Hugo de Jonge: ‘We hebben gedaan wat in ons vermogen lag, maar je kunt niet alles voorkomen.’

PlusInterview

Coronaminister Hugo de Jonge: ‘Het virus is nog niet klaar met ons’

Hugo de Jonge: ‘We hebben gedaan wat in ons vermogen lag, maar je kunt niet alles voorkomen.’Beeld ANP

Hugo de Jonge maakt als coronaminister de heftigste periode van zijn carrière door. Voor het eerst blikt de vicepremier uitgebreid terug op de eerste golf. ‘We hebben met 17 miljoen mensen die crisis gerund.’

Hij dacht met zijn jarenlange ervaring in stads- en landsbestuur dat hij wel wist wat werken onder druk was. En toen kwam het corona­virus, ging het land ‘intelligent’ op slot en nam het crisiskabinet in een week tijd maatregelen waar in normale tijden jarenlang over vergaderd wordt.

Dus belde ‘coronachef’ Hugo de Jonge (42) op een woensdag in maart de wereld rond voor beademingsmachines, stuurde hij op vrijdag militairen naar Brabant om ic-bedden te verdelen, en werd tussendoor familieleden verboden om hun (groot)ouders nog te bezoeken in verpleeghuizen.

“Als minister van Volksgezondheid neem je beslissingen die aan leven en dood raken,” zegt De Jonge aan een lange tafel in zijn kantoor op het ministerie in Den Haag. “Dat heb ik deze periode intenser beseft dan ooit. Dat is heftig.”

Over die verpleeghuizen: bijna drieduizend ouderen stierven daar. En dat zijn alleen nog de geregistreerde gevallen. Wat is er misgegaan?

“Je kunt pas over een tijdje alles evalueren, als er enige afstand is. De Onderzoeksraad voor Veiligheid gaat dat doen, dat is goed. Natuurlijk zijn er fouten gemaakt. We zullen vaak te laat zijn geweest, misschien ook weleens te vroeg met maatregelen. Dat moet goed bekeken worden. In het algemeen geldt: onze zorg was op geen enkele manier opgewassen tegen de pandemie die nu over de wereld raast.”

Ouderenzorg komt achteraan in de rij, zeggen betrokkenen. Bij verdeling van beschermingsmiddelen, bij het testen. Verpleeghuizen waren niet aangesloten bij de acute zorg in de regio.

“Dat is wel een van de lessen: we maakten altijd onderscheid tussen acute zorg aan de ene kant en langdurige zorg aan de andere kant. Inmiddels zijn verpleeghuizen ook aangesloten bij de regionale zorgverbanden. Dat moet zo blijven. Maar wat je zag in maart: mensen worden ziek en belanden in het ziekenhuis, daar ontstaan razendsnel grote tekorten. Dan worden er spullen besteld, maar is er niet genoeg. En de verpleeghuizen lopen daarna tegen dezelfde problemen aan.”

“Als je dan hoort ‘het was een stille ramp in de verpleeghuizen’, zeg ik: nee. Er heeft zich een ramp voltrokken, maar we hadden er echt wel aandacht voor. De week dat ik het corona­dossier overnam, moest ik besluiten om bezoek niet langer toe te staan. Dat was ontzettend moeilijk en pijnlijk. Maar we kregen heftige signalen uit de verpleeghuizen in Brabant. We moesten dit doen.”

Maar toch, betere verpleeghuiszorg was altijd belangrijk voor u. Dan is het toch pijnlijk dat het coronavirus juist daar zo hard toeslaat? Was u niet te laat, te traag?

“Natuurlijk is dat pijnlijk. Ik ben op bezoek geweest in verpleeghuizen waar veel mensen gestorven zijn. Dat is intens verdrietig, je ziet, hoort en voelt de pijn. Maar de kritiek over spullen en testen, ik hoor het allemaal aan, maar bedenk wel: er was een explosie van schaarste, overal. Vanaf dag één heb ik non-stop gewerkt om dat te verhelpen. Dit departement en deze minister hebben alles gedaan wat in ons vermogen lag, maar je kunt niet alles voorkomen. Ik kan niet toveren, ik kan wel heel hard werken. En dat heb ik gedaan.”

De Jonge nam op 19 maart het stokje over van Bruno Bruins (VVD) nadat die tijdens een Kamerdebat onwel was geraakt door oververmoeidheid. “De volgende ochtend belde Mark Rutte. Hij zei dat Bruno niet meer terug zou komen en dat ik het moest overnemen. Het was geen vraag, nee. Er was ook geen tijd voor vragen. Een dag later zagen we dat het zo ongelooflijk mis ging in Brabant: de ic’s lagen hartstikke vol en het verplaatsen van patiënten lukte niet goed genoeg. Dus ik heb Ank Bijleveld gebeld en gevraagd om hulp van het ministerie van Defensie, zodat er een paar militairen kwamen om dat te coördineren’.”

Het Nederlandse zorgstelsel is niet gebouwd op rampen als de coronacrisis. Centrale regie ontbreekt vaak, ziekenhuizen concurreren stevig: elke huisartsenpraktijk, elk ver­pleeg­huis of hospitaal werkt als een eiland.

“Deze crisis is één groot pleidooi voor minder markt, meer samenwerking en meer centrale regie. Waar zijn welke voorzieningen nodig? En welke hulpmiddelen? Is er voldoende hulp dichtbij huis voor patiënten in iedere regio? Ieder voor zich is gewoon geen oplossing als je met elkaar iets heel groots moet doen. En we moeten voortaan zorgen dat we minder afhankelijk worden van het buitenland, meer in staat zijn om voor onszelf te zorgen. Wat dat betreft is deze crisis voor de zorg één grote wegwijzer voor de toekomst.”

Dus dit is wat blijft na de coronacrisis? Een centrale overheid die bepaalt, inkoopt en zorg verdeelt?

“Wat mij betreft moeten alle soorten zorg verregaand blijven samenwerken, van verpleeg­huizen tot ziekenhuizen en gehandicaptenzorginstellingen. Ik wil ook dat het landelijk mogelijk is om in te grijpen en bij te sturen op het moment dat je ziet dat het niet vanzelf lukt. En daar waar de financiering erop gericht is om te concurreren, moet dat anders worden geregeld.”

Dat is nogal een wijziging: dan moet ons complete zorgstelsel op de schop. Wordt het niet verschrikkelijk duur en bureaucratisch?

“Nou, bureaucratischer is het juist niet geworden de afgelopen maanden, er is snel gehandeld. Maar het moet fundamenteel anders, ja. De centrale overheid moet soms een dwingende en sturende rol hebben. Dat merk je nu op alle fronten. Bij het testen ontbrak overzicht, bij de beschermingsmiddelen, bij de ic-capaciteit. Je wilt die regie hebben. Hoe we dat precies gaan doen, moeten we nog uitwerken en met de Kamer bespreken. Maar dat er wat moet gebeuren, is nu wel duidelijk.”

In welke fase zitten we nu met corona? Het aantal nieuwe ziekenhuisopnames is dagelijks nog slechts een handvol, sterftecijfers lopen terug.

“We hebben met z’n allen dit virus onder controle gekregen, met 17 miljoen mensen hebben we die crisis gerund. Zonder militairen op straat of een agent op elk plein. Dat is echt goed. Maar nu de uitbraakfase voorbij is, merk je dat mensen langzamerhand klaar zijn met het virus. Het virus is alleen nog niet klaar met ons. Nu gaan we naar de controlefase, waarbij we door goed te testen en door andere meters op ons dashboard elke keer kunnen ingrijpen als het virus ergens oplaait.”

“Dat moet lokaal, gericht. Zodat we niet weer in zo’n intelligente lockdown hoeven. We zoeken nu intelligente controle. Tot er een vaccin is, ja.”

Moeten we tot die tijd echt overal 1,5 meter afstand houden? En al die tijd niet knuffelen met onze (groot)ouders van 70-plus?

“Ja, dat is lastig, maar het is precies wat ik bedoel als ik zeg: wij kunnen wel klaar met corona zijn; andersom is het niet zo. Je hoort dagelijks wel ergens: kan die en die branche niet meer open, kunnen bedrijven daar niet wat meer? Dan zeg ik: jongens, dat virus heeft geen economie gestudeerd, dat wil gewoon overspringen van mens tot mens. We moeten een paar van de basisprincipes echt houden: thuis blijven en je laten testen als je ziek bent, al is het mild. Afstand houden, en inderdaad ook van je ouders of opa en oma als ze oud of kwetsbaar zijn. Dat is heftig, mensen hebben behoefte aan contact. Maar het is nodig.”

Als het toch misgaat: zijn we nu klaar voor een nieuwe golf?

“We breiden de ic-capaciteit uit, dat kost wat tijd. We werken aan een ijzeren voorraad van beschermingsmiddelen, dat gaat goed. Maar we willen vooral dat zo’n grote golf niet meer komt, daar is echt alles op gericht. We hebben nu veel beter zicht op het virus, na opstart­problemen is onze testcapaciteit op orde. We krijgen straks een app die de GGD helpt om aan contactonderzoek te doen. Is dat nodig? Ja. Weet u nog bij wie u eergisteren allemaal in de buurt was? Die app helpt bij sneller en vollediger onderzoek.”

U lanceerde die app in april vol bravoure, maar er volgden al snel bakken kritiek.

“Daar hoorde ik ook een hoop cynisme. Maar met cynisme is nooit iets moois tot stand gebracht. We kregen het advies van het Outbreak Management Team dat we digitale ondersteuning van het contactonderzoek moesten organiseren, daarom deden we dat. We hebben gekeken wat de markt op dat moment te bieden had. Dat bleek niet aan onze privacy- en veiligheidseisen te voldoen, dus zijn we zelf gaan bouwen met een nieuw team. En we doen geen concessies aan de privacy.”

Ondertussen willen we weer van alles: met vakantie, naar buiten, een feestje vieren.

“Ja, dat merk ik ook. Toch zeg ik: blijf nadenken, wees voorzichtig. Ook in de zomerperiode. Als het in Nederland niet slim is om naar een discotheek te gaan dan is het dat in Spanje ook niet. Je wilt niet dat we straks massaal terugkeren van vakantie met het virus in onze koffer.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden