveau. In mijn jaren speelden we vooral marsmuziek. We hadden best goede blazers, maar ook de nodige aangeklede stoelen.”

Een vaste afspraak in de agenda van De Eendracht is de herdenking in het Ilperveld. Elk jaar wordt daar begin mei de crash herdacht van de Engelse bommenwerper die in 1941 op de weg terug van Genua boven Amsterdam in de problemen kwam. In 2001 werd op de plek des onheils een monument onthuld en sindsdien is er jaarlijks een herdenking die wordt bijgewoond door mensen uit het dorp, vertegenwoordigers van het 99ste squadron van de Royal Air Force, en De Eendracht voor het spelen van het Nederlandse en Engelse volkslied.

Geen nat pak

De tocht naar het monument is een belevenis op zich. Die gaat over het water, per koeienboot die door een van de laatste vaarboeren in Den Ilp beschikbaar is gesteld. Ook hier steekt de moderne tijd de kop op: de strobalen waarop de muzikanten vroeger zaten, zijn nu vervangen door plastic blokken met geperst hooi. Klaas Lelie zit op een campingstoel in het midden van de boot, om hem heen worden de eerste instrumenten uit de koffers gehaald om een beetje warm te blazen.

The Last Post tijdens de dodenherdenking in het Ilperveld. Beeld Dingena Mol

Meer fanfare dan dit wordt het niet: water, grasland, een blauwe hemel en een orkest dat kerkliederen speelt. Ter hoogte van Landsmeer wordt de boot in het riet gelegd om daar te wachten op de bestuurders en Engelse gasten die eveneens per boot komen. De traditie wil dat zij al varend met muziek worden verwelkomd. Op verzoek van het gemeentebestuur wordt het God Save the Queen niet meer gespeeld: de stokoude Britse veteranen voelden zich genoodzaakt om te gaan staan in de boot en dreigden wankelend een nat pak te halen.

De herdenking loopt zoals herdenkingen lopen: er worden plechtige woorden gesproken, er wordt ernstig gekeken, een minuut gezwegen en stemmig gemusiceerd. Na afloop is het vrijwel meteen weer gezellig. In de boot terug naar huis wordt niet meer gespeeld. In plaats daarvan wordt uit meegenomen thermoskannen warme chocolademelk geschonken en gaat de fles met vieux rond voor de mensen aan boord die het nog steeds koud hebben. Ook dat is een goede traditie, vertelt Klaas Lelie met een beker in de hand.

Dirigent Marcel Visser duikt in de muziek tijdens het Trilveen Festival in dorpshuis De Wije Ilp, Den Ilp. Beeld Dingena Mol

Zaterdagavond, terug in De Wije Ilp. De repetitieruimte is omgetoverd tot concertzaal. Over de klimrekken hangen nu banen met felgekleurd crêpepapier. Vandaag is De Eendracht gastheer tijdens het Trilveen Festival. Dat moet de opvolger worden van het beroemde Waterland Muziek Festival, dat in de tijd dat elk dorp een harmonie of fanfare had wel dertig deelnemende orkesten uit de regio trok. Concertmeester Tim Jongewaard: “Een prachtig evenement. We willen kijken of we dat op een eigentijdse manier weer nieuw leven kunnen inblazen.”

Aan het Trilveen Festival doen zes orkesten mee uit Oostzaan, Wormer, Marken en Zuiderwoude. En iedereen is natuurlijk nieuwsgierig naar de kampioenen uit Den Ilp. De Eendracht maakt indruk met vijf muziekstukken die elk een heel andere sfeer ademen: Ravenswood is een traditionele mars die doet verlangen naar de vierdaagse, het door Jan de Haan bewerkte Consolation, een protestants kerklied, en het romantische For the Love of a Princess uit Braveheart. Bij Pasmo van de New Cool Collective verandert de fanfare in een big band die swingt en stuitert. Hoogtepunt is de uitvoering van Cape Horn, een compositie van Otto Schwarz. Het stuk duurt ruim negen minuten en omvat een lange en ingewikkelde solo voor de hoorn.

Deze kans om te schitteren is niet vergeven aan een van de leden met het conservatorium op zak, maar aan Michelle Meulenberg, hypotheekadviseur in Oostzaan. Ze klaart de klus met toenemend zelfvertrouwen, maar mooier nog is het gejoel en geklap na afloop van de andere leden van de fanfare.

Als het laatste applaus heeft geklonken, richt dirigent Marcel Visser zich tot zijn orkest. Met een tevreden grijns: “Tot maandag.” 

Beeld Dingena Mol
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden