Plus

Boek over Niod beschrijft beïnvloeding bestuurlijke elite

Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (Niod) stond regelmatig onder druk van de bestuurlijke elite om zaken aan te passen, aldus oud-onderzoeker Gerard Aalders.

Prins Bernhard in 1934 met zijn vader in Berlijn. Van 1933-1937 was Bernhard volgens Amerikaanse archieven lid van de NSDAP Beeld anp

Het telefoontje van 'Soestdijk' kwam via het centrale nummer binnen. Onderzoeker Gerard Aalders vermoedde een grappenmaker, maar de stem en het Duitse accent bevestigden dat het prins Bernhard zelf was. Hij was boos over de onthulling in Aalders' boek De affaire Sanders, dat de prins in de jaren dertig lid was van de NSDAP, de partij van Adolf Hitler.

"Hij wilde zijn gram halen, zei dat het niet deugde," zegt Aalders. "Zijn redenering dat hij geen NSDAP-lid kon zijn geweest, kwam er min of meer op neer dat hij maandenlang geen contributie had betaald. Mijn tegenwerping dat hij dus maandenlang wél had betaald, hoorde hij niet of wenste hij niet te horen. Het gesprek duurde vijf minuten."

Het is een van de kwesties die de historicus beschrijft in zijn nieuwe boek Het instituut. Een boek dat hij kon schrijven zonder 'dringende verzoeken' om zijn mond te houden, roddel en achterklap, politieke machtsspelletjes, leugens en zwartmakerij, intimidatie en manipulatie van onderzoeksresultaten door ministers en het koningshuis.

Speelbal
Aalders geeft een inkijk in de werkwijze van het Niod in de tijd dat hij daar werkte (1993-2010). Hij weet dat hij het verwijt krijgt in eigen bronnen te spugen, of na te trappen nu hij met pensioen is. Maar het beeld van het Niod als onafhankelijk Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudie - de nieuwe volledige naam - klopt niet, zegt hij. Directie en bestuur zwichtten geregeld voor de druk van hogerhand.

"Onderzoeken werden gemanipuleerd. Ik werd op het hoogste niveau onder druk gezet om mijn resultaten aan te passen naar de inzichten van de opdrachtgevers in Den Haag. Een onafhankelijk instituut mag geen rubberen ruggengraat hebben. Die moet staan voor eerlijke geschiedschrijving, niet beïnvloedbaar van buitenaf."

Het Niod werd een speelbal van politiek Den Haag en het koningshuis. Dat bleek tijdens zijn onderzoeken naar verzetsman Wim Sanders - met daarin de gewraakte passages over Bernhard - en de geroofde kunst van Joodse oorlogsslachtoffers, die veel stof deden opwaaien.

Prins Bernhard
In het eerste geval probeerden prins Bernhard en premier Wim Kok hem monddood te maken. De prins wilde Aalders zelfs voor de rechter slepen, maar Kok hield dat tegen. Het onderzoek verscheen veel later dan gepland.

"Ik was verbaasd dat prins Bernhard, die jaren had gelogen en door bleef liegen, de hand boven het hoofd werd gehouden. Ik werd door iedereen afgemaakt. De boodschapper moest dood, de man die het gedaan had, kreeg steun. Dat botste met mijn gevoel van rechtvaardigheid. Ik wist dat ik gelijk had. Tegen de stukken viel niets in te brengen."

Bij zijn onderzoek naar roofkunst vond een regeringscommissie onder leiding van minister Jos van Kemenade het geschatte schadebedrag veel te hoog. Ze wilden dat Aalders de uitkomsten van zijn onderzoek zou aanpassen. Dat weigerde hij. Van Kemenade noemde het onderzoek 'slecht, onregelmatig en onvoldoende onderbouwd'.

Bij een groot congres liet de Nederlandse ambassade in Washington Aalders van de lijst van sprekers halen. Uit angst dat hij iets zou zeggen over Goudstikker, een Joodse kunsthandelaar wiens collectie werd geroofd door nazi-Duitsland en de Nederlandse staat na de oorlog weigerde terug te geven aan de erfgenamen.

"De commissieleden vroegen of ik niet een mooi voorbeeld had waarmee ze konden knallen in de media. Ik wees op Goudstikker, dat stonk aan alle kanten. Dat stuitte meteen op tegenstand. Via de media bracht ik de zaak naar buiten. Daarna kwam al snel een telefoontje van staatssecretaris Aad Nuis naar directeur Hans Blom. Ik kreeg een buitengewoon dringend verzoek mijn mond te houden."

'Niet laten intimideren'
Toen hij in 1993 aangenomen werd bij het Riod, zoals het instituut toen nog heette, was Aalders zich niet bewust van deze manipulaties. "Ik was ontzettend blij dat ik daar aan de slag kon. Het was het mekka voor een onderzoeker. Ik had alle vrijheid, ook richting de pers toe. Daar maakte ik dankbaar gebruik van."

Ooit werd gedreigd met een berisping. Zover kwam het nooit. Aalders kreeg wel enkele keren een spreekverbod. Maar omdat hij zich hield aan de regels van de academische vrijheid van spreken, dreigde nooit ontslag.

"Ik verdomde onderzoeken aan te passen naar de inzichten van de opdrachtgevers. Ook toen ik spreekverboden had, heb ik me binnen de mogelijkheden die ik had altijd geweerd. Als hogere machten een rol gaan spelen, is het belangrijk een goede relatie met de media te hebben. Als ze me eruit wilden gooien, zou ik naar de rechter stappen en zorgde ik dat het in de pers kwam."

Nog belangrijker: door grondig archiefonderzoek was geen speld tussen de resultaten te krijgen. Ook alle heikele interne discussies documenteerde hij zorgvuldig. Ik schreef alles op in memo's om mezelf in te dekken. Als je dat niet doet, word je genaaid. Dat heb ik wel geleerd," zegt Aalders.

"Ik beweer nooit iets wat ik niet hard kan maken. Als je je verhaal onderbouwt met goede bronnen en documenten, hoef je niks te vrezen. Laat je niet intimideren door de grote jongens uit Den Haag. Dat ik republikeins ben, maakt niet uit. Ik baseer mijn onderzoek op stukken. Ik rommel niet met documenten en probeer niet alles te vergoelijken of met een oranje saus te overgieten."

Geen autoriteit
Aalders is ervan overtuigd dat het onder de eerste directeur Loe de Jong, auteur van het standaardwerk Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, niet gebeurd zou zijn.

"De Jong werd soms ook onder druk gezet, maar hij weigerde. Blom had dat ook kunnen doen, maar hij was geen autoriteit als De Jong. Hij keek op tegen de grote jongens in Den Haag. Ondanks dat het gesubsidieerd wordt door de overheid kan het Niod onafhankelijk zijn. Als je de rug maar recht houdt."

Het Instituut, Gerard Aalders, uitgeverij Just ­Publishers € 22,50

'Hij kon alles publiceren'

Het Niod wil om redenen van privacy niet reageren op interne aangelegenheden die Gerard Aalders in zijn boek beschrijft. 'Het gaat voor een belangrijk deel over conflicten tussen personen die in meerderheid al geruime tijd niet meer werkzaam bij het Niod. Wel hechten wij er aan vast te stellen dat Gerard Aalders, in de jaren waarin hij als onderzoeker in dienst van het Niod was, al dan niet op eigen titel, alles heeft kunnen publiceren wat hij wenste te publiceren.' Het Niod wijst erop dat ieder project een onafhankelijke, wetenschappelijke begeleidingscommissie heeft. 'Deze waarborgen van onafhankelijkheid zijn des te meer van belang, omdat de thema's waarmee het Niod zich bezighoudt, dikwijls onderwerp zijn van intense maatschappelijke en politieke debatten.' Oud-directeur Hans Blom laat desgevraagd weten niet te willen reageren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden