PlusTuingriezels

De mierenclub ruimt de rommel wel weer op

Beeld Floor Rieder

De lockdown bracht veel groene vingers in beweging en daarvan profiteren ook insecten. Pak niet meteen de vliegenmepper, sommige beestjes zijn juist een waardevolle toevoeging aan het leven in de tuin of op het balkon.

Op de rug ligt een bruin beest dat door zijn langwerpige snavel en zijn zes grote, op de borst gevouwen poten indrukwekkend en niet bepaald vriendelijk oogt. Zo een die in horrorfilms de gang vult en het leven uit een van de bijrollen zuigt. Maar dat is bezien door het oog van de microscoop. 

In werkelijkheid is het een insect van nog geen halve centimeter lang, dat eerder met een sleepnet uit een tuin in de Wilmkebreek­polder in Noord is geplukt voor onderzoek. Twee buurtbewoners met mondkapjes bladeren door een boekje voor tekeningen en beschrijvingen van insecten. “Het lijkt op een mier, maar ja, die snavel.”

Menno Schilthuizen, onderzoeker bij Naturalis in Leiden, heeft wel een vermoeden. Na Taxon Expeditions op onder meer Borneo, waarbij wetenschappers op zoek gaan nieuwe insectensoorten, houdt hij ze sinds vorig jaar in Amsterdam. Ook hier is nog van alles te ontdekken. Zo werden voor de wetenschap in het Vondelpark al een sluipwesp ontdekt en een kever, inmiddels vernoemd naar The Beatles. Deze zomer gaan onder meer buurtbewoners in Noord en de Baarsjes op onderzoek uit.

Waar ze nu naar kijken is waarschijnlijk een jonge wants, nog zonder vleugels. Sommige insecten willen op een mier lijken, dan zijn ze oninteressant als maaltijd, legt de bioloog uit. Ook Aglaia Bouma, entomoloog en auteur van het in april verschenen boek Insectenrijk, loopt rond in de tuin. Wat ooit begon als een fobie, werd een fascinatie. Inmiddels kan ze alles vertellen over kleine beestjes. “Mieren, die vond ik vroeger echt horror. Die stroom door je huis, ik hield kastjes angstvallig gesloten, eten in bakken met de deksels erop. Ze komen overal voor. In de tuin, op het balkon, maar ook in je huis. En je kunt er bijna niets tegen doen.”

Bruidsvlucht

Behalve accepteren dat ze erbij horen, misschien, en eens kijken waar deze bruin-zwarte wegmier, de Lasius niger, die in Amsterdam voorkomt, eigenlijk nog meer goed voor is.

Het begint voor deze wegmier allemaal bij de bruidsvlucht. Deze is een paar keer per jaar duidelijke zichtbaar, tijdens de zomermaanden, na een paar warme, drukkende dagen. Opeens zijn ze overal: zwermen vliegende insecten die je normaal nooit ziet. De weg zit er vol mee en je mond, als je met je mond open fietst. “Dat dit mieren zijn, is voor veel mensen nieuw,” zegt Bouma. “Naast een feestmaal voor sommige vogels, is dit eigenlijk een mierenorgie.”

Alleen de seksueel ontwikkelde mieren kunnen vliegen: mannetjes en toekomstige koninginnen. Maar na het paren wordt het mannetje vrijwel meteen overbodig, die gaat dood, en de koningin begint een nest. “Ze bewaart het sperma van het mannetje en zoekt een geschikte holte om haar eitjes te leggen. Een nest bestaat volledig uit dochters, werksters die helpen met voedsel en zorgen voor hun jongere zusjes.”

Bang hoef je niet voor ze te zijn, zegt Bouma. Ons doet deze huis-tuin-en-keukenmier, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de bijtende rode bosmier, geen kwaad. “Ik heb mijn hand wel eens in zo’n nest gehad, dat prikt een beetje.” Voor collega-insecten daarentegen zijn het geen lieverdjes. “Rovers zijn het, net als wespen. Ze jagen op rupsen. Krijgen ze een vlieg of mug te pakken, dan voeren ze die af.”

En dat maakt ze ook meteen uitstekende schoonmakers. Dooie beesten of viezigheid in de tuin? De mierenclub komt het wel even ophalen. “Ze ruimen de rommel op, die jij laat slingeren.” Maar het gebeurt ook dat mieren met een nest in de grond ervoor zorgen dat rondslingerende zaadjes op de juiste plek terechtkomen. “Ook die pakken ze op en nemen ze mee onder de grond, zo naar de perfecte kiemplek, waar na een tijdje misschien wel een prachtige boom of plant groeit.”

Geursporen

Dat speuren naar voedsel laat ook een bijzondere samenwerking zien. Een verkenner gaat op zoek naar iets zoets en brengt het terug naar het nest. Deze mier heeft een geurspoor gemaakt voor verkenner nummer twee, die op haar beurt ook een spoor achterlaat. Daarna volgen er meer, zolang er wat te halen valt. “Zo ontstaan die snelwegen.”

Mieren zijn heel erg sociaal. Een kolonie kun je zien als een organisme, zegt Bouma. “Er is geen sturing, geen opdrachtgever. Ze doen eigenlijk maar wat, en toch werken ze samen zoals maar weinig andere soorten dat kunnen. Als er een brug gebouwd moet worden, dan weten ze op de een of andere manier allemaal precies wat ze moeten doen en wat hun rol is in het geheel.” Er zijn mensen, zegt ze, die denken dat we meer naar mieren zouden moeten kijken, omdat we daar nog wel wat van kunnen leren.

Daarom is volgens Bouma zo’n Taxon Expedition in de buurt ook zo goed.

“Mensen moeten even over die ‘iegh’-drempel, maar daarna ga je wel anders kijken naar wat er om je heen leeft en zie je dat insecten niet alleen wat pootjes zijn.”

Tip: creëer een klein ecosysteem

Diana Jurgens van de Tuinvrouwen, gespecialiseerd in stadstuinen, balkons en dakterrassen, merkt dat er in Amsterdam naast angst voor tuinbeestjes nogal wat tuiniersvrees is. Niet nodig, zegt ze. “Gewoon rustig opbouwen, kijken wat werkt, en als je het niet weet: bekijk hoe het moet op YouTube. Het hoeft niet meteen groots en meeslepend.”

Wel heeft ze wat tips om veelgemaakte fouten in een tuintje op het balkon te voorkomen.

Heb je weinig ruimte, gebruik dan het deel waar je niet veel komt en zet er een paar grote potten neer met daarin verschillende soorten planten. “Niet alleen mooi als geheel, maar je creëert ook een klein ecosysteem.” Zeventien kleine potjes, daar struikel je alleen maar over, zegt ze. “Plantjes koop je in kweekbakjes, omdat het op die manier gemakkelijk in een krat vervoerd kan worden. Wil je dat ze gaan groeien, verpot ze dan met wat extra potgrond.”

Ook wordt de hoeveelheid water vaak onderschat. Mensen denken dat alleen hemelwater voldoende is, maar op een balkon is het snel te droog. Denk maar aan de warme wind van afgelopen voorjaar. Een scheutje, zoals met kamerplanten, is echt niet genoeg. Zorg dat de wortels altijd vochtig zijn.” Plaats op een dakterras een buitenkraan. “Zonder wordt het met al die zon en wind niets.”

Gif is uit, groene daken en gevels in

Insecten hebben een cruciale rol in de voedselkringloop en zijn een goed en gemakkelijk meetinstrument, zegt stadsecoloog Geert Timmermans. Daarom heeft de gemeente Amsterdam een beleid dat voor een groot deel op hen is ingericht. Gif is verbannen, in stadsparken, bermen, oevers en plantsoenen wordt gekeken naar een inrichting waarbij insecten zich lekker voelen, groene daken en gevels worden gestimuleerd en initiatieven als Taxon Expeditions moeten Amsterdammers kennis laten maken met de insecten en het belang van hun bestaan.

“Want gaat het goed met de insecten, dan weet je dat het goed gaat met de dieren die daarvan leven, en met de planten waar die insecten weer van leven.”

Zomerserie

In deze reeks kijken we naar veelvoor­komende beest­jes in tuin of op balkon en waar zij goed voor zijn:

1. Wilde bij

2. Lieveheersbeestje

3.Mier

4. Spin

5.Regenworm

6.Libel

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden