PlusDe Klapstoel

Boer Ayoub Louihrani: ‘Hoe vaak hadden die jongens een Marokkaan van dichtbij gezien?’

Ayoub Louihrani (1997) is boer. Onder zijn artiestennaam truefellah maakt hij vlogs. Hij won onlangs de Nouri Award en komt nog dit jaar met een eigen plaat en een televisieprogramma bij KRO-NCRV.

Ayoub Louihrani: 'Om halfzes sta ik in de melkput. Voor mij betekent die tijd ook dat ik me kan voorbereiden op de dag, nog voordat die is begonnen.' Beeld Harmen de Jong
Ayoub Louihrani: 'Om halfzes sta ik in de melkput. Voor mij betekent die tijd ook dat ik me kan voorbereiden op de dag, nog voordat die is begonnen.'Beeld Harmen de Jong

Oosterpark

“We wonen bijna naast het ziekenhuis waar ik ben geboren, het Onze Lieve. Het was er als kind leuk maar lastig. Hele dagen hangen. De verleidingen waren groot: alcohol, roken, drugs. Je zit in een groep en gaat elkaar bluffen. Op een gegeven moment speelden we natuurlijk geen verstoppertje meer op straat. We ­gingen steeds verder van huis. Mijn vader zei ­altijd: als je gepakt wordt door de politie, kom je op een zwarte lijst en kun je nooit meer ergens werken. Dan mag je Nederland niet meer uit als je op vakantie wil. Hij ging er heftig op. Ik dacht: ik ga die dingen niet doen.”

Fellah

“Marokkaans-Arabisch voor boer. Ik wil lekker bezig zijn en ik wil oud worden. Dus wat kun je dan het beste doen? Boer worden. Op school in Noord had ik een lerares, een boerendochter. Ze zei: moet je gewoon doen. De enige Marokkaanse boer in Nederland. Vind ik het gek dat iedereen dat gek vindt? Nou, nee. Wij krijgen van huis uit mee: zorg ervoor dat je dokter of advocaat wordt of een mooie kantoorbaan krijgt. En dan word ik boer. Maar een boer in Nederland is wel wat anders dan een boer in Marokko. Het is gewoon hightech.”

“Ik heb nog geen eigen boerderij. Ik werk als invalboer, minstens drie dagen per week. Het is nu mooi weer. Dan willen veel boeren lekker een stukje gaan fietsen of een dagje weg. De langste periode dat ik ben ingevallen is zes ­weken. Dan run ik het bedrijf, helemaal in mijn eentje. Voer bestellen, de veearts erbij roepen als het nodig is, medicijnen bestellen, de graslandkalender bijhouden. Zo’n boer vertrouwt je miljoenen toe.”

Mitsuba

“Vieze Freddy, hè. Vjèze Fur. Zo’n toffe gast. Hij kwam op de boerderij. Ik heb hem uit de tank melk geschonken en we hebben een rondje op de trekker gereden. Sinds ik bekend ben, heb ik bijna iedereen al langs zien komen, maar dit was de eerste BN’er van wie ik dacht: jij bent echt jezelf. Ik wist helemaal niet wat we aan het doen waren. Ik heb hem nog een rauwe aard­appel uit de grond laten eten. Wil je gek doen, dan doen we goed gek. Op een gegeven moment kwamen die borrelnootjes van Mitsuba tevoorschijn. De eerste reclame die ik heb gedaan én waarvoor ik ben betaald. Freddy heeft deuren voor me geopend.”

Clusius College

“Na het vmbo in Noord ben ik naar de mbo-­opleiding veehouderij in Alkmaar gegaan. Er zaten alleen maar Hollanders, allemaal witte jongens uit dorpen in de omgeving. Het eerste jaar was wennen voor ze. Ik had de knop allang omgezet, ik ging niet naar school om vrienden te maken, maar zij? Hoe vaak hadden ze een Marokkaan van dichtbij gezien? Ja, misschien in Opsporing Verzocht. Ze schrokken enorm. Even oogcontact maken, het ging bijna niet. Na een jaar werd het beter. Bij sommigen ga ik nog af en toe een kop koffie drinken.”

4.30 uur

“Een mooie tijd om op te staan. Heerlijk. Ik heb mezelf aangeleerd: als de wekker gaat, dan doe ik niet langzaam. Ik sta in één keer op, bambambam. Om halfzes sta ik in de melkput. Voor mij betekent die tijd ook dat ik me kan voorbereiden op de dag, nog voordat die is begonnen. Ik kan alles zien aankomen. En als er een feestje is, haal ik gewoon een nachtje door. Kijk, ik ben nog jong. Mijn lichaam kan het nu nog hebben, dus ik profiteer ervan.”

Koe

“Mijn favoriete dier. Nog steeds, man. Ik heb als kind nooit een koe van dichtbij gezien. Thuis mocht ik alleen vissen en vogeltjes houden. Nu sta ik soms tussen driehonderd koeien. Ze zijn zó groot: 650 kilo! Dat loopt gewoon naast jou. Je kunt ze aaien! Ze zijn niet voor niets heilig in India. Als een koe schijt, groeit er altijd iets voor in de plaats, een koe geeft melk en vlees en als het koud is, geeft een koe warmte. Als je een stal met koeien binnengaat, weet je meteen of het goed zit in je hoofd.”

Jan Wiedemeijer

“Boer Jan. De eerste die mij stage liet lopen. De dertiende boer die ik belde. Sommigen zeiden: we zoeken geen stagiair. Anderen hingen al op als ik mijn naam zei. ‘Hallo, met Ayoub’... tuutuutuutuut. Ik neem het ze niet kwalijk. Boeren leven op hun eigen eiland. Ze weten nauwelijks wat zich buiten hun eigen boerderij afspeelt. Dat is vreemd volk. Wat de boer niet kent, is wat de boer niet vreet.”

“Eerst zocht Jan ook geen stagiair, maar de volgende dag belde zijn vrouw. Of ik nog een plek zocht? Mijn vader heeft me gebracht, met een contractje. Dat is nu tien jaar geleden. Ik had een zieke achterstand, maar dankzij Jan kon ik het allemaal inhalen. Als Jan mij nu belt, kap ik dit gesprek af en ga ik erheen. Ik heb daar gepuberd, ik heb zijn kinderen zien opgroeien. Ik heb hem opa zien worden. Ik ben deel van de familie geworden.”

1,65 meter

“Ik ben superklein. Dan ben je een makkelijk doelwit. Ik werd gepest. Dan word je gebruikt als pingpongbal. Of er werden vervelende ­dingen gezegd. Ik probeerde voor mezelf op te komen, maar dat maakte het alleen erger. Ik was zo’n dun ventje, ik was gewoon niet sterk, dus het was ook niet dat ik iemand op zijn bek kon rammen. Ik ben op een gegeven moment superhard gaan trainen: fitness, kickboksen, boksen, taekwondo, wing chun. Er was een tijd dat ik 85 kilo woog, met een vetpercentage van 11 procent. Het ging slecht met me. Zo slecht dat ik van de havo in Oost naar het vmbo in Noord moest. Daar heb ik in de eerste week twee jongens keihard met mijn vingers in hun keel geprikt. Ze kregen bijna geen adem meer. Ik werd meteen geschorst, maar toen ik terugkwam, was het getreiter over.”

Nouri Award

“Ik heb hem gekregen omdat ik zo positief ben en een voorbeeld voor anderen. Wacht even... Dat zijn hun woorden, hè. Ik vond het een hele eer. Je wordt een beetje vergeleken met Nouri zelf. Ik heb de prijs uit handen van zijn vader gekregen en heb hem een paar klompen gegeven. Hij zei dat hij ze in de prijzenkast van ­Nouri ging zetten, zodat hij ze kan zien als hij wakker wordt. Echt gaaf. Terwijl ik helemaal geen voetbaljongen ben. Dat heeft mijn vader verpest. Ik was een snelle linksbuiten. SV Rap uit Amstelveen wilde me hebben. Heel luxe allemaal: derde divisie spelen, opgehaald worden met een busje, huiswerkbegeleiding. Maar het werd niet vergoed door het sportfonds en mijn vader weigerde te betalen.”

Boerenprotest

“Ik ben een keer op de trekker mee naar Den Haag geweest. Het was de eerste en de laatste keer. Het duurde zo vreselijk lang. Om vier uur op en om elf uur ’s avonds weer thuis. Je kunt beter op een feestje zitten. Ik snap die boeren wel. Kijk naar mij: het is bijna onmogelijk een boerderij te beginnen. Maar het protest mag wel anders. Sta je voor het podium en dan komt er een mannetje van Farmers Defence Force vertellen dat hij een droom heeft gehad: dat ­Forum voor Democratie en Wilders het voor het zeggen hebben gekregen. Ik denk: leuk dat je het zegt, maar weet jij wel wie je spullen koopt? Iedereen. Dus wie moet je mee hebben? Iedereen. Boerenjongens die bij mij op school zaten zeiden tegen me: die man is gek, laat hem. Maar ik vond het jammer dat de rotte appels uit de mand een podium kregen.”

Boer zoekt Vrouw

“Wat is daarmee? Ik ken wel boeren die daar aan mee hebben gedaan. Het is eigenlijk precies wat ik bedoel als ik zeg: een boer leeft op zijn eigen eiland. Hij neemt niet eens de tijd om liefde te vinden. Of hij is aan het werk, of hij staat in de dorpskroeg. Dan begrijp ik wel dat zo’n programma mensen gelukkig maakt. Ikzelf? Ik heb over aandacht niet te klagen, nee. Ben ik op zoek? Nee, ik zit voorlopig wel even goed. Ik ben nu 23, ik zit helemaal niet op een vrouw te wachten. Ik heb er ook moeite mee, hoor. Het vinden van liefde. Ik ben in alles ­hartstikke makkelijk, maar daarin op de een of andere manier niet.”

In de Schuur

“Met Ronnie Flex en Snelle. Ik werd voor hun clip gevraagd. Ik heb gezegd: is goed. Leuk om te doen. Ik zing niet, maar als je de comments onder de clip leest zie je alleen mijn naam. ­Snelle kwam de eerste draaidag langs. Hij hoefde er niet te zijn, maar kwam toch om gedag te zeggen. Dat kon ik heel erg waarderen. Ik maak zelf ook veel muziek: funky pop. Mijn ene neef is producer, mijn andere neef schrijft teksten. Met hem kan ik echt viben. Het is gewoon: gooi een woord en hij en ik kunnen freestylen tot de zon onder gaat. We hebben het echt gezellig met elkaar. Ik ben nu in onderhandeling met een label. Ze vinden onze muziek zo tof dat ze het dit najaar uit willen brengen.”

Marokko

“Ik wilde er boer worden. Ik heb er stage gelopen en ik kan je vertellen: het is makkelijk. In Marokko betaal je als boer niet eens belasting. Ze zijn niet zo streng op regels, behalve als het om hygiëne gaat. Ik was ready om te gaan, maar toen ik in Nederland bekend werd, kreeg ik opeens de mogelijkheid om het toch hier te proberen. Zeker nu, met dat televisieding. Ik mag er nog niks over zeggen, maar heel veel deuren in de agrarische sector zijn voor mij opengegaan. En als het toch niet lukt, ga ik alsnog naar Marokko. Ik denk dat ik daar wel een van de grootste boeren kan worden.”

Kitty Trepels van Mill

“Een boek geschreven over tien jaar leven met kanker? Een oom van mij heeft tien jaar met longkanker geleefd voordat hij overleed. Hij kon op een gegeven moment niet meer praten en eten. Het ergste van het ergste zul je uiteindelijk gewoon moeten accepteren.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden