Plus Achtergrond

De to-dolijst lijkt eindeloos: is het circuit van Zandvoort op tijd klaar?

De hoofdtribune: roest, afbladderende verf en verweerde stoeltjes. Beeld Pim Ras Fotografie

Volgend jaar is er na 35 jaar weer een Grand Prix op Zandvoort. Míts het op tijd klaar is. Hoe krijgt de organisatie het circuit in dat halfjaartje van 1985 naar 2020? ‘Dit wordt een Olympische inspanning.’

Het moeten prachtige televisiebeelden worden: één lang shot vanuit de helikopter over de grauwe Noordzee, de witte schuimende branding, het gele strand, de boulevard en dan 4,3 kilometer zwart asfalt in de groene duinen omgeven door een oranje tsunami van meer dan 100.000 juichende Max Verstappenfans.

Diezelfde helikopterview nu: grauw, grijs, verkleurd en verroest. Zandvoort oogt alsof de dit jaar overleden racelegende Niki Lauda, in 1985 de laatste winnaar van de Grote Prijs van Nederland, zó langs de verroeste garagedeuren van de pitboxen kan rijden.

Trekkers rijden af en aan met ladingen duinzand. Al twee weken wordt de geluidswal naast de tribune beetje voor beetje afgegraven. Het zand wordt naar de Toyotabocht, een bypass in het circuit, gereden om er een kunstmatig duin te maken. Bovenop komt een compleet strandpaviljoen met een superieur uitzicht over heel het circuit, leuk voor de vip’s, extra fraai voor de cameraman in de heli.

De huidige vip-boxen bovenop de pitstraat zijn bereikbaar via door roest aangetaste metalen trappen. ‘Vip-lounges’ staat er op de stukken zeil die aan de balustraden zijn geknoopt, voor wie twijfelt of ie wel goed zit. Roest op de vlaggenmasten, de gevelbekleding is vergeeld. Bakstenen muurtjes verraden een geboorte in de vorige eeuw.

Tribune

Hiertegenover staat ‘de hoofdtribune’, tevens de enige tribune. Verval heerst ook hier. De onderzijde van het dak is één plaat roest. Verf bladdert van de houten draagbalken. Het kunststof van de blauwe stoeltjes is verweerd.

“Ja, die tribune is vreselijk. Het zout van de Noordzee tast alles aan. Er zijn zelfs stukken van het dak op mijn raceauto’s gevallen. Nooit een schilder gezien voor onderhoud,” zegt Michael Bleekemolen, eigenaar van Bleekemolens Race Planet, een bedrijf dat ‘jongensdromen’ verkoopt. Je kunt zelf met Bleekemolens Porsches, Ferrari’s, Lamborghini’s en ander exotisch blik het circuit op. Zijn firma is de grootste en belangrijkste huurder van Zandvoort.

“Mensen, ik heb slecht nieuws. Programmaonderdeel fourwheeldrive door de duinen kan niet doorgaan. Er zijn vorige week weer vijf hagedissen gevonden. Volgens mij gekocht in de dierenwinkel en hierheen gebracht,” schampert Bleekemolen. Hij heeft de lachers op zijn hand bij zijn welkomstwoord voor enkele tientallen mannen, veel vaders en zonen, die zich op het asfalt een dag Max Verstappen willen voelen.

“Het is natuurlijk een beetje politiek dat we de duinen niet meer in mogen,” zegt hij later. Het zou maar provoceren om, terwijl de rechter zich buigt over de vraag of de Formule 1 de natuurwaarden wel of niet aantast, met veel kabaal door het zand te crossen. Sinds de juridische strijd tussen de milieuclubs en Circuit Zandvoort over natuur, stikstof en bedreigde diersoorten is losgebarsten, is het circuit met hekken hermetisch afgesloten voor pottenkijkers.

Milieudiscussie

Want elke vergunning die nodig is - en dat zijn er tientallen - staat open voor bezwaar. De organisatie van de Dutch Grand Prix is nu vooral aan het werk op de tekentafel. Geld wordt nog niet besteed aan asfalt en tribunes, maar aan advocaten en ecologische rapporten.

Aan de rand van het circuit staat als getuige van de milieudiscussie een halve meter hoge zwarte kunststof afzetting om de beschermde rugstreeppadden en zandhagedissen buiten te houden. De reptielen die zijn gevonden binnen het circuit, zijn verderop in de Kennemerduinen weer uitgezet. Ook daartegen is bezwaar gemaakt.

Circuithumor

Bleekemolen, zelf in de jaren 70 kortstondig actief als Formule 1-coureur, zucht diep. “Dat is Nederland vandaag de dag. Ik loop hier al 49 jaar rond op Zandvoort en heb nog nóóit zo’n hagedis gezien. Nee, ook niet plat op het circuit. Als jochie van 7 jaar zag ik ze wel eens in de duinen, daarna nooit meer. Ik ben nu 70 jaar.” Het geluid van een kwakende pad vult Mickey’s Bar achter de pitstraat: de beltoon van Bleekemolens mobiele telefoon. Circuithumor.

De organisatie van Dutch Grand Prix noch Circuit Zandvoort willen uit de doeken doen wat er nog moet gebeuren aan het circuit voordat Max Verstappen de strijd aan kan gaan met de Mercedessen van Hamilton en Bottas en de Ferrari’s van Leclerc en Vettel. Er komt nog een officieel mediamoment om op ‘koninklijke wijze’ - lees: met circuit-eigenaar prins Bernhard voorop - de plannen groots aan de hand van gelikte artist’s impressions te presenteren.

Duinkom

3 november is de laatste racedag, daarna wordt Circuit Zandvoort een complete bouwplaats, óveral zal dan dag en nacht moeten worden gewerkt. De pitboxen bijvoorbeeld moeten 8 meter langer worden, want terwijl Zandvoort tot stilstand kwam gingen de techniek en de eisen van de Formule 1 vol gas verder.

Het unieke duincircuit oogt als een vergeelde foto uit de jaren 80. Bakstenen gebouwen, verroeste deuren, een erepodiumpje van stalen roosters. Er is niet eens genoeg ruimte om de vrachtwagens van de teams te laten draaien om de bolides af te leveren. Een duinkom moet gevuld worden met zand en van asfalt worden voorzien om dat mogelijk te maken.

En de teams zelf, die komen met entourages groter dan een circustent. Het wordt passen en meten op het verharde terrein, paddock 2, bij de S-bocht.

315.000 kaarten

De to-dolijst lijkt eindeloos. Langs het rechte eind moeten nóg vier tribunes worden gebouwd. En langs de bochten nog eens tien. Iedere zitplaats en iedere staanplaats zal bezet zijn. Meer dan een miljoen mensen wilden een van de 315.000 kaarten voor het raceweekeinde bemachtigen. De voorlopige prijzen variëren van bijna 100 euro voor kinderen tot bijna 600 euro voor de beste plaatsen langs het rechte eind. 

Vanaf de hoofdtribune is er zicht op de pitstraat en op de spectaculaire inhaalacties die er plaats gaan vinden. Door de Arie Luyendijk Bocht, de laatste bocht voor het rechte eind, te veranderen in een kombocht met een hoek van 18 graden, kunnen de coureurs er vol gas door om op het rechte eind, dat iets verbreed wordt, de toeschouwers te trakteren op snelheden boven de 300 kilometer per uur, de scherpe geur van benzine, verbrand rubber en een oorverdovend kabaal.

Fietsenplan

En die 315.000 bezoekers willen óók allemaal een biertje met een bitterbal en ze moeten óók allemaal naar de wc. En waar zijn de vluchtroutes in het geval van een calamiteit? En hoe komen bezoekers? Veel met de fiets, hoopt de organisatie. Er ligt een fietsenplan om stallingen voor ruim 30.000 fietsen te maken.

Maar zelfs al wordt niet alles spic en span, dan nog zal de sfeer magisch zijn. Autosport maakt van veel mannen weer jongens; de deelnemers aan de Drive Experience zien de vergane glorie niet. Ze vergapen zich aan de glimmende snelle auto’s en stappen met glinsterende ogen uit de Porsches.

Het kan zo mooi worden, zeggen raceliefhebbers. “Dit is een goede baan voor Max,” weet oud-coureur Bleekemolen. “Hij moet het van de gekkigheid hebben. Korte bochten, lefbochtjes. Daar komt hij uit de verf.”

Wereldwijd

“Half Nederland ziet dat het uniek is dat zo’n evenement naar ons land komt. De prins ziet het als de kroon op zijn werk. Het is net geen Olympische Spelen, maar je staat wel wereldwijd op de kaart. De organisatie is zeker een Olympische inspanning. Ik benijd het circuit niet. Het is zóveel werk. Gaan ze het halen? Gaat de Grand Prix door? Ik weet het echt niet,” zegt Bleekemolen.

In maart moet het werk aan het circuit zelf gereed zijn, dan heeft hij zijn eerste racedagen van het nieuwe seizoen. “Qua marketing is het voor mij natuurlijk prachtig. Na de aanpassingen en de eerste Grand Prix kan ik zeggen: je rijdt op een écht Formule 1-circuit. Heb je zelf al gereden? Ik heb een nagelnieuwe Ferrari 488 GTB binnen. Kom, rij even een paar rondjes.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden