PlusReportage

Bron- en contactonderzoekers merken versoepeling: ‘Er zijn mensen met 50 nauwe contacten’

Het bron- en contactonderzoek is heilig voor het Nederlandse virusbeleid. Ook voor het heropenen van de economie is het essentieel. Nu veel Nederlanders zich weer gedragen alsof er niets aan de hand is, lijkt dat onderzoek een onmogelijke klus. ‘Er zijn mensen met veertig à vijftig nauwe contacten.’

Medewerkers van een GGD nemen coronatesten af in een teststraat.Beeld ANP

Het coronavirus zal waarschijnlijk als een veenbrand blijven woeden in ons land, misschien nog wel de komende paar jaar, waarschuwde RIVM-voorman Jaap van Dissel in mei de Tweede Kamer. Zolang er nog geen werkend vaccin is, is bron- en contactonderzoek dé sleutel om dit te voorkomen. Het stijgend aantal besmettingen in Nederland - het verdubbelde in een week van 534 naar 987 - maakt dit volgens oud-hoofdinspecteur van de Inspectie voor de Gezondheidszorg Wim Schellekens nog eens pijnlijk duidelijk. Het 27.000 inwoners tellende Goes werd met tientallen besmettingen op privéfeestjes ineens coronahoofdstad van Zeeland. Het ging om jongeren tussen de 17 en 20 jaar en hun familieleden. Eén persoon belandde in het ziekenhuis. Schellekens: “Als je die mensen laat rondlopen, wordt Goes het nieuwe Uden, dat gaat heel hard hoor. We moeten dit onmiddellijk uitdoven.”

Maar hoe doe je dat? Een kijkje achter de schermen bij een GGD in de provincie Zuid-Holland, momenteel de grootste brandhaard van Nederland. In twee weken tijd zijn er in de provincie 628 mensen positief getest. Dat komt neer op zeventien per 100.000 inwoners. Ter vergelijking: in Drenthe werden in diezelfde periode negen mensen positief getest: 1,8 op de 100.000.

Sportclubs of feestjes

Het is half negen ’s ochtends als de 26-jarige basisarts Florien van Eeden met haar collega’s in het GGD-gebouw de meest recente uitbraken bespreekt. Ze beginnen met de nieuwe ‘casussen’. “We beginnen bij de positief geteste persoon, de ‘index’ noemen we die. Aan die persoon worden dan alle maatregelen uitgelegd.” De besmette persoon blijft in isolatie totdat die 24 uur klachtenvrij is en er na de eerste ziektedag minimaal zeven dagen zijn verstreken.

“Van alle positief geteste personen gaan we na waar die allemaal zijn geweest in de twee dagen voor de klachten begonnen,” vult de 25-jarige arts in opleiding Pam Heutinck aan. “Denk aan zorginstellingen, het ziekenhuis, de huisarts, sportclubs of feestjes. Ook wordt uitgebreid geïnformeerd naar het beroep dat zij uitoefenen.”

Bron- en contactonderzoekers splitsen die contacten op in drie categorieën: huisgenoten, andere nauwe contacten en overige contacten. Bij ‘nauwe contacten’ gaat het om personen die langer dan vijftien minuten op minder dan 1,5 meter contact hadden tijdens de besmettelijke periode. Extra aandacht krijgen momenten waarbij een hoog risico was op besmetting: bij zoenen, of bijvoorbeeld als iemand in zijn gezicht is gehoest.

“Eerst bellen we alle nauwe contacten, ook al wonen ze in één huis,” verklaart Heutinck. “Omwille van de efficiëntie doen we dat het liefst wel met één telefoontje.” Van Eeden vult aan: “Als we willen toelichten wie er besmet is, hebben we toestemming nodig van de positief geteste persoon. Alleen na toestemming van de positief geteste persoon mag de identiteit worden gedeeld met de contacten. Soms is het moeilijk voor een ‘index’ om na te gaan wie hij of zij allemaal heeft gezien in de besmettelijke periode. Het kan dan beter zijn om ze een uurtje later nog eens te bellen, als ze zijn bijgekomen van de schrik.”

‘Coronamoe’

Waar bron- en contactonderzoekers tegenaan lopen? “Nu de maatregelen soepeler worden, merk je steeds meer dat mensen ook naar het buitenland zijn geweest. Een weekendje Berlijn, vrienden bezocht,”  constateert Heutinck. De lakse houding van Nederlanders bleek ook al uit gedragsonderzoek van het RIVM. Ruim 80 procent van de mensen bekende het advies om bij klachten thuis te blijven naast zich neer te leggen. En slechts 12 procent van de mensen die aangaven klachten te hebben, heeft zich ook daadwerkelijk laten testen. “Juist nu de maatregelen versoepelen, moeten wij streng zijn: niet de deur uit met klachten. Wij willen iedereen bij wijze van spreken van de straat hebben.” Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, weet Van Eeden. “Mensen zijn coronamoe. Het hele leven is weer opgestart. Als je in april in quarantaine moest, miste je niets.”

Van versoepeling is in het GGD-gebouw niets te merken. Op de bureaus een groen-witte smiley-sticker met de tekst ‘Hier zit je goed’ en van de vier bureaus per blok zijn er maar twee bezet. Tijdens hun telefoontjes worden de GGD’ers geregeld met pijnlijke dilemma’s geconfronteerd. “Mensen met eigen zaken die eindelijk weer open konden en dan in quarantaine moeten. Als iemand al financieel aan de grond zit, voel je met mensen mee.” Oud-hoofdinspecteur Schellekens wijst erop dat in andere landen, zoals Duitsland en Italië, financiële compensatie is voor inkomensverlies als mensen van overheidswege het dringende advies krijgen om in quarantaine te gaan. 

Vijftig nauwe contacten

Dat Nederlanders weer steeds meer contacten hebben, staat voor de medici als een paal boven water. “Sommige mensen hebben nog steeds maar met nul of één iemand contact, maar er zitten er ook bij die hebben veertig à vijftig nauwe contacten,” aldus Van Eeden. “Dat red je niet in je eentje,” zegt Heutinck vol overtuiging. Nu worden die nauwe contacten volgens de richtlijnen pas getest wanneer ze klachten krijgen. Dat is volgens Schellekens ‘verbazend’, omdat deze nauwe contacten het virus kunnen hebben gekregen van de bron, terwijl ze nog geen klachten hebben. “Álle nauwe contacten moet je testen.”

Er klinkt ook kritiek aan het adres van GGD’en. Het bron- en contactonderzoek staat bijvoorbeeld in schril contrast met dat van Duitsland. Op 25 maart kondigden de oosterburen aan dat het aantal contactonderzoekers per staat moest worden opgeschaald naar vijf per 20.000 Duitsers. In Nederland kwam dat debat later op gang en zijn het er minder. GGD-directeur Sjaak de Gouw betoogde eind mei in de Kamer dat ‘we het met vijfhonderd werknemers niet redden’, en er in juni 2500 mensen bij moesten. Dat zou neerkomen op ongeveer drie per 20.000 inwoners.

Resultaten onder vuur

Ook de resultaten liggen onder vuur. In juni bleken zo’n 3300 mensen positief. Daarvan zijn er 420 opgespoord door bron- en contactonderzoekers: nog geen 13 procent. Epidemioloog Arnold Bosman, voorheen werkzaam bij zowel GGD als RIVM, noemt dat aantal ‘een punt van zorg’. “Meer dan 85 procent van de besmettingen heeft buiten het gezichtsveld plaatsgevonden.” GGD-directeur De Gouw, die voor alle GGD’en de infectieziektebestrijding leidt, is even stil als hij dat hoort. “Ik vind het moeilijk om daarop te reageren. Het is voor mij een gegeven. We zien dat we de meeste mensen opsporen door ze te testen. Als je 100 procent van alle positieven zou vinden door middel van bron- en contactonderzoek en niemand zou vinden die zich spontaan meldt, dan zou dat inderdaad heel effectief zijn.”

Het is lastig om zicht te krijgen op de resultaten van het bron- en contactonderzoek. Op een reeks vragen van deze krant die half juni gesteld zijn aan alle GGD’en en het het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) blijven antwoorden uit. Hoeveel clusters zijn er per regio? Wat waren de bronnen van die uitbraken (denk aan de vis- en vleesverwerking, fruitbedrijven, verpleeghuizen)? Welk percentage nauwe contacten is bereikt en hielden die zich aan de quarantaine? Om allerlei redenen lukt antwoorden volgens RIVM-woordvoerder Harald Wychgel niet. Zo is eind juni ‘de instructie voor medewerkers van de GGD voor het aanleveren van gegevens in het bron- en contactonderzoek vernieuwd’ en is ‘het systeem waarin de GGD gegevens registreert vernieuwd’ en ‘kost de koppeling met gegevens van de teststraten van GGD’en tijd’.

Tragiek

Andere oorzaak die het lastig maakt om de vragen te beantwoorden, is dat de monitoring soms simpelweg lang duurt. “Je kunt één familiecluster hebben, waarbij iedereen beter lijkt, maar waarbij je er na een paar weken achterkomt dat er toch weer iemand klachten ontwikkelt,” licht Van Eeden toe. Taalbarrières zijn soms ook tijdrovend. “Als niemand de taal machtig is, maken we een afspraak via de tolkentelefoon.”

De Rotterdamse basisarts kreeg sinds zij op 1 april bij de GGD begon, veel tragiek te verstouwen. “Als mensen iemand hebben verloren aan corona en dan zelf Covid-19 blijken te hebben, komt dat extra hard aan. Ik sprak ook een dochter wier moeder in het ziekenhuis lag. Zij had al een tijdje een loopneus. Toen heb ik uitgelegd dat ik haar graag wilde laten testen. Vanaf dat moment voelde zij zich ontzettend schuldig, omdat zij misschien haar moeder had besmet.”

In de voormalige bibliotheek van het klassieke GGD-gebouw huist nu het ‘team scholen’. Van Eeden is daar voor ‘de moeilijke vragen’. “Als kinderen van een positief getest persoon op school zitten, wat doe je dan? Haal je ze direct van school of roep je ze in de pauze naar huis?”

Grote vraag is of de GGD’en het aankunnen als er een tweede golf komt. Experts zoals epidemioloog Bosman en Schellekens vrezen van niet. “Er is fors bezuinigd op de GGD’en de afgelopen jaren,” betoogt Schellekens. “Als er echt een tweede golf komt met duizenden besmettingen en honderden opnames, kunnen die diensten dat niet aan.” Bosman: “Nu - afkloppen - zijn de problemen nog te overzien, maar als er in het najaar meer besmettingen komen, kan het heel erg gaan knellen.”

Paraat

Volgens GGD’er De Gouw ‘staan er heel veel mensen paraat’. Honderden studenten, tijdelijke mankracht via uitzendbureaus en mensen die zichzelf hebben gemeld. “We houden de voorspellingen in de gaten en er ligt een opleidingsplan. Als je nu drieduizend mensen zou contracteren en ze zitten vier maanden op de bank, vermindert de motivatie.” Oud-hoofdinspecteur Schellekens benadrukt het belang: “Als we overal waar het virus opkomt die veenbrandjes meteen uittrappen met gedegen bron- en contactonderzoek, voorkomen we een tweede golf. Als dat goed loopt, mag de economie ook weer open, dat scheelt miljarden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden