PlusAchtergrond

De scholen gaan weer open: ‘Een risico van nul bestaat niet’

Beeld ANP

Dinsdag gaan de middelbare scholen deels open, een week later volgen de basisscholen met een volledig lesprogramma. Leraren zijn argwanend vanwege gezondheidsrisico’s. ‘We zullen straks op scholen vast een besmetting zien.’

1. Wat zijn de regels voor de opening van de scholen?

Het voortgezet onderwijs gaat dinsdag gedeeltelijk open. De leerlingen van 12 tot 18 jaar moeten 1,5 meter afstand van elkaar houden. Dat is onmogelijk als iedereen tegelijkertijd naar school komt, dus het thuisonderwijs blijft ook doorgaan.

De basisscholen en kinderdagverblijven zijn sinds 11 mei al deels open. Op 8 juni gaan ze helemaal open, zoals vanouds. Basisschoolleerlingen – tussen 4 en 12 jaar – hoeven geen 1,5 meter afstand van elkaar te houden.

2. Waarom dat verschil?

“Hoe ouder ze zijn, hoe meer kinderen op volwassenen gaan lijken,” zegt Patricia Bruijning, kinderarts-epidemioloog (UMC Utrecht). “Daarbij hoort ook dat ze meer virus verspreiden. Daarom is het verstandig om wat voorzichtiger te zijn met oudere kinderen.”

Bruijning is niet betrokken bij de heropening van de scholen, maar ze staat erachter. De wetenschappelijke literatuur rept van niet één onomstotelijk geval van een kind-volwassenebesmetting.

Bovendien: Nederland is nu beter voorbereid dan twee maanden geleden. Er is voldoende testcapaciteit, de GGD’s hebben voldoende personeel om het virus via bron- en contactonderzoek in te dammen en op de ic’s zijn bedden over.

3. Het RIVM zou de invloed van kinderen bij de virusverspreiding onderzoeken in Nederland. Hoe staat het met de studie?

Best goed, zegt hoofdonderzoeker Susan van den Hof. Het was de bedoeling om de studie in honderd gezinnen te doen, maar de teller stokte bij 54. Als de scholen open zijn, wil ze nog 50 gezinnen rekruteren.

Van den Hof kan geruststellende voorlopige conclusies overleggen: ook in Nederland is geen onomstotelijk geval gevonden van een kind-­volwassenebesmetting. En sinds het deels openen van de kinderdagverblijven en basisscholen zijn er in drie weken ‘slechts’ 68 onderwijs- en opvangmedewerkers positief getest. Dat is 2,5 procent van het totaal aantal uitgevoerde tests. Het gemiddelde van alle geteste personen was 5,5 procent. “Er zijn dus relatief weinig risico’s voor leraren. Dat blijkt ook uit buitenlandse studies.”

4. Wat vinden de leraren zelf?

Die zijn huiverig, aldus een recente enquête van onderwijsvakbond AOb. De helft van de 8000 ondervraagden vond de besmettingsrisico’s onduidelijk. De internationale wetenschappelijke literatuur bereikt de meeste leraren waarschijnlijk niet. En de informatie van het RIVM – deels terug te vinden op de RIVM-site – mogelijk evenmin. “Misschien is de vrees voor gezondheidsrisico’s te herleiden tot een kenniskloof,” zegt AOb-bestuurder Jelmer Evers. “Het zou helpen als RIVM-voorman Jaap van Dissel de leraren bijpraat.” Verder wil Evers gezegd hebben dat de gezondheidsvrees van onderwijzers niet betekent dat ze niet komen werken. “Het geeft alleen hun zorgen weer.”

5. Hoe kijken wetenschappers tegen de zorgen van leraren aan?

“Ik begrijp het wel,” zegt immunoloog Huub Savelkoul (Wageningen University & Research). Idealiter staan alleen leraren voor de klas die antistoffen tegen het coronavirus hebben, zegt hij. Maar zo’n testbeleid kent Nederland niet. Bovendien heeft slechts zo’n 5 procent van de bevolking op dit moment antistoffen. Het zou dan nog jaren duren voordat de scholen opengaan, met alle nadelige sociaalpedagogische gevolgen van dien.

“We zullen de komende weken vast een besmetting op scholen zien,” zegt Bruijning. “Maar die kunnen we nu goed aan. En een risico van nul bestaat niet.”

RIVM-onderzoeker Van den Hof bevestigt dat. “Maar ik snap de huiver. Leraren met een broze gezondheid hoeven niet voor de klas te staan.” Andere leraren zullen zich zorgen maken, denkt Van den Hof, maar de risico’s zijn relatief laag. “En als er ineens veel besmettingen op een school zijn, kan de GGD die school sluiten.”

6. Hoe zit het met kinderen die elkaar besmetten op school en zo de ziekte van Kawasaki kunnen oplopen?

Ook dat is een afweging van risico’s, zegt Emmeline Buddingh, kinderarts-immunoloog (LUMC). In Nederland zijn nu zo’n twintig kinderen met symptomen van de ziekte van Kawasaki –een ernstige ziekte van het immuunsysteem. Elf van hen hadden antistoffen tegen het coronavirus.

“Dat betekent dat 1 op de 10.000 kinderen na een coronainfectie mogelijk kans heeft op die kawasaki-achtige ziekte, die overigens goed te behandelen is,” aldus Buddingh. “Maar weet ook dat 1 op de 700 kinderen met de waterpokken in het ziekenhuis belandt, en dat een kind met de waterpokken gewoon naar school gaat. Ik ben voor opening van de scholen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden