PlusAchtergrond

De loopbaan van ‘zakenprins’ Bernhard is vol morele mijnenvelden

De huizenaffaire achtervolgt Bernhard van Oranje tot op de dag van vandaag. Hij overtrad in Amsterdam de regels voor verhuur. Dat past in een patroon, blijkt uit het boek Zakenprins van journalisten Michiel Couzy (Het Parool) en Maarten van Dun.

Prins Bernhard van Oranje-Nassau. Beeld Andy Tan/Lumen
Prins Bernhard van Oranje-Nassau.Beeld Andy Tan/Lumen

Ze zijn op prinsenjacht. Daarvan is Bernhard overtuigd als hij eind 2017 in een media­storm terechtkomt vanwege zijn Amsterdamse vastgoedbezit en het overtreden van de verhuurregels. In heel de stad verschijnen posters met zijn afbeelding, cabaretier Youp van ’t Hek noemt hem ‘maffiose vastgoedprins.’ Miljoenen mensen zien hoe hij belachelijk wordt gemaakt in het populaire tv-programma Zondag met Lubach. Op straat wordt hij nageroepen. Bernhard begrijpt niets van de ophef. Hij doet toch niets anders dan ­zoveel andere vastgoedbeleggers? “Ze zijn op mij uit, ze willen mij kapot maken,” zegt hij ­tegen vertrouwelingen. “Alleen maar omdat ik een prins ben.”

In 2021, ruim drie jaar later, is de storm nog altijd niet gaan liggen. Als de PvdA vlak voor de Tweede Kamerverkiezingen van deze maand het plan voor een ‘Prins Bernhardtaks’ naar ­buiten brengt, waarbij beleggers meer belasting moeten betalen, groeit dat direct uit tot nationaal nieuws. De combinatie van de prins en vastgoed staat tot op de dag van vandaag garant voor ophef.

In het boek Zakenprins, dat donderdag verschijnt, wordt de zakelijke carrière belicht van prins Bernhard van Oranje, zoon van prinses Margriet en Pieter van Vollenhoven. Voor het boek werd in binnen- en buitenland gesproken met zo’n honderd bronnen rondom Bernhard, van zakenpartners tot oud-werknemers, politici en bekenden. Er werd onderzoek gedaan in allerlei archieven, bij de ­Kamer van Koophandel en het Kadaster en in duizenden pagina’s overheidsdocumenten die dankzij beroep op de Wet Openbaarheid Bestuur werden verkregen. Het boek bevat onder meer een reconstructie van de uit de hand gelopen huizenaffaire en hoe die past in een loopbaan vol morele mijnenvelden.

Geen vergunning

Eind 2017 barst de ophef los over zijn huizen­bezit als Het Parool een lijst publiceert van particuliere huizenbeleggers met meer dan honderd adressen in Amsterdam. Aanleiding is de groeiende invloed die beleggers uitoefenen op de woningmarkt. Een van de namen op de lijst is die van Zijne Hoogheid Bernhard Lucas Emmanuel Prins van Oranje-Nassau, Van Vollen­hoven, zoals hij in het Kadaster vermeld staat als ‘rechthebbende’ van 102 adressen in de stad (inmiddels zijn dat er 96). Die bezit hij met drie compagnons: Coen Groeneveld, Paul Mol en Menno de Jong. Bovendien heeft hij via vastgoedbedrijf Pinnacle, waarbij hij betrokken is, nog meer adressen: op dat moment 590 in Nederland, waarvan 349 in Amsterdam.

De aanvankelijke verbazing over dit omvangrijke vastgoedbezit slaat om in verontwaardiging als blijkt dat de verhuur van zijn panden niet volgens de regels gaat. Het Parool beschrijft hoe soms vijf of zes huurders samenwonen in de huizen van Bernhard en zijn zakenpartners, die hiervoor geen vergunning hebben. Gemeentelijke handhavers bevestigen dit. Sommige huurders moeten op papier bij hun ouders wonen en hebben daardoor nauwelijks rechten. Hoe kan iemand van koninklijken bloede de regels zo overtreden en zijn huurders zo slecht behandelen?

Na diverse aanmaningen stuurt de gemeente een last onder dwangsom. Als de vastgoedbezitters de regels blijven overtreden, moeten ze 50.000 euro betalen. Pas na deze ultieme druk regelen de vier pandeigenaren een vergunning.

Rekkelijke regels

Deze affaire bevat diverse elementen die ervoor zorgen dat Bernhard uitgroeit tot, zoals hij dat zelf noemt, ‘mascotte in de woningmarktdiscussie.’ De eerste verklaring is een politieke. In de Amsterdamse gemeenteraad maken diverse partijen zich in 2017 zorgen over de rol die beleggers spelen op de oververhitte woningmarkt, maar het onderwerp komt niet tot leven. Door de publicaties krijgt de problematiek ineens een gezicht. En wat voor één: een prins zorgt er mede voor dat minder bedeelde Amsterdammers de hoofdprijs moeten betalen voor woonruimte. Progressief Amsterdam springt er bovenop. ­‘Bescherm Amsterdam tegen rijke patsers die de stad opkopen,’ schrijft Marjolein Moorman, destijds nog fractievoorzitter van de PvdA, in Het Parool. De gemeenteraad organiseert zelfs een hoorzitting over de rol van beleggers in de stad, waarvoor ze de prins uitnodigen.

Bernhard zit niet meer in de lijn van de troonopvolging, maar behoort nog wel tot de koninklijke familie. Zijn afkomst doet ertoe in deze ­affaire. ‘Prins Bernhard junior zal ongetwijfeld hard werken, maar van iemand in zo’n bevoorrechte positie zou je meer solidariteit verwachten,’ schrijft Moorman. Dat Bernhard zijn eigen brood verdient en een vrij normaal gezinsleven leidt in Amsterdam, kunnen Nederlanders wel waarderen, zolang hij maar binnen de lijntjes kleurt. En daar wringt het.

Vanaf zijn eerste onderneming, opgericht tijdens zijn studententijd in Groningen, blijkt dat hij regels als rekkelijk beschouwt. Zijn koeriersbedrijf Ritzen Koeriers, dat studenten met een ov-jaarkaart inzet om per trein pakketjes te vervoeren, draagt te weinig belasting af over loon dat is uitbetaald. Hij voorkomt met een schikking ternauwernood een strafzaak vanwege fraude. Die schikking haalt het NOS Journaal, waardoor de persconferentie, een paar dagen ­later over de verloving van Bernhard en Annette Sekrève, vooral over deze zaak gaat. Dit soort publiciteit schaadt het aanzien van het koningshuis en leidt dan ook tot misnoegen bij zijn tante, toenmalig koningin Beatrix.

Dubieuze zakenpartner

In 2012 gaat het mis als Bernhard investeert in een bedrijf dat eigenaar is van radiostation Wild FM. Dat gaat failliet. De curator stelt later vast dat het zaakje stinkt, zo valt op te maken uit diverse faillissementsverslagen. Waardevolle bedrijfsonderdelen zijn op een verboden manier weggesluisd, waarvan Bernhard en zijn kom­panen profiteren. De curator dient een claim in, ook bij Bernhards investeringsmaatschappij. Het komt uiteindelijk tot een schikking.

Ook buiten Nederland is de inzet hoog. Kort voor de financiële crisis stapt Bernhard op de Balkan in uiterst risicovolle projectontwikkeling. Servië richt zich dan nog op na de verwoestende burgeroorlog en talloze deskundigen waarschuwen voor de wijdverbreide corruptie, die zakendoen lastig maakt. Bernhard stapt daar in projecten met omstreden zakenpartners, blijkt uit onderzoek in talloze Servische stukken, zoals faillissementsverslagen, vonnissen, vastgoedaktes en het register van de Kamer van Koophandel.

Een belangrijke Servische zakenpartner van de prins is later onderwerp van politieonderzoek naar belastingontduiking en corruptie. Hij wordt na een achtervolging gearresteerd, maar later stappen ze samen in een nieuw project: de bouw van een woonwijk in Belgrado. Bernhard en zijn vaste zakenpartners financieren de boel en profiteren daarbij van de uitstekende contacten die hun lokale partners onderhouden met de burgemeester en de stadsarchitect van Belgrado, die in de Servische pers al jarenlang met corruptie in verband worden gebracht.

Een andere factor in de niet aflatende ophef over de huizenaffaire is het handelen van Bernhard zelf. Hij begrijpt de ophef niet. Het beheer van zijn vastgoed is uitbesteed aan een profes­sionele partij, met de opdracht dat volgens de regels te verhuren, dus wat heeft hij hiermee te maken? Bernhards media-adviseurs nemen de ophef bloedserieus en opperen dat hij iets moet doen om zijn imago op te vijzelen. Is het een idee dat hij afscheid neemt van zijn vastgoed en in plaats daarvan een sociaal of groen fonds opricht? Dit zou een heel ander licht werpen op de prins. Dat is geen optie, zegt Bernhard resoluut. De huizen vormen zijn pensioen, hij krijgt immers geen staatstoelage. De suggestie om afstand te doen van zijn prinselijke titel en zo de aandacht voor zijn afkomst weg te nemen, wimpelt hij al even beslist af. Zijn loyaliteit aan de ­familie is daarvoor te groot, al is koning Willem-Alexander ‘not amused’ over alle publiciteit.

Als Bernhard de uitnodiging krijgt voor de hoorzitting van de Amsterdamse gemeenteraad, dringt zijn woordvoerder Charles Huijskens erop aan een nette bedankbrief te schrijven: een prins kan zich geen arrogante houding permitteren ten opzichte van volksvertegenwoordigers. Omdat Bernhard geen sjoege geeft, besluit Huijskens de brief zelf te schrijven. Hij is zelfs bereid postzegel en envelop te kopen.

Pr-blunder

Maar als Huijskens de brief aan Bernhard voorlegt, laat die weten dat hij al een kort mailtje heeft gestuurd aan de raadsgriffie: hij acht zich niet deskundig en bedankt. Huijskens beseft dat dit een enorme pr-blunder is. De afwijzing van Bernhard voedt namelijk de belangstelling van de pers. PvdA-fractievoorzitter Moorman mag die avond op nationale televisie vertellen wat ze ervan vindt dat Bernhard zich, ondanks zijn 102 adressen in de stad, niet deskundig acht. Als hij door Het Parool wordt gevraagd naar de last onder dwangsom van de gemeente, laat hij weten die niet te kennen, omdat hij zijn post niet zelf opent.

Bernhard is zoals vaker vooral verontwaardigd over de ­ophef. Hij ziet zichzelf als zakenman, die los staat van zijn afkomst. Dat de Van Oranjes een voorbeeldfunctie hebben, speelt bij hem geen grote rol. Hij kiest bewust voor de precaire positie van zakenprins.

Lees het boek: Zakenprins: de jacht naar succes van Bernard van Oranje.

Bernhard en zijn zakenpartners hebben ondanks herhaaldelijk verzoek niet meegewerkt aan het boek, dat als basis dient voor dit artikel. Zij hebben ook niet gereageerd op vragen en geen gebruik gemaakt van hoor en wederhoor. Ook het verzoek om een reactie op dit artikel, heeft Bernhard genegeerd.

null Beeld -
Beeld -

Bernhard van Oranje

- Geboren: 25 december 1969, zoon van prinses Margriet en Pieter van Vollenhoven, neef van koning Willem-Alexander.

- Bernhard studeert in Groningen en begint daar zijn eerste bedrijf, Ritzen Koeriers.

- In 1996 zet hij internetbedrijf Clock­work op, dat hij in 1999 verkoopt aan Achmea, in 2001 weer terugkoopt en in 2003 opnieuw verkoopt, dit keer aan Ordina

- Na de verkoop investeert hij in vastgoed, zowel privé als via vastgoedbedrijf Pinnacle. Ook zet hij Levi 9 op, dat software ontwikkelt op de Balkan. Ook in Servië doet hij aan vastgoedontwikkeling.

- In 2016 neemt hij met zakenpartners het racecircuit in Zandvoort over. In 2019 beleeft hij zijn grootste ­zakelijke succes, als hij de Formule 1 naar Zandvoort haalt. De eerste race, in mei 2020, ging niet door ­vanwege corona.

- Bernhard heeft met zakenpartners en via bv’s ook het vastgoed in handen van een luxe strandtent in Zandvoort en hij is eigenaar van botenmerk Waterdream. Hij is ­oprichter en bestuurder van Lymph&Co, een fonds dat geld in­zamelt voor onderzoek naar de bestrijding van lymfklierkanker.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden