Defensie wil jongeren binden met tussenjaar als militair

Jongeren met een havo- of vwo-diploma op zak kunnen vanaf oktober een tussenjaar doen bij de Koninklijke Luchtmacht. Defensie biedt ze een tijdelijk contract aan in de hoop er nieuw personeel aan over te houden.

Jongeren op Techbase, een techniekevent van Defensie, ook om jongeren te verleiden. Beeld Julius Schrank/HH

Backpacken door Nieuw-Zeeland, Spaans leren in Zuid-Amerika of fulltime achter de kassa bij de supermarkt op de hoek. Jongeren met een tussenjaar hebben veel keus. Vanaf komend schooljaar komt er een nieuwe optie bij: een jaar werken als militair, bij de luchtmacht.

In oktober begint de eerste groep met het gap year, zoals Defensie de pilot heeft genoemd. Luchtmachtcommandant Dennis Luyt hoorde erover in Australië, waar na afloop van het tussenjaar 61 procent bij de luchtmacht bleef, en dacht: dat moeten wij óók doen. Luitenant Miranda van den Broek, die het project leidt, snapt dat. “We weten mbo’ers goed te bereiken en voor universitair studenten hebben we Defensity College. Maar voor de groep havisten, vwo’ers en hbo’ers doen we nog niks. Terwijl in Nederland een op de tien jongeren een tussenjaar neemt.”

Basisbeurs

Het tussenjaar was net voor de invoering van het leenstelsel even uit de gratie. Tussen 2011 en 2014 daalde het aantal jongeren dat na hun middelbareschooldiploma koos voor een tussenjaar, omdat zij nog met een basisbeurs aan hun studie wilden beginnen. Maar sinds studenten hun studiefinanciering sinds 2015 moeten lenen, neemt dat aantal weer toe. Uit onderzoek van Nuffic, de organisatie voor internationalisering in het onderwijs, bleek vorig jaar dat het aantal jongeren dat voor zo’n gap year kiest vorig jaar hoger was dan ooit.

Na een paar berichten op sociale media meldden veertig jongeren zich aan en stuurden een korte motivatievideo op. Daarvan voldeden er 22 aan alle voorwaarden: tussen de 18 en 24 jaar, een diploma van havo of vwo op zak of bezig zijn met een hbo-opleiding. Na de psychologische test zijn er nog 18 over – tien mannen en acht vrouwen. Als zij hun medische keuring doorstaan, krijgen ze een contract als reservemilitair. Dan volgt een militaire training van twee weken, waarin ze onder andere leren schieten.

Als ze daarna de rang ‘soldaat 2’ hebben, begint het ‘echte’ werk. Nee, vliegen in een straaljager of helikopter zit er niet in, evenmin gaan ze op uitzending. Wel gaan ze twee keer vijf maanden aan de slag ergens binnen de luchtmacht: in de logistiek, bij de afdeling communicatie of in de techniek bijvoorbeeld. Daarvoor krijgen een salaris, per maand ongeveer bruto 1000 euro.

Noodgreep

“Maar het is niet alleen maar werken,” benadrukt Van den Broek. “Een derde van het programma, dat we samen met jongeren hebben opgezet, bestaat uit persoonlijke ontwikkeling: wat vind je leuk? Wat kun je goed? Hoe leer je tijd managen.” Ook kunnen de deelnemers ‘mentale en fysieke activiteiten’ verwachten en worden er in het Zuid-Duitse Bad Reichenhall een week lang ‘grensverleggende activiteiten’ gedaan, waarbij ze bijvoorbeeld hun groep urenlang door besneeuwde bergpassen moeten leiden. Van den Broek: “Daar leer je ook heel veel over jezelf.”

Defensiedeskundige Dick Zandee, verbonden aan instituut Clingendael, noemt het luchtmachttussenjaar ‘een noodgreep’. “Er zijn ruim 8000 vacatures bij Defensie en dat waren er een aantal jaar geleden nog 6000. Men trekt alles uit de kast.” De landmacht heeft vooral tekorten in de lagere rangen en de luchtmacht een gillend gebrek aan technisch personeel. Maar met datzelfde probleem kampt het bedrijfsleven ook en daar kunnen jonge techneuten meer geld verdienen. In deze periode van economische groei delft Defensie dan het onderspit.

Betrokken

De luchtmacht hoopt inderdaad dat de jongeren na het gap year bij de krijgsmacht willen blijven, een officiersopleiding bij defensie willen volgen of, als ze kiezen voor een vervolgstudie aan hogeschool of universiteit, wél bij defensie betrokken blijven. Dat kan door werkstudent te worden als bijbaantje, of als reservist. “Natuurlijk zou het leuk zijn als ze na dat jaar willen blijven,” zegt Van den Broek. “Maar we willen vooral dat ze straks alle achttien ambassadeur voor Defensie worden en hun ervaringen delen met hun vrienden en familie.”

Na een jaar tijd, geld en energie in de jongeren te hebben gestoken, kunnen zij dus ook weer vertrekken. Zandee begrijpt wel waarom de krijgsmacht dat risico neemt. “Ze bieden een kijkje in de keuken en als de geuren en smaken de deelnemers bevallen, eten ze verder. Je weet van tevoren niet hoeveel mensen blijven hangen. Maar als het rendement 10 of 20 procent is, is dat beter dan nul.”

Precies dat vindt Overste Johan Verbakel, bij de luchtmacht verantwoordelijk voor werving en selectie, ook. “Wij noemen Defensie ook wel de opleider van de BV Nederland. De gap year-deelnemers hebben thuis de bank niet versleten en wij hebben geïnvesteerd in achttien medeburgers. Dat is nooit voor niets.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden