PlusAchtergrond

De libel (nee, niet de libelle) is de keurmeester van het water

De lockdown bracht een hoop groene vingers in beweging en daar profiteren ook insecten van. Pak niet meteen de vliegenmepper, sommige beestjes zijn juist een waardevolle toevoeging aan het leven in de tuin of op het balkon.

Beeld Floor Rieder

Tussen de woningen, net boven de schuttingen, over de tuintafels en langs balkonrelingen, ergens in het westelijke deel van Amsterdam scheren twee libellen, terwijl er geen sprake is van water, op de laag op wat uitbouwen na. Dat hoeft ook niet altijd, zegt libellenkenner Trees Kaizer. Ze begeleidt de groep die het insect voor de Vlinderstichting telt in Nieuw-West. Je kunt de zwervende en jagende libel – ‘libelle is van het tijdschrift’ – ’s zomers overal zien vliegen.

Ze hangen rond in parken bij vijvers, maar ook in tuinen, waar ze op insecten jagen. De vaak laagvliegende blauwe glazenmaker, bijvoorbeeld – een grote libel die het laatste deel van zijn naam dankt aan de glazenmakers van vroeger, die de ruiten in een raamwerk op hun rug droegen. Of het lantaarntje, een donkere waterjuffer waarvan het blauwe uiteinde doet denken aan een lampje. En aan het einde van de zomer duiken de koperkleurige houtpantserjuffers op, de enige soort die eitjes in de takken van over het water hangende bomen legt.

De libel kun je er prima bij hebben, zegt Kaizer, want, nee, ze steken echt niet, weet ze uit ervaring. “Bijten, misschien, als je er een vastpakt. Maar dan zou jij toch ook van je afslaan?” Ze noemt het een intrigerende insectengroep. “Kijk maar eens naar dat vlieggedrag. Ik denk weleens dat onze helikopters daarvan zijn afgeleid.”

Ook Antoine van der Heijden, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie, bewondert het vliegvermogen. “Met hun vier vleugels hebben ze erg veel controle en kunnen ze ook achteruit en ondersteboven vliegen. Het zijn echte luchtacrobaten.” Sommige kunnen wel 50 kilometer per uur vliegen zonder dat het ze veel energie lijkt te kosten. Zo dook de zadellibel vorig jaar opeens op in Nederland. “Die was helemaal vanuit Afrika, over de Pyreneeën, hiernaartoe gevlogen.”

Geduchte jager

De behendigheid in de lucht in combinatie met buitengewoon zicht – met die grote, bolle ogen kunnen ze ook naar achteren kijken – maakt de libel een geduchte jager. Én de reden waarom het niet erg is als dit beest zijn kunsten in je tuin laat zien. Voor ons zijn ze namelijk ongevaarlijk, maar veel andere insecten komen de libel liever niet tegen. Niet in zijn volwassen vorm, maar ook niet als larve.

Een libel legt haar eitjes bij of in het water. Daar leeft de larve nadat het eitje is uitgekomen in sommige gevallen wel vijf jaar en eet het alles wat hij onder water te pakken krijgt, zegt Van der Heijden, van andere larfjes tot kikkervisjes en zelfs kleine visjes.

Als hij groot genoeg is, is het tijd om uit het water te klimmen. Nog een keer barsten ze uit hun vel, daarna wordt een vloeistof de vleugels in gepompt die daardoor uitzetten. Echt goed vliegen kunnen ze in deze fase nog niet en dat maakt ze even heel kwetsbaar. Voor vogels zijn ze een makkelijke prooi en bovendien een lekker eiwitrijk hapje.

Overleeft een libel dit, dan begint de voortplantingsfase. Dit is het moment dat ze voor ons goed zichtbaar worden, al duurt deze fase vaak niet meer dan een paar weken. Volwassen libellen laten het water achter zich en kunnen tijdens zwerftochten overal opduiken. Ze willen weg van de concurrentie, en jagen op rondvliegende insecten. Ze pakken muggen, maar ook andere steekbeesten houden ze in toom. En soms vergrijpen ze zich aan elkaar: “Kannibalisme komt voor.”

Eenmaal sterk genoeg is het tijd om terug te keren naar het water. De vliegshows die je soms boven het water ziet, zijn de mannetjes die hun territorium afbakenen. Het vrouwtje komt pas naar het water om te paren. Wil je een libel aan je tuin binden, dan is water dus de belangrijkste vereiste. “In tegenstelling tot bijvoorbeeld bijen, hommels en vlinders is de libel lastig om naar je tuin te lokken. Bloemen hebben weinig aantrekkingskracht, want het zijn geen nectardrinkers, maar met een vijver of een grote bak water moet het kunnen.”

Graag geziene gast

Naast het opeten van irritante stekers is er nog een reden waarom de libel een graag geziene gast is. Hij is een soort keurmeester van het water: zijn er veel libellen, dan is de kwaliteit op orde. Is het water vervuild, en zit er bijvoorbeeld te weinig zuurstof in het water, dan blijven ze weg.

Gerdien Bos is coördinator van het meetnet ­Libellen van De Vlinderstichting, dat met vrijwilligers de libellenstand in de gaten houdt: “We zagen heel lang dat het goed ging met de libellen in Nederland, omdat de waterkwaliteit verbeterde, maar de laatste jaren neemt het aantal libellen af. We denken dat dit te maken heeft met bestrijdingsmiddelen en stikstof, waardoor bijvoorbeeld de samenstelling van planten verandert.”

Voor sommige libellen zijn ook de stijgende temperaturen een probleem, omdat bijvoorbeeld vennetjes opdrogen, zegt Van der Heijden. Al merk je daar in Amsterdam minder van. “De soorten die voorkomen in de stad zijn toleranter naar de waterkwaliteit en kunnen meer hebben. Die zijn niet zo kritisch.”

Tuintip: libellenvijver aanleggen

Wil je libellen naar je tuin of dakterras trekken, dan is water de enige manier. Een vijver is ideaal, maar met een grote bak water met waterplanten moet het ook wel lukken, zegt Antoine van der Heijden. Een emmer is niet groot genoeg, de bak moet in elk geval 80 centimeter diep zijn, zodat het water in de zomer niet te heet wordt. Kies voor drijvende plantjes op of in het water, zoals hoornblad, fonteinkruid en kikkerbeet, een soort kleine waterlelie. Dit soort planten zorgt voor zuurstof in het water. Maar ook de lange stengels van kattenstaart, munt en lis langs het water vinden ze aantrekkelijk. 

Over het algemeen geldt: hoe meer variatie, hoe meer soorten libellen hun weg naar het water weten te vinden. Zorg dat er voldoende beschutte plekken zijn waar ze hun eitjes kunnen leggen en waar de larven zich kunnen verstoppen. Ook moet er voldoende voedsel zijn. Zitten er muggenlarven in je bak met water, dan blijven die ­libellenlarven wel in leven. Een libellenvijver en vissen gaan niet goed samen, omdat vissen de libellenlarven opeten. Tot slot, ze moeten zelf het water uit kunnen klimmen. Een trappetje hoeft niet, als de rand maar geleidelijk afloopt.

Zomerserie

In deze reeks kijken we naar veelvoor­komende beest­jes in tuin of op balkon en waar zij goed voor zijn.

1. Wilde bij

2. Lieveheersbeestje

3. Mier

4. Spin

5. Regenworm

6. Libelle

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden