Plus Achtergrond

De strijd om de jonge sollicitant: ‘We moeten kandidaten verleiden’

Voor hun carrière straks zetten studenten nu al een paar stappen extra. Maar ook de werkgever kan niet meer achterover leunen in afwachting van de beste sollicitant. ‘We moeten kandidaten verleiden.’ 

Beeld Getty Images

Echt gebeurd: in 1999 vroeg een lerares aan een 6 vwo-leerling waar hij het volgende jaar zou gaan studeren. “Nou,” zei de jongen, “ik weet het nog niet precies. Het wordt Vindicat of Minerva.”

Die tijd is voorbij. Je universiteit selecteren op basis van de reputatie van de studentenverenigingen, twee, drie studies uitproberen en daar vervolgens zes jaar over doen – er is geen tijd en geen geld meer voor. Gedachteloos aan een studie beginnen kan niet meer. Wat betekent dat voor studenten? En voor hun toekomstige werkgevers?

Robert van den Boogaard (32) is talent acquisition specialist bij ABN Amro. Hij ziet honderden cv’s per jaar en is speciaal verantwoordelijk voor het traineeship voor data-analisten. “Mensen die zich melden voor een traineeship zijn extra ambitieus,” zegt hij. “Met zo’n programma geef je een kickstart aan je carrière, je rouleert binnen een bedrijf en weet na twee jaar echt heel, heel veel meer. Die sollicitanten zijn heel gefocust: ze hebben misschien wel een bijbaan gehad, maar dan binnen de universiteit, en niet één bachelor en master, maar twee.”

Ruben van Muilwijk (31), recruiter bij de Schiphol Group, ziet hetzelfde: mensen die in aanmerking willen komen voor een traineeship hebben vaak een tweede master op hun cv, en bestuurs- of vrijwilligerswerk. En veel kandidaten – maar dat kan ook aan deze specifieke werkgever liggen – hebben gereisd. Backpacken, vaak in de periode tussen bachelor- en master.

Zelfontplooiing en zingeving

Voorzichtig kun je stellen dat de student van nu een beter cv heeft dan die van twintig jaar geleden. De student, op zijn beurt, stelt ook weer ­hogere eisen aan zijn werkgever. Grietje van Dijk (40), manager van de traineeships van de ­gemeente Amsterdam: “Toen ik net begon, kreeg je een baan aangeboden en die accepteerde je dan, als een kant-en-klaar pakket. Nu vragen kandidaten: wat doet de gemeente straks om mijn talent te ontwikkelen? Welke baan komt hierna? En ze nemen niet zomaar genoegen met wat ze geboden wordt. We roepen het ook wel over onszelf af: voor die traineeships melden zich 800 mensen, voor 20 plaatsen. Als je vijf rondes hebt overleefd, snap ik wel dat je vindt dat je ergens recht op hebt.”

Op deze krappe arbeidsmarkt moeten werk­gevers zich vooral verkopen aan de sollicitant. Je moet, zegt Niels van Tent van executive searchbureau Ebbinge, als bedrijf belichten wat je maatschappelijke impact is.

“Bedrijven als Wessanen en DSM willen een maatschappelijke bijdrage leveren. Die laten zien hoe ze zich inzetten voor grote vraagstukken als duurzaamheid en inclusiviteit. Ook een kleinere organisatie als Protix, een insectenkwekerij, is een aantrekkelijke werkgever. Als je als bedrijf niet laat zien waar je voor staat, heb je het lastig. Millennials kiezen voor zelfontplooiing en zingeving, als je daar niets mee doet, willen ze gewoon niet voor je werken.”

Kandidaten bij ABN Amro vragen ook naar de duurzaamheidsplannen van de bank, zegt Van den Boogaard. En ook bij Schiphol is dat onderwerp van gesprek. Vliegen is natuurlijk niet duurzaam – maar de werknemer van de toekomst wordt wel nadrukkelijk uitgenodigd om mee te denken over hoe Schiphol in 2030 CO2-neutraal kan zijn.

Hoe goed of slecht het met de economie ook gaat, voor Van Muilwijk van Schiphol Group is het ­altijd schrapen. Hij is verantwoordelijk voor het werven van it-personeel, en daaraan is een permanent tekort. Dus ruimt hij bij een sollicitatiegesprek altijd tijd in aan het eind om de kandidaat over de streep te trekken. “Eerst toets ik of het een match is, maar daarna probeer ik de kandidaat te verleiden voor ons te kiezen. Er zijn altijd concurrenten.”

Dus vertelt hij waar de Schiphol Group voor staat, wat de plannen en uitdagingen zijn, en peilt hij wat voor de sollicitant belangrijk is. “Een baan waarbij je om negen uur naar binnen moet en om vijf uur weer naar buiten mag, dat is niets voor deze generatie. Zij zoeken flexibiliteit. Dus proberen wij zo veel mogelijk te faciliteren dat mensen thuis kunnen werken.”

Grietje van Dijk gebruikt de agenda van het college van b. en w. bij de werving van nieuwe mensen. “De plannen om de kloof tussen arm en rijk tegen te gaan, rond duurzaamheid en de data-agenda: daar krijg je mensen wel enthousiast mee.”

Cv afschaffen

Van den Boogaard van ABN Amro ziet wel verschillen tussen sollicitanten voor de trainee­ships en voor de reguliere startersfuncties. Die tweede groep heeft vaak een bredere achtergrond. Maar ook een baantje in de kroeg – zeker in Amsterdam – kan een flinke aanbeveling zijn. “Dat laat zien dat je communicatief vaardig bent, in grote drukte kunt werken, en ook onder stress de klant tevreden kunt houden.”

Zijn advies: zorg, als je een cv opstelt, dat je ­hele tijdlijn duidelijk is. Leg uit wat je hebt ­gedaan in de tijd tussen je afstuderen en je eerste baan, licht toe waarom je bepaalde stappen hebt gezet. “We hebben alleen een paar blaadjes papier om op af te gaan.”

Grietje van Dijk van de gemeente Amsterdam zou het cv het liefste helemaal afschaffen. “Het gaat ons vooral om wie je bent, niet alleen om wat je hebt gedaan.”

Omstandigheden kunnen vertekenend ­werken: als je ouders een huis voor je kunnen ­regelen in de stad, is het makkelijker iets naast je studie te doen dan wanneer je elke dag een uur met de trein moet. Zo heeft Van Dijk een keer ­iemand aangenomen met uitstekende studie­resultaten, maar een uiterst mager cv. “Ze had eigenlijk niets ernaast gedaan. Maar: haar ­ouders waren geëmigreerd naar Nederland; haar vader was weg, haar moeder werd ziek, zij loste alles op. Ze was precies de persoonlijkheid die we zochten, en bleek een van de grote talenten van die lichting. Je hoeft iets niet gedaan te hebben om er heel goed in te zijn.”

Cv-tips van profs

- Elk goed cv bevat een ‘summary’: een korte typering van je karakter. Formuleer hier hoe je in het leven staat, waar je energie van krijgt, wat je ­belangrijk vindt. Je sollicitatiebrief gebruik je om uit te leggen waarom jij de persoon bent voor de functie, je cv laat zien wie je bent.

- Leg uit wat je opleiding inhoudt. Werkgevers weten niet altijd precies wat een specifieke opleiding te bieden heeft. Welke relevante vakken heb je gevolgd? Hetzelfde geldt voor stages: vermeld vooral ook welke verantwoordelijkheden je er had en welke resultaten je er hebt behaald.

- Twintig pagina’s is te veel, maar je hoeft ook weer niet alles op 1 pagina te proppen.

- Zorg dat je papieren cv overeenkomt met je cv op LinkedIn. 

Jip de Vries (17)

“Ik heb altijd iets gehad met robots en na een open dag op mijn middelbare school ben ik overtuigd dat ik er iets mee wil gaan doen. Mijn doel? Ik wil menselijke ideeën down­loaden naar iets mechanisch. Om dat te leren, lees ik veel boeken en ga ik kunstmatige intelligentie studeren aan de UvA. Na mijn bachelor wil ik een master artificial intelligence volgen en ik zoek nog naar een bijbaan waarin ik meer kan leren over computers of juist de psychologische kant, zodat ik mensen beter leer begrijpen en dat kan omzetten naar computertaal. Dan kan ik aan mijn toekomstige werkgever laten zien dat ik meer heb gedaan dan studeren alleen. Daarom heb ik ook op de middelbare school een extra vak gericht op ict gevolgd en ga ik op mijn website een portfolio opbouwen met eigen onderzoeken en projecten. Over secundaire arbeidsvoorwaarden heb ik nog niet nagedacht, maar ik wil wel dat mijn toekomstige werkgever zich inzet voor duurzame initiatieven en recyclet. Dat is voor mijn generatie van belang.”

Anouk Voorneveld (19)

“Ik wilde altijd al mensen helpen. Na mijn stage op de psychiatrie voor mijn mbo-opleiding weet ik nog beter wat ik wil gaan doen: mensen helpen die langdurige psychische zorg nodig hebben, zoals bij een burn-out, depressie of psychose. Daarom ga ik nu social work studeren aan de HvA. Tijdens mijn stage in het derde jaar wil ik naar het buitenland om te zien hoe de zorg daar is. Daar kan ik ongetwijfeld mijn voordeel mee doen in Nederland. Maar ik ga niet wachten met werken tot het derde jaar hoor, dat kan ik helemaal niet. Daarom ga ik naast mijn studie een bijbaan zoeken in een bejaardentehuis. Dan kan ik de dingen die ik leer op mijn studie direct toepassen. Als ik klaar ben met mijn hbo ga ik direct werken bij een bedrijf dat in ieder geval open staat voor nieuwe (zorg)ideeën. Ik moet blijven leren en het bedrijf moet dat ook willen.”

Tessa Verweij (17)

“Ik wilde altijd alles weten over vliegtuigen. Toen ik een studie ging kiezen, heb ik getwijfeld tussen de Luchtmacht en aviation op de HvA, maar als ik eerlijk ben wil ik het studentenleven meemaken. Met deze studie kan ik ook worden wat ik wil: luchtverkeersleider. Ik heb op de middelbare school al masterclassen Engels gevolgd. Dan weet mijn toekomstige baas zeker dat ik goed ben in Engels. Als het op je cv staat en je een certificaat hebt, is dat denk ik meer waard dan wanneer iemand zegt: ‘Ik ben goed in Engels’.

In mijn derde jaar wil ik stage lopen bij de Luchtmacht, dan zie ik hoe het daar werkt en kan ik na mijn afstuderen tussen werkgevers gaan kiezen. Waar ze aan moeten voldoen? Ze moeten de ruimte geven om te groeien. Door bijvoorbeeld studies aan te bieden, maar ook in een functie wil ik groeien. Mijn generatie wil niet meer de rest van haar leven op een plek zitten. Voor het zover is ga ik als bijbaantje ervaring opdoen op Schiphol. Dan ziet mijn baas dat ik het echt wil.”

Raounak Khaddari

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden