PlusInterview

CDA-fractieleider Pieter Heerma: ‘Ik zou wel een spelletjeswinkel willen hebben’

Pieter Heerma is, net als zijn vader Enneüs ooit, fractieleider van het CDA in Tweede Kamer, maar hij gelooft niet in God. ‘Ik spring niet over mezelf heen en roep: kijk mij er nou toe doen.’

Jan Hoedeman
CDA-fractievoorzitter Pieter Heerma: ‘Wat er nu in Kamerdebatten gebeurt, gaat echt een grens over. Als Louis van Gaal voetbalrellen koppelt aan de verruwing in de politiek omdat Kamerleden het verkeerde voorbeeld geven, dan is er iets goed mis.’
 Beeld Phil Nijhuis/ANP
CDA-fractievoorzitter Pieter Heerma: ‘Wat er nu in Kamerdebatten gebeurt, gaat echt een grens over. Als Louis van Gaal voetbalrellen koppelt aan de verruwing in de politiek omdat Kamerleden het verkeerde voorbeeld geven, dan is er iets goed mis.’Beeld Phil Nijhuis/ANP

CDA-fractievoorzitter Pieter Heerma (44) zit tien jaar in de Tweede Kamer en heeft naam gemaakt als onderhandelaar in kabinetsformaties. Hij geldt als echte teamspeler, maar ooit was hij een individuele topsporter. De judoka Heerma was bij de junioren vijfde van de wereld en derde in Europa.

Toch zijn niet deze prijzen zijn sportieve hoogtepunt, maar een duel waarin hij in de eerste twee seconden een beer van een Iraanse worstelkampioen op zijn rug kreeg. De sport bracht hem discipline bij, maar leerde hem ook iets waar hij als onderhandelaar baat bij heeft: “Weten wanneer je mee moet bewegen.”

Voor een CDA-fractieleider is het opmerkelijk dat u niet in God gelooft, en daar nog voor uitkomt ook.

“De eerste keer dat ik dat publiekelijk zei, kwam Gert-Jan Segers van de ChristenUnie naar me toe en zei: ‘Ach arme jongen...’ Ik heb een natuurlijke neiging tot agnosticisme en ik zeg er altijd achteraan dat ik denk dat de Lieve Heer me dat vergeeft. Ik ben veel met christelijke waarden bezig. Ik heb het gevoel dat ik religieuzer ben dan een paar jaar geleden, maar als ik iets ben, ben ik agnost. Mijn moeder ziet het zo: ‘God is het moreel goede.’ Misschien blijf ik mijn hele leven zo, maar ik sluit niet uit dat ik over tien jaar weleens in de kerk beland.”

Pieter Heerma, zoon van oud-CDA-wethouder (in Amsterdam), oud-staatssecretaris en oud-fractieleider Enneüs Heerma, is over zijn privéleven afgemeten. Sinds 1995 is hij met zijn vrouw en ze hebben twee zonen van 11 en 8. “Ik weet hoe groot de impact is van een vader die als politicus weinig thuis is. En als hij thuis is, dan moet hij ook nog vaak gebeld worden. Daar komt ook nog bij dat je op straat wordt herkend en mensen het gesprek aangaan. Daarom wil ik die scheiding strak houden.”

Had u er last van dat uw vader CDA-fractievoorzitter was?

“Last is een groot woord. Mijn vader kwam pas ’s avonds thuis als wij al weer terug waren van het sporten. Hij was ook vaak weg in het weekend. Ik heb uit de eerste hand ervaren dat de impact groot is. Als thuis de telefoon ging nam ik op: ‘Met Lubbers...’”

Uw vader was fractievoorzitter toen CDA’ers elkaar in de nadagen van Lubbers naar het leven stonden. Dat is de laatste jaren ook gebeurd tijdens uw fractievoorzitterschap. Doet dat pijn?

“Ja, toch wel. De liefde voor de club zit bij mij heel diep. Dit zijn geen leuke jaren geweest. Wat er de afgelopen jaren in het CDA gebeurde, was in mijn beleving anders dan wat er misging toen het CDA voor het eerst in de geschiedenis in de oppositie kwam. Dat leed zit bij mij veel dieper, dat maakte je thuis mee. Het zijn krassen op je ziel. Die blijdschap over regeren zonder het CDA werd hard en rauw gevierd. Mijn vader moest die kar trekken, dat was niet leuk.”

Fractievoorzitters zijn vaak haantjes, doen er veel aan om in de publiciteit te zijn. U doet dat niet. U staat ook niet in de top tien van bekendste politici.

“Ten diepste zit ik in de politiek om dingen te bereiken en wil ik dienstbaar zijn aan een hoger doel. Ik spring niet over mezelf heen en roep: kijk mij er nou toe doen.”

“Je moet als politicus bijna twee tegenstrijdige vaardigheden in je hebben: politiseren en pacificeren. In het huidige politieke tijdsgewricht is die balans scheef tussen het eerste en het tweede. De politiek als geheel kan wel wat meer pacificerende politici gebruiken. We zijn gekozen om vreedzaam geschillen te beslechten. En iedere week staan er veel Kamerleden met ophef aan de interruptiemicrofoon, gericht op politiseren. Mijn uitdaging is niet alleen te blijven hangen in pacificeren, omdat zichtbaarheid ook belangrijk is. Zeker nu.”

U maakte als onderhandelaar deel uit van twee lange spannende kabinetsformaties. Wat is de kunst van onderhandelen?

“Zelfkennis is belangrijk. Als je er één ding eruit moet pikken: veel politici zijn bezig met zichzelf te horen praten. Maar aan de onderhandelingstafel is niet wat je zegt belangrijk. Onderhandelen is de gave van luisteren. Als je goed luistert naar wat anderen zeggen, komt ter plekke of ’s avonds de creativiteit. Dat je denkt: hé, waarom zeiden ze vandaag iets anders dan gisteren? Want gisteren zeiden ze: dit is onbespreekbaar. Maar vandaag zeiden ze: dit is in principe onbespreekbaar. Dat is iets anders dan onbespreekbaar. Met luisteren kun je proberen te doorgronden wat de ander bedoelt, en kun je tot compromissen komen.”

U stak nooit uw vinger op voor een kabinetspost.

“Ik ben altijd duidelijk geweest. Ik vind volksvertegenwoordiger zijn het hoogste goed. En dat is ook wat bij mij past.”

Wat moet Pieter Heerma dan in de toekomst?

“Ik besef dat ik meer politieke toekomst achter me heb dan voor me. Ik zit in mijn derde termijn. Ik ben nooit een carrièreplanner geweest. Ik ben een simpel mens die van veel dingen gelukkig kan worden. Ik ben een groot liefhebber van bordspellen, ik ken ze allemaal. Ik zou wel een spelletjeswinkel willen hebben. Dat mensen binnenkomen en vertellen wat ze mooi vinden. En dat ik ze dan een spel aanraad waarvan je weet dat ze er gelukkig van worden, daar word ik warm van.”

U bent een criticus van de politieke cultuur. Hoe moet de regeerbaarheid van Nederland terugkomen?

“Bij de nieuwe bestuurscultuur hoort ook een nieuwe politieke cultuur. In het klein en groot proberen we na de chagrijnige coronajaren en de toeslagenaffaire de kloven te dichten in plaats van het wantrouwen uit te vergroten. Wat er nu in Kamerdebatten gebeurt, gaat echt een grens over. Als Louis van Gaal voetbalrellen koppelt aan de verruwing in de politiek omdat Kamerleden het verkeerde voorbeeld geven, dan is er iets goed mis.”

Wat bedoelt u?

“Het feit dat wetenschappers en journalisten in het debat op een bepaalde manier worden bejegend en vervolgens bedreigd worden op sociale media, waardoor er een week later een veiligheidshuisje voor hun deur staat: dat kan echt niet. In de plenaire zaal van de Kamer mag alles worden gezegd, maar nu wordt die parlementaire onschendbaarheid bewust of onbewust ingezet om te intimideren, waardoor andere Kamerleden zich geremd voelen: zo wordt het publieke debat gesmoord. En als hierdoor wetenschappers en journalisten hun werk niet meer kunnen doen, dan moet er iets gebeuren.”

Wat dan?

“Uiteindelijk geldt dat wij een Reglement van Orde in de Kamer hebben dat bepaalt wat wel en niet kan. Maar dat is lang geleden bedacht en dat voorzag geen social media. Het opheffen van immuniteit vind ik te ver gaan. Maar het Reglement van Orde moet een Kamerlid buiten de orde plaatsen als een wetenschapper of journalist wordt bedreigd. Het begint bij het vragen door de Kamervoorzitter iets terug te nemen en te herstellen, het eindigt bij het woord ontnemen. Microfoon dicht en geen deelname meer aan het debat.”

Pieter Enneüs Heerma

Amsterdam, 5 augustus 1977
Studeerde politicologie aan de Vrije Universiteit.
Sinds 20 september 2012 lid van de Tweede Kamer. Eerder was Heerma manager bij De Friesland Zorgverzekeraar en persvoorlichter van de CDA-fractie.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden