PlusInterview

De kloof tussen Amsterdam en het platteland is kleiner dan ooit, zeggen deze sociologen

‘De gewone man’ wordt volop gebruikt in het publieke en het politieke debat, zonder dat we precies weten wie daarmee wordt bedoeld. Sociologen Jan-Willem Duyvendak en Menno Hurenkamp schreven een boek over ‘het gewone’ en ander ‘populisme in de polder’. ‘Echt, de verschillen nemen alleen maar af. Nederlanders zijn steeds meer op elkaar gaan lijken.’

Tahrim Ramdjan
De verschillen tussen mensen zijn kleiner dan dan ze vroeger waren, maar van de verschillen die er nog zijn, schrikken we soms enorm. Beeld Mathilde Bindervoet
De verschillen tussen mensen zijn kleiner dan dan ze vroeger waren, maar van de verschillen die er nog zijn, schrikken we soms enorm.Beeld Mathilde Bindervoet

Het is dat beide sociologen net samen een boek hebben geschreven over dit thema, anders hadden ze zich ook nog kunnen beroepen op hun geboorteplaatsen. Jan-Willem Duyvendak (Universiteit van Amsterdam) komt uit Markelo, Menno Hurenkamp (Universiteit voor Humanistiek) komt ‘van nog verder oostwaarts’, de Achterhoek. In een Amsterdams grachtenpand vertellen ze over hun nieuwste boek Macht der gewoonte.

De kloof tussen stad en platteland is gegroeid, zei Johan Remkes vorige week bij de presentatie van zijn stikstofrapport. Klopt dat?

Jan-Willem Duyvendak: “De retorische boodschap snap ik, maar hij reproduceert een cliché. Hij gaat bijvoorbeeld niet in op de vraag of dat voor alle boeren geldt. Er is een snel groeiende groep van ecoboeren, bijvoorbeeld, die wel meekomt met de eisen uit Den Haag. Remkes maakt hier effectief gebruik van het idee van gewoonheid, waarin het platteland analoog is aan het gewone, maar ook aan connotaties van het mannelijke, het land, echtheid.”

Menno Hurenkamp: “Wat bedoelt hij met het gewone? Stapels varkens boven elkaar, is dat gewoon te noemen?”

Maandag is Macht der gewoonte uitgekomen. In dit boek gaan de beide sociologen op zoek naar de manieren waarop ‘gewoonheid’ wordt gebruikt in het publieke debat in de stad en in het land. Zo werd het concept ‘de gewone man’ in de politieke geschiedenis eerst door sociaaldemocratische partijen geclaimd, maar nu is het gekaapt door radicaal-rechts, dat ook niet zelden appelleert aan ‘de gewone Nederlander’.

Wat is de aanleiding voor dit boek?

Duyvendak: “Ik zat een jaar in de Verenigde Staten, waar je hoort dat de ‘mainstream’ wordt bedreigd, oftewel de gewone man, terwijl minderheden zouden worden opgenomen in de mainstream. Ik vroeg me af of hoe dat in Nederland zat. Wat consequent uit onderzoeken blijkt, is dat de mainstream hier niet wordt bedreigd. Nederlanders zijn steeds meer op elkaar gaan lijken. Lhbti’s kunnen nagenoeg hetzelfde leven leiden als hetero’s, migranten kom je in alle wijken en in hoge banen tegen, katholieken en protestanten vechten elkaar niet meer de tent uit en ja, de kloof tussen stad en platteland is kleiner dan ooit.”

Hurenkamp: “Neem religie. Een flinke meerderheid van Nederland identificeert zich niet meer als gelovig; de minderheid die dat dat wel doet, neemt amper de moeite om naar kerk of moskee te gaan. Maar als het dan om hoofddoeken gaat, bij politieagenten of op andere plekken in de openbare ruimte, is de paniek groot en moeten we opeens een christelijke natie zijn.”

Jan-Willem Duyvendak. Beeld
Jan-Willem Duyvendak.

Dat Nederlanders meer op elkaar zijn gaan lijken, betekent niet dat alle problemen zijn opgelost. Amsterdamse lhbti’s zijn nog steeds geregeld doelwit van geweld en Nederlanders van kleur hebben nog steeds last van arbeidsmarktdiscriminatie.

Duyvendak: “De lhbti-casus is een ingewikkelde. We weten niet of er meer incidenten plaatsvinden, het kan ook dat ze eerder worden gemeld. Er is geen bewijs voor afnemende acceptatie. Lhbti’s hebben tegenwoordig meer ruimte om hun eigen leven te leiden.”

Hurenkamp: “Je moet de incidenten natuurlijk altijd serieus nemen, maar wat wij nu stellen, wordt te weinig in het debat gezegd. Dit boek is een interventie in een discussie die altijd uitgaat van een samenleving die in toenemende mate gespleten en geïndividualiseerd zou raken.”

Hoe gewoon is Amsterdam?

Duyvendak: “In een links-progressieve, diverse stad als Amsterdam bestaat al snel de neiging om verschil tussen elkaar leuk te vinden. Daarom leven hier andere verwachtingen, lijkt de polarisatie minder groot en is het ook makkelijker samenleven.”

Toch kun je ook in Amsterdam spreken van gescheiden werelden. Denk aan de segregatie: veel Amsterdammers van kleur wonen bijvoorbeeld in Zuidoost of Nieuw-West.

Duyvendak: “Segregatie is niet enkel negatief: je hebt ook de wens om bij de eigen groep te wonen. De Bijlmer is zwarter geworden nadat er koopwoningen werden gerealiseerd, waar Nederlanders van kleur in de middenklasse graag wilden wonen.”

Hurenkamp: “Gewoonheid kan ook een verlangen naar voorspelbaarheid inhouden. Wat mensen te allen tijde willen vermijden, is stress omdat ze niet weten hoe bijvoorbeeld hun collega’s of buurtgenoten zich gaan gedragen. Zo erg is het dan ook niet om te gaan wonen tussen mensen die op je lijken. Het is iets wat je kent, het is onderdeel van wat gewoon is. Anders leef je in een permanente vechtstand, dat moet je ook niet hebben.”

Menno Hurenkamp. Beeld
Menno Hurenkamp.

Staat ‘gewoon’ niet gelijk aan ‘gemiddeld’?

Hurenkamp: “Dat is de tragiek van het woordje gewoon. Als je iets gewoon noemt, suggereer je dat het gemiddeld is, wat iets beschrijvends is, maar ook dat iets goed is – en dat is normatief. Politici die spreken over de gewone man, moet je dus direct vragen over wie ze het precies hebben, man, vrouw, wit of van kleur, arm of doorsnee?”

Moeten we dan iedereen wantrouwen die ‘de gewone man’ voor zijn karretje probeert te spannen?

Duyvendak: “Het is een politieke strategie. De hoge toon suggereert een permanente loopgravenoorlog, die in feite niet nodig is. De verschillen zijn kleiner dan ooit, maar van de verschillen die er nog zijn, schrikken we enorm.”

Hurenkamp: “Het betekent ook dat je de plicht hebt om te vragen wat iemand bedoelt als hij het over de gewone man heeft. Het verlangen naar een gewoon leven is begrijpelijk en terecht, maar ‘het gewone’ mag het pluralisme niet uitschakelen, dat we met andermans meningen en ideeën kunnen omgaan. Je hoeft niet van contrast te genieten om te kunnen samenleven.”

Menno Hurenkamp en Jan Willem Duyvendak, Macht der gewoonte. Amsterdam University Press/Walburg Press. 160 pagina’s, € 19,99.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden