Plus Achtergrond

De boerderij versus de stad: ‘Er is een enorm wantrouwen’

De stikstofcrisis en het daaropvolgende boerenprotest legt de diepe kloof tussen stad en platteland bloot. Is dit de wraak van door de Randstad vergeten gebieden? ‘Er is enorm wantrouwen, beide kanten op.’

Beeld Rein Janssen

Boze boeren beukten met geweld de deuren van het provinciehuis van Groningen in en speelden met de levens van voorbijgangers toen zij in het centrum van de stad de hekken omver reden. Twee dagen later parkeerden zij onderweg naar Den Haag hun tractoren op opritten van snel­wegen en zorgden voor lange files. Het leek erop dat ze de doodskist voor Jesse Klaver die werd meegenomen, vooral humoristisch vonden.

Een week eerder nog maar waren het klimaatactivisten die zich op de Stadhouderskade posteerden, waar zij auto’s tegenhielden. In de dagen daarna doken zij op andere plekken op waar ze kortstondig aandacht vroegen voor hun zorgen; de impact was bescheiden. En: overal waar zij kwamen, liep een ploeg met een vuilniszak achter de acties aan om eventuele troep op te ruimen.

De reacties op de boeren en de klimaatactivisten konden nauwelijks méér uiteenlopen. In nieuwsuitzendingen klonk voor de boeren ­hoofdzakelijk begrip, terwijl in de berichtgeving over de klimaatdemonstranten woede de

boventoon voerde. De boeren komen op voor hun rechten en ons bestaan, klonk het. Ze kunnen niet anders, want ze hebben te maken met politici en opiniemakers die hun regels en gedrags­normen opleggen die met hun dagelijkse praktijk niets te maken hebben, zeiden omstanders.

De klimaatactivisten daarentegen zijn nietsnutten en uitzuigers: zij beletten het hardwerkende Nederlanders op tijd op hun werk te komen. Hun werd vooral een lang verblijf in de cel toegewenst en ze moesten daar vooral niet over zeiken.

Het begrip voor de boeren en het onbegrip voor de klimaatactivisten is tekenend voor de kloof die bestaat tussen de stad en het platteland, voor de mentale afstand tussen ‘burgers’ en ‘buitenlui’. Nu waren het de boerenprotesten, maar de lijst van voorbeelden van structurele onmin tussen de stedelijke bevolking en de mensen die buiten de stad wonen, is eindeloos. 

De discussie over Zwarte Piet, het afschot van edelherten in de Oostvaardersplassen, de afkeer die Ajax oproept: het draait steeds om de aanhoudende clash tussen Randstad en regio.

O zo egalitair, maar niet heus

Volgens hoogleraar bestuurskunde Caspar van den Berg van de Rijksuniversiteit Groningen is de spanning tussen de stad en het platteland van alle tijden. “Al bij de Romeinen gold dat het tempo in de steden hoger lag dan in de provincies, en dat het er op het platteland af en toe wat minder gepolijst aan toeging dan in de steden.”

Maar, zegt Van den Berg, de groeiende regionale verschillen in Nederland worden steeds zichtbaarder. “Sinds het midden van de jaren 90 zijn de welvaartsverschillen tussen gebieden groter geworden. Dat is zeker geen exclusief Nederlands verschijnsel, dat doet zich vrijwel overal in de Europese Unie voor. Je ziet dat terwijl de verschillen tússen de EU-lidstaten kleiner werden, ze bínnenlands juist groeiden.”

En dat botst met ons nationale zelfbeeld, waarin we zo egalitair zouden zijn, zegt Van den Berg. “Als we aan klassenverschillen denken, praten we al snel over bijvoorbeeld Engeland, waar je Londen hebt en dan pas de rest. Dan zeggen wij: zó zijn wij niet. Maar uit allerlei onderzoek blijkt dat in Nederland de verschillen net zo groot zijn als daar. Op ranglijsten van landen met grote inkomensverschillen zitten wij ergens in het midden, niet onderaan. En ook andere onderzoeken over bijvoorbeeld leefbaarheid, de beschikbaarheid van arbeid en zorg, en gelukscores laten groeiende verschillen tussen grootstedelijke en landelijke regio’s zien.”

Maurice de haan

Het zijn die verschillen die voor een kloof zorgen, zegt Zef Hemel, die aan de Universiteit van Amsterdam de Wibautleerstoel voor grootstedelijke problematiek bekleedt. Hierdoor dringt zich de vraag op hoe de stedeling zich eigenlijk verhoudt tot de boer en andersom.

“De protesten laten zien dat die verhouding moeizaam is. De onderbuik is vaak aan het woord, de stad moet het ontgelden. Er is een enorm wantrouwen, beide kanten op.”

Volgens Hemel is de tegenstelling stad-platteland te eenvoudig. “Er is veel meer aan de hand, de kloof waarover zoveel wordt gesproken, is een strijd tussen de elite en het volk. En de elite woont nu eenmaal in de steden, dat is altijd zo geweest. Die strijd uit zich nu op deze wijze, maar eerder zag je dat het botste toen het bijvoorbeeld ging over de kleur van Zwarte Piet.”

De bredere ergernis was ook afgelopen week te zien: de verwijten en de frustraties vlogen over en weer. Stedelingen wezen fijntjes op de cultuurbezuinigingen van enkele jaren geleden, toen zij te horen kregen dat subsidies voor kunst die nauwelijks publiek trekt, maar moesten worden afgeschaft. Kunstenaars moesten maar iets gaan doen waar wel vraag naar was.

En de discussie stad-regio speelt ook internationaal. In Frankrijk bijvoorbeeld stond de zaak om haan Maurice, die volgens eigenaren van een vakantiewoning in de provincie te vroeg begon met kraaien, model voor het bredere conflict tussen plattelanders en stedelingen.

Hemel noemt de botsingen niet minder dan revolutionair. “Door internet, door de komst van de smartphone is alles veranderd. Ineens heb je de media niet meer nodig om onderwerpen op de agenda te krijgen, om bij onbehagen te mobiliseren. Je kan ineens ook zonder vakbonden of vertegenwoordigers een punt maken. Iedereen die aandacht wil, kan dat helemaal zelf doen.”

Dat vernieuwde zelfbewustzijn verandert de verhoudingen, zegt Hemel. “Deze regering afficheert zichzelf als een plattelandsregering, maar het is maar de vraag in hoeverre dat

geloofd wordt. De politiek, dat is de elite, de ­media zijn die stadse types. Neem de directeur van het RIVM die deze week de boeren toesprak: die wordt gewoon niet geloofd, ondanks al zijn deskundigheid. Die man wordt uitsluitend gezien als iemand van de elite.”

Van boerderij tot boerderette

Botsingen binnen die nieuwe verhoudingen zijn niet te vermijden doordat stad en platteland onherroepelijk met elkaar te maken hebben, zegt Sophie Elpers, onderzoeker naar materiële cultuur aan het Meertens Instituut.

“Er woedt een strijd over de vraag wie het nu eigenlijk voor het zeggen heeft op het platteland. Zijn dat de boeren, die er vaak al generaties wonen en werken en het gebied kennen? Of zijn het de beleidsbepalers, de wetenschappers die ervoor hebben doorgeleerd?”

Elpers zegt dat er veel wordt weggehaald bij de boeren, de stikstofdiscussie is maar een van de voorbeelden. “Het versterkt het gevoel dat zij al hebben, dat zij niet begrepen worden en dat er in de stad toch al met het vingertje naar hen wordt gewezen. Zij ergeren zich aan leegstaande boerderijen die worden verbouwd tot boerderette, aan de gentrificatie van het platteland.”

Het gaat over beelden in de hoofden en in de harten van de mensen, zegt Elpers. “Vaak heeft men in de stad deels een romantisch beeld van de regio, maar daar passen ook windturbines bij en grootschalige landbouw. Het platteland is namelijk niet achtergebleven, ze zijn niet blijven hangen.”

De debatten zijn verhit, maar volgens Elpers maken die wel zichtbaar wat er aan de hand is. “Er is nu sprake van een tweestrijd, tussen stad en land. Dat komt doordat we nog zo aan het ­begin van de discussie staan. Ik verwacht dat er meer ruimte komt voor nuance.”

Gele hesjes

Dat is belangrijk, want groeiende regionale verschillen maken het moeilijk om het politiek nog eens te worden, zegt bestuurskundige Van den Berg.

“Dat hebben we gezien bij het brexitreferendum, in de VS met Trump, bij de opkomst van de AfD in Duitsland en de ‘gele hesjes’ in Frankrijk. Er zijn tegenstellingen tussen kiezers in ‘kosmopolitische’ gebieden en kiezers in rurale streken. Dat kun je zien als de wraak van de vergeten regio’s: perifere gebieden hebben een grote electorale kracht. Daarom is het belangrijk om die zich ook betrokken te laten voelen.”

“Dat geldt eveneens in Nederland. Inwoners van de gebieden aan de rand van Nederland vóélen zich niet alleen minder goed vertegenwoordigd in de politiek, dat wórden ze ook. En dan gaat het om veel mensen. Drie miljoen Nederlanders wonen in een krimpgebied.”

Het gaat ook om informele macht, zegt Van den Berg. “Een kleine groep hoogopgeleide, grotendeels in de Randstad wonende mensen zet de toon op economisch, politiek en cultureel vlak. Dat is problematisch als die kleine groep niet doorheeft dat er meer is dan de eigen biotoop.”

We zullen het beter moeten doen, zegt Van den Berg. “Stad en platteland hebben elkaar nodig. Er komt van alles op ons af: de energietransitie, de discussie over voedsel, de woningmarkt, de stijgende zeespiegel, allemaal onderwerpen die we samen moeten oplossen.”

Wat vinden Amsterdammers?

Roman Ranjbar (19) studeert International Business Administration aan de VU. “De manier waarop de boeren nu protesteren, vind ik onnodig, maar ze begonnen goed. De eerste keer dat ze met die tractoren naar Den Haag gingen, wekten ze veel empathie, ongeveer alle politici spraken hun steun uit. Door hoe het nu gaat verliezen ze die empathie weer, die van mij in elk geval wel. Maar op zich hebben ze wel een punt, zij voelen zich natuurlijk zwaar de klos van een probleem dat in principe niet volledig op hen kan worden afgeschoven. Dat die stallen zo groot en dus zo vervuilend zijn geworden, komt eigenlijk door ons allemaal, omdat wij met z’n allen zoveel consumeren.” Beeld Lin Woldendorp
Yvonne Liefhebber (59) doet welzijnswerk. “Ik vind het zwaar overdreven hoe de boeren tekeergaan. Iedereen moet iets bijdragen om het stikstofprobleem op te lossen, ook de boeren. Misschien vinden zij dat ze harder geraakt worden, maar ze maken ook extreem veel troep. Een groot deel van de productie van boeren is trouwens bestemd voor export, dat zou een stuk minder kunnen. De manier waarop de boeren nu actie voeren, vind ik sowieso buiten proporties.” Beeld Lin Woldendorp
Steven Tevreden (54) is ondernemer. “Ik kan me voorstellen dat het voor boeren steeds moeilijker wordt in een tijd waarin iedereen kritischer wordt op werk waarmee het milieu wordt belast. Of de wijze waarop ze demonstreren te ver gaat? Vroeger noemden we zoiets revolutie! Diplomatie is niet altijd de oplossing.” Beeld Lin Woldendorp
Jessie Nopper (20) is studente creative business aan de HvA. “Ik begrijp de boeren wel. Zij doen ook maar gewoon hun werk. Natuurlijk moet er iets gedaan worden aan de stikstof­uitstoot in de agrarische sector, maar de boeren moeten nu zelf maar uitzoeken hoe. Dat vind ik scheef. De eerste keer dat ze met zoveel tractoren naar Den Haag gingen, vond ik te gek, maar de agressiviteit waarmee het nu gepaard gaat, vind ik te ver gaan. Beeld Lin Woldendorp
Joost van Hilten (74) is hoofdredacteur van tijdschrift Waar&wet over levensmiddelen- en productenrecht. “Ik heb weinig sympathie voor de protesten van de boeren. Ze hebben het financieel echt zo slecht niet, dus ze moeten niet zo zeiken. Boeren worden over het algemeen enorm gesubsidieerd, waardoor bijvoorbeeld in de vorige eeuw de melkplas ontstond. Aan de andere kant zijn er natuurlijk ook genoeg boeren vol goede bedoelingen, die bijvoorbeeld hun varkens aanleren om in een ander bakje te poepen dan waar ze plassen, dan komt er geen stikstof vrij.” Beeld Lin Woldendorp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden