PlusTen slotte

Carel Muller (1937-2020) maakte van ‘debielen’ weer mensen

De arrestatie van Carel Muller op Dennendal in 1974.Beeld GPD

Carel Muller stoomde de samenleving met zorgcentrum Dennendal klaar voor een andere benadering van psychiatrisch leed.

Lange haren, lange baard en een pak van spijkerstof. Carel Mullers uiterlijke kenmerken waren een statement tegen de heersende orde in de psy­chiatrie. 

Muller, psycholoog en ­directeur van psychiatrisch zorgcentrum Dennendal in Den Dolder, kwam in de jaren zeventig in het nieuws door zijn radicaal andere kijk op psychiatrische ­patiënten, met name op mensen met een verstandelijke beperking. In die tijd sprak men in de medische wereld over zwakzinnigen, in de volksmond ging het over debielen.

In Dennendal gaf Muller mensen met een ­verstandelijke beperking meer vrijheden dan destijds gebruikelijk was. Hij wilde hen uit de psychiatrische centra halen, waar met mensen met uiteenlopende ziektebeelden (psychose, dementie, bipolaire stoornis, angst) werden geïsoleerd van de samenleving. Isoleren, fixeren en ‘platspuiten’ was destijds gemeengoed in ‘gekkenhuizen’.

Verstandelijk beperkten moesten juist terug de samenleving in, vond Muller. In de instel­lingen, verscholen in de bossen of de duinen, ­werden ze ontmenselijkt. Ze waren net zo goed individuen, met persoonlijke gevoelens. In de instellingen leden ze onnodig, zei Muller, en dat moest stoppen. Mede door zijn verzet is dat inzicht tegenwoordig gemeengoed.

Kabouterbeweging

Die maatschappelijk kanteling ging niet zonder slag of stoot. In 1974 werd Muller gearresteerd. Een patiënt van Dennendal was verdronken in het zwembad. Directeur Muller werd ontslagen, maar hij weigerde te vertrekken. Met sympa­thisanten bezette hij Dennendal en richtte hij Nieuw-Dennendal op, dat uiteindelijk door de politie werd ontruimd.

De beweging van Muller pakte samen met de antipsychiatrie, waarvan psychiater Jan Foudraine met z’n boek Wie is van hout (1971) een voorvechter was. Muller zocht ook toenadering tot de Kabouterbeweging van Roel van Duijn, die zich tegen de gevestigde orde in de hele maatschappij keerde. “Vanwege die verbinding zat er altijd een ridicuul kantje aan het standpunt van Muller, maar er zat wel degelijk een ernstige boodschap in,” zegt psychiater Damiaan Denys.

De maatschappelijke omwenteling die mede door Muller in gang werd gezet, leidde tot hogere inves­teringen in de geestelijke gezondheidszorg, betere behandelingen en minder psychisch leed. Een bijkomstigheid was echter dat het uitdragen van psychisch lijden tegenwoordig als een soort heldendaad wordt gezien, aldus Denys. “Bijna iedereen lijkt wel ergens onder gebukt te gaan.” Ook wijst Denys erop dat er steeds minder psychiaters en psychologen zijn om het lijden van de medemens te verlichten.

Boerderij

Muller, geboren Rotterdammer, kwam in contact met verstandelijk beperkten toen hij als dienstweigeraar in een Brabantse instelling voor zwakzinnigen verzeild raakte. Na een

studie psychologie ging hij aan de slag in de geestelijke gezondheidszorg. Na zijn vertrek bij Dennendal liet hij zich publiekelijk minder gelden. Hij verhuisde naar een boerderij en werd later docent op de sociale academie in Groningen. Zo’n tien jaar na ‘Dennendal’ ontdeed hij zich van z’n lange haren en baard.

Muller, vader van zeven kinderen, had al enige tijd kanker, die hij niet liet behandelen. Hij overleed op 24 februari, op 82-jarige leeftijd, in z’n woonplaats Eelde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden