PlusAchtergrond

De Poolse ‘Engel’ die Joodse kinderen redde

De soldaten die in april 1945 het kamp Bergen-Belsen bevrijdden, troffen daar ook een groep Amsterdamse kinderen. Luba Tryszynska, de Engel van Bergen-Belsen, had hen voor de dood behoed.

Sieg Maandag als zevenjarig jongetje, kort na de bevrijding van concentratiekamp Bergen Belsen.Beeld George Rodger/The Life Picture Collection/Getty Images

‘Op een dag hoorden we het gerommel in de verte van de naderende colonnes, zal ik maar zeggen, van tanks, en geschut, en dat naderde ons kamp. En op een gegeven dag gingen de hekken ook open. De Duitsers vluchtten, onze bewakers, op een paar na. En ja, daar kwamen ze dan ook echt, ze kwamen zelfs de weg af, daar kwamen ze.”

Sieg Maandag kon zich de bevrijding van concentratiekamp Bergen-Belsen op 15 april 1945 nog goed herinneren. Op vijfjarige leeftijd was hij met zijn ouders en zusje Henneke via Westerbork naar Bergen-Belsen gedeporteerd. De foto die George Rodger vijf dagen na de bevrijding van hem maakte, lopend langs een berg lijken, werd een maand later gepubliceerd door het Amerikaanse tijdschrift Life. Wel gecensureerd: twee dode vrouwen werden weggesneden en te naakte lichamen werden ‘aangekleed’.

‘Diamantjoden’

De herinnering van Maandag staat in het onlangs verschenen Diamantkinderen, het boek over de Amsterdamse ‘diamantjoden’ en de Holo­caust, van Bettine Siertsema (1955). Tijdens de bezetting was een deel van de Amsterdamse diamantbewerkers en hun gezinnen middels een zogeheten Diamantsperre lang vrijgesteld van deportatie. De nazi’s wilden namelijk een eigen diamant­industrie opzetten. Daarvoor waren zowel diamantwerkers, handelaars als fabrikanten nodig.

Het is geen onbekende geschiedenis. Er is die iconische foto van Maandag en de kampherinneringen van Hetty Verolme-Werkendam zijn ooit uitgegeven. Zij was destijds het oudste meisje van de groep van 46 kinderen, die nadat eerst hun vaders en vervolgens hun moeders waren afgevoerd, aan hun lot werden overgelaten in het door honger en epidemieën geteisterde concentratiekamp. Door het samenvoegen van verschillende bronnen, getuigenissen en haar eigen interviews met de laatste overlevenden, schetst Siertsema, in het dagelijks leven universitair docent geschiedenis aan de VU, een nieuw, completer verhaal over het lot van de Amsterdamse diamantjoden.

Eigen barak

De Duitsers gebruikten de uitgifte van de vrijstelling om de diamantairs nog meer geld en diamanten afhandig te maken. Greta de Jongs vader, een commissionair in diamanten, betaalde er 35.000 gulden voor. Maar in juni 1943 ­belandden de diamantjoden alsnog in Westerbork. Vanaf begin 1944 werden zij op transport gezet naar Bergen-Belsen, het beoogde centrum van de nieuwe Duitse diamantindustrie.

In kamp Bergen-Belsen werd de diamantgroep ondergebracht in een eigen barak. Kampkleding en dwangarbeid bleef de meesten bespaard. Hoewel afgezonderd van de rest van het concentratiekamp, was er soms wel contact met mensen uit andere, strengere afdelingen.

Zo vernam Ina Snoep van een bekende uit Amsterdam, net gearriveerd uit Auschwitz ‘in gestreepte kleren, die wij niet eerder hadden gezien’, het verschrikkelijke einde dat haar familie, vriendinnen en bekenden in het vernietigingskamp had gewacht. Toch wilde ze aanvankelijk ‘het hele idee van gaskamers’ niet geloven, dat moest wel een door de Duitsers bedacht verhaal zijn ‘om ons nog ellendiger te laten voelen’.

Bluf

De omstandigheden werden in Bergen-Belsen door de voedselschaarste, overbevolking en ziektes steeds nijpender. Op 4 december 1944 werden de mannen gedeporteerd naar Sachsenhausen. Slechts zes van hen wisten te overleven. De volgende dag werden de vrouwen op mars gestuurd, naar het station voor de treinreis naar het kamp Beendorf bij Hamburg. De kinderen werden in een vrachtauto geladen en gedumpt in het Frauenlager.

De Pools-Joodse verpleegster Luba Tryszynska, die in Auschwitz haar man en zoontje had verloren, wist met bluf voedsel voor de groep te ritselen. Niet veel, maar genoeg om de kinderen niet van de honger te laten omkomen.

Eenmaal had Luba zelfs de euvele moed om de kampcommandant aan te spreken, de gevreesde Josef Kramer. Van de ‘Beul van Bergen-Belsen’ kreeg ze een briefje voor brood en magere melk in de keuken van het mannenkamp.

Kille bejegening

Na de bevrijding van het kamp is Luba met de kinderen mee naar Eindhoven gevlogen. Daar werden sommige kinderen opgehaald door fami­lie. Anderen bleven er wat langer in een opvangcentrum, weer anderen kregen eerst medische verzorging.

De Engel van Bergen-Belsen werd door de Nederlandse autoriteiten tamelijk koeltjes behandeld. Marcus Kleerekoper en sommige andere jongens reageerden furieus op de ambtelijke bejegening van Luba: “Iemand zei ‘die mevrouw mag Nederland niet in’. En ik wéét dus dat wij toen op het punt stonden om die man te lijf te gaan.”

Luba zelf schreef de kille bejegening toe aan de taalbarrière, zo vertelde ze later in haar memoires. Het aanbod van een huis in een land waarvan ze de taal niet sprak, zou ze hebben afgeslagen. Volgens Bettine Siertsema heeft het afscheid van de kinderen Luba meer pijn gedaan dan de kinderen: ‘Vooral het afscheid van Jack Cohen Rodriguez viel haar zwaar, ze wilde wel dood, het was erger dan het getto of het kamp.’

Bettine Siertsema: Diamantkinderen - Amsterdamse Diamantjoden en de Holocaust. Verbun, € 24.50. 

Emotioneel weerzien

Luba Fredrick-Tryszynska, overgekomen vanuit Florida, ontving op 15 april 1995 in het Amsterdamse stadhuis uit handen van locoburgemeester Edgar Peer de zeldzame ere­penning voor mens­lievend eerbetoon, waarvoor koningin Beatrix persoonlijk had moeten tekenen. Een halve eeuw na de bevrijding van het concentratiekamp hadden veel van de door haar geredde kinderen zich op het stadhuis verzameld. Initiatiefnemer voor de hereniging en uitreiking van de penning aan de Engel van Bergen-Belsen was de in 1933 in Amsterdam geboren Gerard Lakmaker, die zelf deel uitmaakte van de groep diamantkinderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden