PlusAchtergrond

De aanpak van de eerste coronagolf kwam uiterst traag op gang

De aanpak van de eerste coronagolf kwam slechts mondjesmaat en pas laat op gang. Dat blijkt uit adviezen van topambtenaren en zorgbestuurders aan het kabinet.

Februari lijkt een verloren maand te zijn in de aanpak van de eerste golf. Beeld ANP
Februari lijkt een verloren maand te zijn in de aanpak van de eerste golf.Beeld ANP

Al eind januari – een maand vóór de eerste officiële coronabesmetting in Nederland – werd door topambtenaren en GGD-bestuurders gevreesd voor een tekort aan mondkapjes en andere beschermingsmiddelen. Toch duurde het nog tot eind maart voordat de inkoop en verdeling van de beschermingsmiddelen landelijk was geregeld.

Nieuwe documenten laten zien dat de aanpak van de eerste coronagolf uiterst traag op gang kwam. Het gaat om verslagen van het Bestuurlijk Afstemmingsoverleg (BAO), die door diverse media zijn opgevraagd en dinsdag openbaar worden gemaakt door het ministerie van Volksgezondheid.

BAO

Het BAO – met daarin onder anderen topambtenaren, GGD’ers en zorgbestuurders – beoordeelt de adviezen van het Outbreak Management Team (OMT) op ‘bestuurlijke en politieke haalbaarheid’. Op basis van de adviezen van het OMT én het BAO nam het kabinet besluiten over de coronamaatregelen.

Als het coronavirus Nederland officieel nog lang niet heeft bereikt – op 28 januari dit jaar – adviseert het BAO ‘om de beschikbaarheid van persoonlijke beschermingsmiddelen te inventariseren voor de verschillende beroepsgroepen’. Dan al leven er zorgen over mogelijke tekorten aan mondkapjes, brillen, schorten en handschoenen.

Maar daarna blijft het bestuurlijk lange tijd stil: een maand lang komen de adviseurs van het OMT en bestuurders van het BAO niet bijeen, terwijl het virus dan al om zich heen grijpt in Europa (Frankrijk constateert het eerste coronageval op 24 januari, België op 3 februari).

Acuut tekort

Pas op 28 februari – een dag nadat het virus officieel in Nederland is gearriveerd – komt het BAO opnieuw bij elkaar. En dan is het tekort aan materialen meteen acuut: ‘gezien de wereldwijde schaarste’ wordt geadviseerd om mondmaskers centraal in te kopen en te verdelen. Maar ook daar gaat tijd overheen. Pas een krappe maand later – op 24 maart – wordt het Landelijk Consortium Hulpmiddelen opgericht.

Februari lijkt daarmee een verloren maand geworden in de aanpak van de eerste golf. De kans om toen op grote schaal mondkapjes, schorten en brillen in te kopen, werd niet benut. Het ministerie van Volksgezondheid zegt daar later over dat er eind januari ‘geen signalen van tekorten’ waren. In februari waren er slechts problemen met de levering van spullen bij ‘een enkele zorginstelling’.

Toch gaan op 28 februari alle alarmbellen binnen het BAO af. De tekorten lopen zo op dat de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU) niet veel later oppert om per direct alle ingrepen bij privéklinieken stop te zetten, zodat zij hun voorraden beschikbaar kunnen stellen aan ziekenhuizen. En als een megalading mondkapjes wordt afgekeurd vanwege de beroerde kwaliteit, suggereert het BAO dat de maskers misschien ‘in een andere setting toch bruikbaar’ zijn.

Ook als het gaat om corona in verpleeghuizen, wordt pas laat ingegrepen. Zo wordt door de bestuurders lang volgehouden dat preventief gebruik van mondmaskers alleen nodig is als er sprake is van ‘nabij contact en bij behandeling van (mogelijk) besmette bewoners’. De schaarste aan beschermende spullen lijkt daarbij een grote rol te spelen, al ontkent het kabinet, ook onlangs nog in een brief aan de Tweede Kamer, dat het tekort aan middelen de gebruiksvoorschriften bepaalt.

Mondkapjes

Het BAO-verslag op 20 april stelt dat mondkapjes onnodig zijn in verpleeghuizen en afdelingen waar geen corona(verdenking) is. Daarbij wordt wel direct de relatie met het tekort gelegd: ‘In de overige situaties is het (preventief) gebruik van mondkapjes niet nodig en draagt het slechts bij aan de schaarste. Hier is onrust over, het is heel belangrijk om daar heel helder over te zijn.’

Vandaag de dag zijn de richtlijnen veel ruimer en adviseert de beroepsgroep voor ouderengeneeskunde aan medewerkers en bezoekers in regio’s waar het virus hard rondgaat - nu in 14 van de 25 GGD-gebieden - om preventief medische mondmaskers te gebruiken bij al het patiëntcontact binnen 1,5 meter.

Polderen

Uit de verstrekte verslagen rijst verder het beeld van een land dat heel even dacht al polderend een pandemie te lijf te kunnen gaan. Terwijl het nationale zorgsysteem compleet gedecentraliseerd is, met regionale zorgoverleggen en onderling fel concurrerende ziekenhuizen, vergt de crisis centrale aansturing. Die wordt in maart snel opgetuigd, met een strak geregisseerde verdeling van materialen en ziekenhuisbedden, zelfs met hulp van defensie.

Ook het BAO-overleg zelf blijkt weinig geschikt voor crises als deze. Steeds moesten de deelnemers met stoom en kokend water vergaderen, meteen na een OMT-advies hadden ze maar heel even de tijd om te lezen en te reageren. Daarbij groeit het overleg uit zijn jasje, omdat steeds meer belanghebbenden meepraten. In mei gaat het mes in het aantal uitnodigingen. “Dit overleg werkte prima voor andere uitbraken, maar voor een acute crisis als deze niet echt,” zegt een ingewijde.

Eind juni zien de betrokken bestuurders met nog slechts tientallen nieuwe gevallen per dag serieuze mogelijkheden om het coronavirus ‘verder in te dammen’. Mondkapjes lijken daarbij onnodig, ondanks een nieuw internationaal WHO-advies om ze wel te dragen. Maar die mondiale richtlijn heeft ‘onvoldoende wetenschappelijke basis’ en is ‘niet van toepassing op de situatie in Nederland’.

Waarom er in februari een maand lang geen BAO was en wat er ondertussen wel gebeurde om de tekorten te voorkomen, blijft onduidelijk. Het ministerie van Volksgezondheid kon deze en andere vragen gisteren niet beantwoorden.

‘Accepteer sterfte’

Opvallend is dat het BAO klaagt over het gebrek aan een langetermijnperspectief bij het kabinet. Op 14 april adviseren de bestuurders om ‘helderheid’ te geven over het feit dat zieken en doden niet voorkomen kunnen worden. ‘Als Covid blijft circuleren, moeten we een zekere morbiditeit en mortaliteit accepteren,’ schrijven ze. ‘Dat moet voor iedereen duidelijk zijn en we moeten met elkaar, binnen een politiek-maatschappelijke context, de gevolgen van keuzes accepteren’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden