PlusAchtergrond

De loonkloof in het onderwijs wordt niet door Slob gedicht

Onderwijsminister Arie Slob suggereert anders, maar het is allerminst zeker dat álle leraren straks evenveel verdienen. De politiek reserveert nu eenvoudigweg niet voldoende geld om dat waar te maken.

Onderwijsminister Arie Slob.Beeld Arie Kievit

Vrijwel iedereen is het er inmiddels over eens: de loonkloof tussen basisschoolleraren en docenten op de middelbare school moet worden gedicht. Ook Onderwijsminister Arie Slob zei donderdag in een interview in De Telegraaf van die verschillen af te willen. Toch gebeurt het niet.

Het is een belangrijke eis van de actievoerende basisschoolleraren, die een vergelijkbare hbo-opleiding volgen als collega’s in het voortgezet onderwijs maar die geen vergelijkbaar salaris krijgen. Daarom vindt Slob dat werkgevers en werknemers één cao voor het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs moeten maken. Om een einde te maken aan die salarisongelijkheid is wel geld nodig: jaarlijks ongeveer een half miljard euro. Dat geld trekt Slob er niet voor uit.

Het kabinet benadrukt keer op keer dat het de leraren niet met lege handen heeft laten zitten. De basisschooldocenten kregen al twee structurele loonsverhogingen en een aantal eenmalige uitkeringen. Ook kwamen er honderden miljoenen om de werkdruk te kunnen verlichten.

Dat op dit moment niet nóg meer extra geld voor onderwijs wordt uitgetrokken, is per definitie een politieke keuze. Partijen hebben altijd veel wensen, maar die lopen wel flink uiteen. Dus moeten prioriteiten worden gesteld. “Keuzes maken in schaarste,” noemt premier Mark Rutte dat.

Geen topprioriteit

Regeringspartijen VVD, CDA en ChristenUnie trokken samen op om in de miljoenennota extra geld voor Defensie en Veiligheid los te peuteren. Ook werd de coalitiebrede wens vervuld de belastingen voor werkenden te verlagen, nadat de lastendruk de afgelopen jaren flink was gestegen. Daarnaast legden D66 en CDA hun gewicht in de schaal om 2 miljard euro te steken in de aanpak van de krappe woningmarkt.

Geen van de regeringspartijen, ook de zelfverklaarde onderwijspartij D66 niet, maakte bij de afgelopen begrotingsonderhandelingen van onderwijs de absolute topprioriteit. Daardoor kwam er wel extra geld om de lerarensalarissen te laten stijgen – gemiddeld 8,5 procent in 2018 en eind 2019 4,5 procent – maar dit bedrag was verre van toereikend om de loonkloof te dichten.

Bezweringsformule

Tot aan de komende verkiezingen op 17 maart 2021 zal hier zeker geen verandering in komen. Politieke partijen die de kloof willen dichten, zullen zich daar bij de volgende formatie hard voor moeten maken. Minister Slob hoopte dat dit dé bezweringsformule voor de onrust in het onderwijs zou zijn: ‘Even geduld a.u.b., het volgende kabinet zal heus werk maken van extra onderwijsgeld, kijk maar naar wat de partijen in de Tweede Kamer zeggen.’ Daarmee lieten de leraren zich echter niet afschepen, getuige de tweedaagse staking van deze week.

Bovendien: niemand kan voor de komende kabinetsperiode garanties geven. Elke euro die extra naar het onderwijs gaat, kan bijvoorbeeld niet aan de zorg worden uitgegeven. Daar wordt óók geschreeuwd om geld. En zo zullen er opnieuw veel keuzes op tafel liggen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden