Plus Achtergrond

De hobbels van het veganisme

Wie veganistisch eet en dat met kennis van zaken doet, bewijst zijn eigen gezondheid en die van de planeet een dienst. Maar let op: kleine kinderen kun je niet zomaar veganistisch opvoeden.

Beeld Julian Stips

Een veganistische opvoeding leidt soms tot misstanden

Het Italiaanse voorstel om ouders strafbaar te stellen voor het veganistisch voeden van hun kinderen omdat het ‘een dieet is dat verstoken is van elementen die essentieel zijn voor een gezonde en evenwichtige groei’, baarde zomer 2016 opzien. 

Parlementariër Elvira Savino van de conservatieve partij Forza Italia diende het in naar aanleiding van enkele incidenten waarbij kinderen gezondheidsproblemen opliepen door een streng veganistisch dieet.

Tegenstanders van dit voorstel, zoals de International Vegan Rights Alliance, betoogden dat juist de gebruikelijke westerse voeding (met veel suiker, vet en zout) veel gezondheidsschade veroorzaakt en dat kinderen heel goed gezond kunnen opgroeien op veganistische voeding. 

Terecht gaven ze aan dat er veel oorzaken zijn van ondervoeding bij kinderen en dat problemen bij veganistische voeding zeldzaam zijn. 

In augustus dit jaar was er echter weer mondiaal aandacht voor een incident in Australië, waar ouders werden veroordeeld tot 1,5 jaar celstraf: hun dochtertje was ernstig ondervoed geraakt doordat ze op een veganistisch dieet – zonder vlees, vis, zuivel of eieren – was gezet.

Veganisme roept disproportioneel veel weerstand op

Er zijn helaas veel gevallen van ondervoeding bij jonge kinderen, soms door nalatigheid of onkunde van ouders. Met veganisme hebben die meestal niets te maken en ze krijgen doorgaans weinig aandacht in de media. Maar als het om veganisme gaat, lijkt er bij problemen curieus veel ophef over.

De redenen voor de gretigheid waarmee over mogelijke nadelen van veganisme wordt bericht zijn niet altijd duidelijk, maar die berichten komen opvallend vaak uit de hoek van mensen (doorgaans vleeseters) die graag horen dat het reuze meevalt met de effecten van vlees eten op milieu, klimaat en gezondheid. Op hun beurt ­laten veganisten zich ook vaak beschuldigend uit over vleeseters.

Tegelijkertijd neemt het aantal ­veganisten toe

Nu steeds duidelijker wordt dat het eten van veel dierlijke producten gepaard gaat met onnoemelijk veel dierenleed en ook een onhoudbare manier is om de steeds maar groeiende wereld­bevolking te voeden, overwegen steeds meer mensen om de consumptie van vlees, zuivel en eieren te minderen of er helemaal mee te stoppen. 

Naar schatting zijn er in Nederland 120.000 veganisten en dat aantal neemt snel toe. Veel mensen die de overstap wagen, letten goed op dat ze geen tekorten aan voedingsstoffen krijgen. Dat opletten is noodzakelijk omdat de spijsvertering van mensen evolutionair gezien is ontwikkeld als die van omnivoren (alleseters). 

Maar is een geheel plantaardige voeding ook goed voor baby’s en kinderen in de groei? Baby’s krijgen immers al hun voedingstoffen optimaal binnen in de vorm van borstvoeding. Zorgvuldig ontwikkelde imitaties op basis van koemelk zijn een goede vervanging, maar zijn dranken op basis van soja, haver of rijst een volwaardig alternatief?

Baby’s en kinderen in de groei lopen kans op tekorten

Wat zegt de wetenschap daarover? Deskundigen geven aan dat een gezonde groei en ontwikkeling van kinderen goed mogelijk is op een veganis­tisch voedingspatroon, maar dat dat wel vraagt om een zorgvuldige keuze van voedingsmiddelen en doorgaans ook het gebruik van supplementen. 

Vooral in het begin van het ­leven is een volwaardige voeding van levens­belang vanwege de snelle groei en ontwikkeling van het brein en andere organen. Voor kinderen jonger dan vijf jaar is een volwaardige veganistische voeding het lastigst te realiseren. Wij raden het af.

De wetenschappelijke consensus is dat baby’s alleen borstvoeding moeten krijgen of een flesvoeding op basis van koemelk. Tussen zes en twaalf maanden mogen ze daarnaast water drinken. Tussen een en vijf jaar moeten ze vooral water en melk drinken. 

Dranken met suiker of zoetstoffen worden op die leeftijd sterk afgeraden, maar ook melkvervangers op plantaardige basis moeten worden vermeden. Sojamelk is het enige redelijke alternatief voor koemelk, maar alleen als het kind koemelk niet kan verdragen of omdat de ouders koemelk afwijzen.

Kinderen die veganistisch eten, lopen een ­grote kans op een tekort aan vitamine B12 en calcium en kunnen ook een tekort krijgen aan vitamine D en jodium. Dat is goed met supplementen op te lossen. Visvetzuren als DHA en EPA, die voor kinderen zo belangrijk zijn bij de ontwikkeling van hersenen en zenuwstelsel, kunnen weliswaar in kleine hoeveelheden uit plantaardige omega-3 vetzuren worden verkregen, maar aanvulling met DHA (ook tijdens de zwangerschap) is vaak verstandig.

Vaak is er ook discussie over de eiwitkwaliteit van plantaardig voedsel. Eiwitten kunnen worden opgebouwd uit twintig verschillende aminozuren en negen daarvan moeten we via de voeding binnenkrijgen. De overige elf kan ons lichaam vanaf de geboorte zelf maken.

Er wordt vaak geschreven dat je door het eten van plantaardige eiwitten een tekort zou kunnen krijgen aan verschillende essentiële aminozuren. Die aminozuren zitten echter allemaal, zij het in verschillende hoeveelheden, ook in planten. Een combinatie van plantaardige eiwitbronnen kan een eventuele onevenwichtige inname compenseren. Granen, zaden en noten bevatten bijvoorbeeld relatief weinig van het aminozuur lysine, maar dat zit juist wel weer volop in bonen.

Veganisten lopen ook een wat groter risico op een ijzertekort en als gevolg daarvan bloed­armoede te krijgen. IJzer hebben we onder meer nodig om hemoglobine te maken en dat is weer belangrijk voor de zuurstoftransport in ons ­lichaam. Baby’s en kinderen hebben bovendien voldoende ijzer nodig voor een normale hersenontwikkeling.

Als veganisten een ijzertekort hebben, komt dat overigens niet doordat ze minder ijzer binnenkrijgen, want in veel plantaardig voedsel (zoals granen, bladrijke groenten en peulvruchten) zit voldoende ijzer. Het ijzer uit planten wordt echter slechter opgenomen dan het ijzer uit vlees. Fytinezuur (aanwezig in veel plantaardig voedsel) kan de ijzeropname wel met 80 procenten remmen, maar vitamine C (fruit en groenten zijn goede bronnen) verhoogt de ijzerabsorptie juist weer.

Een plantaardige voeding heeft ook veel voordelen…

Een plantaardige voeding heeft echter ook veel voordelen, want deze bevat vaak meer foliumzuur, vitamine C en ijzer dan die van kinderen die ook dierlijke producten eten. Veganisten zijn bovendien gemiddeld dunner dan vleeseters en ze hebben als volwassenen daardoor minder vaak last van chronische welvaartsziekten zoals type 2 diabetes en hart- en vaatziekten.

Dat lagere gewicht komt deels doordat veganisten gemiddeld hoger opgeleid en meer gezondheidsbewust zijn dan de doorsnee Neder­lander. Veganisten krijgen bijvoorbeeld minder suiker binnen dan de gemiddelde vleeseter, maar met veganisme zelf heeft dat weinig te maken; de lage inname van toegevoegde suikers van veganisten komt doordat ze weinig sterk bewerkte producten eten. 

Dat verklaart ook hun lage inname van zout en industriële transvetten. Vleeseters die ultrabewerkte producten eten, krijgen daar meer van binnen, terwijl zout van origine niet in dierlijke producten zit en industriële transvetzuren uit olie van plantaardige oorsprong worden gemaakt.

...Ultrabewerkt veganistisch eten is echter niet gezond

Daarom is het jammer dat de industrie in toenemende mate sterk bewerkte voedingsmiddelen van plantaardige oorsprong maakt met de aanprijzing ‘vegan’. De benaming ‘vegan’ suggereert in de marketing doorgaans dat een product gezond is. Net als glutenvrij of zonder toegevoegde suiker. Maar juist die ultrabewerkte voedingsmiddelen, zoals zoete en hartige snacks en junkfood, kunnen weer belangrijke bronnen zijn van zout, suiker en transvetten.

De belasting van deze producten voor het milieu is wel veel gunstiger dan die van dierlijke voedingsmiddelen en natuurlijk beter vanuit het oogpunt van dierenwelzijn, maar hun gezond­heids­imago is onterecht. Het argument is dat vleeseters die overwegen veganistisch te worden, willen blijven genieten van snacks en junkfood en dat daarom plantaardige varianten moeten worden ontwikkeld. Vast speelt ook mee dat in dit segment van industrieel bereid voedsel meer te verdienen valt dan aan bonen, noten en groenten.

Jaap Seidell is hoogleraar voeding en gezondheid bij de VU Amsterdam. Jutka Halberstadt is psycholoog en universitair docent kinderobesitas bij de VU. Van de auteurs verschenen de boeken Jongleren met voeding – kleine en grote vragen over een leven lang gezond eten (2018) en Het voedsellabyrint – een weg uit het doolhof van eetadviezen en trends (2014) bij Uitgeverij Atlas Contact.

In de praktijk

Door het volgen van deze tips is het voor kinderen vanaf vijf jaar en volwassenen mogelijk om een gezonde, volwaardige voeding te eten. Ook is het dier- en milieuvriendelijk.

- Eet een grote variatie aan plantaardige voedingsmiddelen, zoals volkoren granen, peulvruchten, noten, zaden, groenten en fruit.

- Zorg dat je vetbronnen voldoende omega-3 vetzuren bevatten, zoals in lijnzaad, chiazaad en walnoten.

- Zorg voor goede bronnen van calcium, zoals bonen, noten en zaden en gebruik liefst supplementen die vitamine B-12 en vitamine D bevatten.

- Mijd zoveel mogelijk ultra-bewerkt voedsel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden